Een verzameling samengevat.
In deze bijdrage doe ik iets wat ik al een jaar of tien van plan was, namelijk het breed toegankelijk maken maken van de Rechtsfilosofische annotaties die ooit zijn gebundeld door Ars Aequi en waarvan je toch hoopt dat er ooit nog een vervolg komt. Maar naar het schijnt staat er een nieuwe uitgave op de rol in 2026! Hoe dan ook, rechtsfilosofie verjaart niet zo snel.
Rechtsfilosofische annotaties zijn eigenlijk korte beschouwingen bij rechtszaken waarin recht, ethiek en filosofie samenkomen: wat is rechtvaardig, wie is verantwoordelijk en waarom?
Iedere casus begint met een centrale vraag. Een klik op het plusje opent de feiten, de beslissing en de gedachte die daarachter schuilgaat. De zaken heb ik kort gehouden; de vragen verdienen tijd om te overwegen. Een rechter heeft ook niet altijd gelijk en het recht is niet altijd helemaal navolgbaar. Het blijft mensenwerk.
Hoe dan ook: oordeel zelf!
Kies een thema
De betekenis van woorden en feiten
Vrijheid, geloof en gelijkheid
Geen straf zonder voorafgaande regel?
Schuld en verantwoordelijkheid
Leven, lijden en zelfbeschikking
Wat is recht?
Regels, beginselen en de grenzen van juridisch gezag.
Verdriet zonder juridisch belang?
Moet het recht ook erkenning bieden wanneer er nauwelijks geld op het spel staat?
De zaak
Een driejarig kind raakt na zwemtherapie opnieuw in het zwembad, loopt ernstig hersenletsel op en overlijdt. Zijn ouders vragen de rechter te verklaren dat het ziekenhuis aansprakelijk is. Zo’n uitspraak zou hen helpen het verlies te verwerken. Daarnaast vorderen zij een beperkt bedrag aan kosten.
De beslissing
In het Jeffrey-arrest uit 1998 bleef de afwijzing in stand. Het door het hof als zuiver emotioneel aangemerkte belang was onvoldoende voor de verlangde verklaring. Ook de kostenclaim strandde, wegens onvoldoende bewijs.
Waar het schuurt
Dat verdriet werkelijk is, maakt het nog niet vanzelf tot een juridisch erkend belang. Maar wanneer het recht die erkenning weigert, trekt het zelf een grens tussen leed dat wel en leed dat niet voor zijn rekening komt. Is die begrenzing noodzakelijk om recht te kunnen doen, of laat zij juist iets wezenlijks buiten beeld?
HR 9 oktober 1998 · NJ 1998, 853
Naar de annotatie van Bert van Roermund, ‘No harm done’, p. 10 e.v.
De wet verandert halverwege de studie
Mag de rechter een duidelijke wet opzijzetten omdat zij gewekte verwachtingen doorkruist?
De zaak
Studenten die al aan een tweede studie waren begonnen, verliezen door de Harmonisatiewet studiefinanciering en moeten meer collegegeld betalen. Zij beroepen zich op rechtszekerheid: de spelregels worden gewijzigd terwijl zij hun keuze al hebben gemaakt.
De beslissing
De Hoge Raad wees hun beroep in 1989 af. De rechter mocht een formele wet niet toetsen aan ongeschreven rechtsbeginselen voor omstandigheden die de wetgever al in zijn afweging had betrokken. Niet-verdisconteerde omstandigheden lagen anders.
Waar het schuurt
Een regel kan botsen met een beginsel zonder daardoor automatisch buiten toepassing te raken. Achter dit onderscheid schuilt een gezagsvraag: wie mag de afweging opnieuw maken? Rechtszekerheid beschermt de student, maar de bevoegdheidsverdeling beschermt ook het democratisch vastgestelde recht.
HR 14 april 1989 · NJ 1989, 469
Naar de annotatie van Jaap Hage, ‘Het harmonisatiewetarrest’, p. 14 e.v.
Eerst trouwen, dan moorden, dan delen
Kan iemand een aanspraak hebben die hij toch niet mag uitoefenen?
De zaak
Een vrijwel onvermogende verzorger trouwt met een vermogende, hulpbehoevende vrouw. Vijf weken later vermoordt hij haar. Vervolgens eist hij de helft van de huwelijksgemeenschap op. Zijn verweer: dat vermogen kwam hem door het huwelijk al toe, niet pas door haar dood.
De beslissing
De aanspraak werd afgewezen. De Hoge Raad aanvaardde dat de bijzondere omstandigheden de uitoefening ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ontoelaatbaar maakten. Algemene beginselen, waaronder het niet profiteren van eigen opzettelijk veroorzaakt doden, ondersteunden dat oordeel.
Waar het schuurt
De uitkomst lijkt eenvoudiger te verdedigen dan de weg ernaartoe. Moet de rechter een regel corrigeren met redelijkheid en billijkheid, of de regel van meet af aan uitleggen vanuit zijn achterliggende beginselen? Dat verschil bepaalt hoeveel inzicht wij krijgen in de grenzen van rechterlijke macht.
HR 7 december 1990 · NJ 1991, 593
Naar de annotatie van Arend Soeteman, ‘De onwaardige deelgenoot’, p. 17 e.v.
Een aanbod dat zich niet laat terugnemen
Wat is het verschil tussen iets niet mogen en het juridisch niet kunnen?
De zaak
Lindeboom biedt de gemeente Amsterdam een kliniek met erfpachtrechten aan. Terwijl de gemeentelijke besluitvorming loopt, trekt hij zijn aanbod in. De gemeente houdt hem aan de koop. Het aanbod wordt als onherroepelijk uitgelegd.
De beslissing
De Hoge Raad oordeelde dat de intrekking de overeenkomst niet verhinderde. Met het onherroepelijke aanbod had Lindeboom zichzelf de bevoegdheid ontnomen om tijdige aanvaarding nog tegen te houden. Dat hij inmiddels niet meer wilde verkopen, was niet doorslaggevend.
Waar het schuurt
Een verbod kan worden overtreden, maar een ontbrekende bevoegdheid laat zich niet alsnog door ongehoorzaamheid verkrijgen. Hohfeld helpt om vrijheid, verplichting en bevoegdheid uit elkaar te houden. Daarmee wordt ook de keuze zichtbaar tussen bescherming van de eigen wil en bescherming van het vertrouwen van de ander.
HR 19 december 1969 · NJ 1970, 154
Naar de annotatie van Bob Brouwer, ‘Fundamentele rechtsbegrippen. De theorie van Wesley Newcomb Hohfeld’, p. 22 e.v.
Wanneer de bezetter de regels schrijft
Wanneer wordt trouw aan het geldende recht dienstbaarheid aan onrechtmatige macht?
De zaak
Tijdens de Duitse bezetting wordt een handelaar veroordeeld door een nieuw ingestelde economische rechter. Hij bestrijdt diens bevoegdheid: de bezetter moest volgens het Landoorlogreglement het bestaande Nederlandse recht eerbiedigen.
De beslissing
In 1942 behandelde de Hoge Raad de betrokken bezettingsmaatregel als een voorschrift met kracht van wet. Hij achtte zich niet bevoegd deze op de gevraagde manier aan het Landoorlogreglement te toetsen. De veroordeling bleef in stand.
Waar het schuurt
Een rechter die blijft functioneren kan burgers beschermen, maar ook het gezag van de bezetter bevestigen. Het probleem is daarom groter dan gehoorzaamheid aan één regel: op welk moment moet een rechter de legitimiteit onderzoeken van de orde waaraan hij zijn eigen bevoegdheid ontleent?
HR 12 januari 1942 · NJ 1942, 271
Naar de annotatie van Thomas Mertens, ‘Het toetsingsarrest’, p. 27 e.v.
De betekenis van woorden en feiten
Over uitleg, vertrouwen en wat als een feit wordt gepresenteerd.
De helper die geen advocaat is
Moet de functie die iemand vervult zwaarder wegen dan het juridische etiket?
De zaak
Een deurwaarder kent een huurdossier door en door en staat een woningbedrijf bij in een kort geding. Na afloop ontstaat discussie over vergoeding van zijn werkzaamheden via de proceskosten. Zijn praktische bijdrage lijkt op rechtsbijstand, maar zijn procesrechtelijke positie is niet die van een advocaat.
De beslissing
De Hoge Raad kende de verlangde vergoeding voor deze rechtshelper niet toe. Van belang was het onderscheid tussen optreden als procesvertegenwoordiger en bijstand aan een partij die zelf in persoon verschijnt.
Waar het schuurt
Woorden als vertegenwoordigen en bijstaan lijken alledaags, maar verdelen hier rechten en kosten. De annotatie laat zien dat uitleg van zulke begrippen meer is dan taaltechniek. Een overtuigende motivering moet zichtbaar maken waarom de ene rol wel en de andere niet onder een regeling valt.
HR 28 april 1995 · NJ 1995, 729
Naar de annotatie van Henk Jan Boukema, ‘De rechtshelper’, p. 33 e.v.
Een nul te weinig, een meevaller te veel
Verdient vertrouwen bescherming als iemand meteen moet begrijpen dat er een fout is gemaakt?
De zaak
Een belastingplichtige geeft een inkomen van 291.119 gulden aan. De aanslag wordt vastgesteld op basis van 29.119 gulden. De fiscus wil de vergissing herstellen, maar voor navordering gold in beginsel het vereiste van een nieuw feit.
De beslissing
De Hoge Raad liet correctie toe bij een onmiddellijk herkenbare schrijf- of tikfout, of een daarmee gelijk te stellen vergissing. Het moest de belastingplichtige duidelijk zijn dat de veel lagere aanslag niet de bedoeling kon zijn.
Waar het schuurt
Rechtszekerheid pleit ervoor op een officiële aanslag te mogen vertrouwen. Gelijke behandeling pleit ervoor dat een evidente administratieve fout geen willekeurig belastingvoordeel oplevert. De vraag is niet welk beginsel altijd wint, maar wanneer vertrouwen nog redelijkerwijs bescherming verdient.
HR 6 juni 1973 · BNB 1973/161
Naar de annotatie van Hans Gribnau, ‘Foutje, bedankt?’, p. 37 e.v.
De negende van OMA: hommage of belediging?
Wie bepaalt wat een kunstwerk betekent wanneer bedoeling en ervaring uiteenlopen?
De zaak
Een kunstenaar wil de tekst ‘DE NEGENDE VAN OMA’ op een ouderenflat plaatsen. OMA verwijst naar het architectenbureau van Rem Koolhaas. Bewoners lezen de tekst als een denigrerende verwijzing naar henzelf. De gemeente werkt niet langer mee aan de plaatsing, hoewel zij eerder instemde.
De beslissing
De gemeente hoefde de plaatsing niet alsnog te realiseren. Bij de uitleg van de overeenkomst mochten de zwaarwegende belangen van bewoners worden betrokken. Het gewekte vertrouwen en het belang van de kunstenaar gaven hier niet de doorslag.
Waar het schuurt
Zelfs voordat de rechter belangen afweegt, moet hij beslissen wat hier eigenlijk aan de hand is. Een eerbetoon, een stigma, een gebroken afspraak? Feiten worden niet alleen verzameld; hun betekenis wordt mede gevormd door de manier waarop het verhaal wordt verteld.
HR 20 mei 1994 · NJ 1995, 691
Naar de annotatie van Willem Witteveen, ‘De constructie van de feiten. Over De negende van OMA’, p. 42 e.v.
Recht, politiek en macht
Wie beslist, wie controleert en wie beschermt de burger?
De dierenfamilie zonder oormerk
Kan ongehoorzaamheid aan een regel juist trouw zijn aan een andere rechtsplicht?
De zaak
Daphne Westerhof houdt geredde landbouwdieren als gezelschapsdieren. Zij weigert hun oormerken aan te brengen: die veroorzaken volgens haar onnodig pijn en letsel. De identificatieregels schrijven het oormerken wel voor.
De beslissing
De politierechter ontsloeg haar in de besproken uitspraak van rechtsvervolging. Hij gaf voorrang aan de wettelijke plicht dieren geen onnodige pijn te bezorgen en betrok het bestaan van een minder belastend identificatiealternatief. De bundel vermeldt dat hoger beroep zou volgen.
Waar het schuurt
Wie zich op zijn geweten beroept, staat niet automatisch boven de wet. Hier werd het morele bezwaar echter vertaald in een conflict tussen juridische plichten. De zaak vraagt of burgerlijke ongehoorzaamheid alleen een overtreding is, of ook een manier waarop de onvoltooidheid van het recht zichtbaar wordt.
Rb. Amsterdam 4 november 2004 · nr. 13/086172-03
Naar de annotatie van Wibren van der Burg, ‘De Familie Bofkont’, p. 49 e.v.
Niet verboden, toch onrechtmatig
Mag een rechter een nieuwe grens trekken waar de wet geen uitdrukkelijk verbod bevat?
De zaak
Drukker Cohen haalt een medewerker van concurrent Lindenbaum met giften en beloften over om bedrijfsinformatie door te spelen. Daardoor kan Cohen zijn concurrent onderbieden. Een expliciete wetsbepaling tegen precies dit gedrag ontbreekt.
De beslissing
In 1919 gaf de Hoge Raad een ruimere uitleg aan onrechtmatige daad. Ook strijd met goede zeden of met de zorgvuldigheid die mensen in het maatschappelijk verkeer tegenover elkaar behoren te betrachten, kon onrechtmatig zijn.
Waar het schuurt
Het is verleidelijk alleen te zeggen dat deze oneerlijke concurrentie niet mag lonen. Maar een rechterlijke uitspraak vormt ook een regel voor latere gevallen. Hoe verhoudt rechtvaardigheid voor deze twee drukkers zich tot de bevoegdheid om het economische verkeer als geheel opnieuw in te richten?
HR 31 januari 1919 · Lindenbaum/Cohen
Naar de annotatie van Peter Rijpkema, ‘Lindenbaum-Cohen: Einzelfallgerechtigkeit of beleid?’, p. 53 e.v.
Op de zwarte lijst, zonder volwaardig verweer
Wie controleert de macht die zegt onze veiligheid te beschermen?
De zaak
Yusuf en de Al Barakaat International Foundation komen op een internationale sanctielijst terecht. Hun tegoeden worden bevroren via Europese uitvoering van VN-maatregelen. Zij bestrijden de ingreep en het gebrek aan effectieve mogelijkheden om zich te verdedigen.
De beslissing
Het Gerecht van Eerste Aanleg liet de maatregelen in 2005 in stand. Het gaf voorrang aan verplichtingen uit het VN-stelsel en beperkte zijn toetsing tot dwingende normen van internationaal recht. Dit is het historische oordeel dat de bundel bespreekt, niet een beschrijving van de latere ontwikkeling van de sanctierechtspraak.
Waar het schuurt
Een hoger gezag kan bevoegdheden verdelen, maar daarmee is de rechtvaardigheid van zijn besluiten nog niet verzekerd. Juist wanneer maatregelen diep ingrijpen, wordt het belangrijk te vragen waar betrokkenen worden gehoord en wie fouten kan herstellen. Veiligheid is een doel, geen vervanging voor rechtsbescherming.
Gerecht van Eerste Aanleg EG 21 september 2005 · T-306/01
Naar de annotatie van Arend Soeteman, ‘Het terroristisch vermogen’, p. 58 e.v.
Gelijk krijgen, zonder gelijk behandeld te worden
Wat is rechtsbescherming waard als de rechter discriminatie vaststelt maar niet meteen ingrijpt?
De zaak
Een verhoging van het arbeidskostenforfait moet betaald werk stimuleren. Werkenden die hun hogere werkelijke kosten aftrekken, missen dat extra voordeel. Dezelfde arbeidsstimulans bereikt zo de ene groep werkenden wel en de andere niet.
De beslissing
De Hoge Raad achtte het onderscheid in 1999 ongerechtvaardigd, maar liet herstel voorlopig aan de wetgever. Er waren meerdere oplossingen mogelijk en de keuze vereiste mede politieke afwegingen. Later rechterlijk ingrijpen werd niet uitgesloten als herstel uitbleef.
Waar het schuurt
Terughoudendheid kan respect voor democratische besluitvorming zijn. Voor de individuele burger betekent zij ook dat een erkende ongelijkheid voortduurt. De scheiding van machten lost dit dilemma niet vanzelf op: zij moet juist verklaren wie verantwoordelijk is voor daadwerkelijk herstel.
HR 12 mei 1999 · BNB 1999/271
Naar de annotatie van Richard Happé, ‘Over trias politica en rechtsbescherming in het belastingrecht’, p. 63 e.v.
Wie bewaakt de wetgever?
Moet het laatste woord over de Grondwet bij de meerderheid of bij de rechter liggen?
De zaak
Oud-Kamerlid Van den Bergh verzet zich tegen een korting op zijn pensioen. Volgens hem is de onderliggende wet niet met de grondwettelijk vereiste meerderheid aangenomen. Hij vraagt de rechter dus niet de inhoud, maar de totstandkoming van die wet te controleren.
De beslissing
De Hoge Raad wees die route in 1961 af. Het toenmalige toetsingsverbod omvatte volgens hem ook de grondwettigheid van de totstandkoming. Het oordeel daarover was aan de wetgever zelf voorbehouden.
Waar het schuurt
Ook redelijke burgers verschillen van mening over de betekenis van grondrechten. Waarom zou een rechterlijke uitleg dan democratisch zwaarder wegen? Omgekeerd: hoe geloofwaardig is een grens aan meerderheidsmacht als diezelfde meerderheid uiteindelijk zelf beslist of zij de grens heeft gerespecteerd?
HR 27 januari 1961 · NJ 1963, 248
Naar de annotatie van Ronald Janse, ‘Constitutionele toetsing’, p. 68 e.v.
Vrijheid, geloof en gelijkheid
Grondrechten die bescherming bieden en elkaar tegelijk begrenzen.
Kwetsende woorden, religieuze overtuiging
Verdient een uitlating meer bescherming doordat zij uit een geloof voortkomt?
De zaak
Imam El Moumni doet in een televisie-interview uitspraken over homoseksualiteit die tot aangiften wegens belediging en haatzaaien leiden. Centraal staat de vraag hoe de uitlatingen moeten worden beoordeeld in hun religieuze en inhoudelijke context.
De beslissing
De vrijspraak bleef in 2002 bij het hof in stand. Het hof betrok het gehele interview en kende gewicht toe aan de geloofsovertuiging die daarin tot uitdrukking kwam. In die concrete context achtte het de grenzen van het toelaatbare niet overschreden.
Waar het schuurt
Vrijheid van godsdienst en gelijkheid zijn beide fundamenteel. Maar volgt uit respect voor een overtuiging ook respect voor iedere uiting ervan? De annotatie vraagt of wederzijds respect een overtuigender grens biedt dan het bij voorbaat bevoorrechten van religieus gemotiveerde uitlatingen.
Hof ’s-Gravenhage 18 november 2002 · El Moumni
Naar de annotatie van Marlies Galenkamp, ‘De vrijheid van godsdienst versus het discriminatieverbod’, p. 73 e.v.
Welkom op school, mits je bij ons hoort
Hoe ver mag een religieuze school gaan in het bewaken van haar eigen identiteit?
De zaak
Een liberaal-joods gezin wil een zoon inschrijven bij het orthodox-joodse Maimonides Lyceum. De school weigert hem omdat hij niet aan haar religieuze toelatingscriteria voldoet. Zijn ouders hebben juist een sterke voorkeur voor deze school.
De beslissing
De Hoge Raad stelde de school in 1988 in het gelijk. De vrijheid van richting van het bijzonder onderwijs woog zwaar en liet in beginsel ruimte voor zulke religieuze toelatingsnormen. De in deze zaak aangevoerde omstandigheden doorbraken dat uitgangspunt niet.
Waar het schuurt
Grondrechten beschermen personen, maar ook de ruimte om gemeenschappen te vormen. Die twee vormen van bescherming kunnen botsen. Wanneer wordt autonomie van een instelling ongerechtvaardigde uitsluiting? En wanneer wordt een toelatingsplicht staatsdwang in zaken van geloof?
HR 22 januari 1988 · NJ 1988, 891
Naar de annotatie van Matthijs de Blois, ‘De wijsheid van Maimonides’, p. 77 e.v.
Een democratie die een partij verbiedt
Mag een democratie politieke vrijheid beperken om zichzelf te behouden?
De zaak
De Turkse Welvaartspartij Refah Partisi groeit uit tot een grote politieke macht. Het Turkse Constitutionele Hof ontbindt de partij wegens haar antiseculiere activiteiten. De partij en haar leiders beroepen zich in Straatsburg op hun politieke vrijheden.
De beslissing
De Grote Kamer van het EHRM achtte de ontbinding in 2003 verenigbaar met het verdrag. Het keek niet alleen naar omstreden opvattingen, maar ook naar de aan de partij toegerekende plannen en het voldoende concrete gevaar dat die voor de democratische orde vormden.
Waar het schuurt
Een partijverbod raakt juist de vrijheid die de democratie wil beschermen. Alles tolereren kan echter ook haar afschaffing mogelijk maken. De moeilijke vraag is daarom wanneer zelfverdediging noodzakelijk wordt en wanneer zij ontaardt in het uitsluiten van politieke tegenstanders.
EHRM (Grote Kamer) 13 februari 2003 · Refah Partisi/Turkije
Naar de annotatie van Jet Tigchelaar, ‘In naam van de democratie!’, p. 80 e.v.
Geen straf zonder voorafgaande regel?
De spanning tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid.
Het bevel was wettelijk. Was het daarom recht?
Kan iemand zich op de toenmalige wet beroepen wanneer die wet dodelijk onrecht mogelijk maakte?
De zaak
Na de Duitse hereniging worden voormalige DDR-leiders vervolgd voor hun verantwoordelijkheid voor het dodelijke grensregime. Zij voeren aan dat de maatregelen destijds op DDR-recht berustten. Achteraf straffen zou volgens hen het legaliteitsbeginsel schenden.
De beslissing
Het EHRM oordeelde in 2001 dat de veroordelingen artikel 7 EVRM niet schonden. De betrokkenen konden de bescherming waarop zij zich beriepen niet op deze manier ontlenen aan het door hen gedragen regime. De annotatie onderzoekt het verschil tussen deze benadering en de Duitse verwijzing naar extreem onrecht.
Waar het schuurt
Rechtszekerheid beschermt tegen straf achteraf. Maar beschermt zij ook degene die zelf een onrechtmatige machtspraktijk in stand hield? De zaak legt de spanning bloot tussen geldend recht, fundamentele rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid bij een overgang naar een andere politieke orde.
EHRM 22 maart 2001 · Streletz, Kessler en Krenz/Duitsland
Naar de annotatie van Hans Lensing en Thomas Mertens, ‘De zaak van de muurschutters’, p. 85 e.v.
Een baby over de grens: invoer of mensenroof?
Wanneer wordt uitleg van een strafbepaling het achteraf uitbreiden ervan?
De zaak
Een baby wordt buiten de officiële adoptiekanalen vanuit Brazilië naar een Nederlands echtpaar gebracht. De verdachte wordt vervolgd voor mensenroof. Het hof leest de bepaling historisch als bescherming tegen het vanuit Nederland wegvoeren van personen en spreekt vrij.
De beslissing
De Hoge Raad vernietigde die uitspraak in 2001. De woorden van de bepaling sloten ook het naar Nederland brengen niet uit. De beschermingsgedachte en de gewijzigde maatschappelijke en juridische context ondersteunden de ruimere uitleg. Daarmee was nog geen definitieve veroordeling gegeven: de zaak werd teruggewezen.
Waar het schuurt
Strafbaarheid moet voorzienbaar zijn, maar oude woorden moeten ook op nieuwe omstandigheden kunnen worden toegepast. Hoeveel verandering kan interpretatie dragen zonder dat de rechter op de stoel van de wetgever gaat zitten? De bescherming van het kind en de rechtszekerheid van de verdachte vragen beide om een serieus antwoord.
HR 20 november 2001 · NJ 2003, 632
Naar de annotatie van Marc Loth, ‘Een illegale adoptie’, p. 89 e.v.
De zorgvuldigheidseis komt met het vonnis
Hoe kan een arts vooraf weten aan welke eis de rechter hem achteraf houdt?
De zaak
Psychiater Chabot helpt een vrouw met ernstig psychisch lijden bij zelfdoding. Hij raadpleegt deskundigen, maar geen van hen onderzoekt de vrouw persoonlijk. Lagere rechters aanvaarden zijn beroep op noodtoestand.
De beslissing
De Hoge Raad sloot in 1994 psychisch lijden als grond voor noodtoestand niet principieel uit, maar verlangde hier een persoonlijk onderzoek door een onafhankelijke deskundige. Omdat dat ontbrak, volgde een schuldigverklaring zonder straf. De annotatie richt zich op deze destijds aangescherpte eis.
Waar het schuurt
Moeilijke gevallen vragen soms om verdere ontwikkeling van het recht. Toch wordt die ontwikkeling onmiddellijk toegepast op iemand die al heeft gehandeld. Is dit het verduidelijken van een bestaande norm, of krijgt een nieuwe eis zo feitelijk terugwerkende kracht?
HR 21 juni 1994 · NJ 1994, 656
Naar de annotatie van Klaas Rozemond, ‘Chabot en de terugwerkende kracht van de rechterlijke beslissing’, p. 94 e.v.
Schuld en verantwoordelijkheid
Over toerekening, bewijs, risico en de rechtvaardiging van straf.
Wie zwijgt, wordt volledig verantwoordelijk?
Mag onduidelijkheid over iemands geestestoestand worden ingevuld als volledige toerekenbaarheid?
De zaak
In de zaak rond de moord op Maja Bradaric werkt een minderjarige verdachte niet volledig mee aan gedragskundig onderzoek. Daardoor kunnen deskundigen geen sluitende delictanalyse geven en niet vaststellen welke betekenis zijn psychische problematiek tijdens het delict had.
De beslissing
De rechtbank ging bij deze verdachte uit van volledige toerekeningsvatbaarheid. De annotatie onderzoekt die gevolgtrekking en vergelijkt haar met de manier waarop de rechter de rapportages over de medeverdachten gebruikte.
Waar het schuurt
Niet kunnen vaststellen dat een stoornis het handelen beïnvloedde, is niet hetzelfde als aantonen dat zo’n invloed ontbrak. Tegelijk moet de rechter een beslissing nemen. De zaak vraagt hoe juridische verantwoordelijkheid, menselijke keuzevrijheid en gedragskundige kennis zich tot elkaar verhouden, juist wanneer het onderzoek geen eenduidig antwoord oplevert.
Rb. Arnhem 26 mei 2004 · AP0069; Hof Arnhem 3 december 2004 · AR6814
Naar de annotatie van Jeanne Gaakeer, ‘Een doodgewoon vonnis’, p. 98 e.v.
Levenslang én behandelen: waartoe eigenlijk?
Kunnen vergelding, behandeling en beveiliging iedere combinatie van sancties rechtvaardigen?
De zaak
De bundel bespreekt het arrest uit 2004 waarin Lucia de Berk levenslang én tbs met dwangverpleging kreeg opgelegd. De annotatie bevraagt de combinatie: welke ruimte blijft er voor behandeling en terugkeer wanneer een straf juist definitieve uitsluiting beoogt?
De beslissing
Deze veroordeling mag niet als een vaststaande schuld worden gepresenteerd. Na herziening werd Lucia de Berk op 14 april 2010 vrijgesproken van de levensdelicten. De eerdere veroordeling was een rechterlijke dwaling. De historische strafmotivering blijft hier uitsluitend onderwerp van kritische analyse.
Waar het schuurt
Het opstapelen van strafdoelen kan de schijn van een sterkere rechtvaardiging wekken, terwijl die doelen elkaar ook kunnen tegenspreken. De latere vrijspraak voegt een nog fundamentelere grens toe: geen theorie over passende bestraffing kan een ondeugdelijke vaststelling van schuld vervangen.
Hof ’s-Gravenhage 18 juni 2004 · AP2846; herziening: Hof Arnhem 14 april 2010 · BM0876
Naar de annotatie van Anne-Ruth Mackor, ‘De legitimatie van (de combinatie van) levenslange gevangenisstraf en tbs’, p. 103 e.v.
Latere vrijspraak en rechterlijke dwaling · Rechtspraak · Uitspraak na herziening · 14 april 2010
Een ernstig risico is nog niet vanzelf opzet
Mag de ernst van een mogelijk gevolg bepalen hoe groot de kans erop juridisch wordt geacht?
De zaak
De besproken HIV-zaken gaan over onbeschermde seksuele contacten waarbij de verdachte van zijn besmetting wist. In één zaak waren twee vrouwen betrokken; een andere betrof een zestienjarige jongen. De vervolging richtte zich op pogingen tot doodslag of zware mishandeling.
De beslissing
De Hoge Raad vernietigde veroordelingen en onderscheidde de kans op besmetting, het intreden van letsel en de dood. Voor voorwaardelijk opzet waren de concrete kans en de bewuste aanvaarding daarvan van belang. In het arrest uit 2005 achtte hij het enkele beschreven contact onvoldoende zonder bijzondere risicoverhogende omstandigheden.
Waar het schuurt
Morele verontwaardiging kan begrijpelijk zijn zonder een bewijsprobleem op te lossen. Een zeer ernstig mogelijk gevolg maakt een kleine kans niet door zijn ernst groter. De historische arresten vragen hoe risico, kennis en aanvaarding samen een strafrechtelijk verwijt kunnen dragen; zij geven geen medische risico-inschatting voor het heden.
HR 25 maart 2003; 24 juni 2003; 18 januari 2005
Naar de annotatie van Theo de Roos, ‘De HIV-arresten’, p. 109 e.v.
Leven, lijden en zelfbeschikking
Waar persoonlijke keuzes en juridische grenzen elkaar raken.
Het recht op leven en de wens te sterven
Is menselijke waardigheid hetzelfde als zelf over het levenseinde mogen beslissen?
De zaak
Diane Pretty is ernstig verlamd door een ongeneeslijke aandoening, maar kan haar wil nog bepalen. Zij wil dat haar echtgenoot haar bij het sterven helpt. De Britse vervolgingsautoriteit weigert vooraf toe te zeggen dat hij daarvoor niet zal worden vervolgd.
De beslissing
Het EHRM wees haar klacht in 2002 af. Het leidde uit het recht op leven geen tegengesteld recht op sterven af en achtte het Britse verbod op hulp bij zelfdoding in deze zaak verdragsrechtelijk verdedigbaar.
Waar het schuurt
Wie waardigheid vooral als zelfbeschikking opvat, komt mogelijk tot een ander oordeel dan wie daarin ook bescherming van het leven als zodanig ziet. De zaak dwingt tot precisie: vragen wij om vrijheid om te kiezen, een aanspraak op hulp, of bescherming tegen inmenging door de staat? Dat zijn verschillende dingen.
EHRM 29 april 2002 · Pretty/Verenigd Koninkrijk · 2346/02
Naar de annotatie van Martin Buijsen, ‘Noties van zelfbeschikking’, p. 114 e.v.
Lijden dat niet in een diagnose past
Wie mag de grens trekken tussen een medische hulpvraag en de ondraaglijkheid van het bestaan?
De zaak
Brongersma ervaart zijn ouderdom, eenzaamheid en verlies aan zin als ondraaglijk. Zijn huisarts kan geen ziektebeeld vaststellen dat dit lijden verklaart. Na consultaties verleent de arts toch hulp bij zelfdoding.
De beslissing
De Hoge Raad aanvaardde het beroep op noodtoestand in deze zaak niet. Zijn oordeel uit 2002 verbond de bijzondere rol van de arts aan medisch-professionele deskundigheid. Het hier beschreven existentiële lijden viel buiten de reikwijdte die daarvoor werd aanvaard.
Waar het schuurt
Een grens aan medische bevoegdheid is niet automatisch een antwoord op de levensvraag van de patiënt. De annotatie onderzoekt wat er gebeurt wanneer zelfbeschikking alleen erkenning krijgt via categorieën waarin iemand zijn eigen lijden niet terugvindt. Wie erkent dan het probleem dat buiten het kader valt?
HR 24 december 2002 · AE8772 · Brongersma
Naar de annotatie van Bald de Vries, ‘Modern en postmodern lijden’, p. 119 e.v.
Schadevergoeding voor een bestaan?
Kunnen we de gevolgen van een medische fout vergoeden zonder te zeggen dat een leven minder waard is?
De zaak
Een zwangere vrouw meldt een erfelijke aandoening in de familie en zegt bij dezelfde afwijking voor abortus te willen kiezen. Nader genetisch onderzoek blijft uit. Haar dochter Kelly wordt geboren met ernstige beperkingen. De ouders vorderen vergoeding, mede namens het kind.
De beslissing
De Hoge Raad liet in 2005 vergoedingen voor de ouders en Kelly toe. De fout had de mogelijkheid van een geïnformeerde keuze tijdens de zwangerschap doorkruist. De zaak betreft niet een door de zorgverlener veroorzaakte genetische afwijking, maar de gevolgen van het achterwege gebleven onderzoek.
Waar het schuurt
Een gewone schadevergelijking zet de feitelijke toestand naast de toestand zonder fout. Maar hoe vergelijk je bestaan met niet-bestaan? De annotatie bevraagt die redenering. De noodzaak van zorg en compensatie moet worden onderscheiden van een oordeel over de waarde van Kelly’s leven.
HR 18 maart 2005 · NJ 2006, 606
Naar de annotatie van Jean-Marc Piret, ‘De zaak Kelly en de conceptuele incoherentie van de cassatierechter’, p. 123 e.v.
Mijn vrijheid, onze samenleving
De grens tussen persoonlijke ruimte en publieke bemoeienis.
Vrij om te vertrekken, toch niet vrij om te spelen
Hoeveel macht mag een private organisatie over iemands beroepsleven uitoefenen?
De zaak
Voetballer Jean-Marc Bosman wil na afloop van zijn contract naar een Franse club. Transferregels en het uitblijven van een internationaal certificaat blokkeren zijn overstap. De zaak stelt ook nationaliteitsbeperkingen voor spelers uit andere lidstaten ter discussie.
De beslissing
Het Europese Hof van Justitie oordeelde in 1995 dat het vrije werknemersverkeer zich verzette tegen de besproken grensoverschrijdende transferbelemmeringen na contractafloop en de betreffende nationaliteitsclausules.
Waar het schuurt
Sportbonden organiseren een gezamenlijke praktijk en beroepen zich op hun vrijheid om daarvoor regels te maken. Spelers hebben vrijheid nodig tegenover juist die regels. De botsing gaat daarmee niet eenvoudig tussen vrijheid en onvrijheid, maar tussen verschillende vrijheden en de macht die ermee samenhangt.
HvJ EG 15 december 1995 · Bosman
Naar de annotatie van Geertje van Schaaijk, ‘De zaak Bosman’, p. 128 e.v.
De meerderheid neemt aanstoot. Is dat genoeg?
Mag het strafrecht een heersende moraal afdwingen zonder aantoonbare schade aan anderen?
De zaak
Een winkelier heeft pornografische tijdschriften in voorraad. Onder het toenmalige strafrecht moet worden vastgesteld of ze aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid. Maar de seksuele moraal is veranderd en niet ieder naaktbeeld geldt nog als aanstootgevend.
De beslissing
In 1972 bleef de benadering overeind dat de rechter een waarderend oordeel moest geven, georiënteerd op heersende zedelijkheidsopvattingen. Het ging niet simpelweg om een feit dat via een opiniepeiling bewezen moest worden, maar evenmin om de persoonlijke smaak van de rechter.
Waar het schuurt
Wanneer afkeer voldoende is voor een strafverbod, krijgt de meerderheid veel macht over het privéleven van minderheden. Het schadebeginsel stelt een andere vraag: wie wordt tegen zijn wil benadeeld? Daarmee verschuift het gesprek van wat mensen verwerpelijk vinden naar wat staatsdwang kan rechtvaardigen.
HR 13 juni 1972 · NJ 1973, 297
Naar de annotatie van Cees Maris van Sandelingenambacht, ‘Pornobladen’, p. 132 e.v.
Toestemming die geen vrijbrief is
Waar eindigt persoonlijke autonomie als een eerder gegeven toestemming niet meer wordt gerespecteerd?
De zaak
Volwassenen nemen deel aan sadomasochistische handelingen. De strafzaak gaat over toegebrachte verwondingen. In het verweer staat de private, aanvankelijk vrijwillige seksualiteitsbeleving centraal. Uit het dossier blijkt echter ook dat afgesproken stopwoorden niet werden gerespecteerd en deelnemers de controle verloren.
De beslissing
Het EHRM achtte de veroordelingen in 2005 niet strijdig met het recht op privéleven. Doorslaggevend waren de onvoldoende waarborgen voor de wil van de betrokkene en de concrete overschrijding daarvan, niet alleen afkeuring van de seksuele praktijk.
Waar het schuurt
Vrijheid om een riskante keuze te maken is iets anders dan de vrijheid van een ander om daarna niet meer te luisteren. Toestemming heeft voorwaarden en kan worden ingetrokken. Deze zaak laat zien hoe bescherming van autonomie juist een reden voor ingrijpen kan worden.
EHRM 17 februari 2005 · K.A. en A.D./België
Naar de annotatie van Maurice Adams, ‘Private sexualiteitsbeleving in Straatsburg’, p. 137 e.v.
Ambtenaar in functie, burger daarbuiten?
Hoeveel politieke vrijheid mag iemand voor een publieke functie moeten inleveren?
De zaak
Een gemeentelijke jurist in Londen wil zich kandidaat stellen voor Labour. Britse regels beperken politieke activiteiten van bepaalde categorieën gemeenteambtenaren om de neutraliteit van de ambtelijke dienst te beschermen. Ahmed moet zijn kandidatuur intrekken.
De beslissing
Het EHRM achtte de beperkingen in 1998 in deze context gerechtvaardigd. Ook ambtenaren hadden uitings- en verenigingsvrijheid, maar de neutrale uitvoering van het lokale bestuur kon bepaalde beperkingen dragen. Partijlidmaatschap was niet op dezelfde manier verboden.
Waar het schuurt
Publiek vertrouwen vraagt om onpartijdig handelen, maar volgt daaruit dat politieke betrokkenheid buiten het werk moet verdwijnen? De zaak vraagt onderscheid tussen zichtbare overtuiging, feitelijke partijdigheid en de schijn daarvan. Anders dreigt neutraliteit van een functie te veranderen in politieke onzichtbaarheid van een persoon.
EHRM 2 september 1998 · Ahmed e.a./Verenigd Koninkrijk
Naar de annotatie van Paul Cliteur, ‘De zaak Ahmed e.a. vs. Het Verenigd Koninkrijk (1998)’, p. 142 e.v.
Wat ons verplicht
Hulp, eigendom, zorg en de verdeling van lasten.
Mijn netten of jouw leven
Wanneer wordt niet helpen meer dan een moreel tekort?
De zaak
Een jongen dreigt in Vlissingen te verdrinken. Een visser is met zijn boot dichtbij. Omstanders dringen aan op redding, maar hij wil zijn netten niet beschadigen. Hij grijpt niet in en de jongen verdrinkt.
De beslissing
De visser werd strafrechtelijk veroordeeld. De zaak draait mede om het getuige zijn van levensgevaar en de mogelijkheid hulp te bieden. De annotatie benadrukt tegelijk dat de wettelijke hulpverleningsplicht begrensd was, onder meer waar de helper zelf gevaar zou lopen.
Waar het schuurt
We kunnen iemand moreel hard veroordelen zonder daarmee iedere vorm van hulp juridisch afdwingbaar te willen maken. Waar ligt de grens tussen persoonlijke vrijheid en verplichte solidariteit? Dat is een andere vraag dan of helpen in dit concrete geval prijzenswaardig zou zijn geweest.
HR 18 januari 1926 · NJ 1926, 242
Naar de annotatie van Ton Hol, ‘De Vlissingse drenkeling en de Zutphense Juffrouw’, p. 147 e.v.
De kraan blijft open, de deur blijft dicht
Is iemand aansprakelijk omdat zij eenvoudig had kunnen voorkomen dat een ander schade leed?
De zaak
Een gesprongen waterleiding bedreigt een voorraad leer. De hoofdkraan zit in de woning van de bovenbuurvrouw. De eigenaar vraagt haar de kraan dicht te draaien, maar zij wil haar nachtrust niet laten verstoren. Wanneer toegang uiteindelijk wordt verleend, is aanzienlijke schade ontstaan.
De beslissing
De Hoge Raad nam in 1910 geen aansprakelijkheid aan. Moreel onbehoorlijk nalaten viel niet vanzelf onder de toen gehanteerde, beperkte uitleg van onrechtmatige daad. Het arrest moet worden gelezen tegen die historische achtergrond; de bundel bespreekt ook de latere verruiming van het begrip.
Waar het schuurt
Moraal en recht hoeven niet samen te vallen. Toch vraagt een weigering van hulp om uitleg wanneer juist deze persoon de schade gemakkelijk kon stoppen. Maakt het verschil dat de betrokkenen een bijzondere relatie hadden, of behoort de plicht voor iedere toevallige voorbijganger te gelden?
HR 10 juni 1910 · W 9038 · Zutphense Juffrouw
Naar de annotatie van Ton Hol, ‘De Vlissingse drenkeling en de Zutphense Juffrouw’, p. 147 e.v.
Een watertoren om de buurman te pesten
Geeft eigendom ook de vrijheid een recht uitsluitend tegen een ander te gebruiken?
De zaak
Na een burenconflict verrijst een watertoren die het uitzicht van de buurman belemmert. De bouwer sluit hem uiteindelijk aan op de waterleiding. Daarmee krijgt het bouwwerk een schijnbaar nuttige functie, maar de vraag blijft welk belang de eigenaar er werkelijk bij heeft.
De beslissing
De Hoge Raad stelde in 1936 strenge voorwaarden aan misbruik van eigendomsrecht: uitsluitend willen benadelen en ieder redelijk eigen belang missen. In het vervolg van de procedure werd juist dat bewezen geacht; dit oordeel hield in 1937 stand.
Waar het schuurt
Eigendom beschermt een eigen handelingsruimte. Als die ruimte alleen bedoeld is om anderen te schaden, waarom zou het recht haar dan beschermen? Omgekeerd kan een voortdurende eis steeds de minst belastende keuze te maken ook de zelfstandigheid van de eigenaar uithollen.
HR 13 maart 1936 · Watertoren I; HR 2 april 1937 · Watertoren II
Naar de annotatie van Sanne Taekema, ‘De begrenzing van het eigendomsrecht’, p. 151 e.v.
Wat stroomopwaarts loont, kost stroomafwaarts geld
Wie moet betalen wanneer de winst van de één de leef- en werkomgeving van de ander aantast?
De zaak
Franse kalimijnen lozen zout in de Rijn. Westlandse tuinders gebruiken het water voor hun gewassen en lijden schade door verzilting. Zij moeten maatregelen nemen om hun bedrijf te beschermen, hoewel de lozingen niet met een wettelijk voorschrift in strijd zijn.
De beslissing
De Hoge Raad aanvaardde aansprakelijkheid op grond van maatschappelijke onzorgvuldigheid. Aard, ernst en duur van de schade en de belangen aan beide kanten moesten worden afgewogen. Het belang van de benedenstroomse gebruiker kreeg daarbij bijzonder gewicht.
Waar het schuurt
Een rekensom van totale kosten en baten kan anders uitpakken dan een redenering vanuit de vrijheid van de individuele gebruiker. Waarom zou de ene partij de schade moeten dragen van wat de andere partij nuttig vindt? De zaak nodigt uit utilistische en op rechten gerichte argumenten naast elkaar te leggen.
HR 23 september 1988 · NJ 1989, 743
Naar de annotatie van Ton Hol, ‘Het Kalimijnen-arrest’, p. 154 e.v.
De was kan beneden. De zolder blijft onbereikbaar
Is passende zorg het mogelijk maken van een eigen leven, of alleen het oplossen van losse huishoudelijke problemen?
De zaak
Een vrouw met een beperking vraagt een traplift om haar zolder te kunnen bereiken. De gemeente wijst de aanvraag af: noodzakelijke huishoudelijke taken zouden ook beneden kunnen worden georganiseerd. De zolder is bovendien een hobbyruimte.
De beslissing
De Centrale Raad van Beroep aanvaardde in 2005 dat een traplift niet nodig was. Een wasdroger en praktische hulp konden volgens de beoordeling alternatieven bieden; de hobbyfunctie viel buiten de betrokken woonvoorziening. De wasdroger kwam voor eigen rekening.
Waar het schuurt
Een ruime belofte van maatschappelijke deelname kan tijdens de uitvoering verschralen tot de vraag waar een strijkplank moet staan. Wie bepaalt dan wat normaal wonen is? De annotatie onderzoekt hoe een zorgplicht haar doel kan verliezen wanneer zij steeds verder in afzonderlijke technische voorzieningen wordt opgeknipt.
Centrale Raad van Beroep 7 juni 2005
Naar de annotatie van Pauline Westerman, ‘Over het drogen van de was. De beperkte werking van een zorgplicht’, p. 158 e.v.
Gelijke kansen, negentig euro extra
Is toegang gelijkwaardig wanneer juist degene die een aanpassing nodig heeft ervoor moet betalen?
De zaak
Een onderwijsinstelling biedt een aangepast examen aan voor een cursist met dyslexie. Zij rekent daarvoor negentig euro extra. Volgens de instelling schept zij daarmee juist mogelijkheden en betaalt zij bovendien zelf een deel van de meerkosten.
De beslissing
De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 2004 dat het doorberekenen van de aanpassingskosten in deze zaak verboden onderscheid opleverde. De voorziening aanbieden was niet genoeg als de extra rekening bij de cursist kwam te liggen.
Waar het schuurt
Een gelijke behandeling vraagt soms om een ongelijke inspanning. Maar wie draagt de kosten daarvan: de betrokkene, de organisatie, alle deelnemers of de gemeenschap? De annotatie onderzoekt zowel de kracht van een afdwingbaar gelijkheidsrecht als het risico van weerstand wanneer de maatschappelijke kosten alleen bij afzonderlijke organisaties terechtkomen.
Commissie Gelijke Behandeling · oordeel 2004-140
Naar de annotatie van Odile Verhaar, ‘De prijs van principes’, p. 161 e.v.
Bronnen & verantwoording
Ronald Janse, Sanne Taekema en Ton Hol (red.) (2007). Rechtsfilosofische annotaties. Nijmegen: Ars Aequi Libri. ISBN 978-90-6916-575-2.
Dit overzicht bevat zelfstandig geformuleerde, verkorte casusbesprekingen naar de 34 annotaties in de bundel. De zaken van de Vlissingse drenkeling en de Zutphense Juffrouw zijn apart uitgewerkt. Samenhangende arresten, zoals de HIV-arresten en de twee Watertorenuitspraken, zijn bij elkaar gehouden. Bij iedere kaart staat de oorspronkelijke auteur vermeld.
De beslissingen worden in hun historische context besproken. Latere rechtsontwikkeling is niet stelselmatig verwerkt. Bij Lucia de Berk heb ik de latere vrijspraak uitdrukkelijk toegevoegd, met een verwijzing naar de rechtspraak. De centrale vragen en de beknopte uitleg zijn opnieuw voor dit overzicht geformuleerd.