Een korte, maar onvermijdelijke politieke duiding na de val van Rutte IV
~Bij voorkeur hardop lezen tijdens het avondeten~
The power of accurate observation is commonly called cynicism by those who have not got it.
George Bernard Shaw
Het huidige Nederlandse politieke landschap is heel goed op een eenduidige manier te kenmerken. En wel met de term “sukkeldemocratie”. Dat betekent niet dat de bestuurders stumperds zijn, of de gemiddelde stemmer een sufferd is; historisch gezien altijd de angst geweest van de filosofische elite en mogelijk niet eens onjuist, maar dat bedoel ik hier niet.
Nee, wat ik de sukkeldemocratie noem, heeft betrekking op het instituut democratie zelf. Als de democratie een oude vrouw zou zijn, dan lijdt deze vrouw al jarenlang aan een heleboel bekende kwalen, maar niet zo erg dat ze er definitief onder bezwijkt of dat iemand die haar kent bijzonder veel belangstelling toont om haar te genezen. Ze sukkelt voort en de meesten geloven het wel. Af en toe valt de vrouw na wat gekerm op de grond, plat op de neus. Dan ligt ze daar even demissionair te wezen. Enkele omstanders kijken elkaar nog verbaasd aan en zijn misschien zelfs wat bezorgd, maar daar blijft het bij. De inspanning die nodig is om de vrouw overeind te krijgen is immers te vermoeiend en binnen afzienbare tijd staat deze vrouw toch wel weer uit zichzelf op. Bovendien is iedereen ook druk genoeg met zichzelf. En zo sukkelt de vrouw na enige tijd weer door op de wijze waarop iedereen het gewend is.
Deze analogie maakt duidelijk dat ons democratische bestel te maken heeft met problemen die betrekking hebben op interne en externe fenomenen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De interne fenomenen hebben te maken met het systeem zelf, namelijk de wijze hoe zij technisch functioneert. Al jaren zijn daar de kwalen door en door bekend: een veel te laagdrempelige instap in de Kamer met als gevolg politieke fragmentatie wat weer noodgedwongen leidt tot huwelijken waar iedere vorm van liefde ontbreekt. Dit in combinatie met een rigide fractiediscipline -wat strikt genomen niet veel van doen heeft met democratie- is het wachten op onenigheid en wachten op een val.
De externe fenomenen hebben te maken met hoe zij als democratie inhoudelijk kenmerkend functioneert. Door haar technische opzet is ze extreem gevoelig geworden voor identiteitsvraagstukken. Want de motor van onenigheid is vrijwel altijd identiteitsgerelateerd: hoe wil iemand zijn. Klimaat? Identiteitsgerelateerd. LGBTQ+ en het openbare leven? Identiteitsgerelateerd. Migratie? Identiteitsgerelateerd. Er zijn vele andere belangrijke kwesties denkbaar, maar omdat die minder identiteitsgevoelig zijn, blijven die onder de radar hangen of in bubbels verstopt: grote groepen worden er niet ten diepste toe bewogen, en dus zijn ze als breed politiek debat niet zo interessant.
In het atomisch-narcistische meningencircus dat de democratische samenleving sinds de opkomst van digitale media kenmerkt, moet het politiek daarom steeds radicaler worden gespeeld om in een versnipperd speelveld kiezers voor zich te winnen. En die winst moet worden gezocht in het aanspreken van identiteit, daar ligt ook de diepste motivatie van de individuele stemmer die hem nog in beweging kan krijgen. Vroeger was dat expliciet het natje en het droogje, maar het kapitalistische neoliberale systeem is zo efficiënt gebleken om de grootse kiezersgroepen daarvan te voorzien, dat kiezerswinst daar niet te behalen valt. De schreeuw van de groepjes die buiten die efficiënte boot vallen levert uiteindelijk nu en dan weer een enkele radicale Kamerzetel op, die vervolgens letterlijk niets meer oplevert dan een paar bubbels en nog meer geschreeuw.
Natuurlijk is deze kleutercrisis van de sukkeldemocratie ook een crisis van de geest: we worden door zoveel emo-oppervlakkigheid omringt, om de eenvoudige reden dat het emo-oppervlakkige prettiger consumeert en raakt dan het ratio-complexe doet, dat de politiek als afspiegelingsmachine ook daar een uitvoerend producent van wordt. Daarom krijgen migratie, milieu en genderkwesties onevenredig veel belangstelling.
Dit spel houdt zichzelf in stand. Ik verwacht ook niet dat deze spiraal binnen dit bestel te stuiten is. Ik kan dit niet beter illustreren dan met het voorbeeld dat ik ontving in mijn e-mail van de dienst ‘Ander media: de beste artikelen van 11 Nederlandse kranten’, 16 uur na de val van het kabinet, met als titel: Wat zou je Beyoncé tegen je willen laten zeggen?
De noodzaak om te stuiten is er gewoon ook niet, vandaar kleutercrisis: een echte crisis wil je samen oplossen, omdat iedereen erdoor bedreigd wordt. Nu sukkelt het door en wordt het spel met nieuwe verkiezingen gewoon herhaald. Natuurlijk met wat nieuwe spelers, maar gewoon binnen hetzelfde krakkemikkige technisch systeem en met dezelfde identiteitsgevoelige kwesties. In combinatie met het maatschappelijke onvermogen om in alle rust naar de ander te luisteren omdat zelfindoctrinatie en emo-oppervlakte als een virus besmettelijk blijven, zonder dat er naar een medicijn verlangt wordt, blijft de samenleving paradoxaal versnipperd en gepolariseerd.
Dat tenslotte vele departementen met goede politici die prima en logisch beleid voeren, meegesleept worden in een identiteitsgerelateerde kwestie waar ze niets mee van doen hebben, maakt het systeem tenslotte nog absurd binnen zijn tragiek. Voor wie deze politieke analyse tot nu toe cynisch vond, de uitspraak van Shaw onvoldoende legitimerend en het sukkelen wel vindt meevallen, hoeft de krankzinnigheid hiervan maar even te overwegen om te begrijpen dat het cynisme wel meevalt en het sukkelige diep verankert is. Want een heel systeem aftuigen en maanden op pauze zetten, omdat één specifieke kwestie van identiteit niet kan worden opgelost, zegt eigenlijk genoeg over de staat van ons huidige bestel.
Wat de ultieme culthit had kunnen worden, werd de ultieme klucht. In deze korte verwerkingsoefening aandacht voor wat eenvoudige ethiek en de belangrijkste bijzaak van het moment: Joost Klein en de Eurodeceptie.

De onoverkoombare moeilijkheid van Frans sluit aan bij het voorgaande. Frans heeft het allemaal, een goede babbel, een grote kennis, dossiers op orde en niet vies van een grolletje.
Nu we het toch even over de woke-saus hebben; dit is voor mij het meest onbegrijpelijke van alles: Dat linkse partijen niet inzien dat hun progressieve agenda mijlenver is afgedwaald van wat de gewone man aangaat en waar hij zich mee kan identificeren. Maar sterker nog: wie niet meedoet, mag altijd de wind van voren verwachten. Als je Zwarte Piet leuk vindt deug je niet -dan ben je een racist-, als je geen regenboogbeleid pruimt, moet je dat vooral voor je houden want anders ben je tegen vooruitgang en als je geen all-inclusive aanvoerdersband draagt zetten we je uit de selectie.
Links activisme is gekaapt door links extremisme en dat straalt af op de hele beweging. Mensen die zich aan kunst vastplakken, mensen die wekenlang op een snelweg gaan liggen of klappen uitdelen met bierflesjes en een paraplu. Het is zo banaal dat het zelfs binnen de eigen linkse gelederen afkeuring oproept. En dan moet het allerergste nog komen: op een milieubijeenkomst ook nog eens natuur gaan verwarren met het conflict in Gaza en daar dan interessant over gaan doen!
Het staat buiten kijf dat een kabinet over ‘rechts’ een garantie is voor een hoop gerommel en gerotzooi, en ik sluit niet uit een hoop teleurstelling. Wie immers de moeite heeft genomen om het partijprogramma van de PVV te lezen, ontdekt tot zijn stomme verbazing dat het een regelrechte aanslag is op het verstand. Ik schat dat wel 80% van de plannen volkomen onuitvoerbaar zijn. 


In onze tijd van massarecensie ligt tot nu toe de nadruk vooral op het gebrek aan zuiverheid van zang. Maar het nummer Burning daylight (in het Engels een uitdrukking voor ‘tijdsverspilling’) geeft meer om over na te denken. In deze stichtelijke overweging sta ik stil bij één fascinerende zin uit onze inzending voor het Eurovisie Songfestival 2023, en leid ik er uiteindelijk een hoopvolle conclusie uit af.
Maar stel nu dat ik na verloop van tijd zeg: ‘Ik geloof niet meer dat ik ooit zal sterven’, wat betekent dit dan? In ieder geval dat ik er nooit werkelijk zeker van was. Als iemand namelijk werkelijke zekerheid zou bezitten, dan is hij overtuigd, dat, ondanks alles wat hem overkomen kan, die zaak zal blijven zoals ze is, zelfs al zou hij haar verwerpen, wat hem onmogelijk voorkomt. Wie werkelijk God kent, kan dat later niet ontkennen. Tenzij we dus vaststellen dat een geloof altijd onder voorbehoud is. Maar is dat dan werkelijk geloof? Is dit vergelijkbaar met dat iedere belofte altijd onder voorbehoud is? Heffen we daarmee het hele idee van de belofte niet op?
Ik vermoed echter dat het bedoeld is als een progressief statement, tegen een al te 
‘INKTZWART’, schrijft het AD. ‘Een zwarte dag voor het hele Nederlandse voetbal’, regende het op ESPN de hele avond. ‘Bloed-schandaal in Nederlands bekerduel’, lezen we weer in buitenlandse media.
Laten we beginnen op te houden met de schreeuwerige tendens in de media en bij analisten om dit incident als een ‘inktzwarte avond’ te beschouwen of het als een ‘absoluut dieptepunt’ in het Nederlandse voetbal te typeren.
De hysterische sfeer ontaardt meestal in de roep tot keiharde maatregelen. Nee, snoeiharde maatregelen! Laten we gelijk daarom een van de meest hardnekkige misverstanden benoemen, namelijk dat je met dergelijke maatregelen dit type incidenten kunt uitbannen. Dat gaat nooit gebeuren.
Stadions puilen uit van de moderne technologie en veiligheidsprotocollen zijn al wel 50 maal aangescherpt, discussies al 100 maal gevoerd.

Probleem 4: Overtuiging laat zich niet sturen
Probleem 7: Sympathie komt te voet en gaat te paard
Het centrale gegeven is uiteindelijk, dat hier permanent misbruik wordt gemaakt van iemand die kwetsbaar en oprecht zoekt naar een vorm van liefde, affectie en verbinding. Sid is op zoek naar het esthetische wat het poëtische vuur kan aanwakkeren en werpt zich vol overgave in dat experiment. Wie het Schone begrepen heeft, begrijpt haar aanvankelijke verblindende kracht die zo sensationeel kan zijn dat men er een leven naar lang kan blijven hunkeren. Zoiets probeert Sid hier oprecht te vinden denk ik.
Het merkwaardige verschijnsel dat je het gevoel hebt dat je trots mag zijn op een prestatie die je niet hebt geleverd, is het geheim van de sport en de vraag naar de betekenis van nationale identiteit. En als de Olympische Spelen iets aantonen, dan is het dat nationale identiteit er toe doet.

In deze politieke overweging bespreek ik de drie opvallende kwesties die deze verkiezingen hebben opgeleverd: de winst van D66, het verlies van GroenLinks en de zoektocht naar identiteit.
De slimme herprofilering richting een progressief liberalisme op het gebied van Europa en milieu en minder op het gebied van bestuurlijke vernieuwing, in combinatie met aansprekende lijsttrekkers hebben de partij voorlopig weer op de kaart gezet. Met Rob Jetten was het exact zelfde programma veel minder omarmd. En we moeten hierbij niet onderschatten hoezeer ook aansprekende tegenstanders zoals bijvoorbeeld de PVV of FvD kiezers in de handen van D66 drijft. Voor veel mensen is D66 de redelijke Alma Mater die hen beschermt tegen alles wat uit de rechts conservatieve hoek komt en innig wordt verafschuwd.
Dat ligt bij leenstelsel anders, daar gaat het over een veel grotere groep gedupeerden over een langere periode, waarmee de vijver
In Baudet heeft hij bovendien zijn verkeerde tegenstander gekozen (dergelijke confrontaties zijn miljoenen keren bekeken en staan in schril contrast met alle relevante beleidsmatige inbreng van GroenLinks, waar niets van gedijt bij de gevoelskiezer). Het leverde volgens mij vooral antireclame op evenals de mijns inziens geforceerde hoop op linkse samenwerking met een poster die ook al geen blijk gaf van het merk Jesse, zoals de VVD het merk Mark wel perfect heeft gespeeld.
Het aanstaande kabinet, en hoogstwaarschijnlijk in het bijzonder D66, doet er verstandig aan op te merken dat er een rechts en conservatief sentiment bij veel kiezers leeft. Daar moet je iets mee doen. Hard roepen dat het groener, duurzamer, mondialer en progressiever moet, miskent het verlangen naar lokale en nationale identiteit, de migratiemoeheid en de voor mensen niet weg te moffelen nadelen van de vergroeningsagenda (
Drie Michelinsterren in de culinaire wereld is de mythische barrière waar je je niet zomaar doorheen kookt. 
Het voelt in ieder geval wat ongemakkelijk aan om het imposante gebouw wat De Librije is binnen te treden. Wetende dat hier lang geleden gevangenen water en brood kregen -o ironie-, zitten we straks te midden van deze monumentale voormalige gevangenis kaviaar uit ei te vissen.
Wat ons in ieder geval opviel is dat van alle gerechten de combinatie met de wijn niet de sensatie gaf waar we op hadden gehoopt. Daar hadden we ons extra op gespitst, juist omdat we daar wel al vele ervaringen van hadden. Maar op één enkele combinatie na, waarin de wijn echt een diepere laag aan smaakbeleving met zich meebracht, -een wow- bleef dat bij de overige gerechten uit. En wellicht speelt hier de vloek van het imago mee, wat je vaak hoort: kun je nog wel de juiste verwachtingen hebben? Hoe onbevangen kun je nog genieten van wat je krijgt met het idee dat dit het beste van de wereld is en vrijwel iedereen niets dan lof heeft voor de combinaties? We aten boerderijeend uit Ermelo, hammetjes van Urk, bron forel uit Hattem, Noordzeekreeft en krabsalade en nog een heleboel meer. Ik kan er geen verstandige dingen over zeggen, hier barst gewoon zoals gezegd de taal. Het was in elk geval mooi opgemaakt, creatief, met bijzondere ingrediënten waarvan je niet zou weten waar je het vandaan zou moeten halen -van klaverzuring tot bittercress en Japanse Knotweed. Of dan toch uit Jonnies kruidentuintje.