Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Roken kan echt niet meer, maar dat wisten wij eigenlijk al

Met de nieuwe campagne van KWF Kankerbestrijding tegen roken wordt gebroken met de nare beelden van doodzieke longpatiënten, impotente mannetjes en afgetakelde veertigers. Nieuwe ronde, nieuwe kansen?

Wetenschappers hadden al langer in de gaten dat negatieve campagnes een negatief effect hebben, maar nu is die kennis ook daadwerkelijk omgezet in een geheel nieuwe campagnestrategie. Onderzoekers zouden zich echter vooral moeten afvragen of dit soort campagnes überhaupt effect hebben, want dat is ook met deze nieuwe positieve insteek weer zeer twijfelachtig.

De campagne “roken kan echt niet meer” beoogt het roken een suf, achterhaald en gedateerd imago te geven. Vele verschillende spotjes en posters, aangevuld met de nodige aandacht in de social media, tonen ons vooral ‘hippe’ jongeren die de suffe roker minachtend toespreken. De boodschap is in alle gevallen dezelfde: Wie nu nog rookt, leeft in een wereld die al lang achter ons ligt. Strikt genomen, klopt dat overigens wel. Roken is uit, maar blowen is daarentegen hartstikke in!  Leven de campagnestrategen dus zelf eigenlijk in het hier en nu? Oftewel: hoe valide is deze campagne?

Mijn stelling is, dat deze campagne vooral de mensen aanspreekt die niet roken. Niet-rokers zullen met veel plezier instemmen, maar de rokers onder ons krijgen spontaan weer last van hardnekkige cognitieve dissonantie: hoezo is roken achterhaald?

Mensen -jongeren- die niet onder de indruk zijn van de tot in den treure bewezen feiten dat hun gedrag ertoe leidt dat ze langzaam hun lichaam aftakelen, een onzalig risico lopen op een vreselijke dood, een ontzettend beslag leggen op peperdure gezondheidsvoorzieningen en hun leefomgeving verzieken met kankerverwekkende stoffen, zullen niet onder de indruk zijn van dit zogenaamde ‘sociale argument’. Bovendien, het sociale aspect is juist het enige gegeven dat het roken (en de verslaving) nog wel lijkt te legitimeren. Dat zal een roker zich niet zo snel laten afnemen.

Maar er is een veel duidelijkere reden waarom deze campagne nauwelijks gaat werken. En dat is nog een veel ernstigere stelling die ik hier zou willen verdedigen. De beginnende roker van deze tijd namelijk -verslaafden moeten we als verloren beschouwen-, moet wel de broodnodige elementaire rationele en sociale kwaliteiten missen. Wie sociaal verleid wordt tot het roken, is sociaal arm en wie niet sociaal arm is maar desondanks wordt verleid tot het roken, is geestelijk zwak.

Daarmee kom ik tot een achterliggende analyse van het feitelijke probleem. Waar eerst een (mislukt) beroep werd gedaan op het gezonde verstand, wordt nu een beroep gedaan op sociale intelligentie. Maar het probleem is juist dat in beide gevallen het een en het ander grotendeels ontbreken. Anders is er namelijk geen enkele reden te verzinnen waarom iemand aanvangt met roken. De campagne versterkt dus op geen enkele manier datgene waar het werkelijk aan ontbreekt.

Het pedagogische probleem waarover hier wordt gesproken, kan niet door de overheid of door particuliere organisaties worden opgelost, maar slechts door de opvoeders. Daar ligt de verantwoordelijkheid om kinderen werkelijk sociaal weerbaar te maken. En dat begint al veel vroeger dan bij het evident weinig effectieve aanspreken van pubers, zoals deze campagne doet.

Bij de ouders ligt de verantwoordelijkheid om alle kennis die we op dit moment hebben over leven en gezondheid, zo over te dragen, dat het kind als zelfverantwoordelijke zelfbepaler in wording, vanuit een gezond ontwikkeld sociaal verstand ‘nee’ kan en durft te zeggen. Dan is (gebrek aan) intelligentie niet eens doorslaggevend.

Wat mij betreft mogen komende campagnes tegen roken, waarbij tegelijkertijd serieus iets wordt gedaan aan het prijspeil van de sigaret, dan ook expliciet worden gericht op de ouders. En als het kind dan toch begint met roken? Ouders hard aanpakken, en niet die arme, weerloze rokertjes…want wie er nu nog aan begint, die mogen we gerust als verloren beschouwen.
______________________

Bekijk hier de column van Jerry Goossens uit het AD (19/12/12) over waarom een campagne over roken echt niet meer kan…..

Is dit MBO?

Een polemiek

Zodra er een peperdure campagne voor je moet worden gestart, weet je één ding zeker: het is niet zo best met je gesteld. Waarom zou er anders een landelijke campagne nodig zijn om je imago op te vijzelen? Helaas overkomt dit de MBO’er op dit moment met de groots gelanceerde actie ditismbo. Via abri-posters, radiocommercials, filmpjes en advertenties in landelijke dagbladen wordt geprobeerd om het klaarblijkelijk gekrenkte zelfvertrouwen wat op te krikken, maar ik zie eerder het schaamrood op de kaken voor me. Want wie wil er nu zo opzichtig een steun in de rug krijgen?

Neem nu eens de op het eerste gezicht sympathieke posters die op alle treinstations hangen. Die slogans zijn op zich leuk bedacht. Ze hebben allen echter één probleem: ze slaan vrijwel nergens op en zijn volstrekt zinledig. Neem bijvoorbeeld:

 Jouw mobieltje was er niet zonder MBO’ers

De uitvinder van de mobiele telefoon, Martin Cooper, studeerde electrical engineering aan het Illinois Institute of Technology, dat zover ik weet niet bekendstaat als een MBO. Strikt genomen zou het dus juister zijn te stellen:

Jouw mobieltje was er niet zonder de academicus

Of neem:

Die auto daar was er niet zonder MBO’ers

Toch was er werkelijk geen auto zonder G.W. Daimler, die machinebouw studeerde aan het Stuttgart polytechnisch instituut, tegenwoordig onder de vlag van de universiteit.

Wat al te gemakkelijk, flauw wellicht, maar wat probeert deze tekst ons nu duidelijk te maken? Of anders gezegd, wat is hier feitelijk het doel? En voor wie is deze boodschap feitelijk bedoeld?

Een ander probleem is dat de campagne zich uitsluitend richt op de pareltjes van het MBO, en dan vooral niveau 3 en 4. En daarmee dekt de titel ditismbo allesbehalve de lading. Want het MBO is buiten de verzameling prachtige pareltjes (waarbij wat betreft de genomineerden in 2012 verrassend weinig allochtonen zitten), vooral een groot zorgenkind. De gigantische leerfabrieken die door concentratie en fusies zijn opgetrokken, de aanhoudende slechte kwaliteit van veel opleidingen, uitvallers die zonder startkwalificatie de arbeidsmarkt opgaan, de grote zorgen om taal en reken-niveau van veel studenten (debet aan de relatief zeer grote groep allochtone leerlingen die het MBO bevolkt), zorgwekkende cijfers over het geringe aantal lesuren, oplopende kennistekorten en de stevige problemen bij de doorstroom naar het HBO (dat zich weer genoodzaakt ziet aanvullende eisen te stellen aan deze leerlingen), zijn daar enkele voorbeelden van. Problemen die al sinds 2006 worden onderkend, maar waar negatieve beeldvorming over is blijven bestaan en waar nog steeds niet echt een structurele oplossing voor lijkt bedacht. En is dat eigenlijk wel mogelijk? Of om het plat te zeggen: willen mensen uiteindelijk genoeg nemen met ‘de middelmaat’?

Het werkelijke probleem zit in onze niet te veranderen prestatiemaatschappij, waar het idee van succes en perfectie in alle mogelijke opzichten zo sterk is gecultiveerd, dat een campagne als dit vechten is tegen de bierkaai. En het MBO is weliswaar de hofleverancier van de arbeidsmarkt, maar het overgrote deel van de studenten heeft daar niet bewust voor gekozen. Want als er ook maar een kleine mogelijkheid is Havo te doen, wordt die met beide handen aangegrepen, niet in de laatste plaats door de ouders. Want in het woord Havo, zit het woord Hoger. En alle pareltjes die nu in het zonnetje worden gezet op het MBO, zijn uiteindelijk niet de mensen die op MBO-niveau blijven. Die groeien verder en worden beter. Want zo wordt dat gezien: HBO is beter dan MBO. Universiteit is beter dan HBO. Dat is er simpelweg ingeslepen en wordt door talloze details dag in dag uit bevestigd. In de media, in de politiek, in het salaris, met betrekking tot verantwoordelijkheid, invloed, erkenning, respect, kennis, macht, gezag, kansen en mogelijkheden, toekomstperspectief enzovoorts…

Daarom is er maar één échte oplossing: de MBO’er moet zelf opstaan. Hij moet zelf niet meer accepteren dat de middelmaat regeert op het MBO. Hij moet die goedbedoelde campagnes niet slikken die door allerlei hoge heren achter het bureau zijn bedacht, en waarmee het predicaat ‘ahhh wat zielig’ op de loer ligt. Hij heeft die campagnes niet nodig om te zijn wie hij is, namelijk een zelfbewuste vakbekwame zelfbepaler. Hij moet iedereen die verantwoordelijk is voor de slechte naam van het MBO en die in stand houdt door zijn gedrag en houding ter plekke aanspreken en terechtwijzen. Hij moet geen petjes- en mobiele telefoontjes-cultuur accepteren noch zich daardoor laten meeslepen. Hij moet politiek bedrijven, in gesprek durven gaan met academici, de media opzoeken, zelf initiatieven ontplooien tegen de idee van de teloorgang. Dan wordt werkelijk een krachtig signaal afgegeven en dan zal de samenleving zien: kijk, dat is MBO.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved