Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Een terugblik op de verkiezingsuitslag van 15 maart 2017

Een terugblik op de verkiezingsuitslag
van 15 maart 2017

Geschreven op 29/11/2015

(Noot 15/3/2017 14:00: dit stuk wordt tot mijn verbazing massaal bekeken. Ik verwacht met de nodige teleurstelling. Mijn excuses! Ik schreef dit namelijk in november 2015 en ben nu in gesprek met mijn oude zelf tot de waarschijnlijke conclusie gekomen dat er niet veel uitkomt van hoe ik toen de uitslag voor me zag.)

Hier bent u waarschijnlijk wel naar op zoek:

http://www.parool.nl/binnenland/live-alle-uitslagen-van-de-tweede-kamerverkiezingen~a4469179/

Dat Rutte II het eerste kabinet sinds Paars I (Kabinet Kok 1994-1998) is geweest dat de volledige regeerperiode van 4 jaar afgerond heeft, is weliswaar te verklaren vanuit het feit dat niemand erbij gebaat was de stekker er voortijdig uit te trekken, het blijft een opmerkelijke prestatie. 2016 is echter geen oogstjaar voor de coalitie geworden. Het vertrouwen in de rechts-links-coalitie, was van meet af aan zwak en is zeker voor de PvdA nooit hersteld.

Nu alle stemmen geteld zijn en de zetels verdeeld, werp ik een blik op het nieuwe politieke landschap dat het aangezicht van Nederland de komende jaren zal bepalen, met Rutte III als nieuwe gedoogcoalitie.

Opkomst
Er waren voor het eerst meer dan 13 miljoen kiesgerechtigden: 13.007.316. Met een opkomst van 77,52 % gaf dat 10.083.271 uitgebrachte stemmen. De kiesdeler komt daarmee uit op 67.222 stemmen voor 1 zetel. Dat de opkomst met 2,95% significant hoger was dan in 2012 is waarschijnlijk te verklaren vanuit het feit dat het sinds langere tijd weer echt serieuze verkiezingen waren gecombineerd met de felle strijd om de rechtse kiezer tussen de VVD en de PVV.

De uitslag
De vraag was niet of Nederland een politieke beweging naar rechts zou maken, maar de vraag was vooral hoe groot deze zou worden. In heel Noord-Europa zijn de voortekenen daarvan al te zien geweest. Nederland zou daar zeker niet bij achterblijven.

De negatieve effecten van de wereldse dynamiek, hebben meer dan ooit de behoefte aan een Nederlandse identiteit het licht gebracht. Wat dat dan ook betekenen mag. En de hoop is dan dat conservatief en populistisch rechts het verlies aan eigenheid afremt en een hardere vuist maakt tegen alles wat de bestaande eigenheid verder dreigt aan te vallen.

De nek-aan-nekrace die afgelopen maanden in de peilingen zichtbaar was tussen de VVD en de PVV is nipt gewonnen door de PVV, met een kleiner verschil dan iedereen had verwacht:

Verkiezingsuitslag 2017 15 maart

Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (van 41 naar 29)
De liberalen hebben toch een aardige prestatie geleverd door nog 29 zetels te halen. Natuurlijk is dat een verlies van 12 zetels ten opzichte van de uitslag in 2012, maar het zag er een jaar geleden een stuk dramatischer uit. De kiezer straft de VVD dus minder zwaar dan coalitiepartner Partij van de Arbeid. Op Rutte is voldoende is aan te merken geweest, maar hij heeft zich niet laten leiden door opportunisme en was als minister-president een stabiele factor in het kabinet en verkiezingscampagne.

Partij van de Arbeid (van 38 naar 13)
Dat de socialisten de grootste klap zouden opvangen, was eigenlijk al jaren duidelijk. Gedurende de gehele verkiezingscampagne is de partij er niet in geslaagd geloofwaardig haar linkse programma te verkopen op basis van het kabinetsbeleid van afgelopen vier jaar. De kiezer die in 2012 nog met volle overtuiging stemde voor Samsom, in de hoop daarmee Rutte uit het torentje te houden, heeft zich vanaf moment één bedrogen gevoeld. Dat de partij wellicht te prijzen is geweest dat ze de samenwerking is aangegaan (want veel andere opties waren er feitelijk niet) is geen boodschap die in dit gepolariseerde politieke landschap veel bijval heeft gekregen. Het vertrek van Samsom als partijleider vlak na de verkiezingsuitslag was niet meer dan een logische zet.

Partij Voor de Vrijheid (van 15 naar 30)
De PVV is een van de grote winnaars van deze verkiezingen. Hoewel niet zo groot als verwacht door sommigen, wel de grootste. Het lijkt er daarmee op dat de kiezer de PVV een nieuwe kans wil geven om nu wel de verantwoordelijkheid te nemen en het geschreeuw om te zetten in daden. Met vele nieuwe rechtse cowboys in de Kamer zal het voor Wilders een hels karwij worden om alle kikkers in de kruiwagen te houden. Want eerlijk is eerlijk, alle PVV-Kamerleden samen buiten Wilders halen minder dan 4% van het totaal aantal op de PVV uitgebrachte stemmen. Dus 29 PVV’ers samen zouden hooguit één zetel halen op basis van uitgebrachte stemmen.

Socialistische Partij (van 15 naar 17)
Hoewel een kleine winst voor de partij van Roemer, stelt de SP toch teleur. Gehoopt was op minimaal 20 zetels, met name door de teloorgang van de Partij van de Arbeid. Dat de SP haar kiezers aan de onderkant echter niet heeft weten vast te houden en een exodus heeft moeten constateren naar de PVV maakt de winst bescheiden. Meer dan wederom jaren oppositie voeren zit er voor de partij dan ook niet in.

Christen Democratisch Appel (van 13 naar 25)
Natuurlijk is de partij niet meer de grote partij van weleer. En of ze dat ooit nog gaat worden, is twijfelachtig. Met echter een bijna verdubbeling van het aantal zetels is het CDA samen met de PVV de grote winnaar van deze verkiezingen. De CDA-campagne die zich nadrukkelijk heeft gericht op de noodzaak van het stabiele midden heeft zich uitbetaald. Het gematigd en verstandig oppositie voeren heeft veel kiezers getrokken met Buma die eigenlijk verder gegroeid is in zijn rol. De partij zal het echter zwaar krijgen met de harde opstelling richting de PVV: die is tot nu toe consequent uitgesloten van samenwerking. Wellicht dat er ‘in het kader van landsbelang’ toch een opening gevonden wordt voor een centrumrechtse coalitie samen met de PVV en de VVD. De PVV zal dan echter publiekelijk een knieval moeten maken richting het CDA, maar daar ligt nu juist niet de kracht van de partij.

Democraten 66 (van 13 naar 11)
De links-liberalen leveren twee zetels in. In de beginperiode van Rutte II was de partij spekkoper met in de peilingen als historisch hoogtepunt 28 virtuele zetels. De kiezer heeft D66 echter tijdig in de smiezen gekregen als kabinetsgedoger en D66 is überhaupt nooit goed uit een Paarse constructie gekomen. Tel daarbij op dat Pechtolds verhaal tegen Wilders nog nooit zo zwak en geforceerd klonk als in de afgelopen campagne en dat het hele Europese project al tijden aan vertrouwen verliest bij de kiezer, waar D66 het fel blijft verdedigen, en 11 zetels vallen dan nog mee.

ChristenUnie (van 5 naar 6)
De protestanten pakken een zetel winst. De onzichtbaarheid van lijsttrekker Gert-Jan Segers heeft geen invloed gehad op de achterban van de christenen. Een partij die op haar eigen manier een sociaal-conservatieve toont aanslaat, doet het in deze tijd hoe dan ook goed. Een rol als het linkse geweten van het CDA ligt in het verschiet.

GroenLinks (van 4 naar 8)
De partij van Jesse Klaver profiteert feitelijk het meest van de teloorgang van de Partij van de Arbeid. Het verlies van vier jaar geleden, toen de gematigd GroenLinkse kiezers hun heil zochten bij de Partij van de Arbeid, is goedgemaakt. Klaver lijkt de enige in Nederland die nog gelooft in de zegen van de multicultureel-pluriforme samenleving, maar hij is vooral ook de enige politicus die het nog wel geloofwaardig weet te verwoorden.

Staatkundig Gereformeerde Partij (blijft op 3)
De stabiele SGP verrast niet met behoud van 3 zetels. Het is ook niet dat het aantal gereformeerden afgelopen jaren is gestegen in ons land, wel de algemene waardering voor behoud van kostbare tradities en christelijke normen en waarden. Een rol als conservatief geweten van het CDA ligt hier voor de hand.

Partij voor de Dieren (van 2 naar 3)
Met eindelijk drie zetels is dit een nieuwe overwinning voor de Partij voor de Dieren. Natuurlijk profiteert ze van de linkse identiteitscrisis, maar de rechten van het dier worden ook komende jaren weer op een unieke manier gewaarborgd in de oppositie.

50+ (2 naar 4)
Het bejaardenpopulisme van Krol en consorten heeft toch een succes geoogst. Waar Krol grossierde in kinderlijke referaten, heeft dat klaarblijkelijk geen uitwerking op de aantrekkingskracht van de rijpe kiezer. Een kiezer die vooral door teleurstelling gemotiveerd dan maar zijn heil zoekt in deze protestpartij, waarbij het wachten is op de volgende ruzie en onenigheid. Vier jaar onzichtbare oppositie in het verschiet.

Voor Nederland (van 0 naar 1)
Het failliet van de democratie in de huidige vorm wordt gesymboliseerd door de ene nipt behaalde zetel van VNL. Niet door de kracht van VNL’s klassiek liberalisme dat nauwelijks te onderscheiden is van de VVD, maar door de volle aandacht van de media. Moszkowicz hoopte op 5 zetels minimaal, maar mag de komende jaren in zijn eentje door de Kamer struinen. Een ongemakkelijk tijdverdrijf. De noodzaak van een kiesdrempel is al geruime tijd duidelijk, maar de politiek schijnt er geen haast mee te willen maken. Sommigen zullen misschien beweren dat het knap is en juist democratisch om vanuit het niets een volksvertegenwoordiger te worden, maar wat dit allemaal toevoegt en bijdraagt aan het politieke landschap, wordt nooit duidelijk.

DENK (‘2’ naar 0)
De twee gestolen zetels krijgen zoals verwacht geen vervolg. In de peilingen is er ook nooit sprake van geweest. Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk die vooral de PVV in de flank hebben proberen te raken zijn geen moment geloofwaardig voor het voetlicht gekomen. De karikatuur die zij door een merkwaardige mix van ijdelheid en onkunde hebben geëtaleerd, was niet alleen een dankbare voedingsbodem voor cartoonisten, maar doet ook de vraag rijzen hoe deze figuren überhaupt ooit op de lijst van de Partij van de Arbeid zijn beland.

Conclusie
Het is duidelijk dat de kiezer nadrukkelijk toe is aan een sociaal-culturele rechtse beweging in de Nederlandse politiek. De chaos is echter compleet: versnipperd Links, 5 partijen met 6 zetels of minder en de PVV, VVD en CDA als de enige logische coalitie. Maar juist deze drie partijen zijn oneindig ver van samenwerking verwijderd. Vooral het CDA is het experiment Rutte I en de afstraffing die daarop volgde niet vergeten.

Daarbij ligt het ook niet voor de hand dat Wilders minister-president wordt: zelfs onder PVV kiezers is daar geen overtuigend draagvlak voor. Logisch: die hebben ook vooral gestemd op Wilders omwille van zijn scherpe verhaal. Er is feitelijk maar één constructie die hier gaat werken:

Een kabinet van VVD en PVV met Mark Rutte als minister-president, waarbij nu het CDA de gedoogfunctie zal vervullen in de Tweede Kamer. Rutte III ‘Vrijheid en eigenheid’ zal daarmee opnieuw een bijzonder experiment worden, waarbij het te hopen is dat de PVV het populisme laat varen voor realisme en het vertrouwen van de opportunistische en grond onder de voeten verloren kiezer op een volwassen manier weet te behouden.

Europa. Best onbelangrijk.

Een kleine handreiking voor verdere discussie

Wie kritisch wil zijn op Europa hoeft zich niet heel erg in te spannen om met steekhoudende argumenten te komen. De idioterie van het eenmaal per maand vergaderen in Straatsburg a € 200.000.000 per jaar. Het salaris van Europarlementariërs dat fijntjes wordt aangevuld met iets vaags als kantoorkosten. Onbekwame bestuurders in Brussel die Volendam de stront in trekken. Het rondpompen van landbouwsubsidies. Polen, Hongaren en Roemenen die al dan niet vrijwillig voor een paar euro via dubieuze constructies op de vrachtwagen zitten voor een Nederlands bedrijf. 28 landen (and counting) die zonder heldere dominante culturele verwantschap (het christendom?) het eens moeten worden over de gekste regels, nog los van de bureaucratische verhoudingen die werkelijk niet aan iemand zonder vwo 6-niveau goed zijn uit te leggen.

Daartegenover staat het eeuwige geroep van de eurofiel vermomd in een studentikoze D’66 outfit, dat we veel te danken hebben aan Europa. Dat we Europa economisch nodig hebben en dat we alleen met Europa internationaal een vuist kunnen maken tegen de grote boze buitenwereld.

Maar het is de kiezer om het even. Als het goed gaat, is hij niet geïnteresseerd in Europa en als het slecht gaat is het de schuld van Europa. In beide gevallen is er geen draagvlak voor Europese gedachten. Het gevolg is een structurele en wijdverbreide desinteresse, die tot uiting komt in een erbarmelijk opkomstpercentage van hooguit 37%. Een groot gedeelte van die 37% gaat overigens niet stemmen vanwege doordachte Europese opvattingen, maar vanwege respect voor ‘het democratische idee’. Maar wat heeft een opkomst van 37% te maken met democratie? Het is een wonder dat een dergelijk opkomstpercentage überhaupt legitieme gelding kan hebben, nog los van wat Sammy van Tuyll in de Volkskrant terecht opmerkte dat ‘er in feite geen Europees Parlement wordt gekozen, maar een verzameling nationale delegaties. Die groeperen zich dan weer in ‘Europese fracties’, die onderling zeer heterogeen zijn (…)”.

Het legitimiteitvraagstuk zal echter spoedig in de onderste laden belanden wanneer onze Europarlementariërs dadelijk zijn ‘gekozen’.  De chaos is namelijk inmiddels zo groot dat wil men iets aan legitimiteit gaan doen, het hele kaartenhuis in elkaar zal storten. En dan redeneert men ‘liever een kaartenhuis, dan een in elkaar gestort kaartenhuis.’

Maar als Europa echt het democratische Europa wil zijn, zoals het zich presenteert, dan is het onacceptabel dat gekozen mensen in heel Europa steunen op amper 40% van die Europese bevolking. Europa moet het quasi-democratische kaartenhuis in elkaar laten storten en het legitimiteitsvraagstuk permanent op de agenda plaatsten. Of men kiest voor een bestuurbare aristocratie (wat het nu ook is, maar dan onbestuurbaar, onoverzichtelijk en vermomd als democratie) of men kiest om de Unie in zijn werking eens een jaar op te schorten. Een wetenschappelijke verantwoorde European shut-down, waarbij bij alle meta-Europese regel- en bestuursorganen een jaar lang de stekker eruit gaat, om vervolgens via de landelijke politiek te evalueren wat er nu daadwerkelijk is gemist en waar we godzijdank van af zijn. Dat betekent niet dat landen geen overleg meer met elkaar voeren, maar dat betekent wel dat het hele bureaucratische systeem (van Commissie tot parlement) een pas op de plaats maakt. Weten we ook gelijk of de anti-Europese bromvliegen daadwerkelijk een punt hebben.

Tenslotte moet het bespreekbaar worden dat een gebrekkig functioneren van democratie gesanctioneerd kan worden. Er is over het algemeen een hardnekkige weerstand tegen een sanctionaire democratie: democratie mag namelijk niet worden afgedwongen. Maar waarom eigenlijk niet? Waarom liever een systeem in stand houden dat op steeds minder steun kan rekenen en geen duidelijk draagvlak heeft, dan voorwaarden koppelen aan de democratische grondslag? Stel bijvoorbeeld dat het opkomstpercentage van invloed is op de invloed van een land in Europa. Hoe meer mensen gaan stemmen, hoe meer voordelen dat in Europa oplevert. Zoals het aantal inwoners in een land op dit moment bepaalt hoeveel zetels er te verdelen zijn in het parlement, zo kan ook het opkomstpercentage een rol spelen in de machtsverhoudingen. Daarmee wordt nationale trots en democratisch besef een onderdeel van Europese verkiezingen. Geen interesse? Geen invloed. Welterusten. Democratie is niet vrijblijvend!

Iemand zal nu wel roepen dat dit allerlei realiteitsloze ideeën zijn die maar wat snel zijn neergeklad (dat valt overigens best mee, zelfs voor een column zit er toch nog wat tijd in), maar zoals het er nu aan toe gaat, is Europa alleen nog maar te redden met een radicaal en krankzinnig idee. Anders hebben we over vijf jaar weer precies dezelfde poppenkast en hetzelfde lage opkomstpercentage als nu het geval is, inclusief alle problemen van de eerste alinea. Daar schiet u niks mee op, en Europa zeker niet.

Het Wilders-dilemma

Het Wilders-dilemma

Zelfs nu de PVV (en niet Wilders, al zijn dat tegenwoordig synoniemen) maar in twee gemeenten meedeed met de raadsverkiezingen, wist ze toch hét nieuws van de avond te genereren. De inmiddels veelbesproken bijeenkomst in Den Haag waar het aanwezige publiek werd gevraagd of ze meer of minder Marokkanen in de stad wensten (en de kudde riep: ‘minder, minder’) zal nog wel even het gesprek van de dag blijven.

De vraag is echter wat schokkender is: de vraag stellen of er meer of minder Marokkanen in een stad horen, of de vraag luidkeels beantwoorden met ‘minder, minder’. Ik denk dat dat laatste de meeste mensen meer heeft geschokt, dan de vraag zelf of de er op volgende uitleg. Een roepende massa is namelijk iets anders dan een begaafde politieke clown: massaliteit toont veel meer de ernst van wat er aan de hand is en wekt angst voor wat er nog komen kan. Bovendien is in tegenstelling tot een individuele politicus op een roepende massa nauwelijks grip te krijgen.

Ik denk overigens dat de voornaamste reden waarom Wilders dit heeft gedaan erin schuilt dat hij in beide steden geen enkele trek heeft in coalitievorming. Deze actie sluit alle raadsleden (als ware het synoniemen van Wilders) uit van het College van Burgemeester & Wethouders. Want besturen lijkt niet het doel te zijn van Wilders merkwaardig genoeg. De enige kans die hij heeft gehad, en waar hij in een landelijke gedoogzetel de politiek best denkbare uitgangspositie had, liep uiteindelijk uit in een fiasco (inclusief dierenpolitie) en een fors zetelverlies in de daaropvolgende verkiezingen.

Maar dat is de kudde alweer lang vergeten. Want voor de kudde is het politieke landschap vergelijkbaar met de Tinder-app: een minuutje keuren, en dan naar de volgende mogelijkheid. En het aardige van oppositie voeren is nu eenmaal dat je jezelf als mogelijkheid kunt presenteren. En het mogelijke is bijna altijd beter te verkopen dan het werkelijke. Want het mooie van het mogelijke is dat alles mogelijk is.

Dus als je jezelf overal weet buiten te sluiten zoals de PVV dat magistraal kan, de schuld daarvan weet te leggen bij anderen, dan ben je gegarandeerd van de oppositie, waar je jezelf weer kunt verkopen als mogelijkheid. En dat trekt de kiezer, zoals we ook hebben gezien met de grote winst van SP en D’66. Een SP die nog nooit regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen, en D’66 die dat wel eens deed bij tegenwind en daarna bijna opgeheven kon worden.

En dat brengt ons tot het Wilders-dilemma of misschien wel de Wilders-paradox. Om hem politiek aan te pakken, moet je hem juist mee laten doen en hem daarin geen ontsnappingsroute aanbieden. Om de kiezers van de PVV niet nog dieper in zijn handen te drijven, moet je gekke uitspraken juist niet bij het Openbaar Ministerie neerleggen, maar moet je ze in de publieke en politieke arena op een beschaafde manier bevechten. En nu precies het tegenovergestelde heeft Wilders weer voor elkaar: politiek wordt hij uitgesloten en allerlei gehaaste lui roepen om vervolging vanwege het ‘schenden van de vrijheid van meningsuiting’ en wat niet meer is.

Maar een vervolging zou weer zo ontzettend veel aandacht voor deze politicus genereren, dat hij er zelfs bij een kleine veroordeling (want wat verwacht men toch in vredesnaam van de rechter!) alleen maar garen bij spint. Bovendien wordt het geblaat dat dit dan racisme zou zijn vermoeiend zolang men niet wil begrijpen welk pijnpunt Wilders blootlegt en waar hij gek genoeg allang een belachelijk zware prijs voor betaalt. Aan dat laatste doet een eventueel strafje van de rechter niets af en doet het probleem dat zijn kiezers massaal aantrekt echt niet als sneeuw voor de zon verdwijnen. Het lost kortom he-le-maal niets op.

Want laten we tenslotte niet vergeten, dat de miljoenen (potentiële) kiezers natuurlijk niet zomaar meeschreeuwen met Wilders, maar dat daar achter wel degelijk problemen schuilgaan. En één zo’n probleem dat klaarblijkelijk concreet aansluit bij persoonlijke ervaringen van mensen, is echt niet zo moeilijk te doorzien. Laat ik dat illustreren met een voorval waar ik getuige van was en me nogal trof.

Een jongen fietst nadat hij van een trappetje is gelopen verder en wordt in het voorbijgaan bespuugt door twee Marokkaanse jongens die hem ook iets onverstaanbaars toeroepen. Een van de Marokkaanse jongens rent nog achter zijn fiets aan en trapt tegen het achterwiel aan. Ik zie de jongen verder fietsen, maar plots houdt hij op een veilige afstand halt, en roept: “Wacht maar klootzakken –  ik stem Wilders!!”

De woede waar zo’n jongen mee verder fietst, en die hij gekoeld ziet in een stem, rechtvaardigt geenszins de gebeurtenissen in Den Haag bij de PVV- bijeenkomst. Maar verwacht niet dat zo’n jongen niet ‘minder, minder’ gaat roepen, want naar alle waarschijnlijkheid kunnen deze twee Marokkaanse jongens hem gestolen worden. Dit is waar hier ‘minder’ naar verwijst, en nergens anders na.

Daarom, geef Wilders de ruimte. Wees niet bang, heb vertrouwen in onze goed gefundeerde democratie en maak geen domme vergelijkingen met 70 jaar geleden. Laat een rechter een onoplosbaar probleem niet proberen op te lossen. Sluit Geert in de armen of bestrijdt hem met scherpe ironie. Durf de redenen van zijn populariteit eens echt te doorzien en geef hem bovenal veel verantwoordelijkheid. Alleen dan is het mogelijk dat zijn stijgende populariteit een halt wordt toegeroepen. Al het andere is alleen maar koren op zijn molentje.

Hoogte- en dieptepunten van de verkiezingsavond die is geweest

Nu de nevelen van het kiesgeweld van de avond van 12 september langzaam zijn opgetrokken, wordt het tijd om terug te blikken. Ik permiteer mij hier een lichtvoetig en geheel subjectief, doch grondig doordacht overzicht van enkele dieptepunten en hoogtepunten van de avond die is geweest.

Dieptepunten in vogelvlucht

 1. Hopeloos 50PLUS

Schaamteloos eigenbelang heeft een nieuw gezicht gekregen: de 50PLUS-partij. Dat het deze door zelfgenoegzame elite op leeftijd opgerichte club is gelukt om twee zetels te veroveren in de Kamer, mag met recht een dieptepunt worden genoemd. Volstrekt overbodig en nutteloos in het parlement, maar door effectief hengelen naar de door puur egoïsme gedreven 50-plusser (die met zijn stem feitelijk zegt dat eenieder buiten de 50-plusser mag verrekken) hebben ze zich een mooie snabbel weten te verwerven. Griezelig bejaardenpopulisme van de bovenste plank, goed voor jarenlang salonfetisjisme.

2. Sapperdeflap

Zonder twijfel het meest ongelukkige en meest gênante moment van alle lijstrekker-speeches was Jolande Saps vreugdekreet over het zetelverlies van de PVV: “Mensen, het is wel fantastisch nieuws dat de PVV vanavond zo verloren heeft…”. Minstens zo opvallend was het volgzame publiek dat gretig applaudisseerde voor deze misplaatste opmerking. Alsof Louis van Gaal na een blamerende uitschakeling van het Nederlands elftal op het WK zegt: ‘het is toch een fantastische dag vandaag! De Duitsers zijn namelijk ook uitgeschakeld.’

Politiek incorrect zijn vereist een strikte en buitengewone timing. Een slechter moment had de grootste verliezer van de verkiezingen niet kunnen kiezen om de PVV te kijk te zetten. Bovendien, met 15 zetels voor de PVV is het populisme allesbehalve teruggedrongen, en zou ik persoonlijk willen spreken van een buitengewone prestatie. Dat een volstrekte enkeling, verantwoordelijk voor de val van het kabinet, met een batterij aan onuitvoerbare ideeën en een haast gegarandeerd gebrek aan politieke slagkracht bijna één miljoen mensen achter zich heeft weten te houden, is misschien wel de grootste prestatie van alle uitslagen.

3. Opinie-ijlers

Zo spoedig ze weer met een nieuwe peiling aan kwamen zetten, zo snel waren ze met allerhande ‘logische’ verklaringen waarom ze er wederom helemaal niets van hebben gebakken, behalve dan flink hun zakken gevuld. ’Met zoveel zwevende kiezers is het onmogelijk voorspellen’, luidde de algemene verdediging. Met deze op voorhand lang bekende open deur, zou iedere weldenkende opiniepeiler zich wel drie keer moeten bedenken nog een voorspelling te willen doen. Want dat blijkt dus vrijwel geen enkele zin te hebben: de peilingen zeggen immers niets over de werkelijkheid en komen daarbij niet eens in de buurt.Hoogte en diepte

Het is eens te meer gebleken dat peilen slechts allerlei ongewenste ondemocratische effecten met zich meebrengt en de oproep van Roemer om op te houden met deze onzin zou een serieuze kans moeten verdienen. Met internet lijkt dat haast onmogelijk realiseerbaar, maar de media zouden op zijn minst een code kunnen afspreken niet meer zo zwaar te leunen op deze vorm van wichelarij.

 Hoogtepunten in een notendop

1.      Samsom, de omhelsing en het applaus

Niet alleen werden vrijwel alle partijbijeenkomsten opgesierd met foute muziek en overijverige beveiligers, ook allerlei ouden van dagen van enige betekenis voor de partij waren weer present. Van Jan Marijnissen tot Frits Bolkestein; aan het handenschudden met de lijsttrekker leek geen einde te komen. Eén omhelzing echter was van bijzonder niveau: die van Samson en Job Cohen. Na zijn overwinningsspeechs kregen Wim Kok en Wouter Bos een knuffel, maar toen Cohen aan de beurt kwam, werd er aanmerkelijk warmer en luider geapplaudisseerd door het publiek. Bijzonder eerherstel voor een man die pas geleden nog exact hetzelfde verhaal vertelde als de grote held van de Partij van de Arbeid nu.

 2.      Democratisch Politiek Cabaret

Een voordracht om (vanuit psychologisch perspectief minstens) je vingers bij af te likken, was die van Hero Brinkman. In iets wat leek op een uitgebouwd cafetaria hield hij zijn Grote Rede. Wat zij hadden gepresteerd was iets ongelofelijks, iets wat nog nooit eerder was gebeurd en voor onmogelijk werd gehouden! Hij doelde op het samenvoegen van twee kansloze lijsten tot één kansloze. En ze hadden aan alle eisen voldaan. En de moraal was hoog, net als die van de 50 kandidaten op de lijst. En als morgen de krant zou worden opengeslagen, dan zou daar wel eens een zetel in zijn te vinden voor de Nieuwe Beweging. En anders zouden ze over vier jaar genadeloos toeslaan en een klinkende overwinning binnenslepen.

De avond ging verder. De muziek werd stiller, het licht werd gedoofd en iedereen vergat hem.

3.      It only just begun…

Drie weken spetterende campagne, nog nauwelijks voorbij, of het andere vuurwerk gaat alweer beginnen: de (in)formatie. Een stem op Samsom bleek een stem op Rutte te zijn. Hoe strategisch zijn die stemmen geweest! Prachtig gepoker wacht ons. Onmogelijke combinaties als CDA-PvdA-D’66-SP worden overwogen, zodat er even door links van links gedroomd mag worden. Ook onze koningin zal verrassend van zich laten horen. Sap zal uiteindelijk toch het veld ruimen omdat bij GroenLinks het besef doorbreekt dat groothouderij en vastberadenheid niet de oplossing zijn om verlies te maskeren. En tenslotte draait moeder economie weer bij, zodat al het politieke gekissebis weer een bijzaak wordt. En we weer kunnen schrijven over de werkelijk interessante dingen des levens…

Onze democratie is niet meer van deze tijd

Wat is het meest fundamentele probleem waar de politiek op dit moment mee te kampen heeft? De huizenmarkt, de zorg of misschien wel de euro(crisis)? Nee, allemaal marginale en tijdelijke problemen. Het werkelijke politieke probleem is de staat van ons democratisch bestel. Helaas is in tegenstelling tot allerlei financiële dilemma’s, het democratische dilemma geen aantrekkelijk onderwerp. Geen enkele politicus is zo ongelukkig om in deze tijd veel woorden te wijden aan het failliet van de Nederlandse parlementaire democratie. Een failliet dat inmiddels diep is geaard. Sta bijvoorbeeld eens stil bij enkele van de volgende knelpunten.

De absurde invloed van de media op stemgedrag. De verstikkende partijdiscipline. De staatsrechtelijke vaagheid van de invloed van de koningin. De onbekendheid c.q. onzichtbaarheid van 95% van de volksvertegenwoordigers. Het gebrek aan invloed van het volk op coalitievorming. Geen invloed op de minister-president. Geen fatsoenlijke invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De blanco-stem die gewoon als ongeldig wordt beschouwd. 20% tot 60% thuisblijvers afhankelijk waarvoor gestemd wordt. Geen kiesdrempel en daarmee veel te veel kleine partijen met als gevolg een hoop onmogelijke coalitie- avonturen. De kabinetten Balkenende I, II, III, IV en Rutte I die niet voor niets allemaal voortijdig de mest in zijn getrokken….

En wat dat laatste kabinet betreft; gaan we dadelijk in één keer een geheel andere verhouding zien in het stemgedrag van het volk? Waar komt die SP plots vandaan! Toont dat niet aan hoe willekeurig en opportunistisch het volk stemt? Zou je niet verwachten dat zoiets als ‘politieke voorkeur’ een redelijk statisch gegeven is die niet veranderd bij iedere politieke zucht?Stilte voor... En als dat wel het geval is, dan zijn vier jaren regeren veel te lang. Dan zit er bijvoorbeeld twee of zelfs drie jaren lang een kabinet dat het volk niet echt pruimt. Maar omdat het volk zodanig verdeeld is, weet het zich niet overtuigend te organiseren in de samenleving en kabbelt het in theorie (denk aan Paars II) voort, met alle gevolgen van dien.

En wat te denken van het idee dat de 1,4 miljoen mensen die op zaterdag kijken naar een onbekende achtergrondzangeres met zwemdiploma A die kaarsrecht in een zwembad springt, dezelfde 1,4 miljoen zijn die de politieke verhoudingen in Nederland straks medebepalen? Of wat te denken van de honderdduizenden die op basis van een tiental stellingen hun fundamentele grondrecht toebedelen aan een al dan niet onvermoede politieke partij, omdat het stemwijzertje dat nu eenmaal tevoorschijn heeft getoverd? Dat is de nachtmerrie van ieder weldenkend mens en menig politicus. Dat is waarschijnlijk ook de voornaamste reden dat de laatste uiteindelijk gewoon doet waar hij zelf zin in heeft. Zolang hij maar gekozen wordt.

De vraag die al enige tijd (of misschien sinds de invoering van de democratie) hierbij van belang is, is deze: Is het algemene belang daadwerkelijk gediend bij algemeen kiesrecht? Het antwoord daarop is: ‘hoogstwaarschijnlijk niet. Maar om met Churchill te spreken: er is geen alternatief’. Plato met zijn verrassend actuele kritiek op de democratie (zie bijvoorbeeld Koolschijn, G. (2005). Plato. De aanval op de democratie.),  mag niet worden aangehaald, want dan ligt het verwijt van elitarisme en totalitarisme op de loer. Karl Popper heeft Plato niet voor niets met redelijk wat gezag in De open samenleving en haar vijanden tot volksvijand nummer 1 van de moderne tijd gekroond. Terecht? Daar zou over moeten kunnen worden gediscussieerd. De boodschap is in ieder geval duidelijk en bovendien makkelijk te verdedigen: ‘kom niet aan de democratie!’ Het is immers een verworvenheid. En van een verworvenheid doet men over het algemeen heel moeilijk afstand. Zelfs niet als blijkt dat de democratie ervoor zorgt dat een adequate rationele besluitvorming onmogelijk is geworden (en allerlei urgente politieke problemen jaren op de plank blijven liggen door eindeloos gepolder en uitstel van noodzakelijke keuzes). Zelfs niet als blijkt dat politieke partijen vooral bezig zijn met het naar de mond praten van hun eigen kiezers (denk aan de CPB-berekeningen), in plaats van op zoek te gaan naar duurzame samenwerking. Enzovoorts.

Als we dan om praktische redenen al snel tot de conclusie komen dat het (politiek) onmogelijk is te gaan rammelen aan het algemene kiesrecht (en daarbij accepteren dat we als samenleving dus ook niet meer krijgen dan we verdienen), dan moeten we dus op zoek gaan naar veranderingen binnen dat democratische systeem. Maar waarom lijkt op dat vlak ook geen enkele vernieuwing zich aan te dienen? Is men er sinds de mislukking van de gekozen burgemeester in Den Haag maar mee opgehouden over na te denken? Hoe staat het met het terugbrengen van 150 naar 100 leden van de Tweede Kamer? Waar blijft D66 in de media met democratische vernieuwing? Hebben ze ontdekt dat het niet bepaald een aantrekkelijk onderwerp was dat de kiezers trok? Wat is er gebeurd met het referendum? Komt er ooit die broodnodige kiesdrempel? Moeten we niet vaker naar de stembus?

Zolang de economische tegenwind de politieke agenda echter blijft domineren, voorzie ik geen serieuze discussie over het klaarblijkelijke democratische failliet. Jammer, want het volk verdient beter dan het huidige systeem.

Verdwaald in een dierentuin: een analogie op de rechterlijke uitspraak inzake de langstudeerboete

De discussie rondom de langstudeerboete lijkt tot nader orde gesloten. Studenten die meer dan een jaar langer doen over hun studie dan is vastgesteld, zijn verplicht een boete (of zegge een extra zak geld) van ruim 3000 euro te betalen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag op 11 juli 2012 bepaald in een kort geding over het verhoogde collegegeld voor mensen die meer dan een jaar uitlopen.

De drie centrale argumenten van de rechter luiden:

  1. Het is feitelijk niet onmogelijk om te blijven studeren; het is niet bewezen dat lagere klassen nu worden uitgesloten om te gaan studeren.
  2. Nergens in de wet staat dat tijdens het spel de spelregels niet mogen worden veranderd.
  3. Studenten hadden kunnen vermoeden dat hun collegegeld tijdens hun studie aan verandering onderhevig is.

A. Een toerist schaft een entreeticket aan voor de dierentuin. Hij mag voor tien euro naar binnen. Na een hele dag rond te hebben gewandeld, gebruikmakende van alle faciliteiten die het park te bieden heeft, begeeft hij zich richting de uitgang. Daar wordt hij echter geconfronteerd met een bebaarde hoge juridisch medewerker, die zichzelf Rechter noemt.

B. ‘Wilt u er uit, dan moet u een exit-ticket aanschaffen van € 50’, zegt Rechter.

‘Wat een dwaze onzin!’ roept de toerist. ‘Daar ben ik helemaal niet van op de hoogte gesteld. Waar staat dat ergens geschreven?’

‘Dat staat nergens geschreven, maar waarom zou dat ergens geschreven moeten staan?’

‘Ja! Als ik had geweten dat mijn verblijf geen € 10 maar € 60 zou kosten, had ik mij in zijn geheel anders voorbereid op deze tocht. Niet dat ik niet zou zijn gekomen -ik zou dat niet zonder meer kunnen zeggen-, maar wat u nu doet met mijn gevoel vind ik onethisch!’

‘Nou. Ik heb hier een handleiding met onze spelregels. Er staat echter niet in de spelregels dat de spelregels niet mogen worden veranderd! Daarom is dus nu ook met recht besloten om tijdens het spel de spelregels te veranderen.’

‘Dat is een redenering van iemand die ieder gevoel voor redelijkheid lijkt te hebben verloren. Het laat me denken aan een bandiet die vrijgelaten wordt omdat het OM alleen nog maar een kopie had van het strafdossier, in plaats van het origineel.’

C. ‘Ach kom, dat is onredelijke appels met zotte peren vergelijken. Wat is nu precies het probleem, beste toerist? U had toch zeker wel kunnen vermoeden dat voor amper € 10 u niet hier een hele dag zomaar kunt rondlopen? Bovendien, we moeten bezuinigen op onze dierentuin en zo hopen wij extra geld binnen te harken. Het is vanaf nu dan ook voor iedereen die alsnog de dierentuin bezoekt, uiterst helder dat indien zij hier een hele dag rondwandelen ze € 50 extra moeten betalen. Mochten ze echter binnen twee uur het park weer verlaten, dan brengen wij niets in rekening. Zo zijn we dan ook weer!’

‘Maar indien ik dit park binnen twee uur zou moeten verlaten om zo te voorkomen dat ik zwaar moet bijbetalen, zou ik toch nooit de schoonheid van het geheel kunnen aanschouwen? Ik zou mij moeten haasten, en ik zou constant onder psychologische druk staan van de tijd, waardoor een belangrijke esthetische waarde van dit dierentuinbezoek verloren zou gaan. Beseft u eigenlijk wel wat ik zeg met ‘psychologische druk’?’

‘Kom, kom. U overdrijft. U bent een volwassen man! Wees blij dat we u niet al na anderhalf uur parkbezoek de hoofdprijs laten betalen. U krijgt dus zelfs een halfuur van ons cadeau! Bovendien, de psychologische druk van de werkelijkheid buiten deze dierentuin is vele malen groter! Daar moet u ook mee omgaan.’

D. ‘Op deze manier zeker… Verwacht u overigens niet dat u op deze wijze vele bezoekers buiten uw dierentuin houdt? Ik vermoed dat u vele mensen die weinig te besteden hebben de schoonheid van het park ontzegt op deze manier.’

‘Luister. Het is volstrekt niet bewezen dat lagere klassen worden uitgesloten van een bezoek aan de dierentuin. Dat is ook logisch, want iets wat we op dit moment pas invoeren kan niet iets bewijzen wat pas na invoering blijkt. Kortom, we voeren het gewoon in, en dan constateren we later vanzelf wel dat allerlei mensen met weinig geld niet meer in onze dierentuin zijn geweest. Of niet natuurlijk. Het lijkt me ook iets wat we pas vele jaren later zullen gaan merken als het al fatsoenlijk is te onderzoeken. En om eerlijk te zijn vinden we dat onze populaire dieren in de dierentuin af en toe iets te druk worden bezocht….juist door de gewone mensen. Maar dat verklap ik u in vertrouwen.’

E. ‘Zoveel onzin heb ik zelden bij elkaar gehoord. En met veel bezoekers zou u eerder blij moeten zijn, evenals met de aantrekkingskracht van de populaire dieren. Niet iedereen heeft nu eenmaal de wens om een exotisch dier te bestuderen. Laat het toch aan de mensen zelf!
Het zou me overigens niets verbazen indien de werkelijke verantwoordelijke voor deze gekke maatregel, zelf op deze maatregel terug gaat komen. Is het niet zo dat het bestuur van de dierentuin binnenkort opnieuw gekozen moet worden?’

‘Juist. Na 12 september komt er een nieuwe Raad voor de Dierentuin. Ik heb inderdaad begrepen dat een aantal kandidaten van zins is om dit plan op te schorten. Maar daar heb ik op dit moment niets mee te maken.’

F. ‘Het brengt me bij een laatste overweging, waarbij ik speciaal aan u moet denken, hoge juridische medewerker. Ik zou ervoor zijn uw ruime salaris af te nemen en daarvoor in de plaats u een minimale vergoeding aan te bieden, zodat u net aan rond kunt komen. U kost immers behoorlijk wat publiek geld.’

‘Dat lijkt me niet verstandig en in strijd met afspraken. Het zou ook geen recht doen aan mijn belangrijke functie en maatschappelijke relevantie. Bovendien zou dit werk dan alleen aantrekkelijk zijn voor rijke meesters.’

‘Eenmaal Exit, alstublieft.’

“Niemand krijgt mij klein”

PVV-leider Wilders is verrast door het ontslag van de PVV-Kamerleden Wim Kortenoeven en Marcial Hernandez. Hij noemt de twee fractieleden ‘rancuneus’.

De aanhoudende onrust binnen de PVV is niet verrassend, evenmin als het ontslag van de PVV-Kamerleden. De symptomen die we nu zien zijn simpelweg typisch voor het populisme (dat ironisch genoeg wordt gedragen door één man). ‘In naam van het volk spreken’ is namelijk retorisch ijzersterk, maar praktisch zo vreselijk onhandig. Het is niet voor niets dat het populisme het beste gedijt in een context zonder verantwoordelijkheid. Zodra er sprake is van verantwoordelijkheid (denk aan het provinciebestuur in Limburg), kan het populisme de politieke (coalitie) dynamiek niet meer het hoofd bieden en moet het met allerlei paradoxen worstelen. De parlementaire gedoogconstructie leek daarom een briljante vondst: gewoon kunnen blijven roepen wat iedereen wil horen, en ondertussen toch aan de knoppen zitten.

Helaas bleek ook aan de gedoogconstructie teveel verantwoordelijkheid te zitten. Het Catshuisfiasco toont dat aan. Met het vertrek van PVV-kamerleden Kortenoeven en Hernandez komt het mislukken van het akkoord echter ook nog in een interessant ander perspectief te staan.

Het ligt sterk voor de hand dat Wilders op dat moment al het vermoeden had dat zijn partij zou breken bij een Catshuis-akkoord. Dat zou hebben betekent dat de gedoogconstructie (zelfs met de SGP erbij) definitief zou zijn ontploft en Wilders persoonlijk verantwoordelijk zou zijn gehouden voor de daaropvolgende politieke onmacht. Het zou een directe ontmaskering hebben betekend voor het populisme. Door het eenzijdig opzeggen van de onderhandelingen heeft Wilders toen de kikkers nog in de kruiwagen weten te houden, maar daar is nu definitief een einde aan gekomen. Op de politieke besluitvorming heeft het nu echter geen enkel effect, slechts op de beeldvorming. En juist daarin heeft Wilders zich altijd heer en meester getoond. Tot gisteren.

Tegen zijn gewoontes in moest hij namelijk opdraven bij die verfoeide linkse mediarubrieken als 1vandaag en Nieuwsuur. Louter voor damagecontrol. Het interview met de voor zijn doen ongemeen felle Twan Huys toonde voor het eerst echte zwakke plekken bij Wilders en voelde daarom buitengewoon ongemakkelijk. Want juist de retorische kracht van Wilders –waarin hij soeverein was- stond hier onder hoogspanning. Hij kreeg het simpelweg niet meer uitgelegd. Nooit eerder stond zijn geloofwaardigheid zo onder druk. Het centrale argument voor het vertrek van de Kamerleden was volgens Wilders pure rancune op grond van ‘het vermoeden van laag op de kieslijst te komen of helemaal niet meer op de lijst te komen’. Maar een fractie later zien we in dezelfde Nieuwsuur-uitzending een Wilders die zich laat ontvallen: “Niemand krijgt mij klein”.

Niemand krijgt mij klein. Daarmee bevestigt hij het verwijt van de opgestapte fractiegenoten op de meest duidelijke manier: het gaat uiteindelijk maar om één persoon.  Het enige probleem is dat dit zo verdraaide lastig is te handhaven in een democratie.

Komende maanden zullen uitwijzen in hoeverre dat soevereine beeld van die krachtige leider -die het zeker niet voor niets heeft gekregen- daadwerkelijk schade heeft opgelopen. Joop en Truus mogen dan wel gevoelig zijn voor grote volkse beloften en nationale sympathieën met een scherpe en soms humoristische rand omkleed; uiteindelijk willen ook zij ernstig genomen worden.

Een kort pleidooi tegen het belasten van artsen in opleiding tot specialist (AIOS)

‘De medisch-specialistische vervolgopleidingen moeten korter, een AIOS moet een eigen bijdrage betalen en alle opleidingsziekenhuizen krijgen een gelijke vergoeding. Met enkele ingrijpende voorstellen wil een ambtelijke werkgroep voor meer dan 400 miljoen bezuinigen op de universitair medische centra…’

De hoeveelheid zotte bezuinigingsvoorstellen is onderhand niet meer te overzien. Links en rechts wordt op alles gekort wat van overheidswege beweegt. Nu heeft een ambtenarencommissie (beschermd onder het principe van de gezichtsloze bureaucratie)de artsen in opleiding tot specialist (AIOS) in het vizier gekregen. Bij goedkeuring in de Tweede Kamer zou het leiden tot een plan dat grofweg jaarlijks € 13.400 bruto weg harkt bij deze zorgmensen. Een laffe bezuiniging en wel om verschillende redenen die ik hier kort uiteen zal zetten.

Wat opvalt, is dat stoere bezuinigingsplannen steeds vaker worden losgelaten op groepen die relatief op weinig steun van de samenleving kunnen rekenen. Kom je bijvoorbeeld aan reiskosten, dan komt de samenleving in het geweer, omdat dit in de breedte vele mensen treft en de onredelijkheid ervan direct zichtbaar is.

Bij het belasten van artsen in opleiding ligt dat anders. Voor een patiënt (of een gemiddelde burger) is een “AIOS” immers een abstract begrip en gewoon een ‘dokter’. Daarnaast roept het begrip ‘arts’, ‘medisch specialist’ en zelfs ’dokter’ een grote hoeveelheid vooroordelen op omtrent het te verwachten salaris en toekomstperspectief bij mensen zonder verstand van zaken of inzicht in het medische landschap (i.e. ‘twee ton per jaar’, ‘veredelde beroepsopleiding’, etc.). Wat dat betreft hoeft deze beroepsgroep op weinig steun te rekenen vanuit de maatschappij en zal het vanuit de georganiseerde specialisten (in opleiding) zelf moeten komen.

Maar helaas heeft niet alleen de burger een beperkt en vertekend beeld van een AIOS. Gelet op wat via reguliere media bekend is van wat de ambtenaren hebben voorgesteld, lijkt het erop dat deze commissie zelf een zeer onvolledig en onzorgvuldig beeld heeft van een A(N)IOS. Het inmiddels veel geciteerde argument dat artsen ‘op termijn’ met hun salaris de ingeleverde bijdrage van € 80.000 ruimschoots terugverdienen is daar een voorbeeld van.

Op de eerste plaats moet het salaris worden afgezet tegen genoten opleiding. De reguliere opleiding tot basisarts leidt over het algemeen tot een gemiddelde studieschuld van ongeveer € 14.000, die gewoon moet worden afgelost. Het salaris wat als basisarts kan worden verdiend is hooguit gemiddeld te noemen. Daarbij vergeet ik voor het gemak de gratis geleverde zorg in de coschappen. Na het geploeter als assistent niet in opleiding tot specialist (waarbij het salaris omgerekend in gewerkte uren mager is te noemen) is een moeizaam verkregen specialistenplek geen speciale verworvenheid, maar een maatschappelijke noodzaak. Het salaris wat daarvoor staat is in verhouding tot gewerkte uren hooguit modaal. Wie verder leeft met het idee dat het gehele traject een veredelde hbo-studie betreft, zou eens een handboek carbohydrate chemie of moleculaire pathologie van gynaecologische carcinomen ter hand moeten nemen. Dat een specialist in opleiding een uitzonderingspositie zou innemen ten opzichte van andere academici (die niet tot hun 36e hoeven te wachten om aardig te gaan verdienen en gemiddeld vier opleidingsjaren in de schaal leggen), lijkt niet onderbouwd.

Op de tweede plaats Van een AIOS blijft weinig meer over...moet het salaris worden afgezet tegen gewerkte uren. Bij een vastgesteld ANIOS/AIOS-salaris (dat schippert rond de € 2.959,- tot € 4.598 bruto, waarbij € 4598 pas na een tiental jaar wordt bereikt), wordt meestal uitgegaan van een 36-urige werkweek. Iedereen die het arbeidsethos van het (academische) ziekenhuis echter een beetje kent, weet dat 60 tot 70 uren per week werken, in onregelmatige diensten (nacht, weekenden, kerst, Pasen, etc.) geen uitzondering zijn. Desondanks blijft de 36-urige werkweek het uitgangspunt van het salaris. Dat dergelijke absurde uren worden gedraaid en op de een of andere manier zijn geaccepteerd, wijt ik aan de specifieke gesloten cultuur die de medische wereld kenmerkt. Desalniettemin, omgerekend komt de gemiddelde AIOS niet boven het salaris uit van een vuilnisman (niets ten nadelen daarvan). Dat bovendien naast de reguliere geneeskundige werkzaamheden vaak nog een proefschrift wordt verlangd (om in opleiding te komen), laat ik hier buiten beschouwing evenals de moeilijkheid om überhaupt in opleiding te komen. Als specialist tenslotte, wordt vanzelfsprekend de geïnvesteerde opleidingstijd beloond (vanuit een samenleving verlangt), maar die is in vergelijking niet navenant- zeker niet als men ook hier weer het werkelijk aantal gewerkte uren afzet tegen het verkregen salaris.

Dat brengt me bij het laatste punt. Het salaris afgezet tegen werkomstandigheden.

Waar een patiënt slechts een vriendelijke arts ontmoet, schuilt daarachter een concrete realiteit van een buitengewone maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheid. We spreken hier dus over een buitengewoon collectief goed dat buitengewone solidariteit verlangd. De dagelijkse confrontatie met leven en dood bijvoorbeeld, is niet alleen psychisch een zware belasting (die op zich al een exceptionele professionaliteit vereist en rechtvaardigt), maar is ook een praxis die maar weinigen werkelijk vatten. Complexe ethische dilemma’s, ingewikkelde intermenselijke communicatie en levensbepalende beslissingen die velen hooguit kennen van filosofische boeken, zijn in de medische praktijk aan de orde van de dag.

Daarnaast zijn we aangekomen op een punt dat een samenleving zorg als verworvenheid is gaan beschouwen en op grond daarvan steeds meer eist van een specialist. De patiënt is kritischer, zelfbewuster en gaat meer dan ooit tevoren uit van zijn rechten. Daarmee kent het werk van de (kwetsbare) arts niet alleen een verantwoordelijkheid die met weinig academische opleidingen is te vergelijken, maar ligt tevens zijn handelen permanent onder een loep. Ook hier laat ik een en ander buiten beschouwing, zoals de bekende dilemma’s omtrent carrière en gezin of het verhuizen van Enschede via Amsterdam naar Groningen of Maastricht voor een opleidingsplek…

Bezuinigen is noodzaak en iedere groep waarop bezuinigd wordt heeft zijn eigen (legitieme) bezwaren. Dat wordt hier niet miskend. Maar de argumenten die ik hier in een notendop heb aangedragen en die met vele voorbeelden zouden kunnen worden aangevuld, maken dat het hier om een groep gaat waarbij het niet alleen ongewenst is dat die extra belast wordt (want natuurlijk wordt de kwaliteit er niet beter van), maar ook onrechtvaardig (het salarisargument snijdt geen hout).

De samenleving zou dit alles in acht genomen zich meer moeten laten gelden voor deze groep en zich minder moeten laten leiden door vooroordelen. Zolang een redelijke en overtuigende onderbouwing van deze maatregel uitblijft, kunnen de specialisten in opleiding rekenen op mijn sympathie.

De politieke realiteit als paradox

“Het poldermodel is failliet, we moeten gaan polderen”

Komende maanden zullen we dankzij onze ongetemperde mediacratie overgoten worden met politieke tegenstellingen. De bedoeling is dat we onze plaats bepalen in de wirwar van (sub)ideologie, pragmatisme en populistisch gekrakeel. Daarbij worden we gedreven door de hoop dat onze keuze de beste oplossing voor de moeilijkste problemen betekent, door een eigen agenda en/of een geloof in de democratie (stemplicht), in het achterhoofd houdende dat de overgrote meerderheid geen enkel idee heeft van de complexe politieke problematiek en economische realiteit.

Het huidige politieke landschap stemt echter buitengewoon somber. De voornaamste reden daarvoor is dat de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving het politieke stelsel heeft lamgelegd. De zetelverdeling van 2010 heeft deze sluimerende verdeeldheid en politieke versnippering onverbiddelijk aan het licht gebracht. Het failliet van het poldermodel, is met de afgebroken onderhandelingen en de onwillige oppositie bovendien nogmaals bevestigd.

De pluriformiteit maakt echter een poldermodel binnen het huidige politieke systeem noodzakelijk. En daarom is op voorhand de uitslag van de nieuwe verkiezingen geen oplossing voor het bestaande probleem, maar slechts het probleem opnieuw definiëren, oftewel de paradox bevestigen. De overstelpende klaarblijkelijkheid van deze constatering maakt het onbegrip over het handhaven van het huidige systeem alleen maar onbegrijpelijker. Nog los van de onbegrijpelijke beweegredenen van de PVV om uit de gedoogconstructie te stappen. Als er al sprake was van de mogelijkheid tot politieke macht, dan was dit nu het geval-en wel buitengewoon riant. Met deze beweging van de PVV geeft ze feitelijk haar politieke invloed voor de komende jaren op. Het is te hopen dat de PVV-kiezer zal beseffen dat politieke invloed slechts kan plaatsvinden door middel van samenwerking, en slechts in een totalitaire staat een eigen partijprogramma tot in de puntjes kan worden vervuld.

Ter illustratie geef ik hier de situatie van 2010, en daarachter mijn voorspelling voor 2012:

Partij 2010 Voorspelling 2012
VVD 31 32
PvdA 30 24
PVV 24 18
CDA 21 15
SP 15 24
D66 10 15
GroenLinks 10 12
ChristenUnie 5 5
SGP 2 2
Partij voor de Dieren 2 2

 

Ongeacht of deze voorspelling realiteit wordt, het blijkt overduidelijk dat de vragen omtrent coalitievorming onverminderd belangrijk blijven: Waar haalt Links 28 zetels vandaan? Centrum Rechts is per definitie onmogelijk geworden, aangezien de PVV zichzelf heeft geïsoleerd. En juist het feit dat deze partij zich heeft geïsoleerd maakt een coalitie die te verzinnen is onmogelijk. Paars-plus blijkt de enige haalbare optie, maar dan moeten de mislukkingen van Paars II vergeten worden en zal er desondanks gepolderd moeten worden, wat het oppositie-populisme in de kaart zal spelen.

Oplossingen? Plato laten we voorlopig nog maar even in de kast. Een forse kiesdrempel lijkt op korte termijn de enige realistische oplossing en dan geen 5% maar 8% van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Dat zal voor de eerstvolgende verkiezingen een onmogelijke kaart blijken, maar de paradoxale situatie die zal ontstaan moet leiden naar een hervorming van het democratische bestel. Tot die tijd kunnen we ons verheugen met allerlei stukken, boeken, debatten, uitzendingen en krantenartikelen die al deze bovenstaande eenvoudige constateringen slechts zullen bevestigen.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved