Stephan Wetzels
Denken en Zijn

In gevecht voor een kus van Annemiek van Vleuten. Part II

Iets meer dan een jaar geleden begon ik te dromen van een kus van Annemiek van Vleuten. Het bleek dat zij op mijn vaste trainingstraject een 16.7 km lang segment langs de Waalbandijk in een pr. van 24.12 had afgelegd. Dat is 41.4 gemiddeld. Het werd mijn belangrijkste levensdoel om op dat stuk sneller te zijn dan Annemiek. En zo schreef ik, had ik ‘me vooral het doel gesteld om indruk te maken op Annemiek. Als ik het ooit nog haal is ze vast trots op me. En stiekem, om mezelf te motiveren denk ik dan dat ik wel een kus van haar verdiend zou hebben als het me lukt.’

Daar is niets van gelogen. Sinds die tijd heb ik dat segment meer dan 40x gefietst. Maar slechts een paar keer waren de omstandigheden gunstig genoeg om er alles uit te trekken, en dat mislukte dan. 39.8 met een bpm van 169. 40.1 met een bpm van 170…het leek dan alsof het moment nooit meer zou komen, omdat ik niet harder kon.

Want oei, wat is 17 km tergend lang om in je eentje boven de 41 fietsen! Alles moet meezitten. Fiets in orde, conditie op peil, frisse benen, de wind niet in je snuit, temperatuur goed, beetje rustig op de weg. En met een leeftijd van 42 en een BMI van tegen de 25 zitten twee zaken al niet echt mee. Maar juist Annemiek heeft als geen ander bewezen dat je ook op latere leeftijd jezelf nog spectaculair kunt verbeteren; ik bleef hoop houden.

29 juli 2021. Het leek er weer eens op dat de omstandigheden goed waren. Dat is niet te plannen. Het begint dan na een aanloop van 30 kilometer met vanaf het meetpunt gelijk vol gas geven en maar zien of de wind gunstig blijft staan langs de zigzaggende dijk. Het was niet echt rustig op de weg en ik ben een hele brave fietser, dus onderweg laat ik altijd kostbare tijd liggen. Ondertussen gaf de Garmin Edge aan hoe de zaken er voor stonden. Ik bleef een lange tijd seconden voor Annemiek rijden. En zolang dat in beeld is, blijft het gas erop en probeer je te verzinnen hoe je je krachten moet inzetten. Wel of niet nog een tandje erbij? Ik zie dat ik al 11 minuten in het rood fiets…

Het bijzondere is dat het denken halt houd bij zo’n inspanning. Alle zaken die je bezighouden of waar je over kunt malen, worden betekenisloos. Het gaat alleen maar over volhouden, kan ik het volhouden, ik ben er dichtbij, niet opgeven, volhouden. Misschien is dit de allerlaatste kans. Op enig moment zie ik dat Annemiek een ongelofelijk stuk hard fietst en verdwijnt mijn voorsprong razendsnel. Maar het is nog slechts een paar kilometer. Ik pers er alles uit. Soms denk je op tv wel eens waarom de renners in het slot van een etappe niet uit het zadel komen om wat extra power te geven. Nou dat zit er dan gewoon niet in. De benen zijn te zwaar om te gaan staan. Zo merkte ik dat ook. Op het laatste stuk pak ik weer wat seconden terug. Ik trek zowaar vol onderin de beugels, iets wat ik me niet eerder zo herinner. Ik kijk de laatste paar honderd meter niet meer op de Garmin en merk dat mijn longen niet gewend zijn aan deze inspanning.

Dan klinkt er een Super Nintendo-deuntje uit de Garmin en is het segment voltooid. Ik heb haar te pakken, ik heb haar te pakken! Wat valt er nu nog te wensen? De kersverse Olympisch kampioen is verslagen door de heer Stephan Wetzels!

Ja, misschien zat Annemiek toen op haar omafiets, en ja, misschien had ze al 150km in de benen en ja ik weet dat ze in Tokio een half uur lang wel 43 gemiddeld haalde. Maar de Waaldijk is toch zeker Tokio niet!

Hier ben ik nu 6 seconden sneller dan ze ooit was. En het kwam niet voor niets. Thuis zit ik met een ouderwets inspanningskuchje en breekt bij een wandeling naar de winkel het zweet me al uit. Als ik in 1988 geboren was, als vrouw in Nederland en ik was gaan fietsen en ik had deze conditie, nou….dan was ik wellicht het trainingsmaatje van Annemiek geweest!

De dag dat ik haar voor blijf op dat segment, is Annemiek gehuldigd in Scheveningen voor haar Olympisch Goud en Zilver. En in de avond zie ik haar bij Humberto zitten samen met Dumoulin en Van der Breggen, waar ze haar verhaal mag doen. Alles wat ze zegt klinkt altijd oprecht bij haar. Ze oogt gelukkig, maar toch zie ik aan haar dat ze de balen heeft. De Waaldijk is op haar veroverd door een eenvoudig filosoof en dat zit haar helemaal niet lekker.

Ze houdt het wijselijk voor zich.

Maar iets zegt me dat ik die kus nog niet zomaar te pakken heb. Ze is uit op wraak, en na Olympisch goud moet er een nieuwe uitdaging komen. Annemiek van Vleuten die Stephan Wetzels gaat verpulveren en niet zal rusten voordat ze dit segment weer op me in handen heeft. Als het haar lukt, krijgt ze een kus van mij.

____________________

Kijk hier het duel terug:

 

In gevecht voor een kus van Annemiek van Vleuten

Laat ik er niet omheen draaien en gelijk kleur bekennen. Ik heb wel een oogje op Annemiek van Vleuten. Natuurlijk, ik zal niet de enige zijn op deze wereld, maar in tegenstelling tot velen die dit als een duister geheim met zich meedragen, ben ik er gewoon eerlijk over. Het is een vrolijk bewonderend oogje, wat overloopt van sympathie.

Het begon allemaal in 2016 met dat onwaarschijnlijk ontwapenende interview niet lang nadat ze gevallen was op koers voor Olympisch goud. Ik geloof dat niemand onbewogen kan kijken naar hoe deze bijzondere vrouw zichzelf hier onder ogen komt. De kracht, de ijzeren wil, de excellente mentaliteit en de niet aflatende hoop die ze in zich heeft komen ongezegd tot ons en doen verlangen naar een zucht daarvan. Sindsdien heeft ze voldoende bewezen dat ze de allerbeste is en hopelijk wordt dat nog beloond met een gouden Olympische medaille volgend jaar.

Nu is het zo dat Annemiek -met permissie noem ik haar bij de voornaam- ook op mijn vaste fietsroute rijdt. Per toeval zag ik op STRAVA haar pr. op een lang stuk wat ik al vaak gefietst heb. Op 27 mei 2020 reed ze het 16.7 km lange segment langs de Waalbanddijk in 24.12.

Ik fiets voornamelijk om te mijmeren, maar als het moet kan ik best nog wel wat gas geven. Ik besloot dus eens wat dieper in STRAVA te duiken en te kijken naar mijn beste prestatie op dit segment. Dit bleek een poging te zijn op 2 juni 2020, dus enkele dagen nadat Annemiek hier met 41.4 gemiddeld over het asfalt vloog. Ik kwam tot 24.32, met een gemiddelde van 40.9 per uur. Op een gewone racefiets, zonder hulp.

In het onderstaande filmpje is te zien hoe het verloop tussen ons beiden is. Ik ben het roze bolletje en Annemiek het zwarte. Op enig moment, zo tegen het einde lig ik zelfs een seconde of wat voor op haar.

 

Ik weet niet of het toen nog harder had gekund, maar als ik dit had geweten dan was het de dood of de gladiolen geweest. En gelet op mijn gemiddelde hartslag van 167bpm op mijn 41e, waarschijnlijk de dood.

Sinds ik weet heb van dit segment en haar prestatie, zie ik telkens de wereldkampioene virtueel voor me rijden. Ik heb het nu tot mijn levensdoel gemaakt om hier koste wat kost ooit sneller te rijden dan Annemiek van Vleuten.

Wellicht zal iemand zeggen: ‘Durf je wel, het is een vrouw en jij bent een man.’ Maar dan zou ik daar tegenin willen inbrengen dat bij mij de jaren beginnen te tellen, ik heel wat bourgondische kilo’s meedraag en een fietspomp, mijn trainingsarbeid veel beperkter is omdat ik een loonslaaf ben om den karige brode, ik zelfs niet gesponsord word door de lokale fietsenmaker en me bovendien echt total loss moet rijden om haar solo op dit stuk ooit te verslaan. En dan moet alles ook nog meezitten: de juiste benen, de juiste temperatuur, de juiste windrichting. Heel veel kansen krijg ik denk ik dan ook niet (meer).

Zo probeerde ik het afgelopen week nog eens, voor het eerst in de wetenschap dat ik met de beste vrouw ter wereld in gevecht was, maar ik kwam niet verder dan 37.5 km per uur en dik 2 minuten achterstand, terwijl ik voor mijn gevoel het maximale eruit perste.

En bovendien, ik heb me vooral het doel ook gesteld om indruk te maken op Annemiek. Als ik het ooit nog haal is ze vast trots op me. En stiekem, om mezelf te motiveren denk ik dan dat ik wel een kus van haar verdiend zou hebben als het me lukt. Geen romantische kus natuurlijk, maar zo’n mooie kus die een renner krijgt als hij eerste is geworden en het podium op mag, handjes omhoog, bloemen erbij, een knuffelbeer en een kus op de wang. 3 seconden, zodat het goed op de foto staat. Misschien zou ik dan nog wat met haar filosoferen over de kunst van het fietsen, de schoonheid van het lijden en de grond van de wil om te winnen. Om daarna weer te dromen van het idee dat ik echt heel even zo goed was als Annemiek. Als het er trouwens werkelijk van zou komen, zou ik als een bange schoolpeuter met een rood hoofd die kus in ontvangst nemen, want tussen dromen en werkelijkheid zit een immens groot belevingsverschil. Ik sluit zelfs niet uit dat ik me zou verstoppen. 

En als ik een week later weer op STRAVA zou kijken om mijn prestatie te zien, dan zou ik ontdekken dat Annemiek mij op het stuk weer voorbij is gereden. En ik dat tegen geen enkele kus ooit meer zou kunnen verbeteren. Want de verhoudingen moeten in het Universum wel even helder blijven. En deze verhouding is een hele simpele. Stephan Wetzels rijdt achter Annemiek van Vleuten aan en niet andersom.

Het verhaal van een boek

Te midden van generaties die leven met het idee dat de digitale wereld de voornaamste realiteit in zich draagt, is er weinig ruimte voor de waarde van ‘het tastbare’. De teloorgang van Polare is daarom niet alleen een teken aan de wand voor het papieren boek, maar het is bovenal een uiting van de verdere culturele omslag richting een totale vervlakking.

Het papieren boek is echter wel de kroon van de beschaving van dat oude tijdperk, waarin het tastbare het werkelijke was. Maar alles van waarde is weerloos. De oude waarde van het werkelijke die laag voor laag is afgepeld door de mens die volgroeid is met zijn mobiel, is ingeruild voor het vluchtige. Het vluchtige dat een spanningsboog heeft van enkele minuten, het vluchtige dat alles binnen handbereik moet hebben.

Het echte boek is daarom de vijand van het vluchtige: het vraagt namelijk afstemming, het vraagt rust en contact. Contact dat begint met die eerste ontmoeting: schuifelend tussen  liefhebbers op het krakende hout is daar een eerste aanraking. Daar begint ook het verhaal. Het verhaal van het lezen, maar ook het verhaal van het boek.

‘Ik kocht dat boek toen het buiten stortregende. Ik struinde rond, bladerde in onbekende werken, en toen viel mijn oog op dat ene boek. Het was mijn eerste kennismaking met gedachten die ik al zo lang wenste maar zelf nooit zo denken kon.’

De harde kaft is een kunstwerk, het bladeren is onvervangbaar en het echte boek heeft de bijzondere schoonheid dat men er enkel maar in lezen kan….

Misschien klinkt dit voor iemand die dag in dag uit al slepend met zijn vinger achter een glazen schermpje doorbrengt, als romantisch gemijmer. Misschien klinkt het in die oren als een stuiptrekking van een melancholicus die niet accepteert dat het tastbare dood is. Maar ik geloof dat de liefde voor het echte boek, de liefde voor het verhaal en de verhouding die dat met zich meebrengt niet is verdwenen bij deze mens. Klikkend van de ene naar de andere kruimel, is het verlangen naar het authentieke namelijk niet vernietigd, maar enkel bedolven. Het is bedolven onder de verleidelijke gedachteloosheid die schuilt in dat schaduwbeeld wat men in zijn hand heeft.

De ironie wil dat ik dit schrijf op een vluchtig medium. Daarom eindigt hier al mijn tekst. Er moet immers verder worden gesurft op een niet bestaande golf. Er moet een gesprek worden gevoerd met iemand anders achter zijn schermpje. ‘Een flauwe cynische tekst las ik zojuist…’

Iedereen die echter tot hier is gekomen, en graag verder had willen lezen: haal die ongelukkige uit zijn sluimer en ga eens bij wijze van verrassing een middag met hem struinen in de kelders van die ene boekenzaak. Het is waarschijnlijk het begin van een nieuw verhaal.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2021 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"