Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Een commentaar op de ‘wraakposts’ van Anouk

Wat staan wij Nederlanders voor lul!! En niet 1 gemeente in Nederland die het eens anders wil gaan aanpakken. Ga je schamen!
Anouk, Facebook, 26 oktober 2013

De naïviteit die zangeres Anouk aan de dag heeft gelegd met haar inhoudsloze bijdrage aan de meest vervelende discussie van de afgelopen tien jaren is zo grotesk in haar wereldvreemdheid, dat je haast een grap vermoed. Maar de grap is juist dat het haar bittere ernst is. Ik moest denken aan wat Kierkegaard ooit schreef in zijn dagboeken over Hegels filosofische systeem: “Hegel zou de grootste denker zijn geweest die ooit heeft geleefd, als hij aan zijn filosofie had toegevoegd – dit alles is slechts een gedachte-experiment.

Had Anouk nadat ze bestook werd met reacties uit de krochten van de sociale modderpoel gezegd: “dit alles was slechts een sociaal experiment”, dan had ze een briljant ironisch statement gemaakt. Natuurlijk had ze dan enkel aangetoond wat de meesten van ons al lang weten, namelijk dat er een stuitend gebrek is aan reflectie, respect, fatsoen, nuance en beschaving bij een deel van onze tijdgenoten, maar dat was nog altijd oneindig veel beter geweest dan de naïeve geschoktheid die ze nu aan de dag heeft gelegd.

Klaarblijkelijk is zelfs iemand die toch door de wol geverfd zou moeten zijn wat betreft valse kritieken en onredelijke onzin, niet in staat afstand te nemen en boven de partijen te gaan staan. Oftewel, ze lijkt de verantwoordelijkheid niet helemaal aan te kunnen die samengaat met een publiek figuur zijn. Daarmee is niet bedoeld dat zij zich niet zou mogen mengen in een willekeurige discussie, integendeel, maar wel dat we enigszins mogen verwachten dat ze weet waar ze dan aan begint en hoe ze daarmee vervolgens verstandig om kan gaan.

Ze toont echter ironisch genoeg eenzelfde soort naïeve geschoktheid die we aantreffen bij zelfbenoemde sterren die auditie doen voor een jury, vervolgens de wind van voren krijgen en uiteindelijk zwelgen in zelfmedelijden en wraakgevoelens: daar kan natuurlijk helemaal niets goeds van komen. En de buitenwereld maar met het hoofd schudden: hoezeer kan iemand een slaaf zijn van zijn eigen gevoelens!

De abominabele commentaren die Anouk heeft gekregen zijn natuurlijk geenszins te vergelijken met de doorgaans verstandige opmerkingen van juryleden, maar haar reactie is wel identiek aan die van de afgewezen popstar-wannabees. Vanuit haar gekwetste emoties heeft ze gezind op wraak en wonderwel gemeend zich te moeten opwerpen als hoeder van de moraal, maar dan wel eentje met middeleeuwse maatstaven.

Haar oog-om-oog, tand-om-tand methode, waarbij ze allerlei kleine domme visjes te kijk zet in haar grote aquarium, is even zinloos als onverantwoord. Zinloos omdat het tot werkelijk niets positiefs leidt. De discussie wordt er alleen maar nog slechter van en het lokt alleen nog meer negativiteit, verontwaardiging, haat, herhaling van zetten en onbegrip uit. Daarnaast is het onverantwoord omdat ze allerlei mensen onoverzienbare schade toebrengt en zich geen moment vanuit een redelijke bezinning lijkt te hebben gerealiseerd welke sneeuwbaleffecten ze veroorzaakt (evenmin als haar “belagers”, waarmee ze exact dezelfde fout begaat die ze hen juist verwijt). Laat ik het nog anders zeggen: welk doel heeft ze nu eigenlijk gehad met haar handelen -als we haar dat op een rustig moment in alle redelijkheid voorleggen?

Dit is natuurlijk geen commentaar om het onbeschaafde onbesproken te laten, integendeel! Maar de manier waarop je schaamteloosheid bespreekbaar maakt is in ieder geval niet door domheid te kijk te zetten. De problematiek die schuilgaat achter een gebrek aan reflectie, beschaving en alles wat daarmee samenhangt, is diepgeworteld en niet zelden volstrekt ondoordacht, maar moet daarom juist worden beantwoord vanuit beschaving, vanuit reflectie en vanuit bedachtzaamheid. Het klakkeloos aan de schandpaal nagelen, gesteund door de zekerheid dat vele tere zieltjes en fans van het eerste uur met je zullen instemmen (“O! De barbaarsheid! Wat erg voor je!”) is daar helaas geen toonbeeld van.

 

De kracht van naïviteit

De kracht van naïviteit
Onbevangenheid als levensinstelling

Een kleine uiteenzetting naar aanleiding van een filosofische ontmoeting, met als doel het begrip naïviteit nader te overwegen en eigen te maken (zo ook -zo niet juist- voor de lezer hier)


 1.      Het begrip naïviteit

A) Als we naïviteit opvatten als een zekere van nature aanwezige zuivere openhartigheid die gekenmerkt wordt door een ongekunstelde eenvoud, waarbij men zich zonder voorbehoud (in eigenheid) verhoudt als subject tot subject en object, dan gaan we daarmee in tegen een meer gangbare en intuïtieve opvatting dat het naïeve een negatieve houding weerspiegelt.

B) Evenals het onnozele oorspronkelijk het onschuldige aanduidt, is het naïeve van oorsprong niet zozeer een primair gebrek aan begrip en inzicht, als wel een bepaalde (bedoelde) houding ten opzichte van het leven. Het gaat dan om reflexieve argeloosheid. Het spanningsveld dat leidt tot het negatieve begrip van naïviteit zit in het gegeven dat wie als doel heeft het onschuldige te behouden, in een schuldige wereld, die wereld ergert en tot ergernis is.

C) We zouden het naïeve, positief beschouwd, kunnen opvatten als het ‘met de dag leven zonder plan’. Maar dan wel zo, dat men zich reflexief verhoudt ten opzichte van het leven zonder plan, waarbij men permanent een oordeel opschort. Daarmee wordt het een filosofische houding (waarbij men dus de paradox ervaart dat het reflexieve noodzakelijk het naïeve lijkt op te heffen).

D) Het gaat er om te kiezen (op voorhand) niet te willen weten en het gaat erom te kiezen onbevangen te zijn. Kan dus onbevangenheid en keuze zijn? Zeker, mits men de balans weet te vinden tussen praktijk en onbevangenheid. Zodra het onbevangene onpraktisch blijkt, zal ze worden opgeheven.

2.      Naïviteit als moment

A) Wie het naïeve –het bewust naïeve wat daarmee onbevangenheid wordt- ontmoet, wordt daardoor in eerste instantie ontwapend. Ontwapend van (voor)oordelen, omdat een oordeel over ‘hij die niet weet’ een vals oordeel is.

B) Maar juist de aanvankelijke ontwapening leidt tot reservering: men wapent zich weer. Een reflexieve naïviteit, leidt namelijk tot reflectie bij degene die deze ontmoet, juist omdat het naïeve onvanzelfsprekend is, waardoor het subject op zichzelf wordt gewezen. En deze onvanzelfsprekendheid leidt tot een fluwelen herbewapening: we willen het vriendelijk ontmaskeren, alvorens het ons ergert.

C) Ontmaskeren in Het naïeve verbeeldt door Anne Siemsde zin van (het kinderachtige): ‘deze naïviteit kan wel eens gespeeld zijn’. Ontmaskeren in de zin van: ‘de onnozele heeft als doel mij onnozel te doen lijken’. Dat is de ergernis ten opzichte van de idee van (doel)bewuste naïviteit (waarbij deze naïviteit dus negatief wordt opgevat, terwijl juist de bewuste naïviteit als onbevangenheid hierboven gedefinieerd is als positief).

D) Merk op: Er is een duidelijk verschil tussen bewuste en doelbewuste naïviteit. Bewuste naïviteit is een open houding zonder verwachting, terwijl doelbewuste naïviteit een verwachting in zich draagt (waarbij het naïeve dus wordt ingezet als houding, waarbij het dus negatieve naïviteit wordt; anders gezegd: het betreft een dubbele beweging waar het niet meer om het naïeve omwille van het naïeve gaat).

E) Anderzijds leidt ook de idee of herkenning van onbewuste naïviteit tot ergernis. Want ten opzichte van het oprechte ‘niet weten’ (het kinderlijke) verhouden wij ons vanuit de idee dat dit onbewust is weliswaar gereserveerd, maar willen we het oprechte niet weten ontdoen van het niet weten. Dat is de opvoeding: het spontane in het kind waarderen, maar de gehele opvoeding erop richten het spontane uit te bannen.

3.      Oprecht veinzen

A) Gespeelde naïviteit, die sterk neigt naar de houding die de verwondering kenmerkt, is ook wel te kenschetsen als het oprechte veinzen. Het suggereren dat men een spontane inval heeft, of dat men zich onwetend verhoudt ten opzichte van een bepaald dilemma, kan juist de verwondering van de andere wekken. Daarmee wordt het veinzen vanuit oprechtheid ook positief, evenzeer als een naïeve welbewuste houding met als doel te ontwapenen positieve naïviteit is.

B) Daarmee is zowel het oprechte veinzen als het welbewuste naïeve een kunst: zolang men niet ontmaskerd wordt dient het een positief doel. De ergernis zit in het vermoeden en de voorkennis: wie iemand bij herhaling een verhaal hoort vertellen alsof hij dit voor het eerst vertelt, is geërgerd (als een spontane inval wordt geveinsd).

4.       Tweede naïviteit als overweging

A) Is bewuste naïviteit als positieve houding praktisch mogelijk? Ja, juist omdat het bewust is mag het ten volle naïef worden genoemd. Vanuit het bewuste weten en het diepe inzicht kiezen zich anders te verhouden, of kiezen zich toch anders te verhouden ondanks de kennis. Men kan geen prediker zijn indien men zich niet bewust is van zijn boodschap, en men kan zich niet anders verhouden ten opzichte van kennis indien men niet bewust naïef is. Dat is misschien de ‘seconde naivité’ (vrij naar Ricoeur), de tweede naïviteit: een herwonnen inzicht op basis van verworven kennis, waarbij kritiek op het oorspronkelijke inzicht is overwonnen en zelfs is overstegen, zodat de oorspronkelijke houding hersteld wordt. Ja, een naïviteit die de kritische integriteit niet opgegeven heeft, maar kiest voor een nieuwe onbevangenheid die ook de eerste naïviteit kenmerkte.

B) Het onttoverde herkennen (vrij naar Chesterton), maar het weer betoveren. Een boom is niet zomaar een boom die appels geeft, maar het is een boom die betoverd is en daarom appels geeft.

C) Het geobjectiveerde herkennen, maar het weer tot het subject doen verhouden (vrij naar Kierkegaard). De objectieve denker richt zich op een objectieve zaak en vergeet dat hij zelf existeert. De tweede naïviteit is een reflectie op die houding waarbij het abstracte ontdaan wordt van zijn abstractheid en waarmee men het overstijgt. In wezen dus de grond van de filosofische houding.

D) Laat haar maar ergernis wekken.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved