Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Filosofische kruimels XXVI

Voor de filosofiekalender van het filosofiemagazine, verschenen in 2018 weer 12 originele kruimels van mijn hand. Voor wie ze gemist heeft, er nooit tegenaan is gelopen of gewoon nog eens na wil lezen, hier de teksten integraal. Deel XXVI van XXVIII.

Pasen

‘En als een mens gestorven is, wat blijft er dan nog van hem over dan waardeloosheid? Wie bekreunt zich om een stinkend lijk?’
Thomas a Kempis (+/- 1438). Alleenspraak der ziel.

Thomas a Kempis (1380-1471) is wereldberoemd om zijn aforistische mystiek in De imitatione Christi (De navolging van Christus); volgens kenners na de Bijbel het meest gelezen boek van het Christendom. Thomas a Kempis schreef echter vele wijsgerige verhandelingen, preken, meditaties en biografieën gedurende de 70 jaren dat hij verbleef in het Sint-Agnietenklooster nabij Zwolle. Traditioneel heeft A Kempis veel aandacht voor het lijden van Christus, de armzalige staat van de mensheid en het idee dat slechts navolging van Christus zin geeft aan het troosteloze bestaan. In de lijn met de somberheid van Ecclesiastes overpeinst A Kempis in de toestand van de mens en zichzelf. Het blijkt een aanhoudend gevecht met een zinloos en uitzichtloos einde. In het leven is er van niets wat goed is voldoende. Het leven kreunt van verdriet, afgezonderd als het is van de zin van het zijn.

‘Waar leef ik dus voor? Mezelf ben ik tot last, voor anderen ben ik vervelend’, schrijft A Kempis. De enige troost vindt hij in het idee dat Christus de dood en de zinloosheid overwonnen heeft. In de hoop ook spoedig opgenomen te worden in de hemel, beseft A Kempis echter dat hij die genade niet verdiend heeft. Maar Pasen is de jaarlijkse troostrijke herinnering dat het in ieder geval tot de mogelijkheden behoort. Zelfs voor een monnik die 70 jaar contemplatief heeft geleefd in een kloostercel.

__________

Geniaal krankzinnig

‘Filosofie kan ongemerkt in waanzin overgaan. En omgekeerd: uit momenten van waanzin ontstaat de mooiste filosofie.’
Wouter Kusters (2015). Filosofie van de waanzin. Fundamentele en grensoverschrijdende inzichten.

In Greatness: Who Makes History and Why (1994) presenteert D.K. Simonton een overzicht van grote denkers die waarschijnlijk hebben geleden aan geestesziekte. Kant zou schizofrenie hebben gehad, evenals Nietzsche en Swedenborg. John Stuart Mill, Rousseau en Schopenhauer zouden last gehad hebben van depressiviteit en bipolaire stoornis. Die lijst zou overigens nog eenvoudig kunnen worden aangevuld als we de geschiedenis van de filosofie doorlopen.

Iemand die Simonton niet noemt, maar daarom niet minder tragisch, betreft de Oostenrijks-Amerikaans wiskundige, logicus en filosoof Kurt Gödel (1906-1978). Op zijn vijfentwintigste bewees hij dat er altijd beweringen zullen bestaan die bewezen noch weerlegd kunnen worden, bekend als de onvolledigheidsstelling. Deze stelling had enorme consequenties die het wetenschappelijke en filosofische denken van de 20e eeuw op zijn kop zette.

Geplaagd door geestelijke instabiliteit en ziekte werd Gödel geregeld in psychiatrische klinieken opgenomen. Op het eind van zijn leven verergerde dit tot de ontwikkeling van waanbeelden. Zo was hij ervan overtuigd dat duistere krachten werken van Leibniz wilden ontvreemden. Uiteindelijk was het zijn obsessieve angst om vergiftigd te worden die zijn overlijden bespoedigde. Toen zijn vrouw zes maanden werd opgenomen in een ziekenhuis, kon zij zijn eten niet meer voorproeven. Gödel stopte met eten en woog nog maar 30 kg toen hij stierf.

__________

Taal, taler taalst

‘Er kan ons nog zoveel filosofie, logica of denktucht bijgebracht worden, indien tegelijkertijd de taal verwaarloosd wordt, helpen die lessen niets.’
J.L. Heldring. Als je maar begrijpt wat ik bedoel. In: De taal op zichzelf is niets (1993).

Jérôme Louis Heldring (1917-2013) was bij leven schrijver en denker. Toen hij een jaar voor zijn overlijden stopte met schrijven omdat hem ‘elke inspiratie tot schrijven’ ontbrak, was hij 52 jaar lang columnist voor de NRC geweest. In de rubriek Dezer Dagen ontpopte Heldring zich als een taalrechercheur die slordig en foutief taalgebruik opspoorde en aan de kaak stelde. Het slordig gebruiken van taal is één ding, dat het vaak zijn grondslag heeft in slordig en onlogisch denken een ander.

Onze taal is het onmisbare vehikel voor uitdrukking en ontwikkeling van gedachten. ‘Alles draait om correct taalgebruik, in die zin dat de gebruiker van de taal zijn gedachten zo weet te formuleren dat de toehoorder of lezer zijn betoog kan volgen.’ We moeten niet de fout maken spontaan en creatief taalgebruik te verwarren met begrijpelijk taalgebruik. Iemand die groots is in praatvaardigheid, is nog geen goede spreker. Willen we dus een toekomstige generatie leren denken, dan is filosofieles niet voldoende schrijft Heldring in 1978. Denken begint niet met filosoferen, maar met taalbeheersing. Zonder taaltucht, geen denktucht.

©Veenmedia.nl

Filosofische kruimels XXV

Voor de filosofiekalender van het filosofiemagazine, verschenen in 2018 weer 12 originele kruimels van mijn hand. Voor wie ze gemist heeft, er nooit tegenaan is gelopen of gewoon nog eens na wil lezen, hier de teksten integraal. Deel XXV van XXVIII.

With great power…

‘Is een vrouw moreel of wettelijk verantwoordelijk voor de schade die ze toebrengt aan haar ongeboren kind?’
Case 15: pre-natal injury. In: C. Johnston en P. Bradbury (2016). 100 cases in clinical ethics and law.

De ‘100 cases’-serie is een boekenreeks waarin voor allerlei medische vakgebieden 100  praktische problemen worden besproken. 100 cases in Clinical Ethics and Law is één zo’n boek. De auteurs schetsen relatief laagdrempelig uiteenlopende medisch-ethische problemen, van de vraag ‘Is er bezwaar tegen het vrijwillig verhandelen van organen?’ tot ‘Moet je cosmetische chirurgie bij jonge kinderen willen?’.

In casus 15 wordt het verhaal verteld van de 19-jarige Angela. Angela is zwanger van haar eerste kind, maar blijft ondanks waarschuwingen van professionals stevig alcohol drinken. Haar kind wordt geboren met FAS (Foetaal Alcohol Syndroom), wat gekenmerkt wordt door fysieke en mentale beperking.

Intuïtief voelen we dat een moeder een zwaarwegende morele verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van haar ongeboren kind. Wettelijk gezien heeft een ongeboren kind echter nauwelijks rechten, wat het ingewikkeld maakt een roekeloze moeder juridisch verantwoordelijk te houden. In de rechtszaak CP versus First-tier Tribunal uit 2014 stond een moeder terecht vanwege het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan haar ongeboren kind. De moeder werd niet veroordeeld omdat de rechtbank vaststelde dat het ongeboren kind ten tijde van het alcoholmisbruik niet aangemerkt kon worden als een persoon, en er dus ook geen sprake kon zijn van het ‘toebrengen van lichamelijk letsel aan een persoon’, zoals dat juridisch strafbaar is. In ethische zin echter kan er dan nog steeds verwerpelijk zijn gehandeld.

__________

21 februari. Sterfdag Spinoza

De eeuwigheid en het Grafschrift

“Op B.D.S.
Spouw op dit graf. Hier ligt Spinoza. Was zyn leer, Daar ook bedolven! Wrocht die stank geen zielpest meer.”
Carolus Tuinman (1729). Rymlust.

Carolus Tuinman (1659-1728) was een ‘onverdraagzame’ gereformeerde Middelburgse predikant. Opgegroeid in Maastricht, een hekel ontwikkeld tegen rooms-katholieken en met een bijzondere voorliefde voor Nederlandse taal en vlotte rijmelarij, was hij populair onder het gewone volk. Als aanhanger van de leer van Gisbertus Voetius (1589-1676) trok Tuinman in vele werken fel van leer tegen zogenaamde vrijgeesten die het waagden te rommelen met het godsbegrip. Geschriften als De heillooze Gruwelleere der Vrygeesten (1714) of De Liegende en Bedriegende Vrygeest (1715) laten weinig te raden over. Ook Spinoza (1632-1677) moest het als vrijdenker geregeld ontgelden. In Rymlust, wat vlak na het overlijden van Tuinman verscheen in 1729, treffen we het beruchte grafschrift aan wat Tuinman aan Spinoza weidde, nadat hij eerder in het boek nog schrijft dat de hel met Spinoza nooit eerder een snoder monster voor de dag heeft doen komen.

Het heeft niet gebaat de ontwikkeling van het vrije, tolerante denken tegen te houden. De filosofie van Spinoza is tot de dag van vandaag wereldwijd springlevend, waar Carolus Tuinman hooguit per toeval opduikt. Postume wraak; al zou Spinoza een grafschrift voor Tuinman hebben geschreven, dan was het vast een stuk minder veroordelend en heel wat verdraagzamer geweest.

__________

Allemaal in hetzelfde schuitje

“Figuurlijk gesproken, kan elke rijke natie worden gezien als een reddingsboot vol relatief rijke mensen. In de oceaan buiten elke reddingsboot zwemmen de armen van de wereld, die graag in de boot willen, of op zijn minst een deel van de rijkdom. Wat moeten de passagiers in de reddingsboot doen?”
Garrett Hardin (1968). The Tragedy of the Commons. In: Science 162 (3859): 1243–1248.

Filosofen zijn dol op metaforen. Plato vond het gebruik van metaforen zelfs noodzakelijk om ingewikkelde filosofische uiteenzettingen toegankelijk te maken voor het volk. Zijn beroemdste metafoor is ongetwijfeld die van de Grot, waar geketende mensen naar schaduwen zitten te kijken. Maar welke metafoor is eigenlijk de beste om de wereld te beschrijven? Volgens ecoloog en ethicus Garrett Hardin (1915-2003) is het in ieder geval onjuist om de wereld voor te stellen als een ‘global village’ of nog erger als een ‘ruimteschip’, zoals A.E. Stevenson II (1900-1965) had gedaan tijdens een speech voor de Economische en Sociale Raad van de VN (9 juli 1965). Volgens Stevenson II reizen we allemaal samen als passagiers op een klein ruimteschip door een oneindige ruimte, afhankelijk van kwetsbare voorraden lucht en grond. We zijn allemaal afhankelijk voor onze veiligheid van zijn veiligheid en vrede; enkel beschermd tegen vernietiging door de zorg, de aandacht en zelfs de liefde die we ons kwetsbare ruimtevaartuig geven. Hardin bestrijdt dat. Metaforen die de aarde als ‘gemeenschap’ voorstellen houden geen rekening met het feit dat er privaat eigendom bestaat. Rijke landen zijn bovendien nooit rijk genoeg om alle armen binnenboord te halen.  Zouden ze dat wel proberen, is iedereen slechter af: de boot zou zinken. Blijft de vraag van Hardin: hoe verhouden we ons tot de drenkelingen?

©Veenmedia.nl

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2019 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"