Stephan Wetzels
Denken en Zijn

Fietsen in de regen is zuivere onschuld: Denken aan Anne Faber

Fietsen in de regen is zuivere onschuld

Wie deze overweging leest, weet vast wat er speelt. Anne Faber is vermist. Ze is van het publiek geworden. Ik ken haar niet, maar ik denk aan haar.

Ik heb vaker gelezen dat mensen die over haar schrijven zich haasten te verontschuldigen dat ze haar niet persoonlijk kennen en er toch persoonlijke woorden aan wijden. Hoe kun je persoonlijke woorden wijden aan iemand die je niet kent? Maar ik begrijp het. Ik heb hetzelfde: het zijn persoonlijke woorden voor onszelf. Het is op een eigen manier uitdrukking geven aan de tragiek van het verhaal. Het is uitdrukking geven aan de vraag waarom raakt het me? Waarom houdt het me bezig?

Ik denk omdat het een alledaags meisje is, the girl next door. Ze symboliseert een onschuld waarmee ik dagelijks omringt ben en zodoende komt het erg dichtbij. Want gaan fietsen in de regen is zuivere onschuld.

Anne Faber. Openbare Facebook foto

Annes tragiek is een tragiek die in de media niet verstilt en toch straks zo maar geschiedenis kan zijn. Het Algemeen Dagblad publiceert aanhoudend dagelijks de laatste stand van zaken. In liveblogs, met columns, met verhalen van omwonenden en van mensen die daar dan weer omwonen. Een fiets gevonden. Waarschijnlijk van Anne. Een tas gevonden. Waarschijnlijk van Anne. Waarschijnlijk! Maar zijzelf is zonder enig spoor.

Talloze media blijven aandacht schenken aan de jonge vrouw die fietsen ging, in de regen kwam en nooit meer terug. Ze schrijven omdat mensen het lezen. Ze schrijven omdat ik het blijf lezen. Maar ik wil niets commercieels denken bij haar vermissing. Ik wil vooral blij worden van de niet aflatende hartverwarmende zoektocht naar dat ene meisje. Altruïstische vrijwilligers die nooit zullen zeggen: “Ja, ik heb toen ook mee gezocht!” Zelfs het Nederlandse leger zoekt mee. Het leger had niet veel mee afgelopen tijd, maar ergens word ik heel trots van het feit dat ze mee zoeken.

Maar het hartverwarmende biedt slechts een weerloos tegenwicht aan het drama wat erachter schuilt. Aan de lelijkheid en lafheid die vroeg of laat geopenbaard zal worden. Zojuist, tijdens het schrijven van dit stukje is er zelfs iemand aangehouden. Zou het morgen weer achterhaalt zijn of is deze man….? Haar vermissing lijkt op een feuilleton. Een naargeestig feuilleton, waarvan ik de dagelijkse lezer ben.

Maar ik wil niet zo lezen over iemands lot alsof het een vervolgverhaal betreft. Wat maakt het werkelijk voor mij uit als ik morgen weet wat met haar is gebeurd? Wat in mij maakt dat ik het wil weten? Nieuwsgier vind ik te plat. Hoop vind ik te ongeloofwaardig. Ik geloof toch zeker niet meer dat het goed afloopt? Is de onzekerheid van haar lot wat bezig houdt? Hoe diep moet dan de pijn van naasten zijn. Zo diep kan ik nooit denken. Ik wil misschien wel uitdrukken dat ik meeleef.

Dat is de enige verantwoording voor openbare woorden.

Het enige wat hoop geeft is dat ze nog niet gevonden is. Ik kan geen andere hoop bedenken. Ik denk dan zelfs dingen die ik liever niet wil denken. Dingen die normaal gesproken abstract zijn en je voorlegt in lessen ethiek of hoort in collegezalen: zou je de zekerheid wensen van haar dood of de onzekerheid van een ontvoering? Het enige juiste antwoord is: ‘Sodemieter op met je utilistische dilemma! Ik wil me daar niet in inleven!’

Als ik denk wat velen voorvoelen, dan moet er ergens iemand rondlopen die een afschuwelijk geheim met zich meedraagt. Een geheim waarvan de last zo zwaar is dat hij er de rest van zijn leven ziek van moet zijn. Maar dan veronderstel ik een redelijk iemand. Hoe kan daar nu sprake van zijn? Want het enige wat ik kan bedenken is dat alleen iemand zonder geweten de onschuld iets aan kan doen. Iemand die zo laf is en gewetenloos dat alle warmte van alle betrokkenen hem koud laat, omdat hij volkomen koud is, dom, egoïstisch en betekenisloos. Maar heeft iemand zonder geweten eigenlijk ooit schuld? Ik hoop nu al dat iemand schuldig kan zijn en het geen waanzin was. Maar dit is toch waanzinnig hoe dan ook? Ik las bij Kierkegaard dat je in eenieder de liefde als aanwezig moet denken, maar dat lukt me hier niet.

“Ik hoop dat het Anne goed gaat, waar ze ook is”. Ik hoop het echt, maar het voelt krachteloos, bodemloos en leeg. Daartegenover staat dat krachtige beeld, wat me telkens voor de geest komt bij het meisje dat ging fietsen in de regen: de onschuld waar ik zo zeker van ben. Want gaan fietsen in de regen is zuivere onschuld. Ik ken Anne Faber niet, maar zal ook lang na deze woorden nog eens in stilte aan haar denken.

Het absolute recht van een stervende op de waarheid

Is het veinzen iemands stervenswens te eerbiedigen een daad van liefde? Een casus uit de notariële praktijk, frivool en haast achteloos geschreven (Algemeen Dagblad 3 oktober 2016, zie onderaan), werpt diepe existentiële vragen op, waar niemand achteloos over zou moeten denken. Een stellingname.

De casus

paddle-vaasEen man heeft zijn hele leven toegewijd gebouwd aan een unieke glasverzameling. Nu hij van zijn artsen heeft vernomen dat hij weldra sterven zal, heeft hij één wens: dat zijn verzameling bijeen blijft. Zijn twee zoons hebben geen interesse die wens in te willigen en lijken louter geïnteresseerd in centen.
De mogelijkheid bestaat nog dat de overheid de collectie overneemt vanwege de kunstzinnige waarde. Bij taxatie blijkt echter dat een groot deel van de collectie kitsch is en de man in veel gevallen is opgelicht. Hooguit enkele stukken zijn financieel de moeite waard. Een levenswerk spat uiteen.
Eén van zijn zoons ziet het met
medelijden aan en belooft zijn vader om zich over de collectie te ontfermen en deze bij elkaar te houden. Enkele maanden later overlijdt de man met het idee dat zijn laatste wens wordt gerespecteerd. Slechts enkele dagen na de crematie brengt deze zoon alle waardevolle stukken naar een veilinghuis en geeft de rest aan de kringloop.
Het artikel eindigt met de zinnen: ‘Keihard bedrog. Maar ook een teken van liefde.’

Een teken van liefde?
belofteWie dit als een teken van liefde beschouwt, baseert die opvatting waarschijnlijk op het idee dat het goed is iemand voor te liegen als dat bijdraagt aan de gemoedsrust van degene die wordt voorgelogen.

Ik ben het ten diepste met die opvatting oneens. Want wat is dit precies voor een liefde? Is dit een liefde die we kunnen wensen? Hoe kan bedriegen een daad van liefde zijn? Is dit een liefde die uit een zuiver hart is voortgekomen en uit een goed geweten? Want liefde is toch minstens een zaak van het goede geweten, lees ik bij Kierkegaard. Maar hoe kan een goed geweten samenvallen met het idee van een onherstelbare leugen?
Dat is iets wat ik niet begrijpen kan.

Ja, deze zoon zal zichzelf voorspiegelen iets goeds te hebben gedaan, hij zal wel moeten wil hij met zichzelf kunnen blijven leven. Maar hij heeft helemaal niets goeds gedaan. Hij heeft alleen een wens vernietigd, en vooral ook de mogelijkheid van de vader om in de laatste maanden van zijn leven zich te verzoenen met de waarheid en vorm te geven aan zijn nalatenschap, zijn levenswerk.

Het is evident dat als we een morele regel opstellen op basis van de opvatting ‘het is een teken van liefde wanneer je iemand bedriegt omwille van zijn gemoedsrust’, niemand nog zelfs op zijn sterfbed zijn bloedeigen zoon kan vertrouwen. Immanuel Kant heeft in Grundlegung zur Metaphysik der Sitten (1785) lang geleden al gewezen op de totale absurditeit van zulke opvattingen. Hoe zou deze zoon immers kunnen willen dat hij mogelijk zelf bedrogen wordt op zijn sterfbed? Hoe zou hij gerust kunnen sterven met in het achterhoofd het idee dat zijn eigen zoon misschien naar voorbeeld van zijn vader dezelfde veinzerij aan de dag legt verpakt in een belofte, maar feitelijk niets meer zal doen dan zo snel mogelijk na zijn dood een heel levenswerk verkwanselen?

maskerDe leugen die deze man zijn vader heeft voorgespiegeld als waarheid heft feitelijk iedere gemoedsrust op. Hij heeft door zijn vader te bedriegen de gemoedsrust van iedere stervende vernietigd, omdat hij de belofte heeft vernietigd.

Maar wat dit nog intenser treurig maakt, is niet dit valse idee van liefde. Het is niet de geldzucht van de nabestaanden. Het is niet het klaarblijkelijke ontbreken van enige inspanning om een laatste wens te respecteren. Nee, het intense treurige zit hier in: Deze man die zijn hele leven blijkt te zijn bedrogen, wordt tenslotte ook nog eens bedrogen door zijn bloedeigen zoon.

Dat is een onvoorstelbare hardvochtige minachting voor de stervende en het sterven. Het is zeggen: ‘een stervende heeft geen recht op de waarheid, dat heb ik zo even beoordeeld’. Het is geworteld in dat misselijkmakende hedendaagse idee dat het lijden niet bij het leven hoort en het is zelfs minachting voor het leven, alsof de levende de waarheid niet aan kan. En minachting omdat wat bij leven is gemaakt, zonder enige vorm van spijt met één beweging kan worden vernietigd. Wie vertrouwt zo iemand bij leven nog dat hij niet de inschatting maakt dat de leugen gepast is? Ja, wie zou iemand die zo naar het leven en de dood kijkt als vriend willen hebben?

Het gaat er in deze niet om dat de laatste wens de zoon zou overvragen, want dat zou goed het geval kunnen zijn. Het gaat erom dat hij de belofte maakt terwijl hij weet dat hij deze niet zal houden. Het is iemand de liefde verklaren, waar er geen liefde is. Is dat liefde?

sterfbedNatuurlijk is de paradox duidelijk: wie in niets gelooft, hoeft niet bang te zijn dat bedrog wordt afgestraft. Dat onrechtvaardigheid wordt doorzien. Dat leugens moeten worden verantwoord. De dode is dood, en dood zal hij blijven. Maar wat is nog de waarde van menselijke nalatenschap als alles van waarde weerloos is? Weerloos tegenover de dood en zelfs weerloos tegenover je eigen familie? Zo’n houding maakt het leven zelf zinloos. Je moet haast hopen dat er geen diepere zin bestaat, voor iemand die zo denkt.

Onze laatste momenten in het leven verdienen waarheid. Je moet wanneer je dat kunt een stervende nooit het recht op de waarheid onthouden. Het is een absoluut recht. Dat de waarheid niet altijd welgevallig is, is van oneindig minder belang dan het recht van een stervende de laatste momenten van zijn leven vanuit waarheid op zijn eigen manier vorm te geven.

glazen-illusie-spat-uiteen morele ethische casus

Gedachten bij het plotse einde van een jong leven. -Overweging en in memoriam-

Vonnis van de rechtbank 16 maart 2015

Hoger beroep definitief inhoudelijk op 15 april 2016 11:00.
Zaaknummer  20000940-15

Arrest van het Hof 29 april 2016

Gedachten bij het plotse einde van een jong leven
Een overweging en in memoriam bij

Saga Backman

11/9/2013

Vanuit verschillende aansporingen deel ik deze zowel algemene ideeën als persoonlijke noten, geschreven in het -ogenblik-, waarmee ik ook voor mijzelf ruimte heb verschaft “grip” te krijgen. Ik hoop dat ze voor ieder die het lezen wil kunnen dienen als troost of als aanzet tot een eigen of nadere overweging.

Een jonge vrouw is vermoord. Ik kende haar. Ze was een studente, een leerling.

‘Waar de mens is, daar is de dood niet, en waar de dood is, daar is de mens niet,’ zei Epicurus. Maar Epicurus vergat dat de dood er wel degelijk is, en veel venijniger. Wij ontmoeten de dood inderdaad nooit zelf, maar in anderen des te meer. Voor mensen die achter blijven is de dood er. En voor een moeder is de dood er. Zij is de ongelukkigste die ik me kan voorstellen.

Alles wordt ergerlijk. Een rommelende man, het oppervlakkige praatje, een bellende voorbijganger, de gehaaste fietser. Het wekt ergernis, omdat ik al het gewone ervaar vanuit een ongewone stemming. Het is een ernstige stemming, waarbij het vanzelfsprekende om mij heen de ernst niet begrijpt-en dat is de ergernis.

Het leven om me heen gaat door en alles gaat door, omdat het door moet. Morgen is het weer een gewone dag.Dat is de waarheid’, zeggen mensen. Maar het is een lege waarheid. ‘Zo gaat dat’, zeggen mensen. Maar mij bevalt het niet.

De dood is het onbegrijpelijke in het leven. Maar de onverwachte dood is het onbegrijpelijkst. Ik kan er niet bij; ik kan het me niet eigen maken. Niemand kan er bij en iedereen zoekt naar antwoorden. ‘Waarom?’ (…) En: waarom? -Omdat men hoopt dat daarmee het onverwachte kan worden verklaard, zodat de dood weer het onbegrijpelijke wordt en niet het onbegrijpelijkste. -Omdat men hoopt dat het absurde in een redelijk kader kan worden gegrepen en gevangen, opdat men kan toe-eigenen en begrijpen. Maar al zou ik het begrijpen-ik blijf machteloos tegenover het feit.

 -Troost-

Menselijke machteloosheid is zowel de grondslag van verdriet als van troost.
Het verdriet kan ik voelen. Maar wat is hier troost? Wie troost, erkent het verdriet. Omdat ik het verdriet kan voelen, ben ik in staat om te troosten. Het is geen afstandelijke troost-maar een troost die nabij is. Troost kan stilte zijn of deze woorden. Maar ook een knik of een hand. We kennen die gebaren door en door. Hoe vertrouwd we er mee lijken te zijn, als troost zijn ze bijzonder en op zichzelf betekenisrijk.

-Herinnering-

Voor haar is het voorbij. We kunnen haar nooit meer ontmoeten. Het vrijblijvende van het ont-moeten is voor goed langs ons gegaan. We kunnen haar enkel herinneren, we kunnen haar enkel denken en her-denken. Een gestorvene herdenken is een daad van liefde, een overledene herinneren is een daad van de liefde. Misschien is dat ook troost. We troosten ons met onze (laatste) herinneringen, omdat we daarmee een relatie kunnen aangeven. Met de herinnering plaatsen we ook onszelf even terug in een context. En ik herinner mij een laatste gesprek met haar een paar dagen geleden. Het alledaagse karakter ervan beangstigt me. Ik zou willen dat ik wat moois tegen haar had gezegd. Dat ik haar iets had voorgelezen wat ze mee had kunnen nemen in gedachten, maar dat deed ik niet. Nu ging het over het alledaagse.

Dan troost ik me liever met een oude herinnering, van een klein jaar terug –die nu uit het niets van waarde wordt-. Anderen riepen deze herinnering wakker. Iedereen mocht in zijn eigen taal vragen stellen en antwoorden. De één sprak Duits, de ander Marokkaans. Weer iemand zei wat in het Turks, terwijl ik antwoordde in het Maastrichts. En één iemand zong ons toe, omdat haar moedertaal klonk als een lied…Ik kan haar stem nu horen. De stem die altijd iets zeggen wilde, en zo vaak eindigde in een verlegen lach.

Misschien mist God haar in het leven. Ik weet het niet. Ik geloof het wel.

Haar familie mist haar. En al die anderen. Voor wie ze nu dat ene meisje is.  De wereld heeft iets verloren. Vrolijkheid en verlegenheid. Spontaniteit en bovenal potentieel. Ik hoop dat velen zullen vertellen hoe opgewekt ze kon zijn en met welke doorzettingskracht ze het leven tegemoet trad. Zoekende naar de juiste afstemming weet ik niet wat ze daarbij allemaal gevonden heeft-maar ik zal haar proberen te herinneren waar dat ook maar iets bijdraagt.

Een beroep op morele intuïtie: ethische gedachte-experimenten op de grens van leven en dood

Ter overweging voor eenieder

In deze bijdrage breng ik verschillende gedachte-experimenten bij elkaar, die allen iets te maken hebben met (de keuze tussen) leven en dood. Een vaak gehoord kritiekpunt van (morele) gedachte-experimenten is dat ze erg geënsceneerd overkomen; ze zouden nauwelijks raken aan een concrete praktijk en de realiteit onverantwoord versimpelen. ‘In de echte wereld is er nooit een zekerheid gegeven. In de echte wereld spelen veel meer factoren een rol. In de echte wereld kunnen we overmand worden door emoties en impulsen,’ etc..

Die kritiek miskent dat nadenken over scherpe en vastomlijnde ethische dilemma’s wel degelijk zeggingskracht heeft, namelijk waar het onze morele opvattingen en intuïtie aangaat. Het gaat er ook niet om dat er een algemeen geldende academische ethiek uit kan of moet worden afgeleid, het gaat er bij deze gedachte-experimenten primair om om onze morele intuïtie te activeren en nader te onderzoeken: filosofische problemen zijn niet zomaar te vergelijken met empirische problemen!

De kracht van scherp geformuleerde morele vraagstukken ligt in het feit dat onze antwoorden erop iets onthullen over onze opvattingen over goed en kwaad. Onze vooronderstellingen en onze normen en waarden die bloot komen te liggen met onze antwoorden, zijn bovendien aanleiding tot zelfonderzoek. Daarnaast wordt ook ons redeneervermogen op de proef gesteld, zeker wanneer de vraagstukken op een subtiele manier nét iets anders worden gepresenteerd. Dit finetunen is te vergelijken met een kamer waarin alles constant gehouden wordt, op één detail na. Kijken we vervolgens anders tegen de kamer aan? En waarom dan precies?

Ik baseer mij hier onder meer op wijsgerige bijdragen van Elizabeth Anscombe (1919-2001), Philippa Foot (1920-2010), Thomas Nagel (1937) en Judith Jarvis Thomson (1929) en David Edmonds, die met hun hedendaagse morele filosofie menig huiskamerethicus een leuke avond hebben bezorgd. Dat is ook precies de bedoeling van onderstaande uitwerkingen en zelfverzonnen varianten. Hoewel sommige experimenten erg op elkaar lijken, kan het verschil toch zitten in een subtiliteit. Soms lijkt een antwoord voor de hand te liggen (onderzoek waarom), soms is het moeilijker om tot een keuze te komen (onderzoek waarom).

Ik kies er bewust voor om niet al te veel toelichting te geven of de experimenten te voorzien van achterliggende morele theorieën, zodat de lezer uiteindelijk slechts aangewezen is op zichzelf, zijn intuïtie en zijn verstand. Iedere casus eindigt met specifieke vragen en opmerkingen, maar het staat de lezer vrij om zelf varianten te bedenken of met andere vragen te eindigen. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Nb:
-Personen die genoemd worden zijn in eigenschappen willekeurig en gelijkwaardig, tenzij anders vermeld.
-De term “dikzak” is nogal veel gebruikt in de genoemde casuïstiek. Men mag daarvoor ook allerlei andere termen invullen, waarmee eenzelfde voorstelling wordt bereikt.
-Auteur is niet aansprakelijk voor geruzie in de lespraktijk of aan de keukentafel voortvloeiend uit discussie

A1. Een op hol geslagen tram I: één tegen vijf

Je ziet een op hol geslagen tram. De remmen zijn stuk. Een eindje verderop zijn op het spoor vijf personen vastgebonden. Als je niets doet, zullen de vijf mensen doodgereden worden. Gelukkig bevindt je je in de buurt van een schakelaar, waarmee je de tram van spoor kunt laten wisselen. Echter, op dat spoor bevindt zich één vastgebonden persoon. Zet je de schakelaar om, dan zal deze persoon worden doodgereden.

>> Wat moet je doen?

> Is het moreel verantwoord om een muntje op te gooien?

Zie: Ph. Foot. The Problem of Abortion and the Doctrine of the Double Effect. In: the Oxford Review, 5, 1967.

A2. Een op hol geslagen tram II: één voor vijf

Hetzelfde scenario als bij A1. Met dit verschil:
–        de vijf vastgebonden personen roepen allemaal in koor: “wij zijn bereid ons leven te geven voor die ander!”

>> Je staat nog steeds bij de schakelaar. Kom je tot een andere keuze dan bij A1?

A3. Een op hol geslagen tram III: de emotionele band

En nog een variant…

Hetzelfde scenario als bij A1. Met dit verschil:

–        de vijf vastgebonden personen zijn allemaal onbekenden. Je ziet echter tot je schrik dat de persoon op het andere spoor een bekende van je is, waarmee je een affectieve relatie hebt (familielid, geliefde et cetera).

>> Je staat nog steeds bij de schakelaar. Kom je tot een andere keuze dan bij A1?

A4. Een op hol geslagen tram IV: intentie en handeling

Hetzelfde scenario als bij A1. Met dit verschil:

–        de vijf mensen vastgebonden zijn onbekenden. De man op het andere spoor is echter de grootste vijand die je het leven tot nog toe zuur heeft gemaakt. Je denkt: “het interesseert me niet of de andere vijf overleven, maar dit is mijn kans om hem te vermoorden.”

>> Is het moreel toegestaan om de schakelaar om te zetten?

> Vgl. het antwoord met het antwoord op A1

B1. Een op hol geslagen tram en de dikke man

Je ziet een op hol geslagen tram. De remmen zijn stuk. Een eindje verderop zijn op het spoor vijf personen vastgebonden, die komen te overlijden wanneer er niets gebeurt. Je bevindt je echter op een voetgangersbrug die over het spoor loopt. In het midden daarvan staat een dikke man voorovergebogen te kijken naar het tafereel. Als je hem nu een duw zou geven, dan tuimelt hij voorover en zal hij op het spoor belanden, waarna zijn gewicht de tram tot stilstand brengt. De vijf vastgebonden mensen overleven, maar de dikke man sterft bij dit voorval.

>>Zul je de dikke man een duw geven?
> Bedenk dat je een robot bent -geen gevoel dus-, en vanuit die positie handelt. Wat doe ja dan? (In verschillende scenario’s kun je de robotvoorstelling van toepassing maken).

Zie: J.J. Thomson. Killing, Letting Die, and The Trolley Problem. In: Ethical Theory. An Anthology. Ed. Russ Shafer-Landau. Blackwell Publishing Ltd, 2007. 543-550. Oorspronkelijk verschenen in: Yale Law Journal 94, 1985.

Zie ook: Greene JD, Sommerville RB, et al. An fMRI Investigation of Emotional Engagement in Moral Judgment. Science. 2001; 293. 2105-2108.

En lees: http://www.iflscience.com/technology/should-self-driving-car-be-programmed-kill-its-passengers-greater-good-scenario

B2. Een op hol geslagen tram en het geval van de zware rugzak

Hetzelfde scenario als bij B1. Echter met dit verschil:

–        er is geen dikke man in de buurt om te duwen. Je staat zelf met een loodzware rugzak op het midden van de brug. Jullie gezamenlijke gewicht kan de tram tot stilstand brengen. Dat bekoop je echter met de dood, maar de vijf zullen overleven.

>>Geef je jezelf het laatste zetje?

B3. Een op hol geslagen tram, de dikke man en het “ongeluk” (vgl. Plato’s ring van Gyges)

Hetzelfde scenario als bij B1. Echter met dit verschil:

–        de dikke man staat op een brokkelig middenstuk van de brug. Als je hard springt dan breekt bij je landing de gammele brug en valt de dikke man samen met het puin op het spoor waarna de tram tot stilstand komt en de vijf gered worden.

Zelf kom je er ongeschonden vanaf.

Daarbij: Alles lijkt een bizar ongeluk.

>>Spring je zodat de brokstukken en de dikke man op de rails vallen?


C1. Een op hol geslagen tram en de bekende gevolgen

Je ziet een op hol geslagen tram. De remmen zijn stuk. Een eindje verderop zijn op het spoor vijf personen vastgebonden op een kar, die komen te overlijden wanneer er niets gebeurd. Je bevindt je in de buurt van een schakelaar die wonderwel een motor op de kar kan activeren, waarbij de kar wegschiet van het spoor, en een heuvel afrijdt. Aan de onderkant van die heuvel bevindt zich een spelend kind, wat dan overreden zal worden door deze kar en komt te overlijden. De vijf vastgebonden personen op de kar overkomt niets.

>>Activeer je met de schakelaar de motor van de kar?

(Nb: ‘kind’ kan ook vervangen worden door ‘willekeurig volwassen persoon’)

C2. Een op hol geslagen tram en de onbekende gevolgen

Dit scenario is vergelijkbaar met C1, behalve dat zich onderaan de heuvel 15 spelende kinderen bevinden. Je weet dat de kar op deze kinderen zal inrijden indien je besluit de motor met de schakelaar te activeren. Je kunt echter niet inschatten wat de gevolgen zijn. Een snelle kansberekening leert dat de kans dat er geen dode valt, of dat ze alle 15 zullen sterven, even groot is. De vijf mensen op de kar zullen hoe dan ook overleven, indien je de motor activeert.

>>Gelet op de geboden kans, activeer je met je schakelaar de motor van de kar?

C3. De dikke man en het ongelukkige dagje uit

Zes vrienden zijn afgedaald in een grot. Op het moment om naar huis te gaan, gaat een dikke gast als eerste door het gat naar buiten, maar ongelukkigerwijs blijft hij vast zitten. Er wordt geprobeerd hem te bevrijden, maar dat lukt niet. Ondertussen begint de waterspiegel in de grot te stijgen, en duurt het nog maar even voordat de grot onder water staat. Een van de vrienden heeft een staaf dynamiet bij zich. “We kunnen enkel met zijn vijven overleven, als we deze dikzak opblazen en voor onszelf een weg naar buiten creëren. Doen we niets, dan sterven we en zal onze dikke vriend straks worden bevrijd door de reddingsbrigade.”

>> Mag de dikke gast worden opgeblazen?

> Zou jij in staat zijn het lont aan te steken?

Vgl: wat is het verschil indien er niets gebeurt, alle vrienden overlijden? Kan dat motiveren om wanneer het antwoord luidt: “je mag een onschuldige dikke gast niet vermoorden”, dan wél te kiezen voor het aansteken van de staaf dynamiet?

Vgl: N. Zack (2010). Ethics for Disaster. Rowman & Littlefield Publishers. P. 35-48.

C4. De reddingsboot en de drenkelingen. Of: een hedendaags survival of the fittest?

Tijdens een schipbreuk zijn er 50 mensen in het water beland. Er is een reddingsboot voorhanden en omdat je in de buurt was, ben je een van de eersten die aan boord weet te klimmen. De reddingsboot heeft echter een standaardcapaciteit van maximaal 25 mensen. Aan alle kanten komen echter mensen aangezwommen die dreigen te verdrinken indien ze niet in de reddingsboot worden opgenomen. Op dat moment zitten er al 30 mensen in de boot. Komt er nog een drenkeling bij, dan kapseist de reddingsboot en belandt iedereen in het water. Nu is er een geweer voorhanden met 20 kogels.

>> Is het toegestaan het geweer te gebruiken om drenkelingen die de reddingsboot dreigen te kapseizen ervan af te schieten?

>> Vergelijk: indien het geweer niet gebruikt wordt, zal er net zo lang om de boot gevochten worden dat de sterksten overblijven en de andere 20 niet meer in staat zijn om aan te klampen als de boot wederom kapseist.

C5. De reddingsboot en de drenkelingen. Of: de pech van het overgewicht?

Hetzelfde scenario als bij C4. Echter met het volgende verschil:

–        in de reddingsboot bevinden zich met jou 10 dikke mensen, die samen de capaciteit innemen van de gehele boot, die 25 mensen met een normaal postuur kan dragen.

–        Je hebt een geweer voorhanden met 50 kogels.

>> Is het toegestaan het geweer te gebruiken om de dikke mensen van de reddingsboot af te schieten, zodat meer dan het dubbele aantal drenkelingen in het water kunnen worden gered?

Vgl. ook: ‘Bewuste roker heeft minder recht op nieuwe donorlong

C6. Tom Dudley, Edwin Stephens en Edmund Brooks vs de Engelse Staat. Of: hoe de werkelijkheid soms toch doet denken aan een gedachte-experiment.

Na een schipbreuk beland je 1000 mijlen van land samen met drie andere mannen (Parker, Stephens en Brooks) in een reddingsboot en dobbert rond op de eindeloze oceaan. Richard Parker is 17 jaar oud en de jongste van het stel. Na 20 dagen dobberen is er gebrek aan alles. Geen voedsel, geen water; kortom: de dood is in het zicht. Parker raakt in een coma. Jij, Stephens en Brooks overleggen wat te doen. Jullie hebben allen een gezin, Parker niet. Parker doden voordat hij een natuurlijke dood sterft betekent dat zijn bloed beter drinkbaar is, zo wordt geredeneerd.

Brooks weigert te doden. Stephens is voor. Het wapen is voorhanden: een pen.

>>  Kies je ervoor Parker met een steek in de halsslagader te doden?

> Veronderstelt dat je daarvoor kiest. Heeft Brooks recht om toch een deel van Parkers lichaam als voedsel te gebruiken om te overleven?

> Een Duitse boot ziet de drenkelingen en pikt de drie overlevenden op. Eenmaal terug in het vaderland worden jij en Stephens aangeklaagd voor moord. Moet je worden vrijgesproken?

> Indien het antwoord op de vorige vraag nee is. Wat is een acceptabele straf?

Zie: Mallin, M. G. (1967). In warm blood: Some historical and procedural aspects of Regina v. Dudley and Stephens. University of Chicago Law Review (The University of Chicago Law Review) 34 (2): 387–407.

Zie ook: Regina v Dudley and Stephens case: is overlevingskannibalisme toegestaan?

Vgl: The Life of Pi. Of: How Richard Parker Came to Get His Name

C7. De ladder met de verstijfde jongen. Of: is intentioneel doden altijd slecht?

Tijdens een schipbreuk is er voor een aantal mensen nog maar één mogelijkheid om te overleven. Er is een ladder beschikbaar die omhoog leidt naar een veilige plaats. Onderaan de ladder is het koude water levensgevaarlijk. Halverwege de ladder bevindt zich een jongen die verstijfd is van angst of de kou, waarschijnlijk beide. Hij is niet meer in staat om te bewegen en blokkeert de weg naar boven. De kapitein beneden moet tot een moeilijke beslissing komen:

>> Klimt hij de ladder op om de jongen ervan af te duwen, waarna deze te pletter valt?

> Kan de jongen (niet in staat te communiceren) onder deze omstandigheden nog aanspraak maken op rechten? Met andere woorden: kan de jongen als we zijn wil zouden kennen met recht willen (het recht een natuurlijke dood te sterven?)

> Vgl: de rechten van Richard Parker bij C6.

> Vgl. de stelling: “indien iemand wanneer er niets gebeurt binnen afzienbare tijd toch zal sterven, is het moreel toegestaan deze persoon te vermoorden voor een hoger goed.”

> Of: “Verliest iemand rechten, wanneer zijn rechten weldra natuurlijk worden opgeheven, maar op het moment de rechten van anderen in de weg staat”.

> En bediscussieer: “Ieder mens heeft een gelijke claim op een volwaardig basispakket aan rechten en vrijheden. Deze rechten en vrijheden zijn verenigbaar met de rechten en vrijheden van anderen. De politieke overheid dient deze basisrechten en vrijheden te garanderen.”

Zie: Herald of Free Enterprise: hoe een routinetrip een nachtmerrie werd

C8. De luchtballon en de keuze van Sophie

Een moeder is samen met haar jonge zoon en dochter een dagje uit met de luchtballon. De wind gooit echter roet in het eten en de ballon dwaalt af. Op enig moment doemt er een gevaarlijke rots op. Het gewicht van de ballon is te zwaar om over de rots heen te vliegen. Als er niets gebeurt slaat de ballon te pletter. De meter geeft aan dat er 40 kg overgewicht is. Iemand zal uit de luchtballon moeten, zodat de ballon hoogte krijgt. Achter de rots kan er veilig worden geland. De moeder is het zwaarst met 70 kg, maar als zij zich uit de ballon werpt, zullen de kinderen niet in staat zijn veilig te landen en het niet overleven. Beide kinderen hebben een gewicht van 40 kg.

>> Moet de moeder tot een keuze komen een van de kinderen te offeren, zodat de ballon veilig kan landen?

> Stel je voor dat het je eigen kinderen zijn. Stel ze voor op gelijke leeftijd. Kun je op basis van de eigenschappen van je kinderen tot een keuze komen?

> Zowel bij het tramprobleem als hier, zijn morele filosofen druk in de weer geweest om het emotionele aspect toe te voegen aan de zakelijke casus. Het offerdilemma kan daarom op allerlei mogelijke manieren persoonlijk worden gemaakt (vgl. Het scenario bij A4).

Vgl: de keuze van Sophie

C9. Het Nazi-dilemma

Een tiental onderduikers, waaronder een moeder en haar baby, is op de vlucht voor de nazi’s. Ze vinden een schuilplaats, maar de baby is niet stil te krijgen en dreigt de hele groep te verraden, waarna ze zullen worden afgevoerd. De enige manier om niet ontdekt te worden, is wanneer de moeder het kind verstikt.

>> Wat moet de moeder doen?

> Het offer als “deus ex machina”:
Is de beste optie niet deze: dat de moeder zich samen met haar kind prijsgeeft, en daarmee de groep redt?

D1. De ongelukkige patiënten

Als verantwoordelijke chirurg van een ziekenhuis is er vanwege de oorlog aan alles gebrek. Je hebt eigenlijk nog maar voldoende materiaal om één patiënt te redden. Op dat moment worden drie patiënten binnengebracht. Een bevriende oude generaal, een hoogzwangere jonge vrouw en een geestelijk gehandicapte puber. Je bedenkt: de oude generaal kan belangrijk zijn in het overwinnen van de oorlog, wat tienduizenden levens kan schelen. De hoogzwangere vrouw draagt een kind bij zich en dat betekent dat je onmiddellijk twee levens kunt redden.

>>Maar dan…..is er een goede reden te bedenken waarom je in dit geval ook zou kiezen voor de geestelijk gehandicapte puber (of ontdek je in jezelf hoe dun het vernis van de beschaving is)?

D2. De ongelukkige patiënten (of: de ongelukkige arts) II

Een arts moet een routineoperatie verrichten, op grond waarvan de betreffende patiënt een aantal uren onder narcose gaat. Op het moment dat hij de operatie wil aanvangen, worden vijf patiënten binnengebracht die allemaal binnen 4:00 uur zullen sterven, mits ze een orgaan krijgen. De een heeft een lever nodig de ander een hart, de derde twee nieren en de anderen allebei een long. Helaas zijn deze organen niet voorhanden, behalve dan bij de patiënt die op dat moment op de operatietafel ligt. Als je zijn organen gebruikt, sterft hij uiteraard. Doe je dat niet dan sterven de vijf patiënten.

>>Help je de vijf patiënten?

Vergelijk deze casus met je antwoord op B1.

>> Bedenk of het uitmaakt voor je beslissing dat de patiënt onder narcose een veroordeelde seriemoordenaar is (die na de operatie zijn levenslange straf weer gaat uitzitten).

>> Een variant die hiermee samenhangt, is de volgende: “kan er een recht gevonden worden om de moeder van Hitler te vermoorden, voordat ze hem heeft gebaard”? (Overigens is dan waarschijnlijk de grens van wat zelfs een doorgewinterde liefhebber van de meest exotische gedachte-experimenten vermag, wel bereikt…)

Vgl: Voorhoeve, A. (2009). Conversations on Ethics. Oxford: Oxford UP.

D3. De ongelukkige patiënten (of: waarom men voorzichtig moet zijn met stapavonden)

Na een wilde stapavond, word je de volgende ochtend wakker in een soort ziekenhuisbed. Je merkt dat je vastzit aan allerlei infuusapparaten en slangen. Op het moment dat je je los wil rukken, zie je dat de slangen zijn verbonden met een persoon naast je in bed. Er komt een man aangesneld en begint uit te leggen wat er is gebeurd. “Toen we u laveloos aantroffen gisteravond in een steeg, merkten we dat u een bijzondere bloedgroep heeft. Naast u ligt namelijk een beroemde violist, met een dodelijk nierprobleem. Een stagiaire heeft hem op u aangesloten, zodat de gifstoffen via uw nieren uit zijn lichaam kunnen worden verwijderd en hij kan herstellen. Hij had dat niet mogen doen en we hadden de stagiaire tot de orde moeten roepen, maar nu bent u eenmaal aangesloten… En om u los te koppelen, betekent dat wij hem doden. Maar wees gerust: het is maar voor negen maanden. Daarna kunt u veilig losgekoppeld worden en wordt de patiënt uit zijn coma gehaald, om vervolgens weer als een gezond mens verder te leven.”

>> Maak je jezelf los van het infuus?

Zie: Judith Jarvis Thomson: A Defense of Abortion. In: Intervention and Reflection: Basic Issues in Medical Ethics, 5th ed., ed. Ronald Munson (Belmont; Wadsworth 1996). pp 69-80.

D4. Het katholieke echtpaar, de tweeling en de rechtszaak

Een vrouw brengt een Siamese tweeling ter wereld. Artsen stellen dat zowel Maria als Jody (de tweeling) zullen sterven, tenzij er een operatie plaatsvindt. Maar zelfs als deze operatie plaatsvindt zal een van de meisjes sterven. Jody zal overleven. De ouders van de kinderen, beiden overtuigd rooms-katholiek, weigeren deze operatie. Ze motiveren dit als volgt:

“Wij kunnen niet aanvaarden noch overwegen dat een van onze kinderen sterven moet, zodat de ander zal overleven. Dat is niet de wil van God. Iedereen heeft recht op leven, dus waarom zouden wij een van onze dochters moeten vermoorden zodat de ander kan voortbestaan?”

De artsen willen echter een van de kinderen redden.

>> Moeten de artsen een zaak aanspannen bij de rechter zodat de operatie kan plaatsvinden?

> Wat is de juiste beslissing van de rechter indien er een zaak plaatsvindt?

Zie: Law decided fate of Mary and Jodie

Zie: A Common Law Tragedy: Life, Death and Siamese Twins Rosie and Gracie Attard

Vgl: Johannes de silentio in Kierkegaards Vrees en Beven. Of de geloofsparadox: de teleologische suspensie van het ethische als recht?

D5. Het katholieke echtpaar, de tweeling en de langdurige rechtszaak I

Zie scenario D4. De rechtszaak wordt aangespannen door de artsen. Omdat het een complexe zaak is, duurt het zo lang voordat een rechter tot een uitspraak kan komen, dat beide kinderen dreigen te overlijden voordat er een beslissing is gevallen door de rechter. Prognoses geven aan dat ze nog minder dan een week hebben. Een idealistische arts besluit daarom voordat het te laat is de Siamese tweeling te ontvoeren en de operatie uit te voeren. Zoals verwacht overleeft Jody en sterft Maria.

Het toeval wil dat de Hoge Raad een week later met het oordeel komt dat het rechtmatig is om de tweeling te opereren.

>> Heeft de arts rechtmatig gehandeld en een leven gered?

> Of had hij de uitspraak moeten afwachten met als gevolg dat de kinderen allebei zouden zijn overleden?

D6. Het katholieke echtpaar, de tweeling en de langdurige rechtszaak II

Zie scenario D5. Een idealistische arts besluit voordat het te laat is de Siamese tweeling te ontvoeren en de operatie uit te voeren. Zoals verwacht overleeft Jody en sterft Maria.

Het toeval wil dat de Hoge Raad een week later met het oordeel komt dat het onrechtmatig is om de tweeling te opereren.

>> Heeft de arts een leven gered of heeft hij door zijn handelen een leven op zijn geweten?

> Vergelijk je intuïtie met de antwoorden gegeven bij D5.

E1. De man die zijn vrouw wilde vermoorden

Bert heeft een hekel aan zijn vrouw en wil haar vermoorden. Daarom doet hij een giftig middel in haar koffie, waarna ze sterft.

>>Is Bert een moordenaar?

Vgl. Parfit, D. (1984). Reasons and persons. Oxford: Oxford UP.

E2. De man die zijn vrouw wilde vermoorden

Karel heeft een hekel aan zijn vrouw en wil haar vermoorden. Terwijl hij bedenkt hoe hij dat het beste kan doen, ziet hij dat zijn vrouw een giftig middel in haar koffie doet terwijl ze denkt dat het koffiecrème is. Hoewel Karel een tegengif heeft, houdt hij dit op zak.

>>Is Karel een moordenaar? (Maar bovenal: is er een moreel verschil tussen Bert en Karel?)

E3. De man die zijn rijke schoonmoeder wilde vermoorden

Peter heeft een rijke schoonmoeder op leeftijd. Als ze sterft, erft hij heel veel geld. De schoonmoeder draagt om haar hals een bewijs dat indien ze een hartaanval krijgt, zij niet gereanimeerd wil worden.

Op een zeker moment neemt zij een bad, terwijl Peter naar binnen sluipt en haar verdrinkt in het bad. Hij doet dit zo dat het een ongeluk lijkt.

>>Is Peter een moordenaar?

E4. De man die zijn rijke schoonmoeder wilde vermoorden

Dit scenario is vergelijkbaar met E3. Nu sluipt Pieter de badkamer binnen, met de bedoeling zijn schoonmoeder te verdrinken. De schoonmoeder schrikt echter bij het zien van Pieter, en krijgt een hartaanval, nog voordat hij haar ook maar met één vinger heeft aangeraakt. Pieter ziet hoe ze wegzakt in het water en verdrinkt.

>>Is Pieter een moordenaar?

>En: is er een moreel verschil met Peter?

>En ook: stel dat de schoonmoeder geen bewijs om haar hals zou hebben dat ze bij een hartaanval niet wil worden gereanimeerd, is er dan een moreel verschil tussen Peter die zijn schoonmoeder zelfstandig verdrinkt en Pieter die passief toekijkt hoe zijn schoonmoeder verdrinkt?

>En verder: hangt straf af van geluk of pech met betrekking tot omstandigheden, eerder dan met betrekking tot intentie?

>En tenslotte: zou je indien je niet uit zou zijn op het geld van je schoonmoeder, terwijl ze schrikt van jouw plotse binnenkomst, haar toch niet reanimeren?

Vgl: Nagel, Thomas. Moral Luck. Mortal Questions. Cambridge: Cambridge University Press, 1979. pp. 24–38.

Zie ook: Wetzels, S. (2009). De Zaak A. De zoon die zijn vader wilde vermoorden en dat per ongeluk deed

En: Wetzels, S. (2012) Wijsgerige dwalingen omtrent verantwoordelijkheid, intentie en wil.

En: Wetzels, S. (2012). Supplement op wijsgerige dwalingen omtrent verantwoordelijkheid, intentie en wil.

F1. Het doel en de middelen

Het zoontje van een rijke bankier is door een rechtenstudent gekidnapt. Hij vraagt 1 miljoen losgeld. Op het moment dat hij het losgeld komt ophalen, grijpt de politie hem in de kraag. Het jongetje is echter in geen velden of wegen te bekennen. Op het politiebureau levert dagenlang verhoren niets op. De tijd begint te dringen. Op enig moment besluit de commissaris van de politie de rechtenstudent te bedreigen met marteling indien hij niet de schuilplaats van het jongetje bekendmaakt. Dat dreigement maakt indruk en de rechtenstudent vertelt waar ze het jongetje kunnen vinden.

>>Stond de commissaris in zijn recht de rechtenstudent te bedreigen? (Bedenk dat de vraag ook zo gesteld kan worden: is het moreel toegestaan om in dit geval te dreigen met marteling?)

> Indien het antwoord nee luidt: welke straf verdient de commissaris voor het overtreden van de wet?

Vgl: de zaak en uitspraak in Magnus Gäfgen vs Duitse overheid

F2. Het doel en de middelen II

Hier geldt hetzelfde scenario als bij F1. Er wordt nu echter niet alleen gedreigd met marteling, want dat leverde niets op, maar er wordt daadwerkelijk gemarteld-maar zodanig dat er geen blijvend letsel aan wordt overgehouden. Na een half uur bekend de rechtenstudent waar het jongetje verborgen is.

>>Stond de commissaris in zijn recht de rechtenstudent te laten martelen? (Bedenk dat de vraag ook zo gesteld kan worden: is het moreel toegestaan om in dit geval te martelen?)

F3. Het doel en de middelen III

Hier geldt hetzelfde scenario als bij F2. Echter aangenomen dat nu gesproken wordt tegenover mensen die zich beroepen op het verbod op martelen krachtens het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 3. Het antwoord bij F2, is dan vergelijkbaar met het juridische antwoord van de Duitse Hoge Raad:

Folteringen, onmenselijke of onterende behandeling kunnen zelfs niet worden toegestaan in omstandigheden waarin het leven van een individu in gevaar is. (…..) Artikel 3, dat is geformuleerd in ondubbelzinnige termen, erkent dat ieder mens heeft een absoluut, onvervreemdbaar recht heeft niet te worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandeling onder alle omstandigheden, zelfs de moeilijkste.

>>Maar stel nu dat je zelf gevangen bent, en de enige mogelijkheid om levend bevrijd te worden is wanneer de politie de verdachte mishandelt zoals voorgesteld. Wat zegt dan je primaire intuïtieve ingeving?

F4. Het doel en de middelen IV

De rechtenstudent wordt gemarteld en bekent waar het lichaam van het jongetje kan worden gevonden. Het jongetje blijkt echter vermoord, wanneer de politie de schuilplaats vindt. Er geldt volgens de wet dat alle informatie die de politie verkrijgt op illegale wijze niet mag worden gebruikt tegen iemand en dat die informatie buiten het proces wordt gehouden.

>>Moet de rechtenstudent niet vervolgd worden voor moord vanwege het feit dat de politie onrechtmatig te werk is gegaan (was hij niet gemarteld dan was er immers nooit een lijk gevonden)?

F5. De tikkende tijdbom

Verreweg het bekendste scenario waarin utilitarisme wordt beproefd is dat van de tikkende tijdbom.

Een beruchte terrorist heeft een bom geplaatst ergens in de stad. De inlichtingendienst is er achter gekomen en heeft sluitend bewijs dat hij weet waar hij de bom heeft geplaatst. De man lacht en zegt dat de bom over 4:00 uur zal afgaan en zeker 1000 levens zal vergen. Als de man wordt gemarteld, is het zeker dat hij de locatie van de bom binnen een half uur prijsgeeft.

>>Is het toegestaan om de man te martelen?

F6. De tikkende tijdbom II

Er is hetzelfde aan de hand als bij F5. Echter geldt er een absoluut verbod op martelen van mensen. De tijd dringt en de inlichtingendienst is ten einde raad, want de terrorist is niet bereid om te verklappen waar hij de bom heeft geplaatst. Dan komt echter een agent binnengestormd met de hond van de terrorist. Het blijkt zijn lievelingsdier te zijn waar hij een zeer innige band meeheeft. Als de hond wordt gemarteld, is het zeker dat hij de locatie van de bom binnen een half uur prijsgeeft.

>>Is het toegestaan om de hond te martelen?

G1. Het Knobe effect: de inhalige president-directeur

Een medewerker van een groot bedrijf gaat naar de president-directeur en zegt: ‘we hebben een nieuw project! Het gaat ons karrenvrachten geld opleveren voor ons bedrijf, maar het zal ook het milieu aanzienlijke schade toebrengen.’ De president directeur antwoordt zijn medewerker: ‘ik realiseer mij dat het project het milieu aanzienlijk zal schaden. Dat interesseert me echter op geen enkele manier. Het enige waarin ik geïnteresseerd in ben, is om zo veel als mogelijk geld binnen te harken. Dus vang aan dat project!’

Het project gaat van start, en het is geen verrassing: het milieu wordt aanzienlijke schade toegebracht.

>> Is de president-directeur verantwoordelijk voor de aanzienlijke milieuschade?
(Verdient hij straf?)

G2. Het Knobe effect: de inhalige president-directeur

Een medewerker van een groot bedrijf gaat naar de president-directeur en zegt: ‘we hebben een nieuw project! Het gaat ons karrenvrachten geld opleveren voor ons bedrijf. Het zal daarnaast ook een weldadig effect hebben op het milieu.’ De president directeur antwoordt zijn medewerker: ‘ik realiseer mij dat het project een weldadig effect zal hebben op het milieu. Dat interesseert me echter op geen enkele manier. Het enige waarin ik geïnteresseerd ben, is om zo veel als mogelijk geld binnen te harken. Dus vang aan dat project!’

Het project gaat van start, en het is geen verrassing: het milieu vaart er wel bij.

>> Is de president-directeur verantwoordelijk voor het weldadige effect op het milieu?
(Verdient hij een prijs?)

Zie: Knobe, J. (2004b). What is Experimental Philosophy? In: The Philosophers’ Magazine, 28.

Knobe, J. (2007). Experimental Philosophy and Philosophical Significance. In: Philosophical Explorations, 10: 119-122.

Knobe, J. & Nichols, S.(2008). Experimental philosophy. Oxford University Press.

H. Hiroyuki Joho vs Gayane Zokhrabov Een lugubere zaak. Of: hoe de werkelijkheid soms toch doet denken aan een gedachte-experiment.

Een man genaamd Hiro rent in de stromende regen met zijn paraplu het spoor op om een trein te halen. Hij ziet daardoor niet dat er een andere trein met 100 km/uur aankomt en komt ermee dodelijk in botsing. Zijn lichaam wordt gelanceerd en raakt tientallen meters verderop een wachtende vrouw op het perron. Deze vrouw breekt haar beide polsen

>>Kan ze Hiro aansprakelijk stellen voor de geleden schade? Of anders gezegd: kan een dode man verantwoordelijk worden gehouden voor de verwondingen die zijn veroorzaakt door zijn rondvliegende lichaamsdelen toen hij werd geraakt door een trein?

I1. Een vreemde wandeling in Zuid Amerika

Je wandelt op je gemak ergens in Zuid-Amerika, als je plotseling in een dorp komt, waar een grote kerel met “Pedro” op zijn shirt je tegemoet komt lopen. Hij verwelkomt je en spreekt van een speciale gelegenheid. Hij was van plan om twintig Indianen dood te schieten. Als bijzondere geste echter aan jou als blanke broeder, de eer om er één te doden en dan mogen de andere negentien vrijuit gaan. Erewoord. Als je weigert, is er uiteraard geen speciale gelegenheid en zal “Pedro” doen wat hij van plan was. Pedro overhandigt je het geweer. Even bekijk je of het mogelijk is om Pedro zelf neer te schieten, maar dat zit er helaas niet in met alle soldaten om je heen.

>> Zul je één Indiaan vermoorden, zodat er 19 in vrijheid verder kunnen leven?

>> Indien ja: waarom ben jij bereid om een moordenaar te worden?

>> Indien ja: wat maakt je anders dan Pedro de moordenaar?

Zie: Bernard Williams. 1981. Moral Luck. Cambridge: Cambridge University Press.

En: Bernard Williams. 1985. Ethics and the Limits of Philosophy. London: Fontana.

I2. Een vreemde wandeling in Zuid Amerika II

Hetzelfde scenario als bij I1. Echter met dit verschil:

–        Pedro vraagt je er 15 te vermoorden.

>> Zul je 15 indianen vermoorden, zodat er 5 in vrijheid verder kunnen leven?

I3. Een vreemde wandeling in Zuid Amerika III

Hetzelfde scenario als bij I1. Echter met dit verschil:

–        Pedro vraagt je niet om de indiaan te vermoorden, maar om één indiaan een paar uur te martelen via de Chinese methode. ‘Haha – zodat hij het zijn leven niet zal vergeten! Maar dan laat ik de andere 19 gaan’, verzekert Pedro.

>> Zul je één indiaan martelen, zodat er 19 vrijuit kunnen gaan?

Merk op indien je antwoord “nee” is en bij I1 “ja”, er dan klaarblijkelijk een verschil is tussen “moorden” (een moordenaar zijn) en “martelen” (een beul zijn) …

I4. George de chemicus

George is een werkloze wetenschapper. Op enig moment wordt hem een baan aangeboden in een laboratorium waar onderzoek wordt gedaan naar biologische en chemische wapens. George is echter sterk gekant tegen het vervaardigen en gebruiken van chemische en biologische wapens. Als hij de baan niet aanneemt, zal hij zijn huis moeten verkopen en zijn vrouw en kinderen daarvan de dupe. Bovendien, als hij het werk niet aanneemt, zal de baan naar iemand anders gaan die hetzelfde onderzoek zonder idealisme en met een stuk minder remmingen zal bewerkstelligen.

>>Moet George de baan nemen?
(Oftewel: zou jij de baan nemen?)

Vgl: Greenpeace Arctic 30: wat is er tot nu toe gebeurd?
Of: wat is een ideaal waard?

_________________________________________

Hoewel er nog vele andere varianten mogelijk zijn en de bron van gedachte-experimenten nog lang niet is opgedroogd, kom ik tot de conclusie dat mijn eigen intuïtie op dit moment zoveel overuren heeft gemaakt, dat ze daarbij recht heeft op een aantal uren volstrekte oppervlakkigheid. Ik kruip aldus uit de filosofische zwarte doos, en begeef mij weer in de echte wereld… Gewapend met nieuwe kennis? Ik wacht mijn dilemma’s af…

Zie ook:

Your Morals Depend on Language 

 

De zoon die zijn vader wilde vermoorden en dat per ongeluk deed…

Toen ik wederom in de krant las dat er sprake was van (weer eens) een schietongeluk tijdens de jacht, liet me dat denken aan een van de leukste filosofische kruimels die ik ooit heb geschreven “De zaak A”. Het lijkt een wat technisch geschreven stuk (dat ik ooit schreef voor het vak philosophy of action bij prof. dr. Jan Bransen), maar wie de moeite neemt de gedachten te volgen, heeft voor een hele avond discussiemateriaal achter de hand. Er zal meer zijn, maar onder de tekst van de zaak A. volgen krantenartikelen, die ik afgelopen jaar heb overgenomen in mijn aantekeningen. Toeval? Ongeluk? Of is er twijfel na de zaak A…Oordeel zelf!
_____________________________________________________

De zaak A.
Handelen in het licht van Davidson en Frankfurt

 

-Als je handelt, ben je verantwoordelijk-

A heeft de wens (W) zijn vader B te vermoorden (x). Hij besluit met hem op wild te gaan jagen en hem tijdens de jacht dood te schieten (Y), zodanig dat het op een ongeluk lijkt. Tijdens het jagen wordt A (die achter zijn vader loopt) echter overweldigd en overmand (Z) door het idee dat hij zijn vader over een uur gaat vermoorden, wat een spontane vingerbeweging (S) bij A veroorzaakt en de trekker van zijn geweer doet overgaan. B wordt in zijn hoofd getroffen en sterft ter plekke (x”). Is A nu verantwoordelijk voor de dood van zijn vader B?

Primair zouden we zeggen dat er sprake is van een ongeluk. A had weliswaar vooraf een ongeluk in gedachten, maar dat ongeluk zou feitelijk geen ongeluk zijn geweest, aangezien A de intentie had B te vermoorden (oftewel, vooraf een ongeluk in gedachten hebben is een contradictio in terminis). Het verschil is dus dat er nu werkelijk sprake lijkt van een ongeluk. Het idee dat wanneer er sprake is van een ongeluk, A niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor de dood van B (omdat daarbij het aspect ‘voorbedachte rade’ evenals ‘opzet’ vervalt) was op voorhand A’s uitgangspunt.

Is echter de omstandigheid dat er iets onverwachts (S) gebeurt dat in dit geval letsel veroorzaakt met de dood als gevolg een ongeluk te noemen? Om deze vraag te beantwoorden moeten we een onderscheid maken tussen actions en mere bodily movements. Waar we action intuïtief koppelen aan verantwoordelijkheid hangt een mere bodily movement meer samen met een intentieloze beweging. Maar is dat correct? Is (S) (in tegenstelling tot (Y)) intentieloos? Stel dat we als uitgangspunt nemen dat er sprake is van een action indien deze wordt veroorzaakt door wens en verwachting (desire+belief–>action), dan zou je kunnen stellen dat er een causaal verband bestaat tussen A’s voltrekking van (Wx) en A’s (Z) en (S). Immers, zonder (Wx) zou A nooit hebben geschoten1. Dus (Z) (S) heeft A aan zichzelf te danken/wijten en dus is A verantwoordelijk. Stel maar eens dat we aan A vragen ‘waarom ging dat geweer af?’ Als A eerlijk zou antwoorden zou hij zeggen: ‘het geweer ging af, omdat ik de bedoeling had weldra mijn vader te vermoorden en plots zo door dit idee bevangen werd dat ik spontaan vuurde.’

Een belangrijk probleem hierbij is echter dat de common sense opvatting (desire+belief–>action) te beperkt is2. Frankfurt (The problem of action. In Mele (1997)) is van mening dat action weliswaar begeleid (accompanied) of voorafgegaan (preceded) kan worden door desire+belief, maar ze hoeft er niet door te worden veroorzaakt. Voor Frankfurt bestaat er namelijk een wezenlijk intrinsiek verschil tussen actions en mere bodily movements. Tijdens een action is een actor namelijk ‘in touch with his movement’, wat bij een mere bodily movement niet het geval is. Volgens hem kunnen we alleen spreken van action als actor A in dit geval zijn lichaam gedurende S onder controle (guidance) heeft, wat duidelijk niet het geval is. Als er sprake is van bodily movement under the guidance of the agent, moet er sprake zijn van purposive3 bodily movement, oftewel doelgericht gedrag; gedrag directed at the achievement of some goal or purpose. A bereikt dus weliswaar zijn doel (x), toch is er hier sprake van Non-purposive bodily movement not under the control of the agent. We moeten vaststellen dat A niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor de dood van zijn vader. Immers, had hij een uur later over willen gaan tot (Y), dan had hij als rational agent in control nog de mogelijkheid (Wx) op te schorten of er van af te zien, zonder dat er sprake zou zijn van Z–>S. Dan was er dus nog de mogelijkheid geweest dat A en B op het eind van de dag een biertje hadden gedronken, terwijl dat in dit geval hoe dan ook is uitgesloten. Hoe verderfelijk A ook lijkt, de keuze zijn vader te vermoorden heeft hij nooit gemaakt. Of toch?

__________________________________

1 Dit is meen ik, globaal de argumentatie van Donald Davidson’s Action, reasons, and causes in Mele (1997).
2 “…suppose a man takes heroin because he enjoys its effects and considers them to be beneficial. But suppose further that he is unknowingly addicted to the drug, and hence that he will be driven to take it in any event, even if he is not led to do so by his own beliefs and attitudes.” (P. 49) Frankfurt stelt dat het injecteren van drugs een action is, maar duidelijk geen die volgt op desire+belief.“The example bears upon the point that is actually at issue, by illustrating how an action (including, of course, any requisite attitudinal constituents) may have no causes other than non-attitudinal or alien ones.”(p. 50).
3 “Behaviour is purposive when its course is subject to adjustments which compensate for the effects of forces which would otherwise interfere with the course of the behaviour, and when the occurrence of these adjustments is not explainable by what explains the state of affairs that elicits them. The behaviour is in that case under the guidance of an independent causal mechanism, whose readiness to bring about compensatory adjustments tends to ensure that the behaviour is accomplished.” (p. 47.)

Vader schiet enige zoon dood tijdens jachtpartij
Het Portugese jachtseizoen is net een week geopend, maar een eerste drama heeft zich al afgespeeld. Gisteren nam António uit Fojo (Abrantes) zijn 16 jarige zoon Marco mee op duivenjacht in Constância. Toen de vader richtte op een tortel bevond zijn zoon in de vuurlinie, maar omdat hij op de grond zat zou er geen probleem moeten zijn. Helaas besloot Marco net op het moment dat zijn vader afvuurde op te staan, om een eerder geschoten tortel binnen te halen. De jongen werd in zijn nek geschoten en was op slag dood. De vader was een ervaren jager en nam zijn zoon, die ook zijn licentie wilde gaan halen, regelmatig mee op jacht. Beide ouders zouden in een staat van shock verkeren. (Augustus 2009)

Man schiet zwijn imiterende zoon dood
Een 26-jarige Rus is door zijn eigen schoonvader doodgeschoten tijdens een bizar jachtincident. De man zou op zeer overtuigende wijze een wild zwijn hebben nagedaan terwijl de twee aan het jagen waren in een bosgebied bij Tyumen in Siberië.
De 68-jarige schoonvader had zich net na het invallen van de duisternis op een hoog gelegen uitzichtpunt verschanst, waarop zijn schoonzoon een geintje dacht uit te halen en geluiden maakte die leken op die van een wild zwijn en wat in de begroeiing rommelde.
Volgens het Openbaar Ministerie in Rusland twijfelde de oudste jager geen moment en schoot. Toen hij poolshoogte ging nemen trof hij zijn schoonzoon aan met een keurig schotwond in het hoofd. De schoonvader waarschuwde daarop zelf de politie. (September 2011; De Spits)

Jager geraakt door schot hagel
Een 47-jarige jager uit Opheusden heeft aan den lijve ondervonden hoe het voelt als je getroffen wordt door een schot. Hij werd door een andere jager geraakt tijdens een jachtpartij in Randwijk. De jager is met wonden aan het gezicht en zijn bovenlichaam opgenomen in een ziekenhuis in Nijmegen, aldus de politie. Het gezelschap liep in een weiland toen het onfortuinlijke schot viel. De politie heeft de schutter aangehouden en verhoord, maar denkt dat het om een ongeluk gaat. (December 2011)’

Boer schiet op vos maar doodt per ongeluk zijn vrouw
POLEN – Een Poolse boer wilde gisteravond op een vos schieten, maar veroorzaakte daarbij een tragedie. De vos had al meerdere kippen gestolen van zijn boerderij in het zuidoostelijke dorp Pielnia. Toen de boer met een schot hagel de vos wilde doden, kwam een deel van de hagel door het raam. Binnen werd zijn echtgenote dodelijk geraakt.
De vos was slechts gewond. De politie gaat uit van een ongeluk. De 56-jarige boer is voorlopig toch in hechtenis genomen. (Januari 2012)

Man gewond door schietongeluk na jacht
Een 64-jarige man uit Oldebroek is donderdagavond in Wezep na het jagen gewond geraakt door een schot uit het wapen van een familielid. Dat meldde de politie vrijdag.
Het 38-jarig familielid wilde zijn jachtwapen ontladen, maar loste daarbij per ongeluk een schot. Het slachtoffer werd in zijn arm en buik geraakt en is naar het ziekenhuis gebracht.
Het ongeval gebeurde aan de Heidehoeksweg. Hoe het wapen kon afgaan, is nog onbekend. (Januari 2013)

Jager krijgt werkstraf voor dodelijk jachtongeluk
Assen/Zwiggelte – De 31-jarige jager uit Dronten, die op 21 september in Zwiggelte het voor Henk Koning fatale jachtongeluk veroorzaakte, krijgt een werkstraf van tachtig uur. Dat besliste de rechtbank in Assen vrijdag.
Daarnaast kreeg de man drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
De jager zag in het donker de hond van de 71-jarige Koning – eigenaar van de grond waarop de Drontenaar aan het jagen was – aan voor die van een vos. De kogel die hij vervolgens afvuurde, raakte niet de hond, maar Koning die er vlak naast liep. Hij kwam in zijn buik terecht. De boer uit Zwiggelte overleed diezelfde nacht in het ziekenhuis aan inwendige bloedingen.
De rechtbank vindt dood door schuld bewezen. Ze stelt dat de jager nooit had mogen schieten, omdat hij vanwege de duisternis de afstand tot zijn doelwit niet goed kon bepalen. Die afstand bleek tijdens een reconstructie 350 meter te zijn geweest, terwijl het geweer dat de Drontenaar gebruikte was afgesteld op een nauwkeurigheid van negentig meter. Volgens de rechtbank heeft de jager nooit kunnen vaststellen dat hij daadwerkelijk op een vos schoot.
De jager verklaarde tijdens de rechtszaak dat hij kort voor het ongeluk een vos had aangeschoten, maar dat het dier was gevlucht. Toen hij enkele seconden later weer ogen zag oplichten in de lichtbundel van zijn jachtschijnwerper, ging hij er vanuit dat dat die vos was. Die aanname komt volgens de rechtbank geheel voor zijn rekening, omdat de ogen van de hond die hij zag rood oplichtten, terwijl die van een vos in een lichtbundel altijd geel van kleur zijn.
Vanwege de ernst van de zaak en het ‘onnoemelijk en onherstelbaar leed’ voor de nabestaanden, vond de rechtbank alleen een werkstraf, zoals het Openbaar Ministerie had geëist, niet genoeg. Wel hield ze er rekening mee dat de Drontenaar het slachtoffer niet heeft willen doden en dat hij zelf ook voor het leven is getekend. (Maart 2013; http://www.dekrantvanmiddendrenthe.nl)

Jager mist eland, raakt toiletganger
Een Noorse jager heeft per ongeluk een man neergeschoten die op het toilet zat. Hij mikte op een eland, maar de kogel vloog langs het dier door de houten muur van een toiletgebouw.

Een wc-bezoeker, een man van in de 70, kreeg de kogel in zijn maag. Hij is met een helikopter naar een ziekenhuis gebracht.

De verwondingen van het slachtoffer zijn niet levensbedreigend. De eland kwam met de schrik vrij.
(Nos.nl, 26 okt. 2013)

Jacht op ‘Bigfoot’ loopt verkeerd af
Een jacht naar de legendarische Bigfoot in de Amerikaanse staat Oklohoma liep niet goed af voor drie heren en een dame. De politie arresteerde een van de mannen nadat hij zijn vriend in de rug schoot. Dat meldt de lokale nieuwssite KFOR-TV.

De mannen waren op jacht in de bossen van Catoosa, toen de 21-jarige Omar Pineda schrok van een ‘blaffend geluid’. Daarop schoot hij zijn jachtpartner ‘per ongeluk’ in zijn rug. De politie geloofde deze verklaring echter niet en verrichte drie arrestaties. Pineda werd gearresteerd voor roekeloos gedrag met een vuurwapen en zijn vrouw voor het hinderen van een politieagent. Een vierde persoon, hun vriend James Perry is opgepakt voor het doen verdwijnen van bewijsmateriaal. Perry zou het vuurwapen namelijk in een meer geworpen hebben.

Het slachtoffer is met verwondingen naar het ziekenhuis gebracht, maar zijn toestand is inmiddels stabiel. 
(ad.nl, 6 november 2013.
Niet bepaald een goede smoes overigens….)

Man rijdt per ongeluk zijn vrouw  omver
Poeldijk – Op de Willem-Alexanderlaan is een man met zijn auto achteruit de voortuin van een woning in gereden; zijn vrouw die op de stoep voor de tuin stond is daarbij zwaar gewond geraakt.
De man stapte rond kwart voor negen in zijn auto en wilde weg rijden. De auto heeft een automatische versnelling en waarschijnlijk heeft de man per abuis de auto in z’n achteruit gezet en heeft toen gas gegeven.
Hierop is de man met zijn auto hard achteruit de voortuin van de woning in gereden. Hij heeft daarbij zijn vrouw aangereden, die zwaar gewond raakte en onder de auto terecht kwam. De man reed tijdens het ongeval ook nog een lantaarnpaal omver.
(www.regio15.nl/ 22 december 2013)

Oma (82) rijdt in op kerkgangers
Een 82-jarige vrouw uit Vinkeveen heeft de avond verpest van een aantal mensen dat met kerst op weg was naar de kerk. Ze reed vanavond met haar auto in op een groepje kerkgangers. Dat heeft de lokale politie laten weten.
Rond 20:00 uur schoot de bejaarde plotseling vooruit met haar auto na afloop van de kerkdienst op eerste kerstdag. Ze schampte de eerste vrouw, die lichtgewond raakte. Een andere vrouw werd overreden en moest met heupletsel naar het ziekenhuis.
De bejaarde vrouw, die zei dat ze het niet met opzet deed, kwam er zonder schrammen vanaf. De rest van de geschrokken kerkbezoekers is opgevangen door de kerk.
(AD  25.27 december 2013)

Achtergelaten na mountainbike-ongeluk
Een dertigjarige mountainbiker is na een ongeluk dood achtergelaten op de Vaalserberg.
Henk van Gulik was drie weken geleden bij een val hard met zijn borst en buik op een boomstam terechtgekomen en overleed ter plekke. De man met wie hij aan het fietsen was, wiste al zijn sporen en ging er vandoor. Het lichaam werd twee dagen later gevonden door wandelaars.

Waarom de fietsmakker er vandoor ging is een raadsel. Volgens de politie kon hij namelijk niets doen aan het ongeluk. De man is ondergedoken en wil de familie van Van Gulik niet te woord staan.
(Telegraaf 1 augustus 2015)

Jongen (10) gedood door geweerschot tijdens jacht
Een 10-jarig jongetje is zaterdag tijdens een jacht in een nationaal park in de Amerikaanse staat Utah om het leven gekomen. Dat melden Amerikaanse media zondag. De politie van Cache County, waar het park onder valt, gaat uit van een ongeluk. Er is daarom geen aanklacht ingediend.

De jongen zat verscholen in een terreinwagen toen het geweer van een vriend die naast hem zat ineens afging. Het slachtoffer overleed ter plaatse. Zijn naam is nog niet bekendgemaakt omdat de politie eerst alle familieleden wil inlichten. ‘Zij zijn er natuurlijk kapot van’, aldus plaatsvervangend sheriff Matt Bilodeau, tegen ABC News.

‘Het uitstapje was bedoeld om van de natuur te genieten en familie en vrienden bij elkaar te brengen. Het is ondenkbaar dat juist zoiets moest gebeuren.’
(Ad.nl 12/10/2015)

Tiener VS per ongeluk gedood door kogel familielid
Een 17-jarig meisje uit Missouri in de Verenigde Staten is overleden nadat een familielid haar per ongeluk in het gezicht zou hebben geschoten. Een familielid was bezig de munitie uit het wapen te halen, waarna het per ongeluk zou zijn afgegaan, zo verklaarde politie tegen de lokale zender KFVS. De vader dacht dat het wapen niet geladen was.
(Ad.nl 27/12/2015)

 


Zie ook: http://www.maevin.nl/jacht-incidenten

Een vrije samenleving zonder verdwaalde idioten kan niet bestaan

‘Dood mishandelde grensrechter Richard Nieuwenhuizen schokt Nederland’. ‘Afschuw over gewelddadige dood voetballiefhebber.’ ‘Verbijstering over dodelijke aanval op vlaggende vader.’ ‘Het roer moet om, dit is de druppel, er moet nu echt iets veranderen en het moet voor eens en altijd afgelopen zijn!’

Wederom is de samenleving geschokt en verbijsterd. Die vreselijke rellen, toen dat onbegrijpelijke pesten en nu weer dit onzinnig geweld. En voor de zoveelste keer heeft onzinnig geweld, een gezicht gekregen. Een gezicht wat we over een tijdje weer zijn vergeten wanneer het onzinnige geweld een nieuw gezicht heeft gekregen. De moeilijkheid van kritisch nadenken en schrijven over een fenomeen is hier gelijk duidelijk: het meta-perspectief verhoudt zich moeilijk met het persoonlijke drama -dat zonder meer buiten kijf staat-. Maar als de minister van Justitie vervolgens ook nog zegt dat we hier niet over een incident mogen spreken, omdat het daarvoor te ernstig is, dan wordt iedere beschouwing bij voorbaat de kop ingedrukt. Alsof de ernst hier vooraf is gerealiseerd en alsof ernst een onlosmakelijk verband zou hebben met het idee ‘incident’. 

Vrijwel niemand heeft op dit moment een duidelijk beeld van wat er precies is gebeurd. Buiten een verzameling losse feiten, waarbij in ieder geval drie jongens zijn betrokken, er een dode is gevallen en er is gevoetbald, weten we niets. Waarom wordt er nergens enig voorbehoud gemaakt? Waarom wordt iedere vorm van voorbehoud aangemerkt als iets schandelijks? Je kunt het voorbehoud natuurlijk op een ongelukkige manier doen, maar je kunt ook een voorbehoud maken omwille van het voorbehoud: ‘het is vreselijk wat er is voorgevallen, maar laten we het onderzoek eens afwachten wat er precies is gebeurd.’ Maar blijkbaar past dat niet in deze situatie, akkoord.

De KNVB heeft hoe dan ook besloten alle amateurwedstrijden voor komend weekeinde af te gelasten ter nagedachtenis aan de overleden grensrechter. 33.000 wedstrijden afgelast waarmee 800.000 amateur voetballers aan de kant worden gehouden. Het zou een scherp statement zijn. Maar waarom wordt dan niet het professionele voetbal afgelast vragen velen zich af? Nee, het statement moet natuurlijk niet te gek worden! Het moet wel allemaal passen binnen een bepaald (financieel) plaatje. World Trade Center met de grond gelijk gemaakt? Europees voetbal gaat gewoon door. Pim Fortuyn vermoord? We voetballen gewoon een finale. Er mocht toen aanvankelijk van de UEFA niet eens met rouwbanden om gespeeld worden noch een minuut stilte worden gehouden. Zijn we in dat opzicht volwassener geworden? En krijgt hier ellende geen hypocriete, maar een oprechte plek?

Het ‘verstillen’ van het amateurvoetbal lijkt echter toch ook een vorm van zwichten voor terreur, in plaats van een goedbedoelde macro-pedagogische maatregel. Olympische Spelen worden niet stilgelegd voor idioten, omdat de goeden nooit moeten lijden onder de kwaden, maar in dit geval weten drie onverlaten het hele Nederlandse amateurvoetbal te kapen. Blijkbaar is bezinnen hier niet mogelijk door de sport te laten spreken, maar moet de sport zwijgen om iets te begrijpen. Maar dan toch…

Waar komt de buitengewoon hardnekkige illusie vandaan dat individuele, matig gesocialiseerde, door de adrenaline losgeslagen idioten, wellicht gedreven door een ziekelijke vorm van eerzucht, permanent van ieder voetbalveld zijn te weren? Dat is een aanklacht tegen de gehele samenleving: de individualisering moet stoppen, primaire en secundaire socialisatie moet beter, hormonen moeten onder controle kunnen worden gehouden, vele vormen van eer, puberteit, subcultuur en groepsproces moeten permanent worden gemonitord….

De trieste ongelukkigen, die al dan niet door een waas voor de ogen waarschijnlijk iedere vorm van zelfreflectie ontberen, en nu tot bezinning komen wanneer het te laat is, zullen zich realiseren dat ze zich nooit iets gerealiseerd hebben. Waar komt het idee vandaan dat mensen die zich niet realiseren waar ze mee bezig zijn, zich plots wel iets realiseren dat ze zich iets moeten realiseren voordat het te laat is? Dat is hier de paradox die voor ons ligt. En dus per definitie niet is op te lossen. Het is een voordeel dat onze rechtsstaat ontstellend traag is met het definitief berechten van deze lieden, zodat wanneer ze hun straf te horen krijgen, het gruwelijke beeld van deze tragedie reeds van ons netvlies is verdwenen. Net zoals niemand meer echt opgewonden was over de straf die onlangs werd uitgesproken over de man die met een karatetrap de vrolijke voetbalopa langs de kant had gevloerd. En daarbij is deze zaak vele malen complexer: het zijn allereerst minderjarigen. En wie is hier precies verantwoordelijk voor de fatale klap? Waarom is de man zelf niet naar het ziekenhuis geweest om zich te laten behandelen, maar ging hij nog een voetbalwedstrijd kijken? Welk hoofdletsel heeft hij opgelopen tijdens het flauwvallen? En ga zo maar door…

Maar de conclusie is helder: er bestaat geen vrije samenleving zonder verdwaalde idioten. Ik zou dit een sociologische variant van de Mandeville paradox willen noemen. Juist door dit soort incidenten (want we spreken hier over een incident en niets anders dan een incident), blijft de samenleving scherp, alert, bewust en wordt er buitengewoon veel voorkomen. Het zorgt voor een opleving van bezinning, maar wel een vorm van bezinning – zoals een stille tocht- die van tijd tot tijd opnieuw moet worden aangewakkerd, en juist dat gebeurt dus vanzelf- door een nieuw incident. Of is nu de tijd gekomen dat het echt, echt anders moet?

Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved