Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Saskia Noort en abortus: van de regen in de drup

Dat het abortusdebat over het algemeen gekaapt en beheerst wordt door extremisten, wekt voor mij geen verbazing meer. Het zijn de simpele logische wetten van de media. Het zoveelste exemplarische voorbeeld treffen we nu weer aan in het Algemeen Dagblad. Hier voegt Saskia Noort, een romanschrijfster die een podium heeft gekregen om zich druk te mogen maken over allerlei maatschappelijke kwesties, een nieuw dieptepunt toe. In haar verhaaltje getiteld ‘Pik, bemoei je niet met abortus’ (AD, 3/10/2020**), weet ze het complexe abortusvraagstuk met enkele pennenstreken terug te brengen tot een feministische karikatuur voor de kudde. Omdat ik blijf geloven dat dit soort extreem versimpelde provocaties weersproken moeten worden of in ieder geval, dat er een genuanceerd alternatief moet worden bepleit, bespreek ik hier enkele opmerkingen van Noort die zij bijdraagt aan het debat.

Dat brengt ons allereerst bij de vraag of ik, als man, überhaupt iets mag zeggen in dit debat. Volgens Noort niet:

‘Ene Frank Bosman, cultuurtheoloog riep op Radio 1 op tot een discussie over abortus, een debat zelfs over de abortuswetgeving, een man nota bene, waar haalt hij het lef vandaan?’

Het woordje ‘ene’ is hier veelzeggend, evenals het ‘nota bene’. Het is een denigrerende manier om iemand als een onbeduidende dwaze speler weg te zetten en hem dientengevolge af te schrijven als serieuze gesprekskandidaat. Maar dat geldt dus voor alle mannen bij Noort. Ze lijkt daarmee te stellen dat morele discussies alleen gevoerd mogen worden door personen die er zelf het lijdend voorwerp van zijn. Dat zou een geheel nieuwe blik werpen op de hele geschiedenis van de ethiek: je mag alleen nog je verstand ergens voor gebruiken als je zelf in staat bent om het mee te maken of hebt meegemaakt. De absurditeit van zo’n stelling behoeft geen nadere toelichting denk ik. Bosmans column pleit op een hele brave manier voor niets meer dan een open gesprek over een complex onderwerp. Zo iemand het liefst monddood zien miskent bovendien paradoxaal genoeg dat een van de recent beste filosofische verhandelingen voor abortus van een man afkomstig is.

Noort vervolgt:

‘Heeft mijn moeder voor niets op de barricades gestaan?’

Studenten Nederlands hebben hier een goede oefening om het type drogredenering te herkennen, want wat heeft een oproep tot een genuanceerd en vrij debat in ’s hemelsnaam te maken met het feit dat haar moeder ooit haar vrije mening heeft geuit? Het lijkt me toch niet dat iemand die op een barricade gaat staan terstond een eeuwig vacuüm creëert waarbinnen er nooit meer iets anders van gedacht mag worden? En voor niets is het ook al niet geweest: al sinds 1984 zoals Noort zelf aangeeft, is er heel veel ruimte gecreëerd voor abortus in noodsituaties, waarmee Nederland tot de progressiefste landen ter wereld behoort.

Wat dan volgt is een parodie op de man en een bespottelijke schets van de vrouw als een schijnbaar hulpeloos slachtoffer zonder enige vorm van vrije wil:

‘Wij vrouwen zorgen al vele decennia voor de anticonceptie, die wij betalen en in ons lijf gooien, met alle bijwerkingen van dien. De eerste single heteroman met condooms op zak moet ik nog tegenkomen en wij single hetero vrouwen kennen allemaal de smoezen van mannen om condoomvrij te kunnen neuken, om nog maar te zwijgen over de keren dat het condoom ineens er zogenaamd per ongeluk was afgeglibberd’.

Het kan in ieder geval niet op wat betreft grove generalisaties en stereotypes. Noort lijkt te leven in een voor mij onherkenbare boze wereld louter gevuld met onverantwoordelijke mannen die zich bedienen van smoesjes waar een vrouw geen antwoord op heeft. Bovendien rommelen deze mannen -keer op keer- ook nog moedwillig (en handig geloof ik) met anticonceptie en zijn zij kennelijk schuldig aan het feit dat een vrouw zich dus moet volstoppen met rotzooi? Ik kan het verkeerd lezen. Het is in ieder geval niet heel helder wat dit te maken heeft met abortus, maar gelet op het feit dat Noort alleen maar dit soort idioten tegenkomt, pleit het wel voor enig medelijden.

Want ze wil wel een debat over abortus namelijk:

‘Ik zou wel een debat willen, maar dan zonder mannelijke egotrippers erbij.’

Nu, als mij één iemand niet voorkomt als een egotripper (volgens Van Dale ‘iem. die een egotrip maakt’) is het Frank Bosman*. De suggestie wordt nu heel even gewekt dat mannen welkom zijn in haar debatwereld, zolang ze maar geen egotrippers zijn. Dat staat dan weer haaks op de titel ‘Pik, bemoei je niet met abortus.’ Duidelijker was wellicht geweest: ‘Mannelijke egotripper, bemoei je niet met abortus.’ Tenzij iedere pik natuurlijk een egotripper is, waar het in deze bijdrage van Noort wel op lijkt. Ik vraag me ook af wat de man eigenlijk meer is dan een pik in de denkwereld van Noort.

Noort wil voorts niet discussiëren over het recht op abortus ‘want die [sic] staat al bijna 40 jaar buiten kijf’. Ik denk juist dat hier een interessant pijnpunt zit welke je niet uit een zinvolle abortusdiscussie kunt slopen. De wijze waarop dit recht namelijk ingevuld wordt is een van de grootste aanjagers van het hele debat denk ik. Ik heb al eerder uitvoerig een aantal feitelijkheden aangedragen die volgens mij dringend aansporen tot reflectie over het recht. Niet over het recht op zich, maar over de wijze waarop het recht wordt gehanteerd en de slippery slope die ermee samenhangt.

Wie bijvoorbeeld Sporkens in de jaren ‘80 medische standaardwerk  Ethiek en gezondheidszorg erop naslaat, begrijpt spoedig hoezeer de abortuswetgeving de bedoeling had om vrouwen de ruimte te geven in gevaarlijke en medische noodsituaties en hoezeer dit vooral niet bedoeld was voor sociale indicaties zoals problemen verwacht bij de opvoeding, geen geld hebben, het geslacht van het kind wat niet aanstaat, etc. (Vgl. 1e en 2e evaluatie WAZ, 2005, 2020). Vanuit het morele principe dat een ongewenst kind om die redenen niet een toekomst zou mogen worden ontnomen (zoals Saskia en ik die voor ons zien), bepleit Sporken diverse alternatieven en wijst tenslotte op de plicht en verantwoordelijkheid van de menselijke samenleving om dit kind te laten ervaren dat zij bereid is het te aanvaarden.

Nu zijn deze argumenten niet per se doorslaggevend. Toch kan het feit dat meer dan 90% van de huidige abortussen een sociale indicatie heeft, waar het dus over kerngezonde kinderen gaat en er geen medische gevaren voor de moeder spelen, niet zonder meer onder het tapijt worden geschoven, maar behoort het een onderdeel te zijn van een serieus, gezond en volledig debat, evenals de door mij al vaker aangehaalde grote abortusrecidive (in de zin van ongewenste herhaling, niet in de zin van misdrijf), die weinig tot helemaal niets met het ‘baas in eigen buik’ meer te maken lijkt te hebben. Maar ik zal dit hier niet nogmaals voor het voetlicht brengen.

Noort wil het wel over andere zaken hebben:

‘(…) waarom anticonceptie niet gratis is, maar abortus wel. Waarom de abortuspil niet door de huisarts kan worden verstrekt, zodat vrouwen niet langs de haag scheldende christenen bij de abortusklinieken hoeven. Waarom de paternalistische bedenktijd nog steeds bestaat, alsof vrouwen impulsief en lukraak tot een abortus besluiten.’

Ze werpt hier terecht een paar interessante stellingen op. Het valt zeker moeilijk uit te leggen waarom anticonceptie niet gratis verstrekt wordt door de overheid en een abortusingreep wel. Voorkomen is beter dan doden zou je cynisch kunnen stellen. Ook de politiek maatschappelijke discussie of de abortuspil bij de huisarts verkrijgbaar zou moeten zijn is een complexe en interessante, maar helaas lukt het Noort ook nu weer niet om afleidende domme generalisaties achterwege te laten. Vrouwen moeten immers ‘langs de haag scheldende christenen’. Die kunnen we dus bij deze ook afschrijven als gesprekspartners, waarmee het de vraag is wie er voor Noort eigenlijk nog wel overblijven als gesprekspartner, buiten vrouwen die het eens zijn met haar.

Tenslotte blijft nog even hangen waarom bedenktijd paternalistisch zou zijn. Of wat er überhaupt tegen bedenktijd is. Het gaat niet ten koste van rechten, maar het doet wel recht aan een immens complexe toestand, waar de ruimte voor zorgvuldige afweging tijd vraagt. Haar opmerking ‘alsof vrouwen impulsief en lukraak tot een abortus besluiten’, sluit niet aan bij de intentie van de bedenktijd en als we toch in extremen willen blijven hangen, ben ik benieuwd wat zij denkt van een vrouw die in Nederland voor de 10e, 11e, 12e en 13e maal bij de abortuskliniek aanklopt. Impulsief en lukraak, dat weet ik niet, maar de suggestie van Noort dat het allemaal over doordachte weloverwogen keuzes gaat, geheel soeverein, is veel te armoedig als standpunt binnen het debat.

Noorts conclusies dragen in kwaliteit feitelijk niks meer bij aan hetgene ze hiervoor al heeft aangedragen:

‘Het abortusrecht is een moreel recht van iedereen met een baarmoeder, en iedereen met een pik dient zich hier niet mee te bemoeien. Het is niet zijn recht, en ook niet zijn ‘kindje’.

Ik heb al vaker betoogd dat men een moreel recht niet moet verwarren met een absoluut recht, één van de eerste lessen die je leert binnen de ethiek. Noort lijkt zich van dit onderscheid niet bewust en ik denk dat ze dit als hetzelfde beschouwt. Moraliteit vereist echter verantwoordelijkheid en with great power comes great responsibility. Dat de man tenslotte ook niet meer mag spreken van zijn kind, past geheel in het beeld dat de man systematisch moet worden uitgesloten en buitengesloten, zodat er een triest en weinig hoopgevend debat nog overblijft als het aan Noort ligt. De miskende pijn en het verdriet van de man echter, zoals die in de beperkte onderzoeken boven water komen, zouden op zijn minst door Noort serieus mogen worden genomen.

Maar het is de vraag vooral hoe serieus we Noort moeten nemen binnen deze complexe thematiek. Noort lijkt mij een zeer intelligente vrouw en een getalenteerd schrijfster, maar dit misbaksel doet denken aan Famke Louise die plotseling ook wat te melden heeft over Covid -volstrekt geen idee hebbende van de complexiteit en de reikwijdte van het debat en zijn deelnemers- en wat uitgekauwde argumenten oplepelt en gelooft daarmee een autoriteit te zijn.

Ik kan me echter niet voorstellen dat Noort bij nadere overweging echt gelukkig is met deze aaneenschakeling van infantiele argumenten en drogredeneringen. Het geeft bovendien teveel ruimte aan de gedachte dat zij als een soort provocatief clowntje misbruikt wordt, of erger nog opzettelijk deze rol vervult, om maar zoveel mogelijk reacties te genereren en de brievenbus van het Algemeen Dagblad vol te krijgen.

Dat is in ieder geval iets wat wel bijzonder zal slagen; het abortusdebat echter schiet met Noort helemaal niets op en ik zou haar willen zeggen ‘stop met die pogingen om zo het debat te controleren en te beheersen.’ Het verdient echt beter.

_____________________________

*Disclaimer: Waar Bosman in zijn schrijven oprecht veinst zich te excuseren voor het feit dat hij ‘een cisgender, heteroseksuele, blanke man met baard (41 jaar) is, zich geheel bewust van al zijn privileges’  peinst de onbeduidende auteur dezes er niet over zich voor deze toevalligheden te verontschuldigen, laat staan te veinzen dat te moeten doen.

**Brontekst, zonder foto ivm copyrights.

Waarom we ons moeten blijven bemoeien met abortus

 

Waarom we ons moeten blijven bemoeien met abortus

Een repliek tegen de minachting voor het leven

De column van Nynke de Jong (afbeelding links) in het Algemeen Dagblad van 5 april 2019 mag met recht een absoluut dieptepunt worden genoemd in de discussie over abortus. In deze bijdrage dien ik haar van repliek, waarbij ik mij verplicht voel om niet alleen te nuanceren maar ook kritisch aan de kaak te stellen tot welke absurde uitwassen haar ondoordachte eenzijdige feministisch fundamentalisme leidt. Namelijk een wegwerpcultuur van kerngezonde kinderen en een systematische ontkenning van verantwoord leven. Ik begrijp dat een columnist bestaat bij de gratie van gezonde ergernis, maar dat betekent niet dat de lezer zich iedere grove generalisatie, ongefundeerde volksmennerij en van enige diepte gespeende opvattingen hoeft te laten welgevallen.

Deze complexe discussie over abortus beleefde zijn zoveelste episode toen nota bene CDA-minister Hugo de Jonge aangaf dat er bufferzones mogen komen voor demonstranten bij abortusklinieken omdat deze agressief zouden zijn jegens kwetsbare vrouwen die van plan zijn hun ongeboren kind weg te laten halen. Een opvatting van de minister die vooral gestoeld lijkt op een eenzijdig van horen zeggen, maar dat terzijde. Wat deze Nynke de Jong echter in haar schrijven doet is nog veel zorgwekkender.

De Jong begint met de opvatting dat volgens haar ‘weinig dingen zo ongepast en intimiderend voelen als baarmoederbemoeienis’. Baarmoederbemoeienis is het zelfverzonnen of van Kirsten van den Hul geleende containerbegrip wat op de een of andere manier gaat over het feit dat mensen opvattingen hebben over of betrokken zijn bij het ongeboren menselijke leven en daarover in gesprek raken. In het geval van De Jong lijkt dat hoe dan ook intimiderend en ongepast, of dat nu gebeurt uit interesse, naïviteit, goede bedoelingen of uit oprechte betrokkenheid.

En volgens haar is met afstand de allerergste baarmoederbemoeienis, die waarbij ‘mensen commentaar hebben op jouw abortus.’ Ik citeer:

Mensen die überhaupt voor jou beslissen dat je geen recht hebt op een abortus. Terwijl ze niks weten over jouw leven. Die jou niet kennen. Maar die dag in dag uit voor de deur van de abortuskliniek staan om zich agressief met jouw baarmoeder te bemoeien.

Hoe kan iemand in vredesnaam beslissen dat een ander ergens geen recht op heeft? Een recht is een juridisch gegeven afdwingbare feitelijkheid. Betrokken zijn bij het ongeboren leven betekent hooguit dat je dit recht liever niet zo zou zien, dat er belangrijke vragen te stellen zijn bij dat recht, of dat je van mening bent dat dit recht volkomen uit de hand is gelopen.

Wat betreft dat laatste: het recht op abortus wat eind jaren 70, begin jaren 80 vorm heeft gekregen in ons land, had zijn oorspronkelijke grond in de ernstige conflictsituatie voor de vrouw, waarbij er geen enkele mogelijkheid meer was om de conflictsituatie op een andere manier tot oplossing te brengen dan door het ongeboren menselijke leven tot stilstand te brengen (vgl. Sporken, P. (1977). Ethiek en gezondheidszorg. Amsterdam: Ambo/Anthos). Het uitvloeisel van deze grond zien we terug in de Wet Afbreking Zwangerschap (1981/1984) waarbij expliciet wordt gesproken van een onontkoombare noodsituatie van de vrouw. Nood dus; wanneer iets absoluut niet anders kan.

Ieder mens met gezond verstand zal een onontkoombare noodsituatie definiëren als waar het leven van de moeder in gevaar is of wanneer het kind is belast met zware al dan niet erfelijke ziekten. De kern van iedere betrokkenheid bij het ongeboren menselijke leven schuilt volgens mij dan ook in het feit dat deze noodsituatie op de meest uiteenlopende manieren wordt gebruikt, terwijl er wel degelijk aan te ontkomen valt. Derde meisje in plaats van een jongetje: noodsituatie. Vriend is weggelopen: noodsituatie. Ik wil nog studeren: noodsituatie. Dit is geen ridiculiseren van de situatie, maar in 91% van alle gevallen de nood (zie jaarrapportage 2017 van de Wet afbreking zwangerschap). Over de afgelopen zeven jaren die ik heb bestudeerd is er telkens in minder dan 10% van de gevallen sprake van een medische noodsituatie.

Terugkomend op De Jongs verdere argumentatie in de aangehaalde alinea. De vreselijke drogreden die toch even benoemd moet worden, dat omdat iemand een ander niet kent of niets weet over de ander, iemand daarom geen opvattingen meer mag hebben. Het zou per direct het einde betekenen van haar als columnist waarin ze de ene na de andere grove generalisatie bezigt over mensen die ze nooit gesproken heeft. Zoals klaarblijkelijk ook over ‘al die mensen’, die ze allemaal niet kent, die allemaal maar agressief zijn en daar als idioten tekeergaan bij de abortuskliniek. Schep een lelijk beeld en projecteer dat op een hele groep: het is een van de meest valse manieren binnen de retoriek.

Hoewel de hele column een dieptepunt is voor iedereen die deze discussie wel serieus neemt, bereikt De Jong de absolute bodem wanneer ze op basis van een verhaal van een Volkskrant-journalist een illustratie probeert te geven over hoe het er bij een abortuskliniek aan toegaat. Ik citeer:

Volkskrant-journalist Marjon Bolwijn stond deze week bij een abortuskliniek in Rotterdam en zag daar hoe demonstranten zich wierpen op de zwangere Fatima, een moeder van vijf die nu al de eindjes aan elkaar moet knopen, en dus zeker het geld niet heeft voor een zesde kind. De demonstranten spraken met haar, gaven haar 30 euro en beloofden dat ze het eerste jaar van het kind zijn of haar luiers zouden betalen. Fatima liet zich ompraten, en kwam niet op de afspraak met de abortusarts.

Het woord “wierpen” staat helemaal niet in het verslag van Bolwijn, maar past bij de vooringenomenheid van deze columnist. Als we even kritisch kijken naar wat we kunnen afleiden uit het verhaal van deze Fatima, dan kunnen we op zijn minst vaststellen dat Artikel 5 lid 2d van de Wet afbreking zwangerschap spectaculair faalt:

dat na afbreking van de zwangerschap een genoegzame nazorg voor de vrouw en de haren beschikbaar is, mede in de vorm van voorlichting over methoden ter voorkoming van ongewenste zwangerschap

Ten overvloede noem ik enkele cijfers uit de jaarrapportage 2017. Verreweg de meeste zwangerschapsafbrekingen vindt plaats bij vrouwen met kinderen. Bijna 25% had voor de tweede keer een abortus. Meer dan twaalf procent (!) had eerder twee of meer zwangerschapsafbrekingen. Ik vind dit de meest schrijnende conclusie die het feminisme van De Jong volkomen ontkent. Het feminisme wat ik voorsta is het feminisme wat zich bekommert om deze absurde cijfers, waarbij het er alle schijn van weg heeft dat de vrouwen in kwestie of volkomen weerloos zijn om zichzelf te beschermen of op geen enkele manier in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen.

Iedere vorm van bemoeienis is hier welkom! Want het beeld van het zielige jonge meisje dat in een absolute noodsituatie verkeert is het beeld waarop graag wordt gebouwd in dit soort columns. Maar het is een belachelijk eenzijdig beeld van de werkelijkheid waarbij vele vrouwen vooral slachtoffer zijn van een gebrek aan feminisme. En je kunt waar de wet faalt je er niet genoeg mee bemoeien.

Terug naar Fatima. We lezen in het verslag van Bolwijn de reden van dit zesde kind: ‘Voor anticonceptie is geen geld en periodieke onthouding blijkt zo veilig niet.’ Ik moest deze zin twee keer lezen. Nee zes keer. Geen geld voor anticonceptie. Dat is de reden voor dit zesde kind. Dat is de reden op grond waarvan er een beroep gedaan wordt op een recht, wat in eerste instantie nooit van kracht had moeten worden.

Goede condooms zijn voor een habbekrats verkrijgbaar, als ze al niet gratis ter beschikking worden gesteld. Ik herhaal: een habbekrats of gratis via verzekeringen of talloze instanties. En ik verwijs weer naar Artikel 5 lid 2d WAZ als we de verantwoordelijkheid van de vrouw (en haar man) geheel of gedeeltelijk willen ontkennen en we klaarblijkelijk een tragedie willen voorkomen in plaats van maskeren.

Wat De Jong tenslotte doet, is het inluiden van haar eigen morele failliet. Dat zijn grote woorden, maar ik daag iedereen uit hetgeen ze schrijft zelf te overwegen en dan tot een andere conclusie te komen. Wanneer namelijk blijkt dat – omdat op zijn minst die nazorg spectaculair heeft gefaald- mensen Fatima aanbieden om haar te helpen zodat haar kind in ieder geval een toekomst voor zich ziet, noemt De Jong dat potentiële menselijke leven ‘een levenslange tragedie’, waarbij klaarblijkelijk 17 jaren lang (levenslang?) het leven wat komen gaat zichzelf moet vervloeken en had moeten wensen er niet te zijn. De Jong weet niets van dit leven, maar speelt schaamteloos voor God en miskent in één pennenstreek de menselijke liefde en veerkracht die ook en juist in (relatieve) armoede een ongelofelijke kracht is, waarbij een zinvol en liefdevol leven absoluut niet is uitgesloten. Maar voor De Jong is een gezond kind hier een wegwerpproduct.

Het is echt te gek voor woorden hoe iemand zo minachtend kan doen over het menselijke leven, in een gezegende samenleving nota bene waarbij er allerlei kansen en mogelijkheden zijn met een schier onuitputtelijke medemenselijkheid en solidariteit. Laat De Jong als ze deze ‘levenslange’ tragedie voor zich ziet, zich anders opwerpen als financieel ondersteuner. Dat is pas feminisme. Ik berichtte haar dat we samen dit kind financieel zouden kunnen ondersteunen, het tragische samen aanvallen, maar niet heel verrassend blijft het stil. De columnist met de reikwijdte van één dag…

Natuurlijk eindigt het verhaaltje clichématig met een veeg uit de pan naar de gelovige medemens:

Ze intimideren vrouwen op het kwetsbaarste moment in hun leven, en ze voelen dat ze dat recht hebben, enkel en alleen omdat ze denken dat hun god abortus afkeurt. Hoe kan het toch dat er mensen zijn die denken dat hún geloof ook van toepassing is op andermans baarmoeder?

Het grappige is dat juist omwille van het geloof  in 99% van alle gevallen mensen in die kwetsbare positie zeer respectvol benaderd worden. Het is een van de fundamenten van het christendom. Maar nee, zij mogen hun geloof niet omzetten in handelen, doch Nynke mag haar geloof wel uitkramen in de krant. Het is de vraag of ze überhaupt voor rede vatbaar is als je de column een aantal malen hebt gelezen, want je bent dus al snel een radicaal in haar ogen als je het niet met haar eens bent.

Maar gesteld dat ze haar tunnelvisie zou kunnen ontstijgen, dan zou De Jong al heel snel ontdekken dat het op sociale gronden vernietigen van een toekomst zoals zij die zelf gelukkig wel voor zich ziet, niet alleen maar gelovige mensen aangaat. Het is een complexe discussie, waarbij letterlijk een mensenleven op het spel staat. De verantwoordelijkheid van de vrouw, de kansen van een mensenleven, de pogingen tot nazorg en begeleiding waar overheid en kliniek faalt, de zogenoemde vrije keuze die gekoppeld is aan technologische voortgang, de voorlichting over alternatieven voor abortus, de vraag naar persoonlijkheid van een kind.

Dat ieder verstandig mens zich daar nog heel lang tegenaan mag bemoeien.

 

Nynke de Jongs triomfantelijke pleidooi om kinderen die in relatieve armoede geboden dreigen te worden, beter maar dood te maken.

Nynke de Jongs schaamteloos triomfantelijke pleidooi om kinderen die in relatieve armoede geboden dreigen te worden, beter maar dood te maken.

– Lees ook mijn langere filosofische verhandeling over de moraliteit van abortus: Judith Jarvis Thomsons-A defense of abortion

– Mijn lezersbrief werd helaas niet geplaatst, wel twee jubelende briefjes van mensen die de column waarschijnlijk niet heel goed hebben gelezen.

Ik weet niet hoe goed mensen de column van Nynke de Jong over abortus hebben gelezen (5/4/2019), maar er staat gewoon dat wanneer je als kind in relatieve armoede dreigt te worden geboren, je beter doodgemaakt kunt worden. Wat een weerzinwekkend verhaal, gepredikt onder de vlag van het absolute gelijk van het feminisme. Ik denk dat ik in het AD nog nooit zoiets afschuwelijks gelezen heb.
Stephan Wetzels
Utrecht

De tragiek van de paradoxale affectie: Hoe de Nederturk slachtoffer is van het Stockholm-syndroom

Het is vrijwel nooit de moeite te schrijven over iets waar iedereen het over heeft. De ondraaglijke lichtheid van de irrationele Turkije-klucht waar heel Nederland vanaf de zijkant hoofdschuddend naar kijkt, is dan ook volstrekt oninteressant om dieper te duiden. Je kunt er donder op zeggen dat er iemand bedreigd wordt, dat er wat boze brieven over en weer in kranten verschijnen en de economische belangen straks alles weer gladstrijken. In een uur tijd was er alles over gezegd en alle naweeën zijn nu als vervelende strontvliegen, waar je wel naar kunt slaan, maar wat ze niet verjaagt.

Deze woorden zijn dan ook slechts en alleen een uitdrukking van zuiver medelijden. Ik ben er namelijk achter gekomen dat verschillende van onze Turkse Nederbroeders lijden aan een variant van het Stockholm-syndroom. Voor wie er nog nooit van gehoord heeft: het Stockholm-syndroom is de psychische reactie die wordt waargenomen bij gegijzelden, waarbij ze tekenen van sympathie, trouw aan of zelfs liefde voor hun gijzelnemer vertonen, ongeacht de waanzin die hen wordt voorgespiegeld. De kern van dit syndroom schuilt er dus in dat er sprake is van een affectie voor iets wat helemaal niet goed voor je is. Het is deze paradoxale affectie waar deze Nederturken onder gebukt gaan.

Het grootste probleem is echter dat ze niet doorhebben dat ze eraan lijden, dat is het tragische ervan. Er is niets erger dan in strijd te handelen met jezelf en het niet in de gaten hebben. Er is niets erger dan een slachtoffer te zijn maar het niet doorhebben dat je een slachtoffer bent. Er is niets waanzinniger dan irrationaliteit te omarmen als de waarheid waar je je leven op stoelt. En dat is precies waarom werelden nu botsen. Blijven wonen in een fascistische bananenrepubliek is absurd. Liefde betuigen aan een land waar je niet bent geboren is irrationeel. Zwaaien met de vlag van een land waar je alleen in de zomervakantie heen gaat naar opa of samen met opa is vreemd. Een man vereren die het land kapot maakt waar je klaarblijkelijk je enige trots aan ontleent is onbegrijpelijk.

En tenslotte nog het gebrek aan inzicht dat de man die je vereert, helemaal niet in jouw belang handelt, maar alleen geïnteresseerd is in zijn eigen machtspositie. Als het nodig is zelfs de internationale orde op het spel zet voor zijn eigen zaak en jouw onbeduidende stem. Een rel die het mogelijk maakt Europa en Nederland als kwade genius af te schilderen en de noodzaak voor een sterke leider urgenter maakt. Hoe schitterend, hoe opzichtig, hoe voorspelbaar! En er dan toch intrappen en niet herkennen dat je jezelf in alle opzichten een groter slachtoffer maakt dan je hoeft te zijn. Dat zijn de meest meelijwekkende patiënten die we ons kunnen voorstellen.

De tragiek van deze paradoxale affectie zit diep. Slechts met hulp van onze langdurige rationele affectie is er een kans op genezing. En in dat bijzondere geval lijkt me niet alleen de patiënt beter af.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2021 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"