Toen ik ten vierde male in korte tijd zonder dat ik daar in het bijzonder mijn best voor had gedaan geconfronteerd werd met het nieuws dat de gemeente
Amsterdam heeft aangekondigd voortaan een ‘genderneutrale’ gemeente te willen zijn, bemerkte ik in mijzelf een dieperliggende ergernis, of eerder een diepere verzuchting.
Wellicht heeft het te maken met dat dergelijke nieuwsfeiten meer dan gemiddeld boven water komen, zeker in een land waar de progressieve agenda al jaren zoekt naar nieuwe wegen om urgent te blijven, en die worden steeds smaller. Of het nu gaat om een OV-kaart die ontdaan wordt van de M/V-identiteit, het voetgangersstoplicht dat genderneutraal moet zijn, een regenboogzebrapad of openbare toiletten voor mensen met androgynie: op de een of andere manier mis ik dat nieuws nooit. Tegen wil en dank. En het einde hiervan is nog lang niet in zicht, dus neem ik hier een voorschot.
In deze nadere overweging zal ik proberen al schrijvend deze verzuchting te motiveren. Daarbij is de opzet licht polemisch van aard en hier en daar voorzien van een ironische noot, die voor een gezonde afstand tot de wereld zorgt en de relatieve onbeduidendheid waar ik me hier toch op richt een enkeling opvrolijkt.
Vooraf aan dit soort overwegingen is het vandaag de dag gebruikelijk om het nodige voorbehoud te maken, zodat er geen misverstanden gevonden kunnen worden of tere zielen nodeloos gekwetst zouden raken. Ik zal mij daarom ook beroepen op het Seinfeldiaanse “Not that there is anything wrong with that” (Nttiawwt) als je iets anders denkt. Met andere woorden: ik ben tegen discriminatie, ik juich ongedwongen emancipatie toe, eenieder mag zijn wie hij (of zij…of…) wil zijn en wat mij betreft gaat iemand in een paars latexpak met een voorbinddodo op een nummer van Nana Mouskouri out op de Amsterdamse grachten door een overdosis XTC. Prima als dat iemands identiteit vorm geeft, ik heb er niets mee, maar Nttiawwt!
We moeten natuurlijk bezien hoe heet deze soep precies wordt opgediend en welke slippery slope nu weer is opgetrokken, maar in de zogenaamde regenboogtaalgids van de gemeente Amsterdam die weldra een collectorsitem zal zijn, worden warme aanbevelingen gedaan aan ambtenaren om ‘op een respectvolle manier te praten en schrijven over seksuele en genderdiversiteit’. In plaats van ‘dames en heren’ of ‘geachte heer/mevrouw’ wordt bijvoorbeeld geadviseerd te kiezen voor vormen als ‘beste mensen’, ‘geachte aanwezigen’ of ‘beste Amsterdammers’. Het zou kunnen dat een aantal ambtenaren permanent verwart raakt wat nu wanneer te zeggen of in een identiteitscrisis belandt, want een kleine moeite is het allerminst. Maar dat terzijde.
Een eerste probleem openbaart zich hier: er is natuurlijk in de verste verte geen sprake van een gebrek aan respect wanneer iemand een ander aanspreekt met ‘geachte meneer’ of ‘beste mevrouw’. Die suggestie is daar foeilelijk ingeslopen, waardoor in bepaalde kringen binnen de kortste keren het idee ontstaat dat je fout bezig bent als je genderneutraliteit nalaat. Er is geen enkele intentie om te beledigen wanneer iemand een zaal toespreekt met ‘dag dames en heren’, net zo min als Ome Willem de ongelukkige androgyn op de korrel had (0:58). Correcter was echter volgens Amsterdamse richtlijnen: “Zeg eens even allemaal, zijn er hier ook aanwezigen in de zaal?” Dat kan iemand absurd vinden, maar dat is gewoon het gevolg van een regenboogagenda.
Iemand verklapte mij het argument dat men vroeger sprak van ‘negers’ of ‘homo’s als zieke mensen’, en we ons daar nu voor zouden schamen. Ongetwijfeld, maar waarom zou ik mij ooit gaan schamen omdat ik mensen aanspreek met man of vrouw? Er zit helemaal geen intentionele negatieve connotatie of denigrerende ondertoon of nare geschiedenis in het woord ‘man’ of ‘vrouw’ net zo min als in een groen stoplichtmannetje, zoals dit uiteraard wel aanwezig is in het woord ‘neger’ en ‘zieke homo’. Het zou bovendien bijzonder vreemd zijn als uiteindelijk het gevolg is dat de woorden man en vrouw zouden verworden tot scheldwoorden. Belediging is hier exclusief in the ear of the beholder.

Niet beledigd zijn door het naakt a.u.b., het is niet aanstootgevend bedoeld!
Het gaat er dus om dat er mogelijk mensen beledigd, gekwetst of ontdaan zijn door de aanspreekvorm man of vrouw. Dan hebben we het dus over mensen die zich noch man noch vrouw voelen. Wie zoekt kan altijd wel iemand vinden, daar ben ik zeker van. Maar wie goed zoekt kan ook iemand vinden die intens bedroeft is dat het Zuid-Oostzaanse lampi-werpen nooit enige aandacht krijgt bij Studio Sport. Terwijl het zijn lust en zijn leven is, wordt hij wekelijks op de onbeduidendheid daarvan gewezen, namelijk dat niemand er rekening mee houdt. Iemand zal mij verwijten gebruik te maken van een oneigenlijke vergelijking, maar ik probeer slechts aan te geven dat rekening houden met minieme doelgroepen niet per definitie betekent dat de grote massa zich ernaar moet schikken of ermee moet worden geconfronteerd bij algemene aangelegenheid.
Maar hoe miniem is miniem? Onderzoek van kenniscentrum Rutgers (2012) stelt dat er in Nederland 48.000 transgenders zijn in de leeftijd van 15 tot 70 jaar. Als we uitgaan van 14.500.000 mensen in Nederland die ouder zijn dan 15, levert dit een percentage op van 0.0033%. Let wel, dit gaat over transgenders, niet over individuen die zichzelf geen sekse kunnen of willen toeschrijven. Ik schat met een natte vinger die groep een factor 10 kleiner. Dus dan stel ik vast dat meer dan 99,99967% in Nederland zich wel een man of een vrouw voelt, los van seksuele voorkeur. Wanneer ik met mijn aanspreekvorm in 99,999 % van de gevallen iemand niet beledig, is het de vraag waarom ik (of een ambtenaar) überhaupt gedrag zou willen wijzigen. De grootste denkfout die voorstanders maken zit er in dat genderneutraliteit 100% beledigingsvrij is. 100% prettig voor iedereen. Een indirecte miskenning of opschorting van iemands geslachtelijke identiteit, een erkenning waar bijvoorbeeld vrouwen (een relevante 50,8% in Nederland) vele decennia voor hebben gestreden, hangt sterk samen met het vermijden van het mannelijke en vrouwelijke in mensen. Wat ik dus wil zeggen is dat het kiezen voor dergelijke politieke richtlijnen, als vanzelf met zich meebrengt dat waarschijnlijk veel meer mensen geschoffeerd zijn, geërgerd of beledigd dan de groep die een politiek correcte elite ermee probeert te plezieren of te erkennen.
Het middel is erger dan de kwaal. Je kunt je al helemaal afvragen of het in algemene zin bijdraagt tot meer begrip, in plaats van minder. In utilitaristische zin is dit mijns inziens een absolute fiasco , daar hoef je geen raketwetenschapper voor te zijn. Het is ook zeker geen zure appel waar wij even heen door moeten bijten, daarvoor is de mens tot in de eeuwigheid teveel man of vrouw. Gelukkig maar trouwens voor de mensheid…
Een argument wat doorgaans samenhangt met het bovenstaande is dat zelfs de meest marginale groeperingen ook door de overheid beschermd moeten worden. Özcan Akyol -een uitstekend schrijver- gebruikte dat argument nog in zijn column van donderdag 27 juli in het Algemeen Dagblad. Dat is uiteraard terecht: iedereen heeft recht op bescherming van de overheid. Het gaat hier echter helemaal niet om bescherming! Het aanpassen van taalgebruik heeft niets met bescherming van individuen te maken. Het is eerder de vraag in hoeverre de overheid zich sturend moet bemoeien met taalgebruik van mensen, al dan niet met zogenaamde goedbedoelde suggesties. Het is al helemaal de vraag in hoeverre een overheid haar beleid moet normeren op basis van een absolute minderheid.
Daar heb ik al elders al wat ironische opmerkingen over gemaakt, waarvan ik het niet kan laten ze hier te herhalen, omdat ze toch ook een inhoudelijke kracht bezitten. Want als bijvoorbeeld een overheid klaarblijkelijk op paternalistische g
ronden haar beleid aanpast op basis van een absolute minderheid, waar eindigt dit dan? Waar ligt de grens? Wanneer is het gelijkheidsfundamentalisme bevredigd?
Kijk, het percentage mensen in Nederland dat zich geen mens voelt maar een kuikentje, ligt rond de 0,00087%. In dat geval voldoet een genderneutrale opening als ‘goedemiddag beste mensen’ niet. Iemand zou kunnen zeggen dat ik de zaak daarmee ridiculiseer, maar ik zou kunnen zeggen dat deze persoon geen respect heeft voor mensen die zich geen mens voelen en beledigd zijn als ze toch aangesproken worden als mens. Gaat dat niet wat ver? Ja, maar waar iemand de grens legt bij menselijke verschijningen die zich een kuikentje wanen waar we echt geen algemene richtlijnen voor moeten suggereren, leg ik de grens een paar tienden terug.
Dat brengt mij tenslotte tot een zekere essentie, namelijk de kunst van het niet al te snel beledigd, geraakt en gekwetst te zijn in samenspraak met het opzichtig rekening houden met alle denkbare gevoeligheden. Ik stoor mij bijvoorbeeld al lange tijd aan de omroepmededeling in de trein: ‘Dames en heren, goedemorgen.’ Niet omdat er gesproken wordt over ‘dames en heren’ in plaats van ‘reizigers’, maar dat een computerstem in plaats van een menselijke stem dat doet. Een computer die mij goedemorgen wenst, dat is voor wie het begrijpen wil bijzonder aanmatigend, betekenisloos en absurd! Ik zou dat liever dagelijks anders willen, maar ik snap ook wel dat techniek nu eenmaal de norm is en daar schik ik mij in. Prima, ik kan in de trein gewoon zijn wie ik wil zijn ook al
word ik niet aangesproken op de manier hoe ik dat zou willen of waardoor ik me niet erger. En misschien moet ik mij helemaal niet zo aanstellen evenmin als dat ik altijd en overal als slachtoffer moet worden beschouwd van een systeem waar ik deel van uitmaak. Zowel ik als het systeem is daar niet bij gebaat.
Ik zal vast hier en daar wat draaien om mijn oren krijgen. Het pleit is namelijk nog lang niet beslecht, noch lijkt mijn dieper liggende verzuchting helemaal opgehelderd. Zolang ik echter mag blijven verzuchten, zul jij mij niet horen. Nu ja, ons niet horen.
Zie verder:
Naschrift bij nadere bedenkingen bij genderneutrale begroeting
__________________________
Zie o.a.:
https://www.ad.nl/politiek/en-welke-letter-bent-u~ad34b5a8/
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/07/26/geachte-dames-en-heren-nee-liever-niet-12257592-a1568036
https://www.parool.nl/amsterdam/amsterdam-wil-genderneutrale-toiletten-in-stadhuis~a4459714/
https://www.parool.nl/amsterdam/-gemeente-amsterdam-wordt-genderneutraal~a4508148/
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/18/je-moet-jezelf-opnieuw-uitvinden-9166903-a1559284


De Big Brother Bonus van Albert Heijn
Albert Heijn is begonnen met het uitrollen van de nieuwe bonuskaart. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit precies zo gaat zoals je verwacht van Grote Grutter Broer. De kassameisjes zijn waarschijnlijk stevig geïnstrueerd door een afdelingsleider, die weer van zijn filiaalmanager een briefing heeft gehad, die weer van zijn regiomanager precies te horen heeft gekregen hoe het moest verlopen. Dan vergeet ik nog heel wat verschillende lagen, maar het moet ongeveer als volgt zijn gegaan toen de uitvoerende macht werd bijgepraat:
Oktober 2013. AH aan de kassameisjes*.
Ik ging aldus naar de servicebalie. Nadat er aan velen de service was verleend van een pakje sigaretten of zware shag, werd ik te woord gestaan door een dame. Dat gesprek ging ongeveer als volgt:
“Goedendag, ik zou graag een soort klacht aan u willen voorleggen…”
“O, meneer! Gaat zeker over het feit dat negen van de tien keer de kassabon niet klopt omdat de caissière de 35% kortingssticker over het hoofd heeft gezien? Tijdje terug was dat trouwens nog een 50% kortingssticker bedenk ik me… Of wacht- is het dat u een product heeft gekocht dat niet meer in de aanbieding is, maar wel nog steeds als aanbieding vermeld staat op het rek? Of heeft u misschien de volle mep betaald voor een six-pack Hertog Jan dat per abuis in het actieschap Grolsch is geplaatst?
-“Eh. Nee dat niet…”
“O… stoort u zich dan wellicht over het luide geklets van vakkenvullers over en weer? Alsof de klant een soort “passerend spook” is? Of misschien is het een ergernis dat er veelvuldig in allerlei vreemde talen gecommuniceerd wordt aan de kassa’s?”
-“Nou…eh…dat is het ook niet.”
“Dat we sinds de overname van BOL.com met onze afhaalpunten een soort super anonieme gezichtsloze massatoko hebben gecreëerd die allerlei boekhandels en speciaalzaken vakkundig uit de markt drukt? Maar dat is de markt he meneer, dat is de markt! Jaja!”
-“Zelfs dat niet…”
“Hmmm. Vertel het dan maar. Ik ben door mijn top vijf van Randstad-standaardklachten heen…”
-“Wel, die nieuwe bonuskaart van
jullie wordt me zojuist nog net niet door de strot geduwd. En dan lees ik dat jullie ‘uiterst zorgvuldig’ omgaan met mijn gegevens, als ik mijn privacy aan jullie verkoop in ruil voor wat extra korting. Maar die zorgvuldigheid en anonimiteit kunt u natuurlijk helemaal niet garanderen. Het is wachten dat er weer lijken uit de kast komen. Bovendien, ik stoor me aan de suggesties die worden gewekt.”
“Eh…Wat bedoelt u?”
-“Dat er een soort oprechte en eerlijke vorm van marketing bestaat, waarbij u handelt in dienst van de klant. Met louter nobele doelen bovendien. U krijgt cadeautjes van ons. U krijgt persoonlijke aanbiedingen. U kunt sneller en makkelijker airmiles sparen. Activeer de kaart nu nog online! Gatsie. Allemaal als zoete koek verkocht door de AH-tv pastoor. Terwijl iedereen weet dat het te doen is om koopgedrag te monitoren, zodat u de logistiek kunt perfectioneren en nog meer kunt beknibbelen op de kosten ten faveure van de aandeelhouders.”
“Ach meneer. Dat is de tijd, dat is de tijd! U bent toch zeker geen fossiel? Wij houden de klant net als de prijzen scherp in de gaten en bieden af en toe een bonus op spullen die toch wel dik over de kop gaan. Iedereen blij toch? En als u niet mee wil doen…”
-“Ik word er ongelukkig van…maar misschien kan ik dat ook opgeven bij mijn persoonlijke gegevens?”
* Waar ‘meisjes’ gelezen wordt, kan ook jongens staan en waar ‘vullers’ staat, kan ook ‘vulsters’ worden gelezen.