Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Het technologische gif, het einde van het lezen

Onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de leesvaardigheid en het leesplezier van Nederlandse scholieren is afgenomen. Bijna een kwart van de tieners leest niet goed genoeg om teksten écht te begrijpen. De leesprestaties dalen ook nog eens een stuk harder dan van jongeren in andere landen. ‘Ze vinden er bovendien geen bal aan om te lezen.’

De onderzoekers hebben niet geanalyseerd waardoor het lezen zo achteruit is gegaan. ‘Verklaringen zijn nu echt gissen’, klinkt het stomverbaasd.

Laat ik dan maar een voorschot nemen op alle dure onderzoeken die hieruit nog mogen volgen.

Wie zich zoals ik in een dagelijkse en langdurige positie bevindt van observatie en daarbij een analyse maakt van het gebruik van de openbare ruimten, ontkomt er niet aan om de volgende conclusies te maken inclusief de daaruit voortvloeiende gevolgtrekkingen.

Neem bijvoorbeeld de trein. Wie enkele weken de moeite neemt om daar de heterogene samengebalde menigte te observeren, ziet voornamelijk licht voorover gebogen mensen turen naar een mobiel schermpje. Opvallend vaak merk ik een lelijk fronsje op, alsof er nog sprake zou zijn van enige ernst! Dat mobiele apparaat van deze mensen komt mij voor als hun meest kostbare bezit, aangezien het ook wanneer het verder geen enkele functie lijkt te hebben stevig wordt vastgehouden. Ja vastgeklemd is het in de handjes. Alsof het ieder moment verloren zou kunnen gaan en men dan zelf verloren is.

Het is mij opgevallen dat ik kwartieren lang kan staren naar het gezicht van de ander, zonder dat mijn oogcontact ook maar wordt opgemerkt. In deze openbare ruimte is er sprake van nagenoeg totale afzondering, waarbij de aandacht volledig is gericht op hetgeen zich afspeelt tussen lucht en leegte. Oren dicht en ogen strak vooruit.

Want de kennelijke aantrekkelijkheid van het apparaat moet schuilen in vele zaken, maar van die vele zaken is het in ieder geval nooit de rust of de diepte. Nee, het is juist het tegenovergestelde: directe bevrediging, direct vermaak, directe afzondering. En daar zit precies de hele crux van de achteruitgang van de leesvaardigheid en het plezier van het lezen van een boek. Wie een boek ter hand neemt, beloont zichzelf pas na vele pagina’s, na vele hoofdstukken. Dan is er de blijdschap, krijgt de verwondering echte kans, ziet men de samenhang en kan men over zichzelf nadenken. Pas na vele boeken kan men werkelijk stilstaan, vergelijken, nadrukkelijk overwegen.

Maar we zijn aanbeland in een individualistische postmoderne beeldcultuur die stoelt op klassieke conditionering en instant bevrediging, waarbij het langere complexere verhaal of gedicht, waarvoor rust en geduld nodig is, ten grave is gedragen. Het directe bevredigende platte vermaak is in vele gevallen de enige en rechtstreekse oorzaak van de permanente onrust die ontstaat wanneer dit vermaak moet worden opgeschort voor het behoedzame en het bedachtzame. Het zijn de afkickverschijnselen van een junk die we zien, wanneer iemand een boek ter hand moet nemen.

En dit begint al in de jongste jaren, waarbij de verslaafde ouders zonder direct zichtbare grote gevolgen –dat is het venijnige- het kind rustig houden met beeld, beeld en nog meer beeld. En niet veel later wordt dat beeld ‘interactief’ (het meest passieve actieve wat er maar is) en leert een kind zich te haasten, want het ‘interactieve’ gaat nooit snel genoeg en het kan altijd sneller. Het moet sneller, het moet vlotter. Zoals een verwend kind het ene cadeau nog niet heeft uitgepakt of al begint te scheuren aan het andere zonder zich te bekommeren om de inhoud of stil te staan bij dat wat er is, en wat het betekent dat het er is.

‘Hoe vele mensen leven voort in jagende activiteit en kunnen niet, zonder in verveling te vervallen, één uur met zichzelf alleen zijn! Verveling zou niet bestaan, als de gedachten van de mens niet van nature droefgeestig waren’, zegt Pascal. En daarin heeft hij gelijk. De rust is zo onverdraaglijk geworden en het antwoord daarop ligt iedere dag weer in de hand. Vis animai/ Conturbatur, … et divisa seorsum/ Disjectatur, eodem illo distracta veneno! Mensen moeten leren zich te vervelen. Mensen moeten leren alleen te kunnen zijn en tot ontdekking komen dat ze aan zichzelf genoeg kunnen hebben met een rijk geestesleven. Ach, lees Viktor Frankl! Lees!

Oplossing? Alleen als de hele individualistische beeldcultuur van de directe bevrediging bezwijkt onder haar eigen dolle oppervlakkigheid, pas dan kan er op die puinhopen weer worden gebouwd. Maar ik geloof niet dat in mijn generatie deze cultuur bezwijkt. Het technologische gif waaraan zovelen zich hebben overgegeven is nog te krachtig in zijn aantrekkelijkheid om de paradox te slechten: het gif wordt enkel doorgegeven. Ach onderzoeker, onderzoek het maar, wat denk je toch te vinden?

Natuurlijk zien we al jaren tandeloze doktoren krachteloze medicijnen voorschrijven. Het mag niet in de auto, je mag het niet meer op de fiets. In het restaurant willen we het niet meer of pas op tijdens een concert of voorstelling! De Fransen hebben zelfs symbolisch geprobeerd om het uit de schoollokalen te weren, maar daar lacht de docent om die zelf niet meer zonder zijn schermpje kan om dan halverwege zijn les plotseling iets ‘interactiefs’ te doen. Maak het maar op jullie telefoon! Zoek het daar maar op! En het lokaal wordt verlicht en de geest wordt donker; van de 30 mensen zoekt er één daadwerkelijk iets op, de rest doolt richting het vermaak en de zoektocht naar bevestiging.

Dit alles wordt door zo weinigen zo gezien, omdat simpelweg het merendeel precies deze door mij waargenomen symptomen vertoont. Ik zag het 15 jaar geleden en ik zie het nu 15 jaar erger. De dystopische en fatalistische toon van dit stuk heb ik nergens zwaarder aangezet dan nodig. Want wie nog zonder kan, kan zich niet anders dan getergd verschrikt en geërgerd verbazen, over hoe we hele generaties zover hebben gekregen dat ze volledig afhankelijk zijn geworden van één zielloos apparaat en diens permanente mogelijkheid om het denken te vertragen en tot stilstand te brengen, met als gevolg een afkeer van alles wat het weer in beweging probeert te krijgen. Zoals het lezen.

Maar genoeg! genoeg! Ik houd het niet meer uit. Slechte lucht! Slechte lucht! Deze technologische werkplaats waarin men dode idealen fabriceert – ik vind het er stinken van de leegte! Wie opent toch het raam!

________

Lees ook als je het niet te lang is:
https://www.stephanwetzels.nl/de-stuitende-hypocrysie-van-mobielloze-zondag/

Lees ook een richtinggevende oplossing:
https://www.linkedin.com/pulse/er-geen-makkelijk-antwoord-op-de-teleurstellende-mbt-lezen-luc-koning/

De Nashville-verklaring als volkomen mislukte cultuurkritiek

De Nashville-verklaring als volkomen mislukte cultuurkritiek


Voor wie aangeslagen is op de Nashville-verklaring, ter geruststelling: de opwinding zal even snel luwen als dat ze gekomen is. En voor wie nog verbaasd kan zijn dat een dergelijke verklaring überhaupt enige opwinding biedt, die ontgaat de aloude zekerheid dat de combinatie van “christen” en “homo” garant staat voor massale hyperventilatie en misinterpretatie.

Maar voor wie er nog iets over wil zeggen, is er ook de teleurstelling: nog voor de gedachten weloverwogen zijn gevormd, zijn deze al bedolven onder de allesverzengende onpersoonlijke anonieme collectiviteit van de middelmatigheid, die Heidegger zo mooi Das Man noemde. En nog voordat er een uitleg gegeven is aan bepaalde opvattingen, is er al het Grote Gelijk van de regenboog overheen getrokken.

En nog voordat de gedachten op papier een weg hebben kunnen vinden, is het nadenken al een onderwerp van mogelijke criminalisering geworden. Zoals alles waarover Das Man schreeuwt voor de vorm serieus moet worden genomen.

De dictatuur van de nietszeggende mening van een ieder overschreeuwt de alleszeggende mening van de enkeling. Dat is de paradox, en dat is de tijd…

Maar al die zo vermoeiend voorspelbare mechanismen buiten beschouwing gelaten, geef ik hier een even korte als eenvoudige invulling van hoe we zouden moeten kijken naar de Nashville-verklaring.

De Nashville-verklaring is namelijk een terechte, maar volkomen mislukte cultuurkritiek.
Ze is mislukt omdat ze op de eerste plaats de elementaire wetten van de hedendaagse tijd niet begrijpt. Dat betekent in de kern dat een conservatief standpunt niet op een conservatieve manier moet worden gepredikt. Zoals ik boven al heb aangegeven zijn de mechanismen van de medialogica onverbiddelijk en mag je verwachten dat de verklaring zoals ze is opgesteld vrijwel niets van waarde voortbrengt. Immers wie een dergelijke opvatting is toegedaan, heeft deze verklaring niet nodig en wie deze opvatting niet is toegedaan zal door deze verklaring deze mening nooit overnemen. Want niet alleen de vorm deugt niet, de inhoud mist de noodzakelijke filosofische grondslag die deze tijdsgeest zo hard nodig heeft. Een louter beroep op Bijbelteksten is krachteloos, zinloos en vermoeit zichzelf bovendien met de eindeloze speculatie over de interpretatie en de context die al zo oud is sinds Philo van Alexandrië er opvattingen over schreef.

In de verklaring ontbreekt het aan wat ik noem een filosofisch christendom, zoals John Henry Newman, Søren Kierkegaard en G.K. Chesterton in hun tijd met de juiste intellectuele kracht de vloer aanveegden met alle ziekten van de secularisering en het richting de totale vertwijfeling leidende postmodernisme, dat zo vilein is dat het de vertwijfeling zelf weet te maskeren door de maakbaarheid van de mens te idealiseren en de consumptiezucht te maximaliseren.

Ik heb stellig de indruk dat de Nashville-verklaring een ongelukkige, ondoordachte en onbeholpen poging is om als antwoord te dienen tegen een hele reële diagnose. De cultuurkritische diagnose namelijk dat er een drammerige en nietsontziende progressieve beweging gaande is waarbij alles van vroeger als waardeloos of als kwaad wordt bestempeld, en waarbij ieder tegengeluid door schier onbeheersbare krachten onmiddellijk wordt vernietigd.

De cultuurkritische diagnose dat de gebrokenheid van het gezin, de tomeloze seksualisering en eindeloze perversiteiten die als gewoon en voor iedereen toegankelijk moeten worden gezien, beschaving en gezondheid bedreigen.

De cultuurkritische diagnose die erop wijst dat zingeving synoniem is geworden aan individualistisch genieten, en er een cultuur is gecreëerd van hersenloze eenvormigheid en verstikkend conformisme zoals dat al door Theodor W. Adorno en Karl Jaspers is vastgesteld toen de emancipatiebeweging in de jaren 70 van de vorige eeuw alle kinderen met het badwater nog moest weggooien.

Dat sekse en seksualiteit als rode draad door de verklaring lopen en dat door de stelligheid over homoseksualiteit de stelligheid tegen ook de heteroseksuele zondigheid volledig ondersneeuwt, kan niet verhullen dat de bovenstaande diagnose een reëel, concreet, helder en zorgwekkend beeld geeft. Dat identiteit niet ligt in onze seksualiteit zoals deze postmoderne tijd doet voorkomen, is een waarheid die een krachtige verdediging verdient. Dat zingeving en identiteit eerder ligt in onze verhouding tot Christus, is een zaak die aan de orde komt wanneer er allereerst voldoende rust is gecreëerd voor een gelijkwaardige discussie. De Nashville-verklaring slaat op dat vlak de plank kinderlijk naïef mis zoals ik heb vastgesteld.

Wat christenen dus moeten doen, is niet aangeslagen zijn over de ogenschijnlijk eenzijdige benadering waarop het enkelvoudig goed is om intimiteit te beleven, maar eerder een weg zoeken naar de wijze waarop conservatieve grondbeginselen wel op een krachtige en zinvolle manier kunnen worden uitgedragen.

Christenen moeten hun tijd niet verdoen door de strijd aan te gaan met hun dominee of zich afvragen of ze de kerk moeten verlaten om nog verder van de Eenheid af te dwalen. Nee christenen moeten op zoek naar wat het persoonlijk werkelijk betekent om onderscheidend christen te zijn en welke conservatieve uitgangspunten daarbij een plaats hebben als ideaal en niet als dwangmiddel, zonder dat ze daarbij ook wel terecht kunnen bij Plato, Aristoteles, Seneca, Cicero, Montaigne enzovoorts.

Want het christendom heeft in essentie een aantal bijzondere fundamentele conservatieve grondslagen die het waard zijn om verdedigd te worden als ideaal -van gezin tot gemeenschap-, zonder dat dit betekent dat het een verboden onderscheid maakt tussen mensen, juist om de reden die ik net gaf: het ideaal moet verdedigd worden, maar het moet niet als dwangmiddel gehanteerd. Dat geeft de hele zijdelingse discussie over transgenders, homoseksuelen en wat meer is (merk op dat ‘en wat meer is’ al als een oordeel gelezen kan worden!) een veel sterker daglicht.

Hoezeer deze met lucht en leegte omgeven discussie ook spoedig weer zal verdwijnen en zal ontsnappen aan de massale aandacht, kun je er gerust op zijn dat ze vroeger of later als een duveltje uit een doosje weer de kop opsteekt. En laat ik dan hopen dat er wel gestreden wordt met verstand, redelijkheid en lef. En misschien zelfs nog wel met een vleugje ironie, wat zo erg wordt gemist! Want als ik met vrij naar Chesterton mag eindigen, het lijkt wel dat omdat seksualiteit van nature zo gezond is, we er allemaal krankzinnig van kunnen worden…

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2020 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"