Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Filosofische kruimels IV

Voor de filosofiekalender van het filosofiemagazine, verschenen in 2012 12 kruimels van mijn hand. Voor wie ze gemist heeft, boven zijn bed wenst te hangen of gewoon nog eens na wil lezen, hier de teksten integraal. Deel IV van IV.

Geschiedenis van de filosofie

‘Zodra er dan ook een meer onafhankelijke geest zal opstaan, die zich niet weerhouden voelt door de weldoende banden van het dogma, zal de dwaling in het volle daglicht treden: dit zal het werk zijn van Spinoza.’

F.J. Thonnard in Geschiedenis van de wijsbegeerte (1947)

Schrijvers van overzichten van de wijsbegeerte hebben nogal eens de neiging hun eigen afgunst en voorkeur te laten doorschemeren. Zo doet Bertrand Russell (1872- 1970) in zijn Geschiedenis van de westerse filosofie weinig moeite zijn ergernis over Blaise Pascal te onderdrukken en is het duidelijk dat Anthony Kenny (1930) in A brief history of western philosophy John Henry Newman nadrukkelijk presenteert als uitermate belangrijk voor de moderne tijd, waar anderen dat nog wel eens willen nuanceren.

De Fransman F.J. Thonnard weet in zijn lijvige overzicht van 1100 pagina’s wel raad met Spinoza. Thonnard gruwt van het pantheïsme dat bij de Nederlander tot volle wasdom komt. Malebranche kan hij het geflirt met het pantheïsme nog net vergeven, omdat deze het katholicisme handhaaft, maar Spinoza komt met zijn ongelukkige verstand en zijn leer die ‘aaneenhangt van contradictorische stellingen’ tot een onzalige en hoogmoedige dwaling.

De waarschuwing ‘pas op, dit is mijn geschiedenis van de wijsbegeerte’ zou voor filosofische overzichten eigenlijk verplicht moeten worden gesteld.

© Veenmedia.nl
________________________

Gezinspolitiek

‘Het feit dat men een mens het leven schenkt, is een van de meest verantwoordelijke dingen die iemand kan doen. Als men deze verantwoordelijkheid op zich neemt zonder dat het kind ten minste een normale kans op een menswaardig bestaan heeft, is dit een misdaad jegens het kind.’

John Stuart Mill in On Liberty (1859)

In zijn klassieke pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting, komt John Stuart Mill (1806-1873) in een praktisch slothoofdstuk met enkele interessante toepassingen van zijn liberale gedachtegoed. Eén daarvan hangt samen met ‘de wetten die in landen een huwelijk verbieden als de partijen niet kunnen aantonen dat zij in staat zijn een gezin te onderhouden’. Volgens Mill zijn dergelijke wetten gerechtvaardigd omdat ze namelijk net als andere wetten de bedoeling hebben om een misdaad te voorkomen. Waarom zou de staat moeten toezien hoe iemand een kind verwekt, terwijl twee eerdere kinderen hem reeds zijn afgenomen en hij nauwelijks in staat is ervoor te zorgen?

Mill constateert echter dat zijn tijdgenoten vanuit hun idee van vrijheid elke poging afwijzen om de driften van iemand in te perken, zelfs wanneer de bevrediging hiervan een ellendig en verworpen bestaan voor het nageslacht met zich meebrengt, en bovendien allerlei overlast voor de directe omgeving. Dit merkwaardige ontzag voor vrijheid, stelt Mill, doet het voorkomen alsof de mens hier een onvervreemdbaar recht heeft om anderen te benadelen, en daar kan en mag het liberalisme nooit in toestemmen.

In 2007 is Mill in Groot-Brittannië verkozen tot de grootste liberaal aller tijden. Toch zijn er maar weinig moderne liberalen in Nederland die hun vingers zouden durven branden aan Mills gezinspolitiek.

© Veenmedia.nl
________________________

Status

‘We stellen ons Plato en Aristoteles altijd voor in lange academische gewaden, maar het waren prima kerels die met hun vrienden plezier maakten, zoals ieder ander.’

Blaise Pascal in Gedachten (1660)

Pascal merkt terecht op dat de geschiedenis Plato en Aristoteles heeft verheven tot grootheden die we nauwelijks meer kunnen voorstellen als gewone mensen. Plato en Aristoteles zijn begrippen geworden. Iemand die daar nog geen last van had was Diogenes Laërtius. In zijn Leven en leer van beroemde filosofen (ca. 250 n.Chr.) diept hij de meest fraaie anekdotes op over de mannen in ‘academische gewaden’.

Zo vermeldt hij dat toen Antisthenes eens iets wilde voorlezen uit zijn werk, Plato was uitgenodigd om te komen luisteren. Plato maakte echter gehakt van de voordracht, waarop Antisthenes teleurgesteld afdroop. Hij nam echter wraak met een geschreven dialoog tegen Plato, genaamd ‘Lulletje’. Toen Plato zelf voordroeg uit zijn Phaedon, bleef alleen Aristoteles tot het eind toe. De rest was toen allang afgehaakt. Ook schijnt Socrates eens te hebben geroepen dat Plato een grote leugenaar was, omdat hij in een van zijn dialogen (Lysis) Socrates dingen in de mond legt, die deze nooit heeft beweerd.

Plato die geregeld verliefd is op jonge mannen, Aristoteles die dolt met slaven en een oude Socrates die voortdurend aan allerlei dansjes deelneemt… Het zijn niet de eerste zaken die we ons voorstellen, maar Diogenes Laërtius maakt het ons wel een stuk eenvoudiger.

© Veenmedia.nl

Onze democratie is niet meer van deze tijd

Wat is het meest fundamentele probleem waar de politiek op dit moment mee te kampen heeft? De huizenmarkt, de zorg of misschien wel de euro(crisis)? Nee, allemaal marginale en tijdelijke problemen. Het werkelijke politieke probleem is de staat van ons democratisch bestel. Helaas is in tegenstelling tot allerlei financiële dilemma’s, het democratische dilemma geen aantrekkelijk onderwerp. Geen enkele politicus is zo ongelukkig om in deze tijd veel woorden te wijden aan het failliet van de Nederlandse parlementaire democratie. Een failliet dat inmiddels diep is geaard. Sta bijvoorbeeld eens stil bij enkele van de volgende knelpunten.

De absurde invloed van de media op stemgedrag. De verstikkende partijdiscipline. De staatsrechtelijke vaagheid van de invloed van de koningin. De onbekendheid c.q. onzichtbaarheid van 95% van de volksvertegenwoordigers. Het gebrek aan invloed van het volk op coalitievorming. Geen invloed op de minister-president. Geen fatsoenlijke invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De blanco-stem die gewoon als ongeldig wordt beschouwd. 20% tot 60% thuisblijvers afhankelijk waarvoor gestemd wordt. Geen kiesdrempel en daarmee veel te veel kleine partijen met als gevolg een hoop onmogelijke coalitie- avonturen. De kabinetten Balkenende I, II, III, IV en Rutte I die niet voor niets allemaal voortijdig de mest in zijn getrokken….

En wat dat laatste kabinet betreft; gaan we dadelijk in één keer een geheel andere verhouding zien in het stemgedrag van het volk? Waar komt die SP plots vandaan! Toont dat niet aan hoe willekeurig en opportunistisch het volk stemt? Zou je niet verwachten dat zoiets als ‘politieke voorkeur’ een redelijk statisch gegeven is die niet veranderd bij iedere politieke zucht?Stilte voor... En als dat wel het geval is, dan zijn vier jaren regeren veel te lang. Dan zit er bijvoorbeeld twee of zelfs drie jaren lang een kabinet dat het volk niet echt pruimt. Maar omdat het volk zodanig verdeeld is, weet het zich niet overtuigend te organiseren in de samenleving en kabbelt het in theorie (denk aan Paars II) voort, met alle gevolgen van dien.

En wat te denken van het idee dat de 1,4 miljoen mensen die op zaterdag kijken naar een onbekende achtergrondzangeres met zwemdiploma A die kaarsrecht in een zwembad springt, dezelfde 1,4 miljoen zijn die de politieke verhoudingen in Nederland straks medebepalen? Of wat te denken van de honderdduizenden die op basis van een tiental stellingen hun fundamentele grondrecht toebedelen aan een al dan niet onvermoede politieke partij, omdat het stemwijzertje dat nu eenmaal tevoorschijn heeft getoverd? Dat is de nachtmerrie van ieder weldenkend mens en menig politicus. Dat is waarschijnlijk ook de voornaamste reden dat de laatste uiteindelijk gewoon doet waar hij zelf zin in heeft. Zolang hij maar gekozen wordt.

De vraag die al enige tijd (of misschien sinds de invoering van de democratie) hierbij van belang is, is deze: Is het algemene belang daadwerkelijk gediend bij algemeen kiesrecht? Het antwoord daarop is: ‘hoogstwaarschijnlijk niet. Maar om met Churchill te spreken: er is geen alternatief’. Plato met zijn verrassend actuele kritiek op de democratie (zie bijvoorbeeld Koolschijn, G. (2005). Plato. De aanval op de democratie.),  mag niet worden aangehaald, want dan ligt het verwijt van elitarisme en totalitarisme op de loer. Karl Popper heeft Plato niet voor niets met redelijk wat gezag in De open samenleving en haar vijanden tot volksvijand nummer 1 van de moderne tijd gekroond. Terecht? Daar zou over moeten kunnen worden gediscussieerd. De boodschap is in ieder geval duidelijk en bovendien makkelijk te verdedigen: ‘kom niet aan de democratie!’ Het is immers een verworvenheid. En van een verworvenheid doet men over het algemeen heel moeilijk afstand. Zelfs niet als blijkt dat de democratie ervoor zorgt dat een adequate rationele besluitvorming onmogelijk is geworden (en allerlei urgente politieke problemen jaren op de plank blijven liggen door eindeloos gepolder en uitstel van noodzakelijke keuzes). Zelfs niet als blijkt dat politieke partijen vooral bezig zijn met het naar de mond praten van hun eigen kiezers (denk aan de CPB-berekeningen), in plaats van op zoek te gaan naar duurzame samenwerking. Enzovoorts.

Als we dan om praktische redenen al snel tot de conclusie komen dat het (politiek) onmogelijk is te gaan rammelen aan het algemene kiesrecht (en daarbij accepteren dat we als samenleving dus ook niet meer krijgen dan we verdienen), dan moeten we dus op zoek gaan naar veranderingen binnen dat democratische systeem. Maar waarom lijkt op dat vlak ook geen enkele vernieuwing zich aan te dienen? Is men er sinds de mislukking van de gekozen burgemeester in Den Haag maar mee opgehouden over na te denken? Hoe staat het met het terugbrengen van 150 naar 100 leden van de Tweede Kamer? Waar blijft D66 in de media met democratische vernieuwing? Hebben ze ontdekt dat het niet bepaald een aantrekkelijk onderwerp was dat de kiezers trok? Wat is er gebeurd met het referendum? Komt er ooit die broodnodige kiesdrempel? Moeten we niet vaker naar de stembus?

Zolang de economische tegenwind de politieke agenda echter blijft domineren, voorzie ik geen serieuze discussie over het klaarblijkelijke democratische failliet. Jammer, want het volk verdient beter dan het huidige systeem.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved