Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Ethische overvraging

Print Friendly, PDF & Email

Een 48-jarige vrouw heeft door een administratieve fout een jaar lang geld van de gemeente Utrecht op haar rekening gestort gekregen, tot een totaalbedrag van ruim 9 ton. Ze betaalde er onder andere schulden mee af en deed er leuke dingen mee. Het geld was bedoeld voor haar werkgever, welzijnsorganisatie Portes. Voor de rechtbank in Utrecht eiste de officier van justitie donderdag 30 maanden gevangenisstraf. Zij is ontslagen door haar werkgever, er is beslag gelegd op haar bezittingen en zij moet het geld in zijn geheel terugbetalen.

Dit is niet het eerste dramatische verhaal, waarin een enkeling wordt geconfronteerd met een grote som geld die niet van hem is. Los van de nuances met betrekking tot bovenstaand verhaal, dat dit bijvoorbeeld een jaar lang heeft kunnen duren zonder dat het werd opgemerkt, zitten er vele interessante juridische en filosofische vragen aan vast. In deze bijdrage probeer ik daar enkele van aan te raken.

Het centrale morele dilemma hangt samen met het ontvangen van geld dat ons niet toebehoort. Er zijn vele verschillende varianten te bedenken van reële situaties die ons zouden kunnen overkomen. Het meest alledaagse geval is het ontvangen van teveel wisselgeld, bijvoorbeeld bij de bakker. In plaats van twee euro, geeft de bakker ons € 10 terug.

Wijzen we hem op zijn fout? En zouden we hem op zijn fout wijzen als we zelf pas enige tijd later de fout ontdekken, bijvoorbeeld bij thuiskomst? In hoeverre speelt het idee mee dat het niet heel waarschijnlijk is dat de bakker kan bewijzen of zich herinneren dat hij de fout heeft gemaakt in ons geval?

Ingewikkelder wordt het bij gedachte-experimenten waar wat meer geld in omgaat. De vraag bijvoorbeeld “wat zouden wij doen als iedere maand €5000 van een onbekende aan ons wordt overgemaakt” is een buitengewoon lastige vraag. Primair zouden velen waarschijnlijk antwoorden: “het bedrag terugstorten, aangezien het niet van mij is”. Toch vermoed ik dat in plaats van dit stichtelijke antwoord ons (primair) een bepaalde passiviteit zou overvallen: even kijken wat er gebeurt, even afwachten of degene die deze fout gemaakt heeft zich gaat melden, ervan afblijven en er niets mee doen, maar het ook niet terugstorten.

En van wie is het geld eigenlijk? Zou het verschil uitmaken als het zou gaan over een grote logge instantie, crimineel geld of een treurig oud vrouwtje? Misschien niet, maar laten we ons eens voorstellen dat het op zeker zou gaan om geld dat niet gemist zou worden, zou dat ons handelen beïnvloeden? Hoe moreel zijn we als de pakkans tegen nul aanligt?

Naast dergelijke finesses, spelen onze persoonlijke omstandigheden een belangrijke rol. Gaat het ons goed? Wat zouden we met het geld kunnen doen? Wat mag hier ethisch van ons verwacht worden?

De Wet is natuurlijk duidelijk. De samenleving hanteert over het algemeen een norm op grond waarvan iemand die de algemene moraal negeert ten gunste van zichzelf moet worden gestraft. Mijn vraag is in deze hoe redelijk deze norm is. Houden wij een eenvoudig mens niet al te makkelijk de ‘samenlevingsnorm’ voor? Wanneer is datgene wat de Wet stelt een aanval op het gezonde verstand of op onze morele capaciteit?

Stel, dat een ander een fout begaat, vergelijkbaar met de aanhef, bijvoorbeeld door €100.000 aan mij over te maken. Dan wordt van mij verwacht, volgens de Wet, dat ik niets doe met dit bedrag behalve het terugstorten. Ik word verantwoordelijk gemaakt om de grote fout van een ander te herstellen. Waar komt het idee vandaan dat ik deze verantwoordelijkheid aankan?

Het meest basale antwoord van voorstanders van de Wet, die hier bovenal een soort ethische code inhoudt, is dat leven nu eenmaal verantwoordelijkheid met zich meebrengt, waaronder vele verantwoordelijkheden waarom we niet hebben gevraagd (waaronder het leven zelf). Bovendien kan ik de grove fout, met een ogenschijnlijk simpele handeling herstellen. Al word ik echter door het leven zelf onmiddellijk voor ongevraagde dilemma’s geplaatst waarvan wordt verondersteld dat ik er tegenwicht aan kan bieden- mijn stelling is dat daar een grens aan is, die arbitrair is.

Ik wil hier niet op zoek gaan naar dé uitzondering, die een rechter er normaal gesproken feilloos uit zou moeten kunnen halen (al denk ik niet dat een rechter het eens zou zijn met de stelling dat de grens arbitrair is, of in het leven is geroepen om uitzonderingen te vinden), maar ik wil de veronderstelling van de samenleving aan de kaak stellen, dat ik, of de gewone arme burger met zijn bescheiden loon, grote dromen en grote schulden, in staat moet worden geacht de moraal te handhaven, dat wil zeggen het geld zonder pardon terugstorten naar degene die de fout heeft begaan.

Als hier overigens niet sprake is van een soort paradoxale onbedoelde uitlokking, wat als sociaal experiment buitengewoon interessant zou kunnen zijn, dan zou er op zijn minst veel meer nadruk moeten worden gelegd op de verantwoordelijkheid van degenen die mij (of de vrouw) voor dit dilemma plaatsen. Maar die verantwoordelijkheid wordt klein gehouden door het een administratieve slordigheid te noemen. Dat is bureaucratie nu eenmaal. Maar wat is nu een redelijke straf die zou kunnen gelden voor dergelijke fouten die gemaakt worden door bijvoorbeeld overheidsinstanties waarvan men mag verwachten dat ze met gemeenschapsgeld zeer zorgvuldig omgaan?  Fouten die onschuldige burgers plaatsen voor buitengewone grote morele dilemma’s? Die hun leven waarschijnlijk eerzaam hadden blijven leven, indien ze niet overvraagd waren door een ongevraagde situatie? Moeten burgers niet beschermd worden tegen bureaucraten die ongewenst hun praktische ethische opvattingen tergen?

Want wat betreft die overvraging. Dat is een oninleefbaar gevoel. Zoekend naar een vergelijking, waarbij ons verstand zou kunnen begrijpen wat er gebeurt indien we in een dergelijke situatie zouden kunnen belanden, heb ik het volgende gedachte-experiment uitgewerkt, waarbij het de vraag is of we in dat geval ook zouden kiezen voor de Wet.

Stel, we hebben een ernstige ziekte. De enige manier om deze ziekte te genezen is door het gebruik van een speciaal medicijn dat €100000 kost. Helaas is het voor ons onmogelijk om het te betalen noch wordt het door de verzekering gedekt. Nu komt er toevallig een pakket aan bij de post, dat per ongeluk aan ons is geadresseerd omdat degene die het heeft verstuurd zich heeft vergist in het adres en de postbode een en ander niet meer heeft gecontroleerd. We zetten haastig een krabbel en in het pakket blijkt het bewuste medicijn te zitten dat eigenlijk voor een laboratorium is bestemd. Zijn wij nu in staat dit pakket aan de rechtmatige eigenaar terug te sturen? Of worden we passief en…

Bij de primaire tegenwerping: op grond waarvan menen wij te stellen dat dit dilemma zwaarder weegt dan het eerder genoemde? Omdat het hier gaat over leven en dood? Of gaat het meer over geluk? En kan armoede, schuld hebben, niet een chronische ziekte zijn waaraan men lijdt? Het probleem is dat de ethische druk niet te voelen is, en we ons moeten proberen voor te stellen (indien wij ons moreel sterk genoeg achten het aanzienlijke bedrag terstond terug te storten) wat onze moraal zou doen wankelen. Daartoe dient het gedachte-experiment, maar men is vrij om het medicijn te vervangen door een goed dat het eerbare handelen zou kunnen doen wankelen.

Ik ben ervan overtuigd dat we veel eenvoudiger dan wordt verondersteld door de Wet, moreel overvraagd worden, zeker waar het gaat over vreemd geld dat plotseling in onze handen komt. Daar mag in juridische zin en vanuit de samenleving een stuk coulanter op worden gereageerd dan met ontslag, 30 maanden cel, een persoonlijk faillissement en het wijzende vingertje.

 

De vrouw heeft geen helder antwoord kunnen geven op de vraag waarom zij niet aan de bel heeft getrokken over de geldstortingen….

 

Zie ook: http://www.socialevraagstukken.nl/site/2014/10/13/uitkeringsfraude-bezint-eer-ge-bestraft/

Leave a comment



JW

6 years ago

Interessant. Zoals bisschop Muskens al zei, stelen kan geoorloofd zijn. En je zou jezelf inderdaad kunnen afvragen of je van een persoon met schulden mag verwachten dat hij/zij een jaar lang geen aanspraak maakt op bij toeval ontvangen bezit. Wel vind ik dat het goed is dat bezit beschermt wordt, zelfs bij fouten, en ik vind het dan ook niet zo raar om een moreel beroep te doen op de mens en de samenleving. De straf die er in dit geval alleen tegenover staat vind ik wel erg hoog. Zeker in het licht van het gegeven dat er bedrijven zijn die gevraagd geld ontvangen (overheidssteun) en daarmee in het nieuws komen omdat ze o.a. grote bonussen uitbetalen. Die vrijheid is er schijnbaar wel want daar leek de politiek en zeker de wet onmachtig.

Stephan Wetzels

6 years ago

Bedankt voor de reactie. Het verschil met het statement van de bisschop is dat daar een actieve handeling van het individu achter schuilt, terwijl in mijn korte essay juist de passiviteit van het individu centraal staat. Het idee om te stelen is er niet op voorhand, maar wordt als het ware aangereikt. Vanzelfsprekend ben ik het eens de stelling dat goederen moeten worden beschermd door de overheid. Voor burgerlijke immateriële goederen zoals leven, vrijheid en de integriteit van het lichaam evenals voor uitwendige goederen zoals geld, sieraden, boeken enzovoorts is het de plicht van de overheid om door wetten die voor iedereen gelijk zijn deze zaken te beschermen. Maar met beschermen komt dus ook een verantwoordelijkheid kijken, dat je dus als het ware je eigen bezit beschermt tegen mensen die het graag willen hebben. Oftewel, het is dan niet verstandig om je bezit van € 100.000 voor een open raam te zetten. De finesse zit hier dan ook niet zozeer in het beschermen van het materieel goed, als wel de vraag wat je van burgers mag verwachten als de overheid (in dit geval was het geen particuliere fout) mensen in een buitengewoon verleidelijke positie brengt.

Nu ik een en ander zo schrijf, brengt me dat tot een nieuwe overweging. Waar het dan gaat over burgerlijke immateriële goederen, schiet mij een vreemde vergelijking te binnen. Waar bijvoorbeeld een jonge vrouw alleen in de nacht schaars gekleed door een park loopt (op weg naar huis), loopt zij een zeker risico iemand tegen het lijf te lopen die “moreel overvraagt” wordt. Terwijl wij toegeven aan deze morele uitdaging onmiddellijk herkennen en zonder meer afwijzen en zwaar bestraffen. Dan lijkt er een verschil te bestaan wat betreft morele positie en aanvaardbaarheid, althans wat betreft mijn eerste gevoelens, waar het gaat over materiële en immateriële goederen. Interessant.

Sanne

6 years ago

Mooi stuk!

De vergelijking met de schaars geklede vrouw is interessant, maar wat mij betreft een geheel andere situatie en dus niet erg sterk.

In dat geval moet je ten eerste als ‘dader’ actief een beweging maken om te krijgen wat je wilt, ten tweede schaad je een individu en geen onbekende instantie. Ten derde zie je direct de schade die je aanricht doordat de vrouw zal protesteren, wat je moraliteit zeker zou moeten prikkelen om het niet te doen.

In het geval van overheidsgeld op je rekening krijgen, kun je passief blijven afwachten en schaad je feitelijk geen mensen maar het vage begrip ‘samenleving’, wat je ook nog eens niet kunt waarnemen.

Als laatste zou ook maar een miniem gedeelte van de bevolking de behoefte hebben iets met de schaars geklede vrouw te doen tegen haar wil (nogal ziekelijk dunkt me) terwijl bij een geldbedrag het grootste gedeelte van onze bevolking de neiging heeft om even af te wachten wat er gebeurt (misschien afhankelijk van de grootte van het bedrag en de pakkans, oké…). Lijkt me een punt om ook te overwegen in je eindoordeel.

In het eerste geval ben ik het dus eens met het aanmoedigen van meer coulantie vanuit de samenleving, terwijl in het tweede geval een strenge straf nagestreefd moet worden.

Stephan Wetzels

6 years ago

Vanzelfsprekend is het een andere situatie, vandaar dat we ook moeten kijken naar de overeenkomsten in moreel opzicht. Het is waar dat de mens over het algemeen meer geneigd is tot moreel handelen, indien het kwaad van zijn handeling direct zichtbaar of voelbaar is. Maar stel dat bijvoorbeeld het geld dat ik ontvangen heb en waar ik besluit niets mee te doen, bestemd was voor een doodziek kind, in hoeverre schaad ik dan ook niet ernstig een individu, al is het via de tussenweg van de gever (de gemeente Utrecht bijvoorbeeld)? Het gegeven dat iemand iets direct opmerkt, is geen meerwaarde ten opzichte van de vraag of zijn handeling meer of minder moreel is (of dat het dan logischer is dat hij moreel handelt). De cognitieve dissonantie die gepaard gaat met de idee van de enkeling tegen de grote instantie, is waarschijnlijk de grootste morele valkuil. Een valkuil overigens die wat mij betreft wel mag worden meegewogen ter verdediging, aangezien velen er intrappen.

Wat betreft de actieve beweging: ook ten aanzien van het geld dat voorhanden is, moet ik ‘actief’ een keuze maken. Ga ik er iets mee doen, nu het zich binnen de reikwijdte van mijn handelingsmogelijkheden begeeft, of laat ik het voorbijgaan en besluit ik te roepen: ‘dat is niet handig, dat geld zomaar in het midden van de nacht in een park in een dunne tas te laten rondslingeren!’

Maar akkoord, je argumenten geven wel duidelijk aan dat we ons moeten beperken tot de kern van het dilemma, wat gelegen is in de morele kracht die nodig is om verstandig om te gaan met een onterecht verkregen som geld.

JA

6 years ago

1. Mag je in redelijkheid van iemand die per ongeluk teveel geld op zijn rekening gestort heeft gekregen vergen dat hij het teruggeeft aan de rechtmatige eigenaar of het op z’n minst niet uitgeeft? En maakt het daarbij uit wie de eigenaar is en wie de ontvanger? Je zegt het niet expliciet, maar je lijkt te vinden dat het de fout van de organisatie is geweest en dat deze mevrouw niet gestraft moet worden omdat ze van die fout heeft geprofiteerd met een luxe vakantie. Ik ben het daar niet mee eens.

2. Laten we één ding voorop stellen: het geld was niet van de mevrouw en zij wist dat ook. Ze wist dat ze door een fout de beschikking had over geld, terwijl het eigendom van een ander was. De fout, de oorzaak van het hele probleem, lag bij een ander en daar leg je veel nadruk op: ambtenaren moeten hun zaakjes maar beter in de gaten houden, anders hebben ze pech. Zou je ook vinden dat ze het geld had mogen opmaken indien het geld door een particulier was overgemaakt? En maakt het dan nog uit of het een rijke of arme particulier was? En als de fout nu bij de bank lag?

3. Je probeert de lezer te verleiden voor je standpunt door een casus te verzinnen waarbij een anonieme ambtenaar van een van het geld bulkende overheid een extreem armlastige burger geld overmaakt. Omdat het resultaat je wel bevalt – een arme burger wordt geholpen en de overheid een beetje lichter gemaakt – hoeven we de oorspronkelijke situatie niet te herstellen. Maar deze zaak gaat niet over een eerlijke verdeling van geld en goederen onder de mensen. Dan had die arme mevrouw ook gewoon een bank kunnen gaan beroven. Stel nu dat deze mevrouw verzorgende is en in die hoedanigheid boodschappen doet voor een invalide mevrouw. Ze krijgt daarvoor haar portemonnee mee waar 50 briefjes van €500,- in zitten. Ze heeft dan ook de rechtmatige beschikking over grote sommen geld, mag ze daar dan een reisje van boeken? Of mag dat alleen als ze zelf heel arm is?

4. De samenleving moet wel een zekere mate van zelfbeheersing vragen van mensen, maar het blijkt wel dat niet iedereen die aan kan. De gelegenheid die je hebt om strafbare feiten te plegen heeft grote invloed op de vraag of je dat ook doet. Veel mensen die er niet over zullen peinzen om een tv uit de winkel te stelen, zijn niet te beroerd om wat te frauderen met de verzekering of de belasting. Het voelt minder als diefstal of verduistering of fraude omdat het allemaal op papier plaatsvindt en het gaat om een anonieme instantie en niet je oma. Ook op werkplekken beheren mensen soms grote sommen geld van hun werkgever, en hebben ze het moeilijk om daar vanaf te blijven. Als het geld dan op je rekening wordt gestort is het nog makkelijker, maar het blijft geld van een ander. Ik snap wel dat de verleiding groter is, maar ik vind niet dat je mensen overvraagt als je van ze eist dat ze alleen hun eigen geld uitgeven.

5. Het is nu eenmaal een feit dat mensen fouten maken en in een goedlopende samenleving moeten mensen daar een beetje rekening mee houden. Als ik in de auto zit en iemand rijdt door rood, dan mag ik ook niet per definitie gewoon lekker doorrijden omdat die ander een fout maakt, ik moet nog steeds proberen een ongeluk te vermijden. Fouten van mensen hebben invloed op de verplichtingen van anderen. Ik vind veel eerder dat je mensen / instanties overvraagt indien ze vette pech hebben als ze een keer een foutje maken bij het overmaken van geld. Moet die organisatie het dan maar zonder die negen ton doen? Als je een bankrekening opent, dan brengt dat een zekere verantwoordelijkheid met zich mee. Als je die verantwoordelijkheid niet aankunt, moet je geen bankrekening openen. Je kunt het risico op deze verantwoordelijkheid dus ontlopen.

6. Dan nog een laatste opmerking: de rechter heeft zich nog niet uitgesproken over deze zaak. De rechter mag alles meewegen, dus ook de vraag of deze vrouw wellicht erg onder druk stond bijvoorbeeld als gevolg van grote schulden. Hij kan dat meewegen in de strafmaat. Maar ik kan me niet voorstellen dat de rechter dit handelen juridisch gerechtvaardigd vindt – hij geeft daarmee ook voor de toekomst een signaal af dat als je per ongeluk geld op je rekening krijgt, dat je dat gewoon mag uitgeven. Ik neem aan dat jij daar ook niet op zit te wachten als je zelf per ongeluk een fout hebt gemaakt bij het overboeken van geld.

Stephan Wetzels

6 years ago

Ik antwoord per alinea.

1. Het gaat precies om de redelijkheid, waarna ik op zoek ben. Er zit overigens waarschijnlijk een behoorlijk subtiel verschil in het teruggeven of het in bewaring houden. Ik weet niet wat de juridische consequenties zijn in het geval dat iemand louter passief is, en besluit af te wachten. Ik kan me voorstellen dat dat maar een doel dient: het op een geschikt moment alsnog uitgeven, als de idee bestaat dat de gevolgen minimaal zullen zijn. Met betrekking tot de casus van de 48-jarige vrouw, heb ik de wind niet in de zeilen, maar als je het stukgelezen hebt, heb je gezien dat ik meer op zoek gaan naar de algemene problemen achter de casus.

Ik vind het overigens wel degelijk een bijzonder grote fout van de organisatie, zeker in acht genomen dat er blijkbaar een jaar lang in totaal € 900.000 overgemaakt kan worden aan een verkeerd adres. Daarnaast moet de vrouw ook wel gestraft worden, maar niet buitenproportioneel zoals op dit moment door de officier van Justitie wordt voorgesteld namens de samenleving.

2. Ambtenaren hebben geen ‘pech’ op het moment als ze grote fouten maken, maar mogen wel verantwoordelijk worden gehouden voor die fouten. Ik ken de consequenties in deze specifieke zaak niet, ik lees er en ik hoor er in ieder geval niets over. In mijn tekst lees je overigens al de nuance met betrekking tot de particulier, de overheid en bijbehorende omstandigheden. Ik ken de overheid in deze wel een zwaarder gewicht toe, daar het dezelfde overheid is die de vrouw bestraft voor een fout die oorspronkelijk bij hen is begonnen. Dat maakt een vreemde indruk op mij.

Een burger wordt trouwens toch ook geacht de wet te kennen, en kan zich toch ook niet iedere keer verschuilen achter het feit dat hij in deze of gene specifieke situatie een fout heeft gemaakt waardoor hij de wet heeft overtreden, maar daarvoor geen consequenties hoeft te dragen? We moeten dus wat mij betreft niet doen alsof degene die “per ongeluk” een fout maakt, geen enkele rol meer in het verhaal hoeft te hebben behalve dat van treurig slachtoffer. Enige tijd geleden heb ik mijn verbazing trouwens uitgesproken over het feit dat de samenleving opdraait voor mensen die op overduidelijk malafide mail klikken, hun spaarrekeningnummer invullen en de TAN-codes er nog even bij doen. Maar goed, dat is weer een andere invalshoek.

3. Je maakt enigszins een parodie van de stellingen. Het gaat hier niet om een Robin Hood principe, of de sympathie voor de arme enkeling tegen het systeem, maar om de morele uitdaging die ik herken in de betreffende casus, maar zoals ik heb geschreven ook in alledaagse kleinere voorvallen. Natuurlijk had de arme vrouw geen bank kunnen gaan beroven, omdat dit een actieve handeling betreft, waarbij op voorhand kwade keuzes moeten worden gemaakt. Dat is in mijn stuk niet aan de orde. In het geval van de invalide mevrouw vind ik het onverantwoord dat zij zomaar een portemonnee meegeeft met € 25.000 inhoud. Maar akkoord, de invalide vrouw is slechts dom, onvoorzichtig, onverantwoordelijk, onhandig, naïef en goedgelovig, ik die er een reisje van boek, een crimineel die flink wat maanden cel tegemoet mag zien.

Een ander verschil in jouw voorbeeld is dat ik vind dat er een professionele morele verantwoordelijkheid mag worden verwacht van een hulpverlener ten opzichte van iemand in een kwetsbare situatie, die geheel anders is in het geval van een overheid die een bijstandsmoeder in de schulden haar rekening onbedoeld aanvult. Professionaliteit veronderstelt bekendheid met de situatie waarin men zich kan gaan bevinden; en men mag ervan uitgaan dat er bovendien een zekere training aan vooraf is gegaan waarin men zich (min of meer) heeft kunnen voorbereiden op morele dilemma’s in de werksituatie. Zo worden althans artsen, pedagogen, bedrijfskundigen, notarissen, advocaten enzovoorts wel opgeleid.

4. Ik blijf erbij dat mensen die zich moedwillig in professionele zin in situaties manoeuvreren waarin ze te maken krijgen met uitdagingen, meer moreel verantwoordelijk gehouden mogen worden dan mensen die daarin niet primair verkeren of zich daarin begeven. Natuurlijk heb ik als accountant of als belegger veel geld onder de handen (waarvan we inmiddels allemaal de voorbeelden kennen van figuren die er zo miljarden doorheen draaiden), en zo zijn er vele varianten te bedenken waarin een professionele verantwoordelijkheid mag worden verlangd.

Ik heb de indruk dat je stelt dat van iemand in een samenleving op de een of andere manier ook een bepaald soort ‘professionele verantwoordelijkheid’ wordt verlangd. En precies daar zit denk ik de crux van ons ogenschijnlijke meningsverschil. Jij legt die lat ergens anders. Ik denk namelijk dat je mensen wel al heel snel overvraagt waar het gaat over de beschikbaarheid van veel vreemd geld. En die overvraging begint uiteraard met de passiviteit, die niets anders is dan een verkapte opschorting van het immorele.

Je lijkt je nog al te baseren op de rationele keuze theorie: het niveau van criminaliteit wordt bepaald door de aanwezigheid van potentiële daders, de aanwezigheid van geschikte doelwitten en de afwezigheid van voldoende sociale bewaking. Daarbij zeg je dat je wel begrijp dat de verleiding groter is, maar dat mensen daarmee niet overvraagd worden. Het lijkt mij nu juist dat juist omdat de verleiding zo groot is, mensen wel overvraagd worden. Ik heb met het gedachte-experiment ook proberen aan te tonen wat die verleiding precies kan betekenen, door het toe te spitsen en het concreet te maken met betrekking tot een goed waarbij mogelijk ook jij zou kiezen voor “een criminele handeling”. Voor ieder mens is er waarschijnlijk een goed te bedenken, op grond waarvan hij immoreel pleegt te handelen. Voor vele mensen betreft dit goed een grote som geld.

5. Dit is misschien wel je sterkste argument. Je sluit hier aan bij mijn stelling dat leven verantwoordelijk leven betekent per definitie. Het is feitelijk een vraag naar de balans van de verantwoordelijkheid. Waar houdt die van de ander op, en waar begint die van mij? Toch gaat je voorbeeld over doorrijden of stoppen wanneer iemand oversteekt terwijl het rood is niet op. Het is namelijk volstrekt onduidelijk welk direct voordeel deze handeling mij zou opleveren. Ik rijd iemand overhoop, de ambulance komt, er wordt proces-verbaal opgemaakt, en ik kom te laat op mijn bestemming.

We moeten juist op zoek gaan naar een voorbeeld waarbij mij zonder directe consequenties een onnoemelijk voordeel voor handen komt. Het is toch niet vreemd dat iemand eenvoudig bezwijkt voor een overstelpende hoeveelheid persoonlijke voordelen die in het verschiet liggen? Het is toch ook niet zo vreemd dat, ondanks dat hij ergens wel weet dat zijn handeling bepaalde vervelende gevolgen zou kunnen hebben (zoals mensen die nog al eens een sigaretje willen opsteken-laten we ons niet vergissen in de kracht van (morele) cognitieve dissonantie), iemand het voor zichzelf toch weet te verantwoorden dat de passiviteit gerechtvaardigd is? Dat is natuurlijk ethisch beschouwd niet goed, maar toch wel menselijkerwijs beschouwt begrijpelijk?

We (de Wet) doen wel net alsof een individu een ethisch en moreel sterk verantwoordelijk te houden persoon is, maar ik betwijfel simpelweg het verschil van die theoretische gedachte en de praktijk. Ik pleit uiteraard ook voor goed handelen, en goed handelen moet ook de norm zijn, maar het gaat er om dat wanneer mensen niet goed handelen, daarmee nog niet kwaad zijn en er ernstig voor moeten worden gestraft. Dat is een moeilijk punt, waarop ik nu niet dieper inga, maar waarvan ik hoop dat binnen de context te begrijpen is wat ik bedoel.

6. De rechter heeft in het specifieke geval inderdaad nog lang geen vonnis voorbereid, en we kennen alle omstandigheden uiteraard niet. Misschien zou het helpen met betrekking tot mijn (voor algemene en wijsgerige doeleinden bedachte) stellingen en de daaropvolgende discussie. Voor nu is het hopen dat ik dadelijk geen € 100.000 op mijn bankrekening zie bijgeschreven: het zou mijn persoonlijke ondergang kunnen worden.

Stephan Wetzels

6 years ago

Bron: rechtspraak.nl

Het ziet er naar uit dat de rechter mijn stuk gedeeltelijk heeft meegenomen in zijn vonnis. (*schraapt keel*)

De rechtbank in Utrecht veroordeelde vandaag een 48-jarige vrouw uit Utrecht tot een werkstraf van 140 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. De vrouw had in totaal ruim €900.000 ten onrechte op haar rekening gestort gekregen, die bedoeld was voor haar werkgever. In plaats van dit geld terug te geven, heeft zij het voor zichzelf gebruikt.

De rechter acht bewezen dat de vrouw zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering. In de periode van 27 januari 2009 tot en met 18 januari 2010 is door de gemeente Utrecht in meerdere stortingen een bedrag van in totaal € 907.587,97 op haar bankrekening gestort, terwijl het was bedoeld voor haar werkgever, een welzijnsorganisatie. De vrouw heeft zich dit geld onrechtmatig toegeëigend. De rechtbank rekent het haar zwaar aan dat zij er op verschillende momenten bewust voor heeft gekozen dit geld voor zichzelf te gebruiken.

De rechtbank voert verschillende redenen aan voor de opgelegde straf van 140 uur werkstraf en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
De vrouw heeft het geld niet zelf actief gestolen maar het werd op haar rekening gestort. De gemeente en de welzijnsorganisatie waarvoor het geld bestemd was, hebben traag gehandeld, waardoor de situatie bijna een jaar duurde. Bovendien is het grootste deel van het geld, te weten € 700.000 terug naar de gemeente.
Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de grote gevolgen die de ontdekking van het strafbare feit al voor de vrouw heeft gehad. Zij is haar werk kwijtgeraakt, heeft al heel lang geen enkel inkomen meer kunnen krijgen en zal mogelijk haar woning verliezen.

Ook heeft de rechter mee laten wegen dat de vrouw geen strafblad heeft en dat er volgens de reclassering geen gevaar voor herhaling is. Dat de gevangenisstraf voorwaardelijk is, moet de vrouw ervan weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Bovendien maakt het haar mogelijk te blijven werken en op die manier zoveel mogelijk van het verduisterde geld terug te betalen.

Ik merk op dat “geen kans op herhaling” hier volstrekt zinledig is. De strekking van “weerhouden opnieuw in de fout te gaan”, levert ook allerlei theoretische bezwaren op en is vrijwel niet anders dan in een gedachtenexperiment voor te stellen. Filosofie, morele gedragingen en juridische praktijk blijven elkaar hier op een boeiende manier bijten…

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved