Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Foodwatch burgerinitiatief: een miskenning van de ouder als verantwoordelijk opvoeder

Print Friendly, PDF & Email

Er moet een strenge wet komen tegen reclames voor ongezond eten, gericht op kinderen. Daarvoor start de consumentenorganisatie Foodwatch een burgerinitiatief. Bij tenminste 40.000 steunbetuigingen moet de Tweede Kamer de inhoud van het initiatief dan agenderen en bespreken. In deze bijdrage zet ik enkele argumenten op een rij waarom dit ogenschijnlijk sympathieke idee vooral niets concreet oplost. Het kernidee is namelijk dat de overheid een wettelijk verbod moet afkondigen op alle vormen van kinder- en jongerenmarketing voor ongezonde producten. En dit moet dan ook gelden voor media als internet en sociale netwerken.

Daar ligt het eerste probleem al. Het is natuurlijk onwenselijk dat een overheid een vrij medium als internet of Facebook (als sociaal netwerk) moet gaan controleren, waarbij het ook nog eens niet te handhaven is. De meeste fabrikanten opereren bovendien internationaal, en zullen dan buiten de Nederlandse wet om hun producten aanprijzen. Naast een ellenlange bureaucratische Europese afstemming die daar nog eens op zou moeten volgen, ligt daar echter nog niet eens het grootste probleem. Dat ligt namelijk bij de sterk onderbelichte rol van de ouders door Foodwatch.

Want wie zoekt in het 44 pagina’s tellende kleurrijke rapport van Foodwatch naar de rol van de ouder binnen dit geheel, komt bedrogen uit. Op pagina 25 wordt er een alinea aan gewijd, ogenschijnlijk om dat –niet onbelangrijke- thema “gedekt” te hebben. Met een argumentum ad verecundiam wordt snel geconstateerd dat ouders er niet zo toe doen: ‘Jaap Seidell vindt het niet eerlijk om van ouders te verwachten dat ze in hun eentje kunnen opboksen tegen de levensmiddelenbedrijven met hun miljardenbudgetten voor reclame.’ En: ‘‘Het gezag van ouders wordt simpelweg ondermijnd’, stelt ook hoofdredacteur Justine Pardoen van Ouders Online vast.’ Met een tekst achter de hand van de Amerikaanse psychiater Suzan Linn lijkt ten slotte ook een wetenschapper gevonden die past in de doelen van Foodwatch. Van wetenschappelijke pedagogische studies over opvoeding en verantwoordelijkheid ontbreekt ieder spoor.

Foodwatch stelt middels een Jaap en Justine de ouder voor als een domme en machteloze enkeling die zich geconfronteerd ziet met Grote Broer die de kroost stelselmatig injecteert met giftige boodschappen. Eenmaal vetgemest door de Industrie kijkt mama naar haar Dikkertje Dap dat de trap op waggelt en heft ze haar handen ten hemel, roepende: ‘waarom sport mijn kindje toch niet, waarom zit het de hele dag achter de computer, waarom kijkt het zoveel televisie, waarom koopt het van zijn zakgeld zoveel snoep, en waarom kook ik zo ongezond, waarom gaan we met feestjes altijd naar de McDonalds…..waarom! Het is allemaal de schuld van de Industrie, want die heeft mijn gezag ondermijnd met valse en stoute marketingtechnieken!’

Door de rol van de ouder zo weinig serieus te nemen en de verantwoordelijkheid volledig bij de overheid neer te leggen, verschuift Foodwatch het werkelijke probleem. Het lijkt een regelrechte ontkenning van het antropologische grondfeit, zoals M.J. Langeveld dat formuleerde. Zolang het kind nog niet zelf in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zijn handelingen, heeft de primaire socialisator de absolute  taak van plaatsvervangend geweten.

Als bijvoorbeeld blijkt uit het rapport dat tussen de maaltijden door peuters en kleuters vooral fruit, koek en snoep eten, en limonade van siroop, frisdranken en zuiveldranken drinken, is er echt wel wat meer aan de hand dan een stukje marketing. Wie levert de peuter de zoetigheid immers aan, wie staat met zijn volle boodschappenkar -bij zijn volle verstand- af te rekenen? De Industrie of de ouder? Wie jonge kinderen op deze manier de zoetigheid aanreikt moet inderdaad niet raar opkijken dat wanneer het kind meer zelfstandig wordt, het zijn aangeleerde gedrag zelf in de praktijk handhaaft.

En draai het eens om. Als 15% van de kinderen tussen de 7 en 10 jaar overgewicht heeft (waarbij het probleem zich dus al ontwikkelt gedurende de jongste jaren), betekent dat dat er bij 85% geen overgewicht is. Laat Foodwatch dus vooral ook onderzoeken op welke manier gezonde kinderen een opvoeding hebben genoten. Want deze fitte, gezonde en sportieve kinderen worden evenzeer ‘stelselmatig’ blootgesteld aan de overmatige reclameboodschappen van fabrikanten, en zijn desondanks toch gezond en op gewicht. Hoe komt het dat zij wel weerbaar zijn? En is er bijvoorbeeld een relatie tussen SES en overgewicht die nadere aandacht verdient?

Aangezien overgewicht bij die 15% kinderen niet van de een op de andere dag plaatsvindt, zou er dus wel degelijk sprake kunnen zijn van een opvoedprobleem, in plaats van primair een marketingprobleem en weerloze ouderen. Maar op deze manier worden de ogen daarvoor diep gesloten en wordt de verantwoordelijkheid in het geheel weggenomen bij de ouders. Ouders hoeven niet te worden aangesproken op hun gedrag, want zij zijn immers slachtoffer volgens Foodwatch. Wie zijn gezag laat ondermijnen door reclame, is namelijk niet nodig toe aan een opvoedcursus of een sociale vermaning, maar verdient vooral een arm om de schouder. Een typisch geval van pamperen; want waarom niet veel nadrukkelijker de ouders aanspreken die verantwoordelijk zijn voor het ongezonde leefpatroon van hun kinderen?

Hoe ben je namelijk bezig als opvoeder wanneer je in de eerste 10 jaar van de opvoeding volledig de controle over het leefpatroon van je kind bent kwijtgeraakt? Hoe sta je ten opzichte van je kind als je ziet dat het ver over een normaal gewicht zit voor die leeftijd en ziet dat pestgedrag en kans op risicovolle ziekten toenemen en bewegingsenergie en conditie afnemen? En waarom lukt het al die andere opvoeders wel om hun kind op een verantwoorde manier om te laten gaan met verleidingen? En als we toch een overheid willen die zich bemoeit met de samenleving, waarom zou de overheid zich dan niet eens veel sterker moeten bemoeien met ouders die verantwoordelijk zijn voor zeer ongezonde kinderen? Waarom grenst dat bijvoorbeeld niet aan mishandeling? De ‘mishandeling’ wordt nu haast direct in de schoenen geschoven van de fabrikant die zijn product wil slijten, maar wat is er gebeurd met het kind als mede-burger dat recht heeft op een goede opvoeding tot zelfverantwoordelijke zelfbepaler?

De westerse wereld is een verzameling van verleidingen en uitdagingen. Zolang we de nadruk blijven leggen op het feit dat alle problemen veroorzaakt worden door een grote boze buitenwereld, en ons niet véél meer bewust worden van onze eigen intrinsieke kracht en verantwoordelijkheid, zijn we verloren. En als er dan toch een campagne of een beleid moet worden ingezet, kies dan altijd voor een tweesporen beleid, waarbij op zijn minst de individuele verantwoordelijkheid van opvoeders niet wordt miskend.

Het is de verdienste van Foodwatch dat ze aanhoudend de negatieve gevolgen van ongezond voedsel blijft belichten en natuurlijk mogen fabrikanten daarop worden aangesproken. Het is ook geen Parentwatch. Maar juist met de kennis die Foodwatch verstrekt, moeten wij ons voordeel doen en het initiatief terugnemen. Want wie tenslotte zijn kind fatsoenlijk opvoedt, en niet zoet houdt met zoethouders, heeft in Nederland alle ruimte om zijn kind groot te brengen tot een kritisch en verantwoordelijk individu, dat zelf een afgestemde verhouding kan aannemen ten opzichte van alle goeds en kwaads waar onze wereld rijk aan is.

Even though I walk through the valley of the shadow of death, I shall fear no evil, for education is with me. En laat dan die Industrie maar komen.

Leave a comment



Een tegenbericht

5 years ago

Tja, mooi stuk wat je hebt geschreven, zonder meer. Maar volgens mij doe jij precies hetzelfde als wat je Foodwatch verwijt: je bent veel te eenzijdig. Waar zij de rol van de ouders klaarblijkelijk meer aandacht hadden moeten geven, kan jij niet het hele initiatief afschieten puur omdat dat ene aspect onderbelicht blijft. Je gaat volledig voorbij aan de morele vraag die volgens mij van veel en veel groter belang is, namelijk of kinderen uberhaupt een voorwerp van marketing en reclame mogen zijn. Volgens mij is dat erg verwerpelijk.

Daarnaast ga je volgens mij voorbij aan het feit dat de ouders niet de enige opvoeders zijn, en dat kinderen niet constant in de invloedssfeer van de ouders zijn. Als een klas op een onwijs verantwoorde school naar het super educatieve jeugdjournaal kijkt, blijft daarna misschien wel even de reclame aanstaan. En dat fenomeen op zichzelf is ook een hellend vlak, zonder al te zeer ‘gekrookt riet’ te willen klinken: als reclame gericht op kinderen eenmaal maatschappelijk geaccepteerd is, zal het alleen maar toenemen en komen er na alleen reclameblokken voor en na, ook reclameblokken tijdens kinderprogramma’s. Kapitalisme heeft nooit genoeg, en het enige doel is iedere consument verslaafd te maken aan consumeren, ongeacht welk effect dat heeft op iemands welzijn of welbevinden. Gelukkig maken we wel een evolutie mee daarin en geldt deze uber-kapitalistische houding al lang niet meer voor elk bedrijf; voor elke industrie, maar in de kern van ons vooruitgangsdenken en onze progressieve samenleving, zit een onstuitbare drang naar meer. Meer verkoop, meer consumptie en dan wordt het dus heel erg belangrijk wat er dan precies naar binnen wordt gestouwd, in het geval van voedsel wel heel letterlijk. Ik vind dat de overheid daarin haar rol als marktregulator absoluut moet blijven innemen. En dus aan de ene kant om er voor te zorgen dat er eerlijke informatie wordt verstrekt, en niet de suggestie wordt gewekt dat bepaalde chips ‘gezond(er)’ zijn ed, en aan de andere kant om de regels van het spel te toetsen: je kunt kinderen niet targeten in je reclame als je belang een ander belang is dan dat van het kind!!! Zelfs als je wel het belang van het kind voorop zou stellen is het nog discutabel of het verantwoord is om miljoenenbudgetten en honderden manuren te besteden aan het beinvloeden van een ‘weerloze’ groep.

Bovendien overschat je de opvoedkundige vaardigheden van ouders. Je zou eigenlijk in het basisonderwijs moeten werken en meemaken hoeveel ouders er geen flauw idee hebben van opvoeding. Tegen de tijd dat ze op de middelbare school terechtkomen zijn kinderen meer gesocialiseerd door het onderwijssysteem, de maatschappij en de boodschappen van grote corporaties ;), maar ouders zijn daarin soms meer een remmende dan een stimulerende factor als ik dat zo hoor van bijv mijn zusje die op een basisschool werkt, of van vrienden in het basisonderwijs.

En je gaat voorbij aan de cultuur van immigrantengroepen, toch een significant deel van de Nederlandse maatschappij. Binnen die groepen is het veel meer de samenleving die kinderen opvoedt; voor socialisatie wordt naar buiten gewezen en niet naar een of twee opvoeders in het gezin. De hele maatschappij wordt verantwoordelijk geacht voor de vorming van het kind, omdat het daarvan uiteindelijk ook deel zal gaan uitmaken. Zit dus ook nog best heel wat in! Ik zeg niet dat we ‘omwille van de allochtonen’ dingen die in wezen goed zijn moeten veranderen, maar ik vind zeker dat we rekening moeten houden van de effecten op die groep Nederlanders; we kunnen moeilijk een bepaalde groep maar opofferen wanneer het om een algemeen schadelijk gegeven (zoals reclame gericht op kinderen) gaat.

En dan, zelfs al zouden alle ouders hun rol beter vervullen en de reclame slechts een minimale invloed hebben op de verkoop, dan nog wordt er door al die reclame dus een hele generatie beinvloedt door volstrekt verkeerde aannames…. Zoals dat je van het eten van junkfood gelukkig wordt en er gezond uitziet/gaat uitzien (zoals de kinderen in de reclame). Volgens mij (met enige voorzichtigheid, ik ben hier niet de pedagoog) zijn het zeker op een bepaalde leeftijd wel heel krachtige denkbeelden die worden gevormd in het hoofd van kinderen, bijvoorbeeld over eten: als ze dan constant die verwrongen reclames zien, en ze eten het voedsel soms en het smaakt lekker, dan krijgen ze daarbij niet automatisch een beeld van mensen met overgewicht. Ouders zeggen 1 ding, maar bewijzen het niet (als je teveel chips eet, word je dik). De industrie zegt: als je veel chips eet, word je gelukkig en heb je veel vriendjes. Je ziet wel dikkerds, maar eten die nu teveel of te weinig of niet de juiste soort chips??? Waarschijnlijk geloven de kinderen het liefst degene die zegt dat ze én kunnen genieten van lekker eten, én daarbij gelukkig en gezond en slank kunnen zijn. Zodra die kinderen zelf kinderen krijgen zullen ze wellicht een heel ander beleid invoeren op het gebied van voedsel/junkfood. Zo zie je het toch altijd gebeuren? Een verschuivende schaal waarbij het van kwaad tot erger gaat tot er bijna geen houden meer aan is. Kijk naar de VS, waar obesitas koning is en waar -oh, nu je het zegt;)- reclame amper aan banden wordt gelegd… Need i say more???

OK om het iets gestructureerder aan te pakken: jij lijkt er van uit te gaan dat: 1. de effecten van de reclame op het consumptiegedrag van kinderen kunnen en moeten worden geblokt/opgeheven door de ouders (hm wat ik nog niet had genoemd: zakgeld!! Is een heel goed opvoedkundig middel en maakt kinderen dus ook direct consument); 2. de effecten van de reclame op de denkbeelden van kinderen over eten (los van wat ze uiteindelijk naar binnen werken qua voedsel) betekenisloos zijn en 3. er geen noemenswaardige andere bezwaren zijn (anders dan beperkingen van de ouderlijke rol) die een verbod op reclame gericht op kinderen ook zouden rechtvaardigen.

Met alle drie die standpunten ben ik het dus van harte oneens, en wat je niet zozeer genoemd hebt maar wat ook uit je stuk lijkt te spreken: met een goede opvoeding kan je je kinderen niet buiten bereik van reclame houden. Het is overal – buiten, binnen, op TV, in de klas, bij vriendjes thuis en kinderen komen er echt, absoluut, heus wel mee in aanraking. Ik vind het dus een prima invulling van de eigen en primaire verantwoordelijkheid van de ouders, wanneer zij op de bres springen voor een verbod op precies die reclames. Want ja, ‘Education is with me’-en het lukt de industrie daarin een steeds belangrijkere rol te spelen…..

Stephan Wetzels

5 years ago

Dank voor het uitgebreide epistel. Het komt mij voor dat je de strijd aanbindt met de gehele verdorven wereld, dan enkel en alleen met de verdorven reclamewereld. Toch staat er een aantal interessante punten in je stuk. Zoals ik al zei, zijn ouders het plaatsvervangende geweten van kinderen. De overheid mag best een taak vervullen daar waar de ouders een primaire verantwoordelijkheid verzaken. Wat mij betreft gebeurt dat veel te weinig, omdat we de individuele vrijheid hebben verheerlijkt. Maar juist bijvoorbeeld een liberaal als John Stuart Mill durfde in zijn beroemde On Liberty al hardop te filosoferen over de gebrekkige opvoeding als misdaad tegenover het kind: “It still remains unrecognized, that to bring a child into existence without a fair prospect of being able, not only to provide food for its body, but instruction and training for its mind, is a moral crime, both against the unfortunate offspring and against society; and that if the parent does not fulfil this obligation, the State ought to see it fulfilled, at the charge, as far as possible, of the parent.” (V.12, p. 302).

Ik blijf het een merkwaardig fenomeen vinden dat ouders het toestaan dat hun jonge kinderen vanuit een gezond geboortegewicht binnen enkele jaren transformeren tot een ongezond kind met ernstig overgewicht. Wat moet volgens jou met ouders gebeuren die dat toestaan? Want ik noem wel degelijk de mogelijkheid van een twee-sporen beleid. De focus lag idd bij de opvoeding, omdat dat nu juist zo miskent werd in het rapport van Foodwatch.

Het slechtste idee wat ik in je stuk heb gelezen is het schijnbare opperen van het geheel verbieden van reclame gericht op kinderen (het zou immoreel zijn). Het gaat er namelijk om dat ouders hun kinderen leren om te gaan met verleiding, en kinderen dus niet geheel beschermd/afgeschermd worden opgevoed, om bijvoorbeeld op een gegeven moment geheel naïef ondergedompeld te worden in de donkere wereld van de vrije marketing. Daarbij heb ik al opgemerkt dat marketing en promotie internationaal is, en dus helemaal niet valt te verbieden (je noemt zelf Amerika als bakermat van een uiterst liberaal kapitalisme).

Ook heb ik gewezen op cijfers die aangeven dat bijvoorbeeld 85% van de kinderen (7-10) geen overgewicht heeft – waarmee ik wil zeggen, dat de ‘geweldige invloed van de reclame’ afgezet moet worden tegenover de groep die daar blijkbaar wel weerbaar voor is. Dus dan blijft de vraag of het een probleem is van de marketing of van de opvoeding. En ik denk van de opvoeding, en daar blijf ik bij: het is de absolute en ultieme taak van ouders in een open liberale democratie om toe te zien op de gezondheid van hun jonge kinderen, ondanks alle verleidingen en dilemma’s die op het pad van de opvoeding langskomen. Je gaat me niet vertellen dat de 7% kinderen die obesitas heeft op hun 10e levensjaar, geheel en al zo zijn geworden door de marketing.

Effecten van reclame op jonge kinderen zijn er natuurlijk wel degelijk, maar het is de kunst om kinderen daarop voor te bereiden, ze er een verhouding toe aan te leren en ze te leren laten begrijpen wat gezondheid betekent. Ouders hebben vanuit hun gezag niet altijd een bewijs nodig. Het idee van dat ouders zouden moeten bewijzen dat zij gelijk hebben en de industrie niet, gaat veel te veel uit van een doorgeschoten onderhandelingscultuur en toont juist de glijdende schaal met betrekking tot de autoriteit van de ouder. Daarnaast, natuurlijk zijn er meerdere opvoeders, en juist geïnstitutionaliseerde secundaire socialisatoren (bijvoorbeeld het onderwijs) hebben ook hun verantwoordelijkheid te nemen. Maar geloof niet dat in een vrije samenleving een verbod op reclame de oplossing is! En vooruit- de geweldige hoeveelheid reclame waarop de overheid eventueel een invloed op zou kunnen uitoefenen, bijvoorbeeld waar het publieke omroepen betreft, kan waar het gaat om reclame gericht op kinderen aan enige richtlijnen worden onderworpen. Maar stiekem geloof ik dat dat enkel een zoethoudertje is en op geen enkele manier de kern van het probleem oplost. De zwakke opvoeder vindt zijn kind dan wel weer terug aan een andere rand van de samenleving.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved