Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Geef je over aan Omdenken

Al geruime tijd loop ik met het idee rond me eens polemisch te uiten over het Omdenken, in brede kring ook wel bekend onder het synoniem Uitmelken. De quasi-geestige flauwekul gevoed door jatwerk, goedkoop effectbejag, mislukte ironie en gauw geld, ergert me al jaren. En ergernis komt toch het best tot bedaren op papier.

Omdenken presenteert zich als de ‘filosofie’ die van een probleem een feit maakt en daarmee een nieuwe mogelijkheid creëert. ‘Omdenken gaat om wat er is, en niet om wat er zou moeten zijn.’ Lees die zin gerust nog maar een paar keer. Deze en een diarree aan nog veel meer oppervlakkige onzin kan vrijwel niemand zijn ontgaan afgelopen jaren. Op Facebook volgen meer dan 400.000 mensen de Omdenken-pagina en inmiddels zijn er tientallen boekjes in omloop en nog veel meer troep die je niet onder je kerstboom hoopt aan te treffen, omdat de gever geen inspiratie had je iets van waarde cadeau te doen. Die one-trick pony boekjes lijken overigens niet alleen allemaal op elkaar, maar kunnen het beste gewoon illegaal worden gedownload. Bespaart een hoop centen. Of stuur me een mail, krijg je ze van mij. Omdenken doet daar niet moeilijk over, want ‘Dat kan immers, omdat het er is’.

De figuur achter de Omdenken-cultus is Berthold Gunster. De man moet iedere

Berthold Gunster oog in oog met God (Bron: http://ja-maar.nl/wie-zijn-wij/ontstaan)

avond van het lachen niet meer in slaap geraken hoe het toch mogelijk is geweest dat hij met een dergelijk gebrek aan originaliteit zo’n ongelofelijk groot publiek heeft weten te verleiden. Al is dat ook weer niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat 2 miljoen mensen hun heil zoeken in een politiek programma van een A4’tje. Wat Loesje tot kunst verhief, transformeerde Berthold schaamteloos tot commercieel gedrocht.

Het is onmogelijk voor te stellen dat Berthold zelf gelooft in wat hij verkoopt. Als voormalig theaterregisseur acteert hij dan ook alles. Op de Omdenken-website acteert hij een orakel, visionair en groot denker. Berthold is het Antwoord en de Weg daar waar de kleinste beweging van zelfreflectie het laat afweten. Berthold geeft antwoord op het probleem van de vluchtelingen. Berthold geeft antwoord op het probleem van de echtscheiding. Een vrouw heeft moeite met haar lichaam, maar gelukkig biedt het Omdenken de verlichting: ‘accepteer jezelf, wees blij met wie je bent. Ook oud worden hoort erbij en dat kan ook prachtig zijn. Amen!’ Probleem opgelost. Iedereen blij.

Je ziet op de filmpjes dat Berthold af en toe moeite heeft om niet in de lach te schieten. De gauwdief die samen met zijn marketingafdeling uitgekauwde psychologische wijsheden van de bevroren grond achter elkaar plakt overgoten met een populair wetenschappelijk en esoterisch-filosofisch sausje, heeft een onverwacht grote sinaasappel gevonden. En die zal en moet tot de laatste druppel worden uitgeknepen. En zolang er nog onzekere directeuren te vinden zijn, een management van een of andere bank met teveel geld in de scholingskast of een theater wat een gat in de programmering moet opvullen, verkoopt Berthold zijn shows voor grof geld. Kun je hem boeken dan? Ja maar natuurlijk kun je hem boeken!

Ik was ooit eens in de ongelukkige omstandigheid om Berthold in een ‘sessie’, een show, een healing of hoe je het noemen moet aan het werk te zien. Niet vrijwillig overigens, maar bij gelegenheid. Het was een van de meest naargeestige voorstellingen die ik ooit in mijn leven bijwoonde. Het woord naargeestig dekt eigenlijk de lading niet eens, als ik mijn uitvoerig gedocumenteerde herinneringen erop nasla.

Berthold had zich de rol aangemeten van Ecclesiastes. Op enig moment kwam hij met een opdracht voor het aanwezige publiek die inhield dat je geen ‘nee’ mocht zeggen. Een lieve man die zich had voorgesteld als Ruud, bleek niet in staat te zijn overal ‘ja’ op te zeggen. Toen hij achteloos na een publiekelijk standje van de Prediker toch weer ‘nee’ antwoordde op een vraag, werd hij overvallen door een afkeurend rumoer vanuit de zaal. ‘Was hij soms mentaal niet in orde’? De volgende persoon wist wat haar te doen stond. Een vrouw van in de 30 gaf zonder enige tegenzin antwoord op de meest absurde vragen. Of ze zichzelf gruwelijk lelijk vond? Ja, natuurlijk! Ze mocht immers geen nee zeggen van de Prediker…

Ik observeerde nog een aantal mensen die zonder schroom op alles ja bleven antwoorden en toen overviel me het besef dat ik getuige was van een griezelig staaltje volksmennerij waarvan de ernst nauwelijks onderschat kon worden. Het maakte me intens droevig. Tenslotte kwam de Prediker weer terug bij Ruud. Ruud mocht, of eigenlijk moest het nog een keer proberen. ‘Hij had toch immers gezien hoe het ook kon?’ En wederom had hij er moeite mee, verslikte zich, ontkende half en nam het geroezemoes voor lief… Het eindigde. Zonder moraal, zonder doel. En niemand mocht ‘ja-maar’ zeggen. Dat was de doodzonde. Dat werd de publieke vernedering.

Ruud is een held, Berthold is een sukkel. Ruud laat zien dat je nooit moet zwichten voor de groepsdruk, volksmennende clowntjes, goedkope oplossingen of onelinerhulp. De troost van conformisme is de meest valse troost. Ruud toont dat je nooit je eigenheid moet opgeven. Dat je zingeving oneindig beter kunt vinden door introspectie dan je hoop te vestigen op Omdenk-esoterie. Dat je oneliners beter kunt zoeken bij Greshoff of Pascal. Ruud verdedigde Kierkegaards Hiin Enkelte op unieke wijze. Kierkegaard die overigens nooit een cent verdiende aan zijn boeken, iets waar het Omdenken een voorbeeld aan heeft als ze zichzelf werkelijk serieus zou Omdenken. Maar natuurlijk is er niets oprecht aan deze ‘filosofie’. Misschien ergert mij dat nog het meest. Zou er geen cent mee worden verdiend, dan was Berthold al lang en breed op zoek gegaan naar een ander kunstje.

Dit alles heb ik uiteraard geschreven als zuivere reclame voor het Omdenken. Want Omdenken is bedrog, lucht en leegte, volksverlakkerij en handig commercieel misbruik mogelijk geworden door een individualistisch oppervlakkig tijdperk. Een tijd waar dagelijks vermaak tot God verheven is. Omdenken is zo’n God. Ik had het dan ook niet beter de hemel in kunnen prijzen dan met deze woorden. Ga heen en Omdenk jezelf. En leg al je problemen en zorgen in de handen van het grote Niets. Omdat je het verdient, net als Berthold.

De stuitende hypocrysie van Mobielloze Zondag

Edit: mobielloze zondag is alweer ter ziele

Als ik 15 jaar geleden al mijn aantekeningen over de verachtelijkheid van de mobiele telefoon en zijn gebruikers systematisch had uitgewerkt, dan was ik een visionair geweest. Dan had ik waarschijnlijk een soort ‘Coen Simon-beroemdheid’ bereikt, op grond waarvan ik zonder ook maar nog iets noemenswaardigs of diepzinnigs te melden, toch overal zou opduiken bij intellectuele en semi-intellectuele platformen.

Maar dat deed ik niet, dus nu vervul ik een schreeuwerige rol in de marge waarbij ik mezelf enkel nog toesta uit mijn slof te schieten over de mobiele telefonie wanneer er zo’n duidelijke minachting voor het verstand aan de dag wordt gelegd dat je er gewoon niet meer omheen kunt. En die is gevonden!

Telecompuber BEN (van de infantiele reclame ‘er zit een uitknop op je mobieltje) heeft 23 februari namelijk uitgeroepen tot ‘Mobielloze zondag. Dat is net zoiets wanneer Marlboro 18 mei zou uitroepen tot sigaretvrije avond of Heineken 20 oktober tot zuipschuitloze namiddag. En dan niet met de fantastische ironie van “Wij van Wc-eend adviseren Wc-eend”, maar met de bittere ernst van ‘Wij van Ben maken ons oprechte zorgen om jou’. Om vervolgens met een vette aanbieding te komen van een of ander apparaat, waar Flappybird, Candy Crush of een willekeurig ander verslavend onzinspel op is te spelen. En dat voor 364 dagen per jaar, want die ene dag – ja dat is mobielloze zondag!

Het is sowieso een vreemd en lachwekkend initiatief, enkel bedoeld om $aandacht$ te genereren voor het T-Mobile merk op sociale media of waar dan ook. Vreemd omdat een bedrijf dat verslaving faciliteert, zo hypocriet zijn reclame durft te verkopen en daarmee de gemiddelde kijker voor nog dommer houdt, dan ik ooit voor mogelijk had Gollum mobiele telefoongehouden. En lachwekkend omdat het van een totaal gebrek aan realiteitszin getuigt. Want ik zie het al voor me op die mobielloze zondag. Die arme Gollumpjes! Een dag zonder hun gouden Ringring!

Het is overduidelijk dat de reclamemakers nog nooit van hun leven een halve dag onderwijs hebben gegeven aan jongvolwassenen, of met hun neus eens door een gang van een willekeurige Hogeschool hebben gelopen. Ga daar de idiote afhankelijkheid van de telefoontjes die jullie ze hebben aangesmeerd eens opsnuiven en probeer dan je hoogwaardige morele initiatief eens aan de man te brengen. “Eh, dag jongeheer – ik ben van Ben en ik ben er voor Ben –eh, ik bedoel jou. Er zit een uit-knop op je foon. Sorry jongeheer, hallo, ik praat tegen je…Hallo!”

Deze hele actie is überhaupt aan dovemansoren gericht. De ongelukkige 91% die de telefoon permanent in hun zweterige handje heeft wordt hier natuurlijk nooit mee bereikt, en diegenen die zich er wel aan houden, hebben waarschijnlijk wel meer dan één mobielloze dag per jaar. En dan niet die makkelijke en laffe zondag, maar gewoon een dinsdag of een donderdag.

Mijn advies is dan ook aan de enkeling die het horen wil: hou jezelf niet voor de gek met de mobielloze zondag, maar boycot de hele mobiel nu het misschien nog kan. En aan al mijn medestrijders: Stop met het concert zodra er ook maar één gek het spannender vindt om het op te nemen in plaats van er in op te gaan. Gooi de dwaas uit je restaurant die je gerechten zit te flitsen. En hou toch op met het verkwisten van publiek geld aan overheidspotjes die enkel wijzen op gezond verstand.

In plaatst daarvan moeten er eens echte keuzes worden gemaakt. Degene die zich op een publieke plek – een school, een bioscoop, een restaurant of zelfs in de stiltecoupe (Oh, the humanity!) in de minste zin misdraagt raakt zijn SIM-recht kwijt of wordt verplicht af te kicken in een Kooi van Faraday.

Alleen zo, en niet met hypocriete reclames, is deze pregnante sociale-landschapsvervuiling vol met afgezonderde zonderlingen die zich gecommitteerd hebben aan een virtuele realiteit die ze “hun wereld” noemen nog enigszins in te dammen. Of zou het werkelijk te laat zijn?

Foodwatch burgerinitiatief: een miskenning van de ouder als verantwoordelijk opvoeder

Er moet een strenge wet komen tegen reclames voor ongezond eten, gericht op kinderen. Daarvoor start de consumentenorganisatie Foodwatch een burgerinitiatief. Bij tenminste 40.000 steunbetuigingen moet de Tweede Kamer de inhoud van het initiatief dan agenderen en bespreken. In deze bijdrage zet ik enkele argumenten op een rij waarom dit ogenschijnlijk sympathieke idee vooral niets concreet oplost. Het kernidee is namelijk dat de overheid een wettelijk verbod moet afkondigen op alle vormen van kinder- en jongerenmarketing voor ongezonde producten. En dit moet dan ook gelden voor media als internet en sociale netwerken.

Daar ligt het eerste probleem al. Het is natuurlijk onwenselijk dat een overheid een vrij medium als internet of Facebook (als sociaal netwerk) moet gaan controleren, waarbij het ook nog eens niet te handhaven is. De meeste fabrikanten opereren bovendien internationaal, en zullen dan buiten de Nederlandse wet om hun producten aanprijzen. Naast een ellenlange bureaucratische Europese afstemming die daar nog eens op zou moeten volgen, ligt daar echter nog niet eens het grootste probleem. Dat ligt namelijk bij de sterk onderbelichte rol van de ouders door Foodwatch.

Want wie zoekt in het 44 pagina’s tellende kleurrijke rapport van Foodwatch naar de rol van de ouder binnen dit geheel, komt bedrogen uit. Op pagina 25 wordt er een alinea aan gewijd, ogenschijnlijk om dat –niet onbelangrijke- thema “gedekt” te hebben. Met een argumentum ad verecundiam wordt snel geconstateerd dat ouders er niet zo toe doen: ‘Jaap Seidell vindt het niet eerlijk om van ouders te verwachten dat ze in hun eentje kunnen opboksen tegen de levensmiddelenbedrijven met hun miljardenbudgetten voor reclame.’ En: ‘‘Het gezag van ouders wordt simpelweg ondermijnd’, stelt ook hoofdredacteur Justine Pardoen van Ouders Online vast.’ Met een tekst achter de hand van de Amerikaanse psychiater Suzan Linn lijkt ten slotte ook een wetenschapper gevonden die past in de doelen van Foodwatch. Van wetenschappelijke pedagogische studies over opvoeding en verantwoordelijkheid ontbreekt ieder spoor.

Foodwatch stelt middels een Jaap en Justine de ouder voor als een domme en machteloze enkeling die zich geconfronteerd ziet met Grote Broer die de kroost stelselmatig injecteert met giftige boodschappen. Eenmaal vetgemest door de Industrie kijkt mama naar haar Dikkertje Dap dat de trap op waggelt en heft ze haar handen ten hemel, roepende: ‘waarom sport mijn kindje toch niet, waarom zit het de hele dag achter de computer, waarom kijkt het zoveel televisie, waarom koopt het van zijn zakgeld zoveel snoep, en waarom kook ik zo ongezond, waarom gaan we met feestjes altijd naar de McDonalds…..waarom! Het is allemaal de schuld van de Industrie, want die heeft mijn gezag ondermijnd met valse en stoute marketingtechnieken!’

Door de rol van de ouder zo weinig serieus te nemen en de verantwoordelijkheid volledig bij de overheid neer te leggen, verschuift Foodwatch het werkelijke probleem. Het lijkt een regelrechte ontkenning van het antropologische grondfeit, zoals M.J. Langeveld dat formuleerde. Zolang het kind nog niet zelf in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zijn handelingen, heeft de primaire socialisator de absolute  taak van plaatsvervangend geweten.

Als bijvoorbeeld blijkt uit het rapport dat tussen de maaltijden door peuters en kleuters vooral fruit, koek en snoep eten, en limonade van siroop, frisdranken en zuiveldranken drinken, is er echt wel wat meer aan de hand dan een stukje marketing. Wie levert de peuter de zoetigheid immers aan, wie staat met zijn volle boodschappenkar -bij zijn volle verstand- af te rekenen? De Industrie of de ouder? Wie jonge kinderen op deze manier de zoetigheid aanreikt moet inderdaad niet raar opkijken dat wanneer het kind meer zelfstandig wordt, het zijn aangeleerde gedrag zelf in de praktijk handhaaft.

En draai het eens om. Als 15% van de kinderen tussen de 7 en 10 jaar overgewicht heeft (waarbij het probleem zich dus al ontwikkelt gedurende de jongste jaren), betekent dat dat er bij 85% geen overgewicht is. Laat Foodwatch dus vooral ook onderzoeken op welke manier gezonde kinderen een opvoeding hebben genoten. Want deze fitte, gezonde en sportieve kinderen worden evenzeer ‘stelselmatig’ blootgesteld aan de overmatige reclameboodschappen van fabrikanten, en zijn desondanks toch gezond en op gewicht. Hoe komt het dat zij wel weerbaar zijn? En is er bijvoorbeeld een relatie tussen SES en overgewicht die nadere aandacht verdient?

Aangezien overgewicht bij die 15% kinderen niet van de een op de andere dag plaatsvindt, zou er dus wel degelijk sprake kunnen zijn van een opvoedprobleem, in plaats van primair een marketingprobleem en weerloze ouderen. Maar op deze manier worden de ogen daarvoor diep gesloten en wordt de verantwoordelijkheid in het geheel weggenomen bij de ouders. Ouders hoeven niet te worden aangesproken op hun gedrag, want zij zijn immers slachtoffer volgens Foodwatch. Wie zijn gezag laat ondermijnen door reclame, is namelijk niet nodig toe aan een opvoedcursus of een sociale vermaning, maar verdient vooral een arm om de schouder. Een typisch geval van pamperen; want waarom niet veel nadrukkelijker de ouders aanspreken die verantwoordelijk zijn voor het ongezonde leefpatroon van hun kinderen?

Hoe ben je namelijk bezig als opvoeder wanneer je in de eerste 10 jaar van de opvoeding volledig de controle over het leefpatroon van je kind bent kwijtgeraakt? Hoe sta je ten opzichte van je kind als je ziet dat het ver over een normaal gewicht zit voor die leeftijd en ziet dat pestgedrag en kans op risicovolle ziekten toenemen en bewegingsenergie en conditie afnemen? En waarom lukt het al die andere opvoeders wel om hun kind op een verantwoorde manier om te laten gaan met verleidingen? En als we toch een overheid willen die zich bemoeit met de samenleving, waarom zou de overheid zich dan niet eens veel sterker moeten bemoeien met ouders die verantwoordelijk zijn voor zeer ongezonde kinderen? Waarom grenst dat bijvoorbeeld niet aan mishandeling? De ‘mishandeling’ wordt nu haast direct in de schoenen geschoven van de fabrikant die zijn product wil slijten, maar wat is er gebeurd met het kind als mede-burger dat recht heeft op een goede opvoeding tot zelfverantwoordelijke zelfbepaler?

De westerse wereld is een verzameling van verleidingen en uitdagingen. Zolang we de nadruk blijven leggen op het feit dat alle problemen veroorzaakt worden door een grote boze buitenwereld, en ons niet véél meer bewust worden van onze eigen intrinsieke kracht en verantwoordelijkheid, zijn we verloren. En als er dan toch een campagne of een beleid moet worden ingezet, kies dan altijd voor een tweesporen beleid, waarbij op zijn minst de individuele verantwoordelijkheid van opvoeders niet wordt miskend.

Het is de verdienste van Foodwatch dat ze aanhoudend de negatieve gevolgen van ongezond voedsel blijft belichten en natuurlijk mogen fabrikanten daarop worden aangesproken. Het is ook geen Parentwatch. Maar juist met de kennis die Foodwatch verstrekt, moeten wij ons voordeel doen en het initiatief terugnemen. Want wie tenslotte zijn kind fatsoenlijk opvoedt, en niet zoet houdt met zoethouders, heeft in Nederland alle ruimte om zijn kind groot te brengen tot een kritisch en verantwoordelijk individu, dat zelf een afgestemde verhouding kan aannemen ten opzichte van alle goeds en kwaads waar onze wereld rijk aan is.

Even though I walk through the valley of the shadow of death, I shall fear no evil, for education is with me. En laat dan die Industrie maar komen.

Een hypocriete strijd tegen hypocrisie: de Dove-campagne onder de loep

Over het algemeen heeft het niet zoveel zin om intellectuele kracht in te zetten tegen commercials. Toch, de nieuwste reclame van Dove is zo een weerzinwekkende aanslag op de geest, dat deze wel in verzet moet komen.

De betreffende reclame houdt zich bezig met een soort shampoo, en voert daartoe een mooie vrouw op in de kracht van haar leven die in het Engels mijmert over de mooie dingen van het bestaan. Ze danst en ze spreekt over kleuren en gevoelens. Rood staat bijvoorbeeld voor passie, en dat zit ook in haar karakter. En bij blond voelt ze zich bruisend en meisjesachtig. Iedere kleur kent zijn eigen gemoed. En dan volgt de bekentenis, de schok, het ogenblik: ze is blind. Ze is blind, maar ze geniet van haar mooie gekleurde haren, en Dove zorgt ervoor dat haar kapsel mooi blijft stralen.

De strategie van Dove is al sinds 2004 hetzelfde. Voornamelijk omdat het werkt. Dit cosmeticamerk staat voor zuiverheid, puurheid en echte schoonheid. De strategie van de marketingafdeling is dan ook bekend. Het gaat er om dat zoveel mogelijk ‘echte’ vrouwen het idee krijgen dat ze verbonden zijn met een merk dat zich bekommert om ‘echte’ vrouwen. Naast de bekende filmpjes zit daar ook een duidelijke en niet onsuccesvolle community-strategie achter. Echte, normale, gewone en spontane vrouwen worden daar dag in dag uit bestookt met teksten als:

Dag dames! Ik ben Laura, de community manager in Nederland voor de Echte Vrouwen-community van Dove. Hoe vinden jullie het om hiervan deel uit te maken? Ik ben heel erg benieuwd naar jullie reacties, dus praat gezellig mee!

Of:

We zijn op zoek naar 10 moeders met tienerdochters! Wil jij ons actief helpen om het zelfbeeld te verbeteren van meisjes? Uit wereldwijd onderzoek blijkt dat vriendinnen en moeders de meeste invloed hebben op de gevoelens over schoonheid en het lichaamsbeeld van vrouwen. Stuur een mailtje naar dovenederland@gmail.com met je gegevens en vertel waarom je graag mee wilt doen!

De suggestie die constant als een zweem boven iedere Dove-campagne hangt is dat er zoiets bestaat als oprechte marketing. Dat er daadwerkelijk ethisch verantwoorde reclame gemaakt wordt, en dat daartoe het werkelijke doel (namelijk zoveel mogelijk mensen aan een of ander cosmeticaproduct helpen) in wezen niet zo belangrijk is. Terwijl het daar uiteindelijk alleen maar om draait. Dat is natuurlijk precies het doel van marketing en reclame, maar het is ook precies waarom deze campagnes zo weerzinwekkend zijn. Als dit niet was aangeslagen, was deze strategie zo weer ingeruild voor iets anders. Maar het is wel aangeslagen. Omdat achteloze vrouwen nu eenmaal gevoelig zijn voor een goed gespeelde eerlijke boodschap.

Echte schoonheidEn nu is er zelfs schaamteloos gebruikgemaakt van een gehandicapte vrouw die- na een ongetwijfeld lange casting-  een volstrekt op zichzelf staand verhaal vertelt, maar uiteindelijk prima past in het beeld wat de fabrikant graag naar voren wil brengen. Zij durven eerlijk te zijn en grenzen te doorbreken. Zij strijden tegen de hypocrisie van de reclamewereld. En dat verdient respect. En daarom krijg jij dadelijk dus een warm gevoel bij dat product. Want wat was het een mooi Oscar-moment in die reclame! En de community spreads the word en klikt op like en zo voelt men zich weer serieus genomen door de wereld van de commercie.

Maar die mensen zouden eens moeten weten dat de producent van Dove, namelijk Unilever, zomaar ook de producent is van bijvoorbeeld AXE. Ja, van de reclames waarbij de vrouw niet ernstiger als cliché kan worden weggezet en louter dient als lustobject voor de nerd die zich onderspuit met chemische geurstoffen. Want de kopertjes van AXE, dat is namelijk een hele andere doelgroep- en die zitten niet zo te wachten op slap geklets als ‘wij gaan voor echte schoonheid’. Nee, om daar wat voor te verkopen, moet gewoon ouderwets een blik stoeipoezen worden opengetrokken die geen moeite hebben om als domme objecten rond te rennen in bikini’s.

Het is dat de reclamecodecommissie zich waarschijnlijk niet kan uitspreken over het al dan niet oprechte karakter van een fabrikant. Maar misschien zou ze dat wel eens moeten doen om zo deze systematische misleiding van naïeve vrouwen voorgoed uit te bannen.

De schok en de medemenselijkheid

‘Ik ben inmiddels overleden’, zo luidt de regel in de nieuwe, confronterende campagne van Stichting ALS Nederland. In de campagne zijn inmiddels overleden patiënten aan het woord.

Hoe bereik je mensen zodanig dat ze niet alleen bewust worden van een ziekte, maar ook dat ze bereid zijn geld te geven voor onderzoek? Dat is vrijwel voor iedere stichting of organisatie die opkomt voor de belangen van patiënten de centrale vraag. Een van de laatste opmerkelijke initiatieven, waar ik tot mijn verrassing nog relatief weinig commentaar op heb vernomen, is die van de Stichting ALS. In het straatbeeld hangen grote foto’s van mensen die aan deze ziekte hebben geleden, met daaronder de tekst dat ze zijn overleden. Maakt dit mij nu bewust van deze ziekte en ben ik daarom bereid om geld te geven?

Lastige vragen. Vooral omdat ik twijfel over de insteek. Is het ethisch om overleden mensen te gebruiken voor een campagne? Wat doet het met voorbijlopende kinderen? Hoe is dit gepland (euthanasie of afgewacht?) Hoe voelen mensen zich met de ziekte die zo scherp zien dat ze stervende zijn en daar ook nog eens op deze manier mee geconfronteerd worden?

Natuurlijk hebben de betrokkenen er zelf mee ingestemd, en zitten er ongetwijfeld goede bedoelingen achter, maar toch krijg ik er een onbehaaglijk gevoel van. En ik wil niet dat dit onbehaaglijk gevoel mij aan zou zetten tot het geven van geld. Daarbij moet ik denken aan de filosoof Kant: je moet geven omdat je er werkelijk betrokken bij bent en een hart heb voor de slachtoffers, de patiënten en de medemens, niet omdat je het zielig of schokkend vindt. En op precies dat dilemma stuit ik hier: ik wil niet op zo’n zware manier aangesproken worden op mijn gevoel te moeten geven. Want het is de uiterste manier. Het contrast van een mooie oudere vrouw die nu onder de grond ligt. Je kunt er niet meer overheen.

Toch lijkt dat wel meer en meer de insteek. We kennen de foto’s van uitgehongerde kinderen met grote ogen en een gironummer eronder, we kennen de uitgemergelde gezichten van mensen die teveel hebben gerookt en daar nu de tol voor betalen; is dat de manier om de moderne mens nog in beweging te krijgen? Juist niet: door telkens die schok op te zoeken, zijn we er juist immuun voor geworden. Op lange termijn zullen campagnes meer effect hebben als ze de mens niet schokt of hard confronteert, maar aanspreekt op medemenselijkheid. Als wordt getoond dat hij de Ander is.

Confronteren en choqueren sluit medemenselijkheid niet noodzakelijk uit, maar het zijn wel twee verschillende dingen, waarbij we misschien zijn doorgeslagen in het eerste. Blijft staan dat het hier gaat om een vreselijke ziekte, die zondermeer onze steun aan meer onderzoek verdient.

http://alsalsalswordt.blogspot.com/

http://www.als.nl/wat-is-als/de-ziekte/

 

Daar zit niemand op te wachten

Tijdens een lange dag sport, willen ze zich nog wel eens duidelijk als herhaling aan ons openbaren: de reclame die tussen iedere onderbreking 1x terugkomt.
Eén van de meest irritante in dat rijtje is zonder meer de Thuisapotheek.
Dat de meerwaarde van deze organisatie bij henzelf ook onduidelijk is, blijkt wel uit hun zogenaamde sterke punt wat ze proberen te benadrukken: dat je niet hoeft te wachten op je medicijnen. Want het wordt namelijk thuisbezorgd! De overdreven lange wachtrij en het feit dat de kinderen tot diep in de nacht nog staan te wachten op een moeder voor een schooltje, heeft natuurlijk niets met de werkelijkheid te maken en al helemaal niets met de gemiddelde wachttijd in een apotheek. Bovendien: je zult maar moeten gaan zitten wachten op de postbode. Die hebben tegenwoordig een afleverrange van een halve dag.

Maar het meest ergerlijke aan deze irritante reclame is wel het dubbelzinnige motto. De thuisapotheekdaar zit niemand op te wachten. Nu lijkt mij dit de meest onzinnige dubbelzinnigheid die ik de afgelopen jaren heb gehoord. Want wie verzint dit? Welk reclamebureau dacht, dit is een dubbelzinnigheid die gaat scoren bij de mensen. En welke baas heeft toestemming gegeven om deze ronduit negatieve associatie aan zijn organisatie te verbinden? Als grap niet leuk, als dubbelzinnigheid veel te negatief.

Nee, de thuisapotheek is een revolutie in de reclameland. Want een organisatie die reclame maakt voor het feit dat ze volstrekt overbodig is en niets toevoegt, dat mag toch wel als een behoorlijke prestatie worden beschouwd. Met de vele uren aan Tour komende weken, wordt het in ieder geval de plas ophouden tot de reclameblokken.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved