Stephan Wetzels
Denken en Zijn

In gevecht voor een kus van Annemiek van Vleuten

Print Friendly, PDF & Email

Laat ik er niet omheen draaien en gelijk kleur bekennen. Ik heb wel een oogje op Annemiek van Vleuten. Natuurlijk, ik zal niet de enige zijn op deze wereld, maar in tegenstelling tot velen die dit als een duister geheim met zich meedragen, ben ik er gewoon eerlijk over. Het is een vrolijk bewonderend oogje, wat overloopt van sympathie.

Het begon allemaal in 2016 met dat onwaarschijnlijk ontwapenende interview niet lang nadat ze gevallen was op koers voor Olympisch goud. Ik geloof dat niemand onbewogen kan kijken naar hoe deze bijzondere vrouw zichzelf hier onder ogen komt. De kracht, de ijzeren wil, de excellente mentaliteit en de niet aflatende hoop die ze in zich heeft komen ongezegd tot ons en doen verlangen naar een zucht daarvan. Sindsdien heeft ze voldoende bewezen dat ze de allerbeste is en hopelijk wordt dat nog beloond met een gouden Olympische medaille volgend jaar.

Nu is het zo dat Annemiek -met permissie noem ik haar bij de voornaam- ook op mijn vaste fietsroute rijdt. Per toeval zag ik op STRAVA haar pr. op een lang stuk wat ik al vaak gefietst heb. Op 27 mei 2020 reed ze het 16.7 km lange segment langs de Waalbanddijk in 24.12.

Ik fiets voornamelijk om te mijmeren, maar als het moet kan ik best nog wel wat gas geven. Ik besloot dus eens wat dieper in STRAVA te duiken en te kijken naar mijn beste prestatie op dit segment. Dit bleek een poging te zijn op 2 juni 2020, dus enkele dagen nadat Annemiek hier met 41.4 gemiddeld over het asfalt vloog. Ik kwam tot 24.32, met een gemiddelde van 40.9 per uur.

In het onderstaande filmpje is te zien hoe het verloop tussen ons beiden is. Ik ben het roze bolletje en Annemiek het zwarte. Op enig moment, zo tegen het einde lig ik zelfs een seconde of wat voor op haar.

 

Ik weet niet of het toen nog harder had gekund, maar als ik dit had geweten dan was het de dood of de gladiolen geweest. En gelet op mijn gemiddelde hartslag van 167bpm, waarschijnlijk de dood.

Sinds ik weet heb van dit segment en haar prestatie, zie ik telkens de wereldkampioene virtueel voor me rijden. Ik heb het nu tot mijn levensdoel gemaakt om hier koste wat kost ooit sneller te rijden dan Annemiek van Vleuten.

Wellicht zal iemand zeggen: ‘Durf je wel, het is een vrouw en jij bent een man.’ Maar dan zou ik daar tegenin willen inbrengen dat bij mij de jaren beginnen te tellen, ik heel wat bourgondische kilo’s meedraag en een fietspomp, mijn trainingsarbeid veel beperkter is omdat ik een loonslaaf ben om den karige brode, ik zelfs niet gesponsord word door de lokale fietsenmaker en me bovendien echt total loss moet rijden om haar solo op dit stuk ooit te verslaan. En dan moet alles ook nog meezitten: de juiste benen, de juiste temperatuur, de juiste windrichting. Heel veel kansen krijg ik denk ik dan ook niet (meer).

Zo probeerde ik het afgelopen week nog eens, voor het eerst in de wetenschap dat ik met de beste vrouw ter wereld in gevecht was, maar ik kwam niet verder dan 37.5 km per uur en dik 2 minuten achterstand, terwijl ik voor mijn gevoel het maximale eruit perste.

En bovendien, ik heb me vooral het doel ook gesteld om indruk te maken op Annemiek. Als ik het ooit nog haal is ze vast trots op me. En stiekem, om mezelf te motiveren denk ik dan dat ik wel een kus van haar verdiend zou hebben als het me lukt. Geen romantische kus natuurlijk, maar zo’n mooie kus die een renner krijgt als hij eerste is geworden en het podium op mag, handjes omhoog, bloemen erbij, een knuffelbeer en een kus op de wang. 3 seconden, zodat het goed op de foto staat. Misschien zou ik dan nog wat met haar filosoferen over de kunst van het fietsen, de schoonheid van het lijden en de grond van de wil om te winnen. Om daarna weer te dromen van het idee dat ik echt heel even zo goed was als Annemiek. Als het er trouwens werkelijk van zou komen, zou ik als een bange schoolpeuter met een rood hoofd die kus in ontvangst nemen, want tussen dromen en werkelijkheid zit een immens groot belevingsverschil. Ik sluit zelfs niet uit dat ik me zou verstoppen. 

En als ik een week later weer op STRAVA zou kijken om mijn prestatie te zien, dan zou ik ontdekken dat Annemiek mij op het stuk weer voorbij is gereden. En ik dat tegen geen enkele kus ooit meer zou kunnen verbeteren. Want de verhoudingen moeten in het Universum wel even helder blijven. En deze verhouding is een hele simpele. Stephan Wetzels rijdt achter Annemiek van Vleuten aan en niet andersom.

Leave a comment


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.


Kaar

2 maanden ago

Leuk!

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2020 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"