Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Filosofische kruimels II

Voor de filosofiekalender van het filosofiemagazine, verschenen in 2012 12 kruimels van mijn hand. Voor wie ze gemist heeft, boven zijn bed wenst te hangen of gewoon nog eens na wil lezen, hier de teksten integraal. Deel II van IV.

Technologisering

‘Als ik kort en misschien wat bondig, maar uit lange bezinning mag antwoorden: de filosofie zal geen onmiddellijke verandering van de huidige toestand van de wereld kunnen bewerkstelligen.’

Martin Heidegger in Alleen nog een God kan ons redden (2002)

De oorspronkelijke titel van dit door Der Spiegel in 1966 gehouden interview met Martin Heidegger luidt: Spiegel-Gesprach mit Martin Heidegger. De kern van het interview handelt over diens mogelijke banden met het naziregime.Dat de uitgever van de Nederlandse vertaling heeft gekozen om het interview de titel Alleen nog een God kan ons redden mee te geven, mag daarom opmerkelijk worden genoemd. Tegen het einde van het interview komen enkele kenmerkende ideeën van Heidegger naar voren en spreekt hij zijn bezorgdheid uit over de verhouding van de mens tegenover de technologie. Volgens Heidegger is de rol van de filosofie uitgespeeld en overgenomen door de technische revolutie. Dat de mens daardoor zijn ‘zijn’ en het zijnde vergeet, baart hem zorgen en brengt hem ertoe te zeggen dat alleen een God ons nog kan redden.

In de inleiding merkt Jacques de Visscher terecht op dat we geen christelijke geloofsboodschap moeten lezen in die woorden. Dat Heidegger als Sein zum Tode zo dubbelzinnig over een God spreekt, is echter een aanwijzing dat de zorgen hem ernst waren.

Op verzoek van Heidegger werd het interview pas na zijn dood in 1976 gepubliceerd. Het werd zo zijn laatste en permanente waarschuwing aan de mensheid in een wereld die inmiddels inderdaad verregaand afhankelijk is geworden van de techniek.

© Veenmedia.nl
________________________

Overleven

‘En als ik al het kwaad van onze tijd in een beeld kon samenvatten, zou ik dit beeld kiezen, dat ik zo goed ken: een uitgemergeld mens met hangend hoofd en kromme schouders, in wiens gezicht en ogen niets meer te lezen is van een gedachte.’

Primo Levi in Se questo è un uomo (1947)

De Italiaanse Auschwitz-overlevende Primo Levi (1919-1987) schreef met zijn boek Se questo è un uomo (‘Als dit een man is’), een bijzonder aangrijpend verslag over zijn verblijf in het vernietigingskamp. Op aangrijpende wijze stelt hij de vraag wat een mens is. Het antwoord geeft hij door te laten zien wat er voor nodig is om de mens zijn menselijkheid af te nemen, waardoor er uiteindelijk niets meer van hem overblijft dan een schim die zich lang en breed heeft overgegeven aan de dood en verdwijnt als as in de lucht.

Iedere alinea in het boek ademt ingetogen woede, onbegrip, afschuw en ergens ook een macabere verwondering over de mogelijkheid van deze ellende die hem en miljoenen anderen is aangedaan.

De grootste vijand van zijn verslag is echter de tijdgeest. De tijd heelt de wonden niet, maar doet ze vergeten. Er is wel eens beweerd dat het de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog zal vergaan zoals wij nu kijken naar de 80-jarige oorlog. Ook Levi was bang dat zijn verslag uiteindelijk verloren zou gaan. Een indringender mensbeeld dan dat Levi schetst, is echter nauwelijks denkbaar. Alleen daarom al verdient zijn getuigenis eeuwige herinnering.

© Veenmedia.nl
________________________

Polemiek

‘Ik kan er geen spijt over hebben dat ik de heer Charles Kingsley heb gedwongen zijn beschuldigingen tegen mij volledig te formuleren. Het is veel beter dat hij zijn gedachten over mij uitstort tijdens mijn leven, dan na mijn dood.’

John Henry Newman in Apologia pro vita sua (1865)

De Engelse schrijver en hoogleraar geschiedenis Charles Kingsley (1819-1875), tegenwoordig vooral bekend van de roman The Water-Babies, A Fairy Tale for a Land Baby, had gemeend ‘de Plato van Oxford’ John Henry Newman (1801-1890) te moeten aanvallen op zijn integriteit. ‘De waarheid omwille van de waarheid is nooit een deugd geweest van de Roomse geestelijkheid’, schreef Kingsley, en noemde daarbij uitdrukkelijk Newman als voorbeeld.

De ogenschijnlijk onschuldige briefwisseling die daarop volgde, mondde uiteindelijk uit in de grootste polemiek van de negentiende eeuw. Beide heren maakten hun strijd openbaar en publiceerden vele pagina’s verweer in kranten en tijdschriften. Newmans definitieve antwoord op alle beschuldigingen, verzameld in de grootse religieuze wijsgerige biografie Apologia pro vita sua, verpletterde Kingsley echter in alle opzichten. Deze verdween door een zenuwinzinking van het toneel en zou tot aan zijn dood spijt hebben gehad dat hij het had gewaagd de polemiek te zoeken met een van de scherpzinnigste denkers van zijn tijd.

© Veenmedia.nl

Iedere stoel wenst weer een boom te zijn.

Ergens koester ik het diepe verlangen alleen nog maar te schrijven over bomen en stoelen. Waarom over bomen en stoelen? Misschien wel omdat ze uit hetzelfde hout zijn gesneden. Of misschien wel omdat ze zó eenvoudig en begrijpelijk zijn, dat niemand ze meer echt begrijpt. Een stoel bijvoorbeeld is ondefinieerbaar, net als een mens. Leg maar eens aan iemand uit die nog nooit een stoel heeft gezien wat een stoel is. Op een dak kun je ook zitten. Of in een boom. Misschien is alles waar je lekker op kunt zitten wel een soort stoel. Trouwens, er zijn mensen die soms voor één stoel evenveel betalen als voor drie daken.

Ik heb thuis veel verschillende stoelen, waaronder eentje van leer. En ondanks het feit dat velen er telkens weer dankbaar gebruik van maken, is niemand hem ooit echt opgevallen. Zet ik deze stoel echter achter glas in een museum, dan wordt hij door allerlei mensen plotseling bewonderd. In een museum is een stoel namelijk beroofd van zijn stoel zijn. Niemand mag er meer op gaan zitten. En dat valt op.

Een wereld zonder stoelen kan niet bestaan, evenals een wereld zonder bomen niet kan bestaan. Als de laatste boom al zou vallen, is de mens reeds lang geschiedenis. Ook vroeg iemand zich ooit eens af of een boom wel ruist, als er niemand in het bos is om het te horen. Ik heb eens een bandrecorder achtergelaten in het bos. Toen ik de band een dag later afluisterde, hoorde ik echter alleen maar ruis. Vallende bomen doen het alleen geruisloos als er niemand bij is.

Soms vallen de bomen niet zelf, maar valt er iets van de boom. Een appel bijvoorbeeld. Een Engelsman werd er ooit eens door getroffen op zijn neus, en ontdekte een belangrijke wet. Maar waarom groeien er eigenlijk juist appels aan een boom? Het is trouwens moeilijk om een bloeiende boom werkelijk te ervaren. Vaak zien we alleen een bron van fruit, brandhout of de mogelijkheid van papier. Zijnsvergetelheid wordt dat ook wel genoemd. Ik weet zeker, bijna iedere stoel wenst weer een boom te zijn.

Pas als zaagsel krijgt een boom applaus, wist iemand me te vertellen. In het circus. Waar mensen lekker zitten op stoelen. Gelukkig is de wereld een circus en een museum tegelijk. Althans, voor zij die er oog voor hebben.

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved