Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Saskia Noort en abortus: van de regen in de drup

Dat het abortusdebat over het algemeen gekaapt en beheerst wordt door extremisten, wekt voor mij geen verbazing meer. Het zijn de simpele logische wetten van de media. Het zoveelste exemplarische voorbeeld treffen we nu weer aan in het Algemeen Dagblad. Hier voegt Saskia Noort, een romanschrijfster die een podium heeft gekregen om zich druk te mogen maken over allerlei maatschappelijke kwesties, een nieuw dieptepunt toe. In haar verhaaltje getiteld ‘Pik, bemoei je niet met abortus’ (AD, 3/10/2020**), weet ze het complexe abortusvraagstuk met enkele pennenstreken terug te brengen tot een feministische karikatuur voor de kudde. Omdat ik blijf geloven dat dit soort extreem versimpelde provocaties weersproken moeten worden of in ieder geval, dat er een genuanceerd alternatief moet worden bepleit, bespreek ik hier enkele opmerkingen van Noort die zij bijdraagt aan het debat.

Dat brengt ons allereerst bij de vraag of ik, als man, überhaupt iets mag zeggen in dit debat. Volgens Noort niet:

‘Ene Frank Bosman, cultuurtheoloog riep op Radio 1 op tot een discussie over abortus, een debat zelfs over de abortuswetgeving, een man nota bene, waar haalt hij het lef vandaan?’

Het woordje ‘ene’ is hier veelzeggend, evenals het ‘nota bene’. Het is een denigrerende manier om iemand als een onbeduidende dwaze speler weg te zetten en hem dientengevolge af te schrijven als serieuze gesprekskandidaat. Maar dat geldt dus voor alle mannen bij Noort. Ze lijkt daarmee te stellen dat morele discussies alleen gevoerd mogen worden door personen die er zelf het lijdend voorwerp van zijn. Dat zou een geheel nieuwe blik werpen op de hele geschiedenis van de ethiek: je mag alleen nog je verstand ergens voor gebruiken als je zelf in staat bent om het mee te maken of hebt meegemaakt. De absurditeit van zo’n stelling behoeft geen nadere toelichting denk ik. Bosmans column pleit op een hele brave manier voor niets meer dan een open gesprek over een complex onderwerp. Zo iemand het liefst monddood zien miskent bovendien paradoxaal genoeg dat een van de recent beste filosofische verhandelingen voor abortus van een man afkomstig is.

Noort vervolgt:

‘Heeft mijn moeder voor niets op de barricades gestaan?’

Studenten Nederlands hebben hier een goede oefening om het type drogredenering te herkennen, want wat heeft een oproep tot een genuanceerd en vrij debat in ’s hemelsnaam te maken met het feit dat haar moeder ooit haar vrije mening heeft geuit? Het lijkt me toch niet dat iemand die op een barricade gaat staan terstond een eeuwig vacuüm creëert waarbinnen er nooit meer iets anders van gedacht mag worden? En voor niets is het ook al niet geweest: al sinds 1984 zoals Noort zelf aangeeft, is er heel veel ruimte gecreëerd voor abortus in noodsituaties, waarmee Nederland tot de progressiefste landen ter wereld behoort.

Wat dan volgt is een parodie op de man en een bespottelijke schets van de vrouw als een schijnbaar hulpeloos slachtoffer zonder enige vorm van vrije wil:

‘Wij vrouwen zorgen al vele decennia voor de anticonceptie, die wij betalen en in ons lijf gooien, met alle bijwerkingen van dien. De eerste single heteroman met condooms op zak moet ik nog tegenkomen en wij single hetero vrouwen kennen allemaal de smoezen van mannen om condoomvrij te kunnen neuken, om nog maar te zwijgen over de keren dat het condoom ineens er zogenaamd per ongeluk was afgeglibberd’.

Het kan in ieder geval niet op wat betreft grove generalisaties en stereotypes. Noort lijkt te leven in een voor mij onherkenbare boze wereld louter gevuld met onverantwoordelijke mannen die zich bedienen van smoesjes waar een vrouw geen antwoord op heeft. Bovendien rommelen deze mannen -keer op keer- ook nog moedwillig (en handig geloof ik) met anticonceptie en zijn zij kennelijk schuldig aan het feit dat een vrouw zich dus moet volstoppen met rotzooi? Ik kan het verkeerd lezen. Het is in ieder geval niet heel helder wat dit te maken heeft met abortus, maar gelet op het feit dat Noort alleen maar dit soort idioten tegenkomt, pleit het wel voor enig medelijden.

Want ze wil wel een debat over abortus namelijk:

‘Ik zou wel een debat willen, maar dan zonder mannelijke egotrippers erbij.’

Nu, als mij één iemand niet voorkomt als een egotripper (volgens Van Dale ‘iem. die een egotrip maakt’) is het Frank Bosman*. De suggestie wordt nu heel even gewekt dat mannen welkom zijn in haar debatwereld, zolang ze maar geen egotrippers zijn. Dat staat dan weer haaks op de titel ‘Pik, bemoei je niet met abortus.’ Duidelijker was wellicht geweest: ‘Mannelijke egotripper, bemoei je niet met abortus.’ Tenzij iedere pik natuurlijk een egotripper is, waar het in deze bijdrage van Noort wel op lijkt. Ik vraag me ook af wat de man eigenlijk meer is dan een pik in de denkwereld van Noort.

Noort wil voorts niet discussiëren over het recht op abortus ‘want die [sic] staat al bijna 40 jaar buiten kijf’. Ik denk juist dat hier een interessant pijnpunt zit welke je niet uit een zinvolle abortusdiscussie kunt slopen. De wijze waarop dit recht namelijk ingevuld wordt is een van de grootste aanjagers van het hele debat denk ik. Ik heb al eerder uitvoerig een aantal feitelijkheden aangedragen die volgens mij dringend aansporen tot reflectie over het recht. Niet over het recht op zich, maar over de wijze waarop het recht wordt gehanteerd en de slippery slope die ermee samenhangt.

Wie bijvoorbeeld Sporkens in de jaren ‘80 medische standaardwerk  Ethiek en gezondheidszorg erop naslaat, begrijpt spoedig hoezeer de abortuswetgeving de bedoeling had om vrouwen de ruimte te geven in gevaarlijke en medische noodsituaties en hoezeer dit vooral niet bedoeld was voor sociale indicaties zoals problemen verwacht bij de opvoeding, geen geld hebben, het geslacht van het kind wat niet aanstaat, etc. (Vgl. 1e en 2e evaluatie WAZ, 2005, 2020). Vanuit het morele principe dat een ongewenst kind om die redenen niet een toekomst zou mogen worden ontnomen (zoals Saskia en ik die voor ons zien), bepleit Sporken diverse alternatieven en wijst tenslotte op de plicht en verantwoordelijkheid van de menselijke samenleving om dit kind te laten ervaren dat zij bereid is het te aanvaarden.

Nu zijn deze argumenten niet per se doorslaggevend. Toch kan het feit dat meer dan 90% van de huidige abortussen een sociale indicatie heeft, waar het dus over kerngezonde kinderen gaat en er geen medische gevaren voor de moeder spelen, niet zonder meer onder het tapijt worden geschoven, maar behoort het een onderdeel te zijn van een serieus, gezond en volledig debat, evenals de door mij al vaker aangehaalde grote abortusrecidive (in de zin van ongewenste herhaling, niet in de zin van misdrijf), die weinig tot helemaal niets met het ‘baas in eigen buik’ meer te maken lijkt te hebben. Maar ik zal dit hier niet nogmaals voor het voetlicht brengen.

Noort wil het wel over andere zaken hebben:

‘(…) waarom anticonceptie niet gratis is, maar abortus wel. Waarom de abortuspil niet door de huisarts kan worden verstrekt, zodat vrouwen niet langs de haag scheldende christenen bij de abortusklinieken hoeven. Waarom de paternalistische bedenktijd nog steeds bestaat, alsof vrouwen impulsief en lukraak tot een abortus besluiten.’

Ze werpt hier terecht een paar interessante stellingen op. Het valt zeker moeilijk uit te leggen waarom anticonceptie niet gratis verstrekt wordt door de overheid en een abortusingreep wel. Voorkomen is beter dan doden zou je cynisch kunnen stellen. Ook de politiek maatschappelijke discussie of de abortuspil bij de huisarts verkrijgbaar zou moeten zijn is een complexe en interessante, maar helaas lukt het Noort ook nu weer niet om afleidende domme generalisaties achterwege te laten. Vrouwen moeten immers ‘langs de haag scheldende christenen’. Die kunnen we dus bij deze ook afschrijven als gesprekspartners, waarmee het de vraag is wie er voor Noort eigenlijk nog wel overblijven als gesprekspartner, buiten vrouwen die het eens zijn met haar.

Tenslotte blijft nog even hangen waarom bedenktijd paternalistisch zou zijn. Of wat er überhaupt tegen bedenktijd is. Het gaat niet ten koste van rechten, maar het doet wel recht aan een immens complexe toestand, waar de ruimte voor zorgvuldige afweging tijd vraagt. Haar opmerking ‘alsof vrouwen impulsief en lukraak tot een abortus besluiten’, sluit niet aan bij de intentie van de bedenktijd en als we toch in extremen willen blijven hangen, ben ik benieuwd wat zij denkt van een vrouw die in Nederland voor de 10e, 11e, 12e en 13e maal bij de abortuskliniek aanklopt. Impulsief en lukraak, dat weet ik niet, maar de suggestie van Noort dat het allemaal over doordachte weloverwogen keuzes gaat, geheel soeverein, is veel te armoedig als standpunt binnen het debat.

Noorts conclusies dragen in kwaliteit feitelijk niks meer bij aan hetgene ze hiervoor al heeft aangedragen:

‘Het abortusrecht is een moreel recht van iedereen met een baarmoeder, en iedereen met een pik dient zich hier niet mee te bemoeien. Het is niet zijn recht, en ook niet zijn ‘kindje’.

Ik heb al vaker betoogd dat men een moreel recht niet moet verwarren met een absoluut recht, één van de eerste lessen die je leert binnen de ethiek. Noort lijkt zich van dit onderscheid niet bewust en ik denk dat ze dit als hetzelfde beschouwt. Moraliteit vereist echter verantwoordelijkheid en with great power comes great responsibility. Dat de man tenslotte ook niet meer mag spreken van zijn kind, past geheel in het beeld dat de man systematisch moet worden uitgesloten en buitengesloten, zodat er een triest en weinig hoopgevend debat nog overblijft als het aan Noort ligt. De miskende pijn en het verdriet van de man echter, zoals die in de beperkte onderzoeken boven water komen, zouden op zijn minst door Noort serieus mogen worden genomen.

Maar het is de vraag vooral hoe serieus we Noort moeten nemen binnen deze complexe thematiek. Noort lijkt mij een zeer intelligente vrouw en een getalenteerd schrijfster, maar dit misbaksel doet denken aan Famke Louise die plotseling ook wat te melden heeft over Covid -volstrekt geen idee hebbende van de complexiteit en de reikwijdte van het debat en zijn deelnemers- en wat uitgekauwde argumenten oplepelt en gelooft daarmee een autoriteit te zijn.

Ik kan me echter niet voorstellen dat Noort bij nadere overweging echt gelukkig is met deze aaneenschakeling van infantiele argumenten en drogredeneringen. Het geeft bovendien teveel ruimte aan de gedachte dat zij als een soort provocatief clowntje misbruikt wordt, of erger nog opzettelijk deze rol vervult, om maar zoveel mogelijk reacties te genereren en de brievenbus van het Algemeen Dagblad vol te krijgen.

Dat is in ieder geval iets wat wel bijzonder zal slagen; het abortusdebat echter schiet met Noort helemaal niets op en ik zou haar willen zeggen ‘stop met die pogingen om zo het debat te controleren en te beheersen.’ Het verdient echt beter.

_____________________________

*Disclaimer: Waar Bosman in zijn schrijven oprecht veinst zich te excuseren voor het feit dat hij ‘een cisgender, heteroseksuele, blanke man met baard (41 jaar) is, zich geheel bewust van al zijn privileges’  peinst de onbeduidende auteur dezes er niet over zich voor deze toevalligheden te verontschuldigen, laat staan te veinzen dat te moeten doen.

**Brontekst, zonder foto ivm copyrights.

Geef je over aan Omdenken en Omarm de Lucht en de Leegte ®

Al geruime tijd loop ik met het idee rond me eens polemisch te uiten over het Omdenken, in brede kring ook wel bekend onder het synoniem Uitmelken. De quasi-geestige flauwekul gevoed door jatwerk, goedkoop effectbejag, mislukte ironie en gauw geld, ergert me al jaren. En ergernis komt toch het best tot bedaren op papier.

Omdenken presenteert zich als de ‘filosofie’ die van een probleem een feit maakt en daarmee een nieuwe mogelijkheid creëert. ‘Omdenken gaat om wat er is, en niet om wat er zou moeten zijn.’ Lees die zin gerust nog maar een paar keer. Deze en een diarree aan nog veel meer oppervlakkige onzin kan vrijwel niemand zijn ontgaan afgelopen jaren. Op Facebook volgen bijna 500.000 mensen de Omdenken-pagina en inmiddels zijn er tientallen boekjes in omloop en nog veel meer troep die je niet onder je kerstboom hoopt aan te treffen, omdat de gever geen inspiratie had je iets van waarde cadeau te doen. Die one-trick pony boekjes lijken overigens niet alleen allemaal op elkaar, maar kunnen het beste gewoon illegaal worden gedownload. Bespaart een hoop centen en oud paper. Of stuur me een mail, krijg je ze van mij. Omdenken doet daar niet moeilijk over, want ‘Dat kan immers, omdat het er is’.

De figuur achter de Omdenken-cultus is Berthold Gunster (natuurlijk niet zijn echte naam, die is Omgedacht). De man moet iedere avond van het lachen niet meer in slaap geraken hoe het toch mogelijk is geweest dat hij met een dergelijk gebrek aan originaliteit zo’n ongelofelijk groot publiek heeft weten te verleiden. Al is dat ook weer niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat 2 miljoen mensen hun heil zoeken in een politiek programma van een A4’tje. Wat Loesje tot kunst verhief, transformeerde Berthold schaamteloos tot commercieel gedrocht.

Het is onmogelijk voor te stellen dat Berthold zelf gelooft in wat hij verkoopt. Als voormalig theaterregisseur acteert hij dan ook alles. Op de Omdenken-website acteert hij een orakel, visionair en groot denker. Berthold is het Antwoord en de Weg daar waar de kleinste beweging van zelfreflectie het laat afweten. Berthold geeft antwoord op het probleem van de vluchtelingen. Berthold geeft antwoord op het probleem van de echtscheiding. Een vrouw heeft moeite met haar lichaam, maar gelukkig biedt het Omdenken de verlichting: ‘Accepteer jezelf, wees blij met wie je bent. Ook oud worden hoort erbij en dat kan ook prachtig zijn. Amen!’ Probleem opgelost. Iedereen blij.

Je ziet op de filmpjes dat Berthold af en toe moeite heeft om niet in de lach te schieten. De gauwdief die samen met zijn marketingafdeling uitgekauwde psychologische wijsheden van de bevroren grond achter elkaar plakt overgoten met een populair wetenschappelijk en esoterisch-filosofisch sausje, heeft een onverwacht grote sinaasappel gevonden. En die zal en moet tot de laatste druppel worden uitgeknepen. En zolang er nog onzekere directeuren te vinden zijn, een management van een of andere bank met teveel geld in de scholingskast of een theater wat een gat in de programmering moet opvullen, verkoopt Berthold zijn shows voor grof geld. Kun je hem boeken dan? Ja maar natuurlijk kun je hem boeken!

Ik was ooit eens in de ongelukkige omstandigheid om Berthold in een ‘sessie’, een show, een healing of hoe je het noemen moet aan het werk te zien. Niet vrijwillig overigens, maar bij gelegenheid. Het was een van de meest naargeestige voorstellingen die ik ooit in mijn leven bijwoonde. Het woord naargeestig dekt eigenlijk de lading niet eens, als ik mijn uitvoerig gedocumenteerde herinneringen erop nasla.

Berthold had zich de rol aangemeten van Ecclesiastes. Op enig moment kwam hij met een opdracht voor het aanwezige publiek die inhield dat je geen ‘nee’ mocht zeggen. Een lieve man die zich had voorgesteld als Ruud, bleek niet in staat te zijn overal ‘ja’ op te zeggen. Toen hij achteloos na een publiekelijk standje van de Prediker toch weer ‘nee’ antwoordde op een vraag, werd hij overvallen door een afkeurend rumoer vanuit de zaal. ‘Was hij soms mentaal niet in orde’? De volgende persoon wist wat haar te doen stond. Een vrouw van in de 30 gaf zonder enige tegenzin antwoord op de meest absurde vragen. Of ze zichzelf gruwelijk lelijk vond? Ja, natuurlijk! Ze mocht immers geen nee zeggen van de Prediker…

Ik observeerde nog een aantal mensen die zonder schroom op alles ja bleven antwoorden en toen overviel me het besef dat ik getuige was van een griezelig staaltje volksmennerij waarvan de ernst nauwelijks onderschat kon worden. Het maakte me intens droevig. Tenslotte kwam de Prediker weer terug bij Ruud. Ruud mocht, of eigenlijk moest het nog een keer proberen. ‘Hij had toch immers gezien hoe het ook kon?’ En wederom had hij er moeite mee, verslikte zich, ontkende half en nam het geroezemoes voor lief… Het eindigde. Zonder moraal, zonder doel. En niemand mocht ‘ja-maar’ zeggen. Dat was de doodzonde. Dat werd de publieke vernedering. Je ziet dit nog wel eens bij sekten…

Advertentie. Met mislukte ironie probeert Omdenken critici de wind uit de zeilen te nemen. Leuk ook dat dyslexie-grapje. Lachen.

Ruud is een held, Berthold is een sukkel. Ruud laat zien dat je nooit moet zwichten voor de groepsdruk, volksmennende clowntjes, goedkope oplossingen of onelinerhulp. De troost van conformisme is de meest valse troost. Ruud toont dat je nooit je eigenheid moet opgeven. Dat je zingeving oneindig beter kunt vinden door introspectie dan je hoop te vestigen op Omdenk-esoterie. Dat je oneliners beter kunt zoeken bij Greshoff of Pascal. Ruud verdedigde Kierkegaards Hiin Enkelte op unieke wijze. Kierkegaard die overigens nooit een cent verdiende aan zijn boeken, iets waar het Omdenken een voorbeeld aan heeft als het zichzelf werkelijk oprecht zou Omdenken.

Maar natuurlijk is er niets oprecht aan deze ‘filosofie’. Misschien ergert mij dat nog het meest. Zou er geen cent mee worden verdiend, dan was Berthold al lang en breed op zoek gegaan naar een ander kunstje vol bedwelmende lucht en leegte.

Dit alles heb ik uiteraard geschreven als zuivere reclame voor het Omdenken. Want Omdenken is bedrog,  een parasiterend gezwel dat bestaat bij de gratie van domheid, luiheid, en geestelijke armoede. Het is volksverlakkerij dat geniepig commercieel misbruik weet te maken met dank aan een individualistisch oppervlakkig ijdel tijdperk. Een tijd waar dagelijks vermaak tot God verheven is. Omdenken is zo’n God. Ik had het dan ook niet beter de hemel in kunnen prijzen dan met deze woorden. Ga heen en Omdenk jezelf. En leg al je problemen en zorgen in de handen van het grote Niets. Omdat je het verdient, net als Berthold.

Camiel Eurlings mag blijven: aanzet tot een ander perspectief

Een oefening in het tegenovergestelde

Al dagenlang, zo niet weken beukt de media op me in dat ik Camiel Eurlings een klootzak moet vinden en zeurt ze aan mijn hoofd dat hij onder geen enkele voorwaarde meer mag aanblijven als lid van het IOC. Daar moet ik het mee eens zijn, anders dan behoor ik tot iets afschuwelijks.

Een kleine greep uit datgene wat me onder ogen kwam, geeft de ‘eensgezindheid’ mooi weer. In een commentaar van het NRC dat kennelijk alleen anoniem kan worden geschreven, spreekt de kop al boekdelen: ‘De man die zijn vrouw sloeg kan geen lid meer zijn van het IOC’. Camiel is een egoïstische opportunistische bestuurder die moet wegwezen.

Willem Vissers in de Volkskrant doet er niet voor onder: ‘Camiel, doe ons een lol en vertrek!’ roept de man die met een valse vergelijking ook even klassenjustitie bewijst. Camiel moet een baantje in de grotten van Valkenburg zoeken, want hij heeft iets gedaan wat het licht niet kan verdragen. Vissers geeft de lezer verder nog een bedenkelijke quote mee: ‘Lang niet alle verwijten aan mannen, vooral mannen, in politiek getinte functies zijn terecht, maar heel veel zijn dat wel.’ Hoe hij dat weet? Wie zal het zeggen…

Ten slotte, want mijn punt is wel helder, is er nog het Algemeen Dagblad met een schitterend exemplarisch artikel. Een anonieme insider wordt opgevoerd om Eurlings de les te lezen. Daarbij doet schrijfster Carla van der Wal er alles aan om maar zo vaak mogelijk te noemen dat toch bijna, vrijwel iedereen (de woorden ‘bijna’ en ‘vrijwel’ maken het hier journalistiek) eensgezind is in de veroordeling: “(…) hoewel bijna niemand in Nederland hem die baan nog gunt vanwege de mishandeling van zijn ex-vriendin”. “Velen, tot Kamerleden aan toe, riepen daarna om zijn aftreden.” “Vrijwel iedereen is het erover eens: dat is extreem pijnlijk, in een sportwereld waar het draait om fair play (…).”

De meest interessante quote zit echter aan het einde van het artikel in het Algemeen Dagblad: “Of, zoals op sociale media werd opgemerkt: ‘Ik heb het Twitter nog nooit ergens zó eens over zien zijn.’”

Tja, als zelfs iemand opmerkt op Twitter dat hij heeft opgemerkt dat Twitter het nog nooit ergens zo over eens was, dan moet je het er ook wel mee eens zijn…

Hans, Klaas en Willem aan het woord.

Alles wat vreselijk eensgezind is, is vreselijk
Wat een armoede. Want dat staat me echt tegen, eigenlijk per definitie in een zaak van complexe perspectieven en structureel gebrek aan inhoudelijk ongekleurde informatie: De vreselijke eensgezinde media en nog vreselijker de vreselijk eensgezinde sociale media.

Het conformisme op Twitter waar het Algemeen Dagblad over rept is natuurlijk voor de hand liggend te verklaren: Er heeft daadwerkelijk een verschrikkelijke handeling plaatsgevonden waar consequenties aan vast zitten. De consequentie is dan niet louter de strafrechtelijke afhandeling, waarbij iemand een boete doet die de daad vergeldt, maar tevens een door Het Publiek gevorderde bijkomende straf, in dit geval het ontnemen van iemands functie. Deze bijkomende straf wordt dan gelegitimeerd omdat de functie in kwestie publiekelijk is en het publiek zich niet kan vereenzelvigen met iemand die een taakstraf heeft gekregen van 40 uur voor een strafbare handeling.

Maar wie of wat is dan dit zogenaamde Publiek? Zijn het de heftig ja-knikkende met het vingertje omhoog gestoken lezers van de column van Willem Vissers? Zijn het de volgers van het NRC of het AD? Is Het Publiek dat ontembare monster van de sociale media, gevormd door talloze domoren die badend in hun eigen drek nablaffen wat ze elders hebben opgepikt? Zijn dat de zelfbenoemde moraalhoeders van Twitter die in enkele tekens hun veilige oordeel uitschrijven en zich vervolgens prijzen om hun schitterende ethische houding? Is dat dan Het Publiek? Nu ja, daarmee kan ik mij dan weer niet vereenzelvigen.

Toch nog een ander perspectief

Voordat iemand op het idiote idee komt dat hier iets wordt goedgepraat of wordt gebagatelliseerd, wil ik benadrukken dat ik enkel poog een ander perspectief weer te geven. Dat zijn twee verschillende dingen. Want een andere verklaring voor het conformisme dat alom tegenwoordig is, bestaat er namelijk ook nog. Die kan worden gevonden in het denken van Elisabeth Noelle-Neumann (1916-2010). In The Spiral of Silence: Public Opinion-Our Social Skin (mijn uitgave uit 1993) spreekt zij van de beroemde zwijgspiraal: Hoe dominanter de ‘consensusopinie’ is verspreid door de massamedia, des te meer zullen de geluiden met een genuanceerd of ander perspectief verstommen.

Daarbij werkt het zo dat traditionele media omwille van de reactiesnelheid, kant-en-klare perspectieven die het meest populair of minst complex lijken het meest eenvoudig overnemen. “Man slaat vrouw en moet hangen” is daarin een nobrainer: eenvoudiger krijg je het niet. De volgers van die traditionele media zijn vervolgens weer geneigd om die kant-en-klare nobrainer-perspectieven te verwerken in hun veelal oppervlakkige reacties op sociale media, wat uiteindelijk een sneeuwbaleffect geeft, wat weer wordt opgepikt door traditionele media. Enzovoorts.

En ook het proza van Jan, Robert en Menno

Zo blijft ieder tegengeluid uit en is er een makkelijke prooi gevonden waarbij Das Man zich gesteund weet door Das Man. Bang om in een sociaal isolement te raken of de kop van Jut te worden, wordt iedere nuance of kritisch tegengeluid achterwege gelaten en anders wel ondergesneeuwd door het niet aflatende gekwaak van Het Publiek. Ziedaar het conformisme en waarom iedereen het toch zo vreselijk met elkaar eens is.

Dit vormt alles een complexe paradox die niet eenvoudig is op te lossen. Of misschien wel helemaal niet is op te lossen. Dat betekent echter niet dat een stuk als dit niet moet worden geschreven, omdat ik anders juist aan het mechanisme van de zwijgspiraal zou toegeven. Een tegengeluid is wat mij betreft hier niet iets goedpraten, maar wel nader overwegen of bijvoorbeeld vergeving mogelijk is. Dat is echt een andere insteek. Het onttrekken aan de stortvloed van eenvoudige terechtstelling, is wat mij betreft een veel interessanter en intelligenter perspectief dan de eenvoudige terechtstelling. Dat vanuit een ander perspectief mogelijk dezelfde conclusie volgt, is overigens weer voor ieders eigen rekening.

Is vergeving mogelijk?

Er wordt geregeld gesproken in deze discussie dat in de sportwereld er een zekere vlekkeloosheid behoort te zijn. Onbesproken voorbeeldgedrag, daar gaat het om. Maar juist in de sportwereld is niets menselijks iemand vreemd. Daarom houden we zo van sporters met menselijke trekken. Het is een interessante hypocrisie dat deze menselijke trekken alleen van absolute voorbeeldige aard zouden mogen zijn. ‘Velen’ willen klaarblijkelijk niet in de nationale spiegel kijken en zien dat talloze vertegenwoordigers precies zijn zoals zij: feilbaar. Volkomen feilbaar.

Willem Vissers kraamt in zijn column onzin uit over klassenjustitie (Arme Ringenturner Van Gelder moest weg, maar Eurlings mag blijven), maar hij hoeft niet ver te zoeken om te zien hoe talloze sporters een tweede, derde of zelfs vierde kans hebben gekregen nadat ze op de een of andere manier in de mist zijn gegaan. Dat dat mogelijk is, juich ik toe. Een sporter die het bijltje erbij neergooit bij nare tegenslag, dat is iemand waar je niet tegenop kunt kijken en die je niet in de sport wil hebben. Weekdieren die door hoon opgeven. Eurlings vecht -in dit geval figuurlijk- voor wat hij waard is: onhandig, ongelukkig en onnozel. Niets menselijks is hem vreemd. Maar van mij mag hij zijn best doen om te proberen zijn baan te behouden waar hij plezier in heeft en hem een aardig levensinkomen verschaft. Dat we op het laatste jaloers zijn doet niet ter zake. De Wonderboy is een hoge boom die makkelijk te snoeien is, maar van mij mag hij ook weer groeien in hetgeen hij goed kan. Nederig, maar zelfverzekerd. Schuldbewust, maar volhardend. Kwetsbaar, maar met het vizier op de goede zaak.

Is vergeving dus mogelijk? Ik geloof er wel in. Ik geloof niet in schijnheiligheid en ideale schoonzonen aan de top. Ik geloof ook niet in publiekelijke terechtstellingen, meelopers en conformisten. Ik geloof niet in het leedvermaak, het opportunisme, de hypocrisie en alle Pavlov-reacties. Mensen die maar balken blijven werpen. En ik geloof al helemaal niet in Jan en Klaas die op sociale media hun erbarmelijke ethiek tentoonstellen.

Misschien heeft de dame in kwestie hem al lang vergeven? Dat zou een bijzonder gebaar zijn; haar verhaal lijkt echter nergens te bestaan. Maar boven alles, Camiel Eurlings doet er ook goed aan om aanhoudend vergeving te vragen, zelfs of wellicht vooral aan Jan en Klaas. Al moet het tegen beter weten in. Op het nationaal en internationaal podium rest hem dan niets anders te laten zien dat hem die vraag ernst is.

_______________________

Noot: 36 uur na het publiceren van deze overweging is Eurlings opgestapt in het belang van de sporters naar eigen zeggen. Ik mag hopen dat de ethiek van Jan en Henk daarbij niet stiekem een belangrijke doorslag hebben gegeven. Ik geloof er echter helemaal niets van ‘dat sporters hebben gekozen’. Sporters hebben altijd de mond vol dat politiek en sport moet worden gescheiden. Sporten in China is geen enkel probleem. Voetballen in Rusland hadden we wat graag gewild. Van Marwijk als bondscoach in Saoedi-Arabie. De hand schudden van Poetin moet kunnen en de Giro verrijden in Israël: dat ontzeggen we Tom Dumoulin toch zeker niet? Landen met misdaden waar waarschijnlijk niet eens 40 uur taakstraf tegenover staat. Het zijn zeker niet de sporters geweest, maar het ontembare beest wat we sociale media noemen. Henk en Jan. De moraalridders op de IKEA-bank.

 

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2021 Stephan Wetzels © All Rights on Texts Reserved.
Bezoek aan dit archief is gehouden aan de voorwaarden te vinden onder "Over deze website"