Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Argumenten voor verplichte anticonceptie bij ongewenste zwangerschap

Een uiteenzetting voor allen en voor niemand

Wie een bijdrage probeert te leveren aan het abortusvraagstuk, na wil denken over de vraag hoe we komen tot minder van deze tragische ingrepen en welke overwegingen hierbij een rol kunnen spelen, weet zich altijd -voor zover er niet liever over gezwegen wordt- geconfronteerd met de extreme posities binnen dat debat. In het meest banale geval worden argumenten dan afgedaan als dom en idioot of overladen met emoties in plaats van met redenen, en in het beste geval wordt nader overwogen wat de bedoelingen en reikwijdte van de stellingen te betekenen hebben en in hoeverre ze valide zijn.

De extreme posities zijn op zich begrijpelijk, gelet op het morele belang (rechten van de vrouw versus de beschermwaardigheid van het ongeboren menselijke leven). Ook deze posities zullen zich echter uiteindelijk op redelijke gronden moeten beroepen, willen ze niet bezwijken onder irrationeel fundamentalisme of de waas van emoties. Maar juist in de extremiteiten ontbreekt vaak de redelijke grond en het oog voor de complexe werkelijkheid die niet absoluut is.

De extreme positie van het humanisme bijvoorbeeld komt erop neer dat de vrouw ongeacht welke omstandigheid dan ook altijd baas in eigen buik is en hiertoe een onvoorwaardelijk abortusrecht heeft. Hoewel de juridische basis hiervoor helemaal niet bestaat (zie WAZ art. 5), lijkt de praktische gang van zaken hier verdacht veel op.

Tegen deze absolute trekken vertonende praktische grond, schreef ik het opiniërende Contra abortusrecidive. Of: de sterkste aanzet tot nuancering van het abortusrecht. De strekking is dat de recidive in de abortuscijfers een sterke aanleiding vormt om te overwegen dit absolute recht in de praktijk een halt toe te roepen. De recidive toont namelijk wat mij betreft aan dat om baas in eigen buik te zijn, men ook baas buiten eigen buik behoort te zijn.

Het recht is kortom absoluut noch vrijblijvend, zoals dit feitelijk voor alle rechte geldt (Always remember: With great power comes…). De mogelijkheid van verplichte anticonceptie nu, is een van de eerste mogelijkheden die overwogen moet worden binnen recidive, want de ernst van de gesprekken en de nazorg hebben immers niet voorkomen dat 36% van de moeders na enige tijd weer bij de abortuskliniek staat; meer dan 11.000 gevallen zijn dus herhaalde gevallen.

Het probleem nu van de verplichting is dat we direct stuiten op het meest elementaire verzet van de extreme humanistische positie, namelijk die van inbreuk op de autonomie van de vrouw. Ik geloof niet dat er een ander of sterker argument ten grondslag ligt aan het verdedigen van deze positie als men een redelijke grond zoekt.

Ik zal nu dit uitgangspunt aanvallen en de onredelijkheid hiervan aan het licht proberen te brengen.

We moeten allereerst begrijpen dat deze verplichting niet zomaar is. Akkoord, het is niet redelijk om een vrouw te verplichten wanneer zij voor de tweede maal een abortus ondergaat. Tijdsspanne, logistieke en fysieke redenen spelen namelijk mogelijk een belangrijke rol. En laten we ook eens stellen dat deze verplichting niet geldt bij een derde abortus, waarna wederom lange gesprekken volgen, nazorg wordt verleend en de zin van preventie etc. Etc. wordt ingeprent.

Dan zijn er nog steeds een kleine 3000 gevallen waarbij voor de vierde keer ‘dat ongeboren leven wat bescherming verdient volgens de wet’ wordt geaborteerd. Waar moeten we nu de discussie als we abortus willen verminderen überhaupt beginnen? We kunnen geen discussie voeren met mensen die voor zoveel mogelijk abortussen zijn, dus het uitgangspunt is altijd hoe minder, hoe beter. We kunnen ons ook niet echt meer beroepen op de nazorg en de gesprekken, want dat leidt al jaren niet tot spectaculair minder recidive.

Waarom niet anticonceptie verplichten?

De discussie over verplichte anticonceptie wordt al langer gevoerd, maar gaat dan vooral over het verplichten van anticonceptie voor incapabele ouders en ter bescherming van het kind. Bijvoorbeeld waar het gaat om vrouwen die net zolang zwanger worden totdat ze een kind mogen houden. Zo’n maatregel zou dan de bedoeling hebben om moeders met (een combinatie van) zware psychische problemen, een verstandelijke beperking of verslavingen af te houden van een kind waar ze niet voor kunnen zorgen. Daar gaat het hier niet om. Het gaat hier om het voorkomen van ongewenste zwangerschappen, niet van gewenste zwangerschappen.

Ik zet de volgende argumenten op een rij die voor zover ze niet weersproken worden niet anders dan de weg openen om verplichting tot anticonceptie te overwegen.

Argument 1. Rechten van de moeder zijn niet in het geding

Nu wil het geval dat wie het principe van baas in eigen buik hanteert daarbij over het algemeen het belang van de vrouw in ogenschouw heeft. Haar recht op een zekere vrijheid en autonomie over haar lichaam is van eminent belang. Dat wordt met een verplichting niet miskend.

Het blijft namelijk een recht om ouder te mogen worden. De anticonceptie kan relatief eenvoudig worden verwijderd. Bovendien wordt het recht om ouder te kunnen zijn, versterkt omdat de kans op mogelijke schade door abortusingrepen komt te vervallen, wat de kans op kinderen in een later stadium, wanneer er wel een duidelijke kinderwens is, beter maakt.

Argument 2. De ingreep vergroot de autonomie van de vrouw

Autonomie gaat over de zelfbeschikking van een lichaam. Het gaat hier niet om dat iemand gedwongen moet worden om een ongewenste zwangerschap te voldragen of dat iemand gedwongen wordt om abortus te plegen. Dat is een schending van de autonomie en is in alle gevallen niet acceptabel.

Het gaat er hier om dat er geen abortus hoeft te worden gepleegd. Abortus is een hevige ingrijp, met potentieel zowel fysiek, sociaal als emotioneel zeer verstrekkende gevolgen. Het voorkomen van abortus voorkomt dus blootstelling aan fysieke, sociale en emotionele zware lasten en geeft in die zin meer bewegingsruimte, rust en levensvreugde dan wanneer iemand zich onder welke omstandigheden dan ook geconfronteerd ziet met een herhaling aan ongewenste zwangerschappen.

Argument 3. De ingreep kan volledig gratis worden verleend

Kosten zijn nooit de hoofdreden in morele casussen, maar moeten wel worden gewogen. De kosten die gepaard gaan met de abortus en bijbehorende nazorg worden bespaard en kunnen rechtstreeks worden aangewend voor de gratis anticonceptie. De veronderstelling dat de directe en indirecte baten van duizenden abortussen die voorkomen kunnen worden veel hoger zijn dan de kosten voor de verplichte anticonceptie, geven meer ruimte voor medische preventie en nog betere voorlichting en nazorg in eerdere gevallen. Wederom in het belang van de vrouw.

Argument 4. Het plaatsen van anticonceptie is wellicht ingrijpend, maar weegt niet op tegen het ingrijpende van een herhaalde abortus

Ook hier komt het autonomieargument om de hoek kijken. Het zou ingrijpend zijn om anticonceptie te laten plaatsen. In verschillende gevallen zou dit echter tegelijkertijd met de abortus geplaatst kunnen worden, maar evidenter nog, het is vrijwel ondenkbaar hoe het plaatsen van anticonceptie een grotere emotionele impact heeft dan het ondergaan van een abortus.

Argument 5. Je voorkomt iets wat iemand niet kan willen; daar tegen zijn leidt tot een paradox

Wat indien iemand weigert? Dat werpt de vraag op, op welke gronden anticonceptie hier niet in het belang van de vrouw is. In hoeverre is een verplichting uiteindelijk noodzakelijk, zoals in een samenleving talloze verplichtingen dwingend door de wetgever of deskundigen worden voorgeschreven, om daarmee een groter, veel groter kwaad te voorkomen? Natuurlijk wordt iemands vrijheid beperkt wanneer hij een autogordel moet dragen, maar dat is evident in zijn eigen belang.

Kortom, de vraag blijft zich opdringen waarom zo’n evident voordeel überhaupt geweigerd zou worden en waarom een verplichting überhaupt noodzakelijk is.

Is een verplichting dan noodzakelijk wanneer iemand niet zelfstandig in kan zien dat zij een blijvend gevaar voor zichzelf vormt en kennelijk onvoldoende in staat is of door omstandigheden onvoldoende in staat blijkt zich te kunnen beschermen tegen een onontkoombare noodsituatie?

In het geval waar het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) gewag van maakt, waarbij een vrouw voor de 13e keer een abortus heeft onderdaan, moet toch iemand met een gevoelsleven met zijn handen in het haar hebben gezeten en zich hebben afgevraagd waarom geen middel in handen is om deze vrouw tegen zichzelf te beschermen. Waarom moet lijdzaam worden toegezien hoe iemand zo vaak in nood komt te verkeren? Tel eens tot 13 en bedenk bij iedere tel het hele traject.

Het lijkt alsof het feminisme, of het radicaal humanisme niet durft in te zien dat soms vrouwen echt hulp van buitenaf nodig hebben om beter tot hun recht komen, te ontsnappen aan misère, lijden en verdriet. Alsof in de extreme positie er een onwaarschijnlijke overtuiging heerst dat een volwassen vrouw in alle gevallen altijd zelfstandig en op eigen kracht, met een zuiver en helder verstand en met een zelfverantwoordelijke zelfbepaling alles kan overzien. Maar heus: Voorkomen is altijd beter dan aborteren. (Zie Gedachte-experiment B)

Argument 6. Er blijven uitzonderingen mogelijk. De verplichting volgt alleen na een oordeel van een arts.

Een beslissing over abortus wordt niet lichtzinnig genomen, absoluut niet. Dat moet echter ook gelden voor de arts die noodsituaties zelfstandig moet beoordelen. Krachtens de wet heeft hij een bijzondere verantwoordelijkheid en deze verantwoordelijkheid dient zich ook en juist te richten op het belang van de vrouw. In het geval van verplichting moet het altijd in het belang zijn van de vrouw. Daarbij geldt de zorgplicht (het is redelijk te veronderstellen dat zorg voor iemand dragen betekent dat iemand zich niet herhaaldelijk in gevaarlijke noodsituaties begeeft, zie Gedachte-experiment B) en moet terdege rekening worden houden met de aard van de recidive.

Hoewel uitzonderlijk, kan ook bij een vierde maal abortus sprake zijn van omstandigheden die een verplichting niet opportuun maken, zoals bureaucratische, logistieke en fysieke redenen.

Argument 7. Niemand wordt belast met het probleem van het vernietigen van potentieel

Waar de meeste abortusdiscussie zich richt op de waarde van het ongeboren leven, dat uiteraard zijn zeer bijzondere waarde heeft, en er een lang debat loopt op welk moment er sprake is van het vernietigen van kostbaar potentieel, gaat mijn hele argumentatie daar niet over.

Het gaat simpelweg om het voorkomen dat we kostbaar potentieel hoeven te vernietigen, en daarbij ook niet in debat hoeven over hoe kostbaar, hoe ongewenst, hoe erg het zou zijn indien het kind wel geboren zou worden, etc.

Argument 8. We nemen de nood van de vrouw serieus

De wet heeft bij een abortus een noodsituatie voor ogen. Zo hevig dat deze niet op andere wijze kan worden beëindigd dan door het beëindigen van het ongeboren leven. Stellen dat een verplichting ‘drastisch’ is (ergo: abortus te prefereren blijft), miskent daarbij wat het betekent in nood te zijn. De nood (die al sinds 1236 in Nederland wordt begrepen als een ernstige vorm van lijden, gebrek, gevaar, benauwing en angst) serieus nemen, betekent de vrouw serieus nemen.

Voor zover bovenstaande argumenten nog niet voldoende ruimte bieden om de redelijkheid van verplichting te overwegen, eindig ik ook nog met twee gedachte-experimenten. Het is nagenoeg onmogelijk -zover het mijn voorstelling betreft- om de analogie 1:1 te kunnen doen gelden, maar ik meen dat de strekking vergelijkbaar is en eveneens leidt tot een onvermijdelijke instemming met een verplichting tot bescherming van iemand.

Gedachte-experiment A

Veronderstel dat er een man is die graag gaat skiën. Het probleem is echter dat telkens wanneer hij gaat skiën hij een enorm risico loopt zijn been te breken (en zelfs om anderen schade te berokkenen*). Hij is vaak gewaarschuwd, heeft voorlichting gehad over hoe hij het beste veilig kan skiën, maar dat alles heeft maar slechts op korte termijn effect. Na enige tijd bevindt de man zich weer in omstandigheden die een groot risico geven op een gebroken been. En wanneer hij dan zijn been gebroken heeft, moet hij een vervelende operatie ondergaan. Financieel kost het hem niets, maar het valt hem wel iedere keer erg fysiek en emotioneel zwaar.

Op een dag wanneer hij voor de derde keer bij de arts is, zegt deze hem dat er een nieuw, zeer technologisch hoogstaand apparaat op de markt is. Dit apparaat zorgt voor gecontroleerde bewegingen wanneer een gevaarlijke situatie ontstaat, zodat in alle gevallen voorkomen wordt dat de man zijn been breekt. “Vergelijk het met een automatisch remsysteem in een auto, zegt de arts. Het voorkomt niet dat u auto kunt rijden, maar het helpt u wel bij gevaarlijke situaties te voorkomen dat u zichzelf in ongewilde problemen brengt. De bijwerkingen zijn in uw geval minimaal.”

Deze technologie kan gelijktijdig met de operatie aan zijn been worden ingebracht. Dat hoeft nu nog niet, hij mag er vrijwillig voor kiezen, maar ingeval hij een volgende keer weer zijn been zal breken, zegt de arts het technologisch hoogstaand apparaat met de operatie in te brengen.

“Maar”, zegt de man, “over enige tijd wil ik graag trainen voor de Olympische Spelen. Dat brengt met zich mee dat ik zo’n apparaat niet gebruiken kan en daadwerkelijk risicovolle bewegingen wil maken.” “Dat is geen probleem”, zegt de arts, “op het moment dat u serieus wil gaan trainen voor de Olympische Spelen kunnen wij dit apparaat zonder veel gedoe bij u weghalen en kunt u zichzelf aan allerlei gevolgen blootstellen die nu worden voorkomen.”

  • Welke bezwaren kan de man hebben tegen het voorstel van de arts?

* Het idee van de anderen kan worden uitgewerkt en is van waarde indien de waarde van het ongeboren kind wordt meegewogen, hier vormt dat niet de kern.

Gedachte-experiment B

Er is een man die niet zwemmen kan. Het lukt hem gewoon niet. Dat weerhoudt hem er echter om onduidelijke redenen niet van, om te jongleren op de rand van een zwembad*.

Af en toe kukelt hij in het water en schreeuwt om hulp. Hulpdiensten rukken uit om hem uit zijn evidente noodsituatie te bevrijden en te waarschuwen dat hij veel voorzichtiger moet doen. Enige tijd later bevindt hij zich echter weer op de rand van het zwembad. En wederom valt hij in het water en schreeuwt om hulp. De hulpdiensten zijn spoedig ter plekke om hem te helpen op het droge.

Maar helaas, een poos later een gelijke situatie. Zoals verwacht raakt hij de balans kwijt en valt in het water en schreeuwt om hulp. De hulpdiensten rukken uit, helpen de man uit het water en vragen hem uiteindelijk naar wat hem beweegt om te jongleren op de rand van het zwembad, terwijl hij daarbij een zeer groot risico loopt in een situatie terecht te komen die hij nooit kan willen en telkens bovendien een beroep moet doen op hulpdiensten. De man antwoordt dat hij zoveel plezier heeft in het jongleren en het niet kan laten. De arts antwoordt:

“Het plezier willen we u niet ontzeggen en wij willen u gerust uit het water blijven halen en blijven waarschuwen en voorlichten, maar in die tijd dat we u uit het water halen kunnen we ook ander belangrijk werk doen. Nu wil het geval dat we hier een zeer bijzonder middel hebben waardoor u, indien u in het water valt, blijft drijven. Dat middel zou u zelf ook kunnen gebruiken alvorens te jongleren, maar dat is veel minder betrouwbaar dan wanneer wij dit bij u inbrengen.”

“U kunt blijven jongleren en u kunt risicoloos in het water vallen, zonder dat u verdrinkt en zonder dat wij u hoeven te redden. Zoals iemand die aan boord wil van een schip verplicht een zwemvest aan moet, zo zullen wij u wanneer u een volgende keer in het water valt dit middel toedienen.”

  • Welke bezwaren kan de man aanvoeren?
  • Na hoeveel malen in het water vallen zou dit middel overwogen moeten worden?
  • Zou men hem verplichten te leren zwemmen of zou men hem uit de buurt van water willen weren als alternatief? Of is het middel een betere oplossing?

* Het idee van de anderen is van waarde indien de waarde van het ongeboren kind wordt meegewogen, hier vormt dat niet de kern. In geval kan de man bijvoorbeeld andere levende wezens met zijn gedrag ook schaden.


Slotsom
Dit alles brengt me tot de slotsom van een redelijke overweging waarbij de centrale vraag is gesteld welk belang iemand er uiteindelijk bij heeft om zich aan ongewenste risico’s en noodsituaties bloot te blijven stellen en welke (morele) verantwoordelijkheid en mogelijke verplichting hieruit volgt. Welk recht van de vrouw wordt gerespecteerd indien zij herhaaldelijk in nood komt te verkeren? En hoe lang is zo’n situatie te handhaven wanneer men het welzijn van de vrouw als uitgangspunt neemt? Ik zie een verplichting zoals boven met argumenten is onderbouwd als een zeer redelijke manier om juist in het belang van iemands welzijn te handelen. Feministischer en humaner dan dit kan dus eigenlijk niet.

_______________________________

Lees ook:

Judith Jarvis Thomsons A Defense of Abortion: besproken en becommentarieerd

Het recht een zwangere vrouw alcohol te weigeren

Waarom we ons moeten blijven bemoeien met abortus

Medische ethiek in de praktijk: overwegingen voor iedereen

Contra abortusrecidive. Of: de sterkste aanzet tot nuancering van het abortusrecht

Contra abortusrecidive. Contra extreem humanisme.

Lees ook: Het recht een zwangere vrouw alcohol te weigeren

Lees ook: Argumenten voor verplichte anticonceptie bij ongewenste zwangerschap

In het algemene publieke debat is het mij opgevallen dat a priori velen zich scharen achter het recht van de vrije abortus, voornamelijk omdat de tijdsgeest dat lijkt in te geven. Het blijkt echter vaak, al te vaak een opvatting te zijn die niet gestoeld is op een kritische overdenking van dat standpunt. Wanneer er met behulp van enkele eenvoudige feitelijkheden wel een reflectie plaatsvindt, blijkt dat in haast alle gevallen de opvatting tot stand komt dat abortus geen recht is dat absolute, eindeloze geldigheid kan hebben en er veel is aan te merken op het wat ik zal noemen extreem humanisme, dat het debat beheerst.

Dit extreem humanisme predikt de stelling dat abortus onder alle omstandigheden een permanente mogelijkheid moet zijn voor de vrouw. Ik ben er wel eens mee in aanraking gekomen bij organisaties zoals het Humanistisch Verbond, waar een soort blinde irrationele Pavlov-reactie optreedt wanneer het woord ‘abortus’ valt. Alsof het overwegen van relativeringen direct iemands trotse identiteit als humanist vernietigt. Ieder argument of bedenking tegen, of poging tot nuancering tegen abortus onder alle omstandigheden, wordt onmiddellijk verdacht gemaakt of als fundamentalistisch christelijk gelabeld. Meestal voorzien van de verwijten dat bedenkingen over abortus samenhangen met het inperken van de ongebreidelde vrijheid van de vrouw.

Ik zal deze stelling aanvallen. Het is namelijk een persistente denkfout en een vals verwijt dat bedenkingen tegen abortus noodzakelijk samenhangen met christelijk conservatief gedachtegoed of de opzet om de vrijheid van de vrouw in te perken. Het gaat mij erom dat het recht op abortus geen absoluut recht kan zijn en dat er argumenten zijn aan te dragen waaruit blijkt dat dit op zijn minst moet worden overwogen. Er zijn met andere woorden vele gradaties aan te brengen in de strekking van de mogelijkheid tot abortus die mijns inziens worden miskend en genegeerd door extreem humanisten en met hun sterke -ook politieke-  lobby andere opvattingen al te snel in de zwijgspiraal doen belanden.

Dat is ook de reden van dit schrijven; want hoewel de argumenten al vaak zijn weergegeven (hier, hier, hier, hier) bezwijken ze spoedig onder humanistische progressiviteit en blijven herhalingen in verschillende vorm noodzakelijk om de ernst ervan in het oog te houden. Want het is een schandaal binnen de geneeskunde dat er nauwelijks een sterke beweging van abortussen naar beneden is waar te nemen ondanks dat we weten waarom het cijfer zo veel hoger dan ‘noodzakelijk’ ligt.

Uiteraard is het andere uiterste, zoals men dit binnen het christendom kan aantreffen, dat iedere abortus per definitie moord is ook moeilijk verdedigbaar, omdat het ook de complexe realiteit niet goed aanvoelt en in het debat zichzelf met de problemen confronteert dat mensen die openstaan voor nuance door de extreme uitgangspositie afhaken. Ik beweeg echter van het extreem humanisme richting het christendom, en niet vanuit het christendom richting het extreem humanisme.

Ik sprak over ‘enkele feitelijkheden’ in de eerste alinea die aanzet behoren te zijn tot reflectie over het abortusrecht. Het is niet gezegd dat men tot een andere overtuiging komt, maar ik denk dat onderstaande gegevens de belangrijkste aanleiding zijn om dit praktisch vrije recht kritisch te beoordelen.

In februari 2019 verspreidde de Inspectie voor de Gezondheidszorg de cijfers over 2017. In dat jaar ondergingen 30.523 vrouwen in Nederland een abortus. Het is een consistent beeld met voorgaande jaren en ik verwacht ook consistent met de jaren die hierop zijn gevolgd en waarvan we de cijfers pas over enige tijd kennen.

Gemiddeld meer dan 80 ongeboren kinderen per dag worden dus op basis van het abortusrecht de mogelijkheid op een eigen leven en ontwikkeling ontnomen. Dit klinkt wellicht wat hard, maar het sluit aan bij wat binnen de ethische literatuur als het meest sterke argument tegen abortus wordt beschouwd, namelijk dat het hier gaat om het vernietigen van potentie; al sinds Aristoteles de basis van al het leven, namelijk dat het tot zijn recht behoort te komen. Vergelijkbaar zeg maar, met hoe u en ik dagelijks tot ons recht komen en verwezenlijken wat in ons mogelijk is. Dit argument zal ik niet verder uitwerken, maar voor een nadere toelichting verwijs ik naar mijn lange verhandeling Judith Jarvis Thomsons A Defense of Abortion: besproken en becommentarieerd. Dat is een uitstekende inleiding voor iedereen die op zoek is naar genuanceerde filosofische uitgangspunten en handreikingen, zij het wel 30 pagina’s lang.

Nee, wat ik hier nader onder de aandacht wil brengen is de samenstelling van deze cijfers die tot nadenken moeten stemmen.

Van de jaarlijks meer dan 30.000 zwangerschappen namelijk is gemiddeld meer dan 1/3e niet voor het eerst. Sterker nog, ongeveer 9% komt voor de vierde keer. Dan hebben we het over meer dan 2700 gevallen. 3% voor de vijfde keer, wat nog altijd meer dan 1000 gevallen is, twee à drie gevallen per dag. En ja, er wordt ook melding gemaakt van een enkeling die voor de 13e keer gebruik maakt van haar recht om abortus te mogen plegen als we de studie van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) er op na slaan.

Als we het -vaak vergeten- letterlijke recht op abortus in herinnering nemen, dan moeten we dat zo begrijpen dat de wet onder voorwaarden en beperkingen de strafbaarheid van abortus opheft.

‘Zij biedt daarmee een zekere ruimte voor hulp aan vrouwen die als gevolg van ongewenste zwangerschap in een noodsituatie verkeren, en wel met inachtneming van de beschermwaardigheid van ongeboren menselijk leven.’

Wat betekent u nu ‘een zekere ruimte’ als deze in de praktijk tot een absoluut niveau van 13 maal mogelijk blijkt?  Hoe is het is vol te houden dat iemand 13 maal in een noodsituatie kan komen te verkeren zonder dat de wet de mogelijkheid biedt om in te grijpen? Of dat ze zegt in te grijpen (ongeboren leven verdient immers bescherming), maar feitelijk tandeloos is. Je zou ook met een humanistische kwinkslag kunnen zeggen dat het volstrekt inhumaan is en vanuit moreel oogpunt onacceptabel om iemand 13 maal in een noodsituatie terecht te laten komen. Al is het wat mij betreft al inhumaan wanneer iemand voor een derde maal in een noodsituatie terecht komt: dat moet je iemand niet aan willen doen.

Hierbij merk ik maar ten overvloede op dat bij vrijwel al deze recidivisten (in de zin van herhaling, niet in de zin van strafbaar) er geen sprake is van een medische noodsituatie, zoals bijvoorbeeld een kind wat belast is met het syndroom van Down of trisomie 18. De moeilijkheid die samenhangt met de beslissing om zo’n kind geboren te laten worden of te laten sterven, is van zulke proporties dat mijn denken zich daar niet over kan uitspreken, maar ik kan begrijpen dat iemand dit als een ondraaglijke situatie beschouwd en dus in nood verkeert. Maar daar gaat het hier juist niet om. Velen kunnen begrijpen dat het recht op abortus in geval van medische nood bij het kind of de moeder een eerlijk recht is, maar het probleem zit in het feit dat dit recht zo ruim wordt opgevat dat in de praktijk vrijwel alles als noodsituatie geldt en onder alle omstandigheden, en zoals we zagen tot zelfs een 13e maal, gebruik kan worden gemaakt van dit recht. Dat lijkt anders dan de intentie die de wet suggereert een absoluut recht.

Mijn vraag is dus tenslotte hoe we als we deze cijfers overdenken zouden kunnen blijven volhouden dat het gebruikmaken van het recht op abortus een handeling vanuit vrijheid betekent. Welke vrijheid schuilt er in een Britse tiener die voor een zesde maal abortus laat plegen? Welke autonomie wordt hier precies uitgeoefend?

Het lijkt er meer op dat de wetgeving eerder aanzet tot of ruimte biedt voor onverantwoord(elijk) gedrag, daarbij juist een beperkte vrijheid van de vrouw in stand houdt en bovendien het probleem van het vernietigen van gezond potentieel aanwakkert. Want ik geloof niet dat de meeste redelijke mensen de opvatting hebben dat ongeboren leven er in het geheel niet toe doet en van geen enkele significante waarde is. Natuurlijk, wie deze mening is toegedaan, die hoeft zich verder nergens druk over te maken, kan zelfs in zijn progressieve bui infanticide overwegen en moeten we verder maar met rust laten, maar het spanningsveld zit juist in de balans tussen enerzijds de vrijheid die de vrouw moet hebben in haar zelfbeschikkingsrecht en anderzijds de waarde van het menselijke potentieel.

Als uit de praktijk kennelijk blijkt dat de beschermwaardigheid van ongeboren menselijk leven het onderspit delft tegen een recht wat tot 13 keer mag en kan worden uitgeoefend, dan behoort een wetgever krachtens haar eigen intenties op te treden. Ik geloof dat de publieke opinie met de kennis van deze feiten zich weinig anders dan kan bewegen richting een halt tegen zulke vergaand misbruik van het recht. Ik noem het hier misbruik, omdat de wet helemaal nooit bedoeld is om als een gratis anticonceptivum te dienen.

In acht genomen de tragiek die zonder twijfel achter abortusrecidive schuilgaat, moet desondanks niet worden vergeten dat van de 95% van de vrouwen die een abortuskliniek met anticonceptie verlaat, na enige tijd nog maar 30% de verantwoordelijkheid hiertoe neemt. Dan neemt men dus feitelijk willens en weten een risico op datgene wat volgens de wet beschermwaardig is. Hoe is dan vol te houden dat het recht nog steeds geldt voor vrouwen die op deze wijze een risico nemen op een kind wat -bij herhaling- niet gewenst is?

Over oplossingen kom ik hier niet uitvoerig te spreken, het gaat mij immers om de noodzaak tot verschuiving van opinie en de nodige nuancering. Oplossingen zouden ongetwijfeld moeten worden gezocht in verplichte (gratis) anticonceptie na twee abortussen, verplichte educatie -met partner indien present- met certificaten, een rem op de ongebreidelde zorgkostenvergoeding van abortus,  of een strafrechtelijk verbod op abortus na twee uitgeoefende noodsituaties (het kwetsbare leven verdient immers bescherming volgens de wet).

Die laatste twee zullen wellicht wat al te rigoureus worden bevonden, maar het is te overwegen dat bij recidive van 3 of meerdere malen verplicht een IUD wordt ingebracht. Ieder recht krachtens de wet kent een verantwoordelijkheid. De vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt, de vrijheid van betoog is niet onbegrensd, etc. Daar waar men de verantwoordelijkheid kennelijk niet kan dragen, is het niet onredelijk dat iemand tegen zichzelf (en de omgeving) beschermd wordt, juist in diens eigen belang. Abortus kan nooit in iemands belang zijn, dus als je dat recht een aantal malen vrij hebt uitgeoefend terwijl het duidelijk een ongewenste noodsituatie is, is het niet zo onredelijk dat een wetgever je op enig moment dwingend helpt en je uit die ongewenste situatie plaatst.

De heftigheid van zo’n ingreep moet zeker worden overwogen, maar kan niet opwegen tegen de traumatische en vernederende toestand waarin er een ongeboren leven uit je wordt weggehaald voor de 4e, 5e keer etc..  Bovendien, een vrouw kan dan niet meer ongewenst zwanger worden en zichzelf niet meer in noodsituaties brengen die tot gevolg hebben dat een menselijk leven tot stilstand moet worden gebracht. Maar wanneer zij in haar overweging en binnen haar relatie wel een kind wenst, kan zij gewoon binnen afzienbare tijd na verwijdering weer zwanger worden. Deze verplichting zou dus jaarlijks gemiddeld meer dan 3000 abortussen schelen en miljoenen aan zorg besparen, inclusief de traumatische ervaring van de vrouw en de nazorg. En wat er niet is hoeft niet te worden gedood.

Bovenstaande is de eerste en mijns inziens enige juiste aanzet in het debat over de weg naar minder abortussen. Instanties die zich tegen abortus richten zouden veel meer hierbij moeten beginnen omdat de publieke opinie hierbij als eerste aansluit en dus meer druk genereert dan te beginnen bij de strekking dat abortus moord is bijvoorbeeld. Dat in een volgend argument feitelijk alle sociale noodsituaties als onvoldoende grond zouden kunnen worden aangemerkt om als noodsituatie (zo’n 90% van het totaal) te mogen fungeren is een zaak voor latere en verdere overweging, maar ik ben ervan overtuigd dat er maar weinigen zijn, die met deze kennis van zaken zullen blijven volhouden dat het abortusrecht zoals het nu wordt uitgeoefend recht doet.  

______________________________________________________________________________

Leestip: lees een artikel uit 1976 van Paul Schnabel over abortusrecidive  en vergelijk dat met de huidige stand van zaken.

 

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2020 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"