Het zal niet meevallen om een artikel te schrijven over een televisieprogramma dat in de loop der jaren honderdduizenden reacties, opmerkingen en discussies heeft gegenereerd. Het is alsof ik iets ga schrijven over Zwarte Piet en Negerzoenen. Maar als liefhebber van het eerste uur met zeker zo’n 1250 geïnvesteerde kijkuren, wat overeenkomt met 52 dagen achter elkaar kijken, is het minstens de hoogste tijd er iets over te zeggen. Het gaat hier over niets minder dan Voetbal International. Dat programma begint overigens voor mij al bij Sport aan tafel uit 1999, dat opgevolgd werd door Voetbal Insite, waar het huidige VI uit is voortgekomen. Ik moet als eerste denken aan de oude Hugo Camps, onderdeel van de nostalgie uit de vorige eeuw. Hij schijnt zijn dichterlijke wijsheden over voetbal nog steeds rond te strooien, maar ik heb hem op de Nederlandse televisie al lang niet meer gesignaleerd. Nee, het programma zoals de meesten het kennen is Wilfred Genee, René Van der Gijp en Johan Derksen, met een vleugje Hans Kraaij Jr. en Jan Boskamp.

Zwakte: Herhaling I
Het voornaamste wat opvalt aan het programma dat voor televisiebegrippen een lange geschiedenis kent, is de ‘herhaling’. Er lijkt geen rem te zitten op het aantal malen dat bijvoorbeeld een fragment wordt getoond van een vallende Sepp Blatter, een juichende Louis van Gaal of een vloekende Huub Stevens. Zelfs wanneer het aanwezige publiek al lang niet meer glimlacht of gniffelt om het fragment, wordt het gerust nog een keer getoond. En nog een keer. En nog een keer. Het gênante zit er in voor de kijker die zichzelf al schuddend in zijn Dronken oomhoofd hoort zeggen ‘oh jongens, niet weer’, dat de hoofdrolspelers het zelf niet in de gaten lijken te hebben, of dat er niemand is die achteraf een keer zegt: ‘zullen we eens stoppen met die verwijzingen naar (…), het slaat echt helemaal dood. De mensen weten het nu wel, het is niet grappig meer- het is een zwaktebod’.

Het is inderdaad even ongelukkig als een oom die op een bruiloft weer eenzelfde schuine grap vertelt, en iedereen het maar aanhoort, omdat niemand de moeite wil of durft te nemen hem er op aan te spreken dat het niet zo geslaagd is: te pijnlijk. Een duidelijk geval van een pijnlijke scene laten uitsterven in plaats van het te benoemen en daarmee het pijnlijke uit te vergroten.

Zwakte: Herhaling II
Naast de herhaling van fragmenten zijn er de permanente verwijzingen naar een met een jasje gooiende Hans Kraaij, een paaldansclub bezoekende René Van der Gijp, een vretende Jan Boskamp of een geföhnde Wilfred Genee. Die dragen niet alleen sterk bij aan de karikaturisering van het programma, maar zorgt er ook voor dat kijker meer en meer afstand neemt van de personages. Want een kijker houdt van uitgesproken mensen, maar niet van karikaturen. Want wie een programma vaak kijkt, moet wel voor zichzelf kunnen uitleggen waarom hij dat dan doet. Meestal is dat omdat men zich kan identificeren met opvattingen en meningen. Of dat men de discussies interessant vindt over voetbal. Juist wanneer men het er niet altijd mee eens is.

Als er dan telkens een karikatuur van bijvoorbeeld ‘de vrouw’ wordt gemaakt, gemotiveerd vanuit het feit ‘dat mannen in voetbalkantines nu eenmaal zo spreken’ zonder dat dit ook voldoende wordt gerelativeerd, dan is dat ongemakkelijk, maar bij herhaling ook een bron van ergernis. Ongecontroleerde herhaling zorgt dat een vooroordeel ontdaan wordt van ironie en het meer ernst wordt. En ik kan me niet voorstellen dat iemand die in een voetbalkantine iedere keer weer spreekt over ‘wijven’ en ‘paaldansclubs’ niet eens tot de orde geroepen wordt, of niet met een diepe zucht aangehoord wordt. Om met Pascal te spreken: ‘wie zou zo iemand uiteindelijk als vriend willen hebben?’ Ja, misschien iemand die zelf zo oppervlakkig uit de hoek komt waarschijnlijk.

Zwakte: Herhaling III
Het is nu juist de fuik van de herhaling die het programma in het zware weer herhaling...heeft gebracht waar het zich nu in bevindt. Los van de herhaling van fragmenten en telkens uitvergroten van bepaalde eigenschappen, zijn met name de opvattingen rondom het voetbal zelf de bron van grotere kritiek dan het programma ooit heeft gehad. Je ziet het in de tendens van reacties op fora en in de media: wat ooit als sarcastisch en scherp werd gewaardeerd, wordt nu als negatief en zuur aangemerkt.

Waar er geen rem is op het uitvergroten van eigenschappen of het tonen van fragmentjes, is er ook geen rem meer op de kritiek op de persoon Van Gaal. Johan Derksen heeft zo vaak hetzelfde gezegd, dat het ook hier weer verbazingwekkend is dat het hem zelf niet meer opvalt hoezeer hij in herhaling valt. Ik wacht telkens op het moment dat het publiek in de zaal zich ook gaat roeren, maar dat blijft tot nu toe uit. De strekking ‘op de coach Van Gaal heb ik niets aan te merken’ wordt dan altijd gevolgd door iets als ‘maar als mens vind ik het een vreselijke vent’. En dat dag in dag uit. Het woord ‘stemverheffing’ kwam op enig moment in mijn dromen terug, zo vaak had ik het gehoord. Een keer heb ik Genee horen zeggen ‘we kennen je mening inmiddels wel Johan’, wat Derksen zag als een verkapte censuur van de RTL-directie. Desondanks was het voor Genee geen reden het onderwerp Van Gaal in andere uitzendingen gewoon weer aan te halen, waar Derksen wederom kon stellen “als coach heb ik…”

Ik heb mezelf wel eens afgevraagd of ik het met Derksen eens zou kunnen zijn wat betreft Van Gaal. Maar hoe vaak ik hem ook heb horen uitleggen hoezeer hij walgt van de stemverheffing van Van Gaal, de shows na een behaald kampioenschap op een of ander plein (met name dit fragment; maar denk het Duits in het Engels en je kunt er ook Martin Luther King in zien!) of de betutteling van een of andere speler: het laat me vrij koud. En waarom? Omdat het volstrekt ongevaarlijk is. Het is gek, karakteristiek, uit de toon en zeker soms gênant en over de top, maar ongevaarlijk en onschuldig. En vooral: het werkt op de een of andere manier. Net als VI zelf. En dat maakt het zo vreemd. Het programma bestaat juist dankzij kleurrijke figuren.

En bovendien, een programma dat zo vaak een fragment herhaalt van een huilende Toine van Peperstraten, waarmee de man tot in lengte van dagen zal worden geassocieerd, is minstens zo kwalijk als iemand wegzetten als een imitatie-Mussolini. Maar het stelselmatig belachelijk maken van karakters is klaarblijkelijk iets dat wel goed door de beugel kan als gedraging. Waarschijnlijk wordt dat dan verkocht als ‘ik mag mijn mening hebben’, waarmee het cliché-argument uit de kast is getrokken om nog kritiek te hebben over die herhaalde mening. Of het ‘wij maken satire’-argument wordt van stal gehaald wanneer men aanvoelt dat er grenzen van goed fatsoen zijn overschreden. Met vervolgens een klein beetje zelfspot wordt dan de scheve schaats bedekt: het is eigenlijk al jaren dezelfde formule.

Maar ook Derksen kent heus wel de destructieve kracht van TV. In dat opzicht is de stelselmatige negatieve benadering van het karakter van de mens Van Gaal evenzeer een vorm van volksmennerij als dat Derksen Van Gaal verwijt, behalve dan dat er een miljoen mensen achter de buis zit in plaats van op een plein staat. En gelukkig kunnen we ook hier zelfstandig denken en dringt uiteindelijk niemand ons een mening of een gedraging op.

Vergis je niet. Ik schrijf dit allemaal neer, juist omdat ik een fan ben van het eerste uur. Ik wil graag dat het zo goed vergaat. Maar de vraag is hoe lang de zelfspot nog werkt, voordat het programma definitief niet meer door het grotere publiek wordt omarmd.  De laatste spanningen die rondom het programma heersen zijn niet de eerste en waarschijnlijk niet de laatste, maar het zegt genoeg dat mannen die elkaar wekelijks moeten aanzien en aanhoren, via de media een polemiek uitvechten (zie de column van Johan Derksen). Daarbij is het niet relevant dat dit de kijkcijfers goed zou doen, want voor de geoefende kijkers is het overduidelijk dat de lol er echt wel even af is. En dan werkt ironie niet meer goed: dat is dan eerder ongemakkelijk dan verfrissend.

Kracht: authenticiteit
Maar uiteindelijk is dat de absolute uniek kracht van het programma: je denkt te kijken naar karikaturen, maar daaronder zit een bijzondere laag authentieke menselijkheid. En die wordt ontbloot wanneer het masker van de karikatuur door onderlinge spanningen of ergernis niet meer kan worden gedragen. Dat geeft het programma een unieke herkenbaarheid en brengt televisie echt heel dichtbij. Dat is niet zomaar een geoefend kunstje.

Dan zit je met het zweet in de handen als de grappenmaker Hans Kraaij eens echt even laat zien wat hij voelt of de brave Hans van Breukelen in een steeds scherper wordende woordenwisseling komt met Johan Derksen. Ook de werkelijke ergernissen tussen Genee en Derksen zijn inmiddels een bekend terugkerend onderdeel van het programma. En vrijwel altijd waren de ruzies gerelateerd aan voetbal. Tot nu. Want natuurlijk zit het programma niet voor het eerst in zwaar weer, maar met de naar buiten gebrachte verhalen van afgelopen dagen is het volgens mij wel de eerste keer dat we zien dat de spanningen tussen Van der Gijp en Derksen dieper liggen dan een verschil van mening over voetbal, tactiek, een te grote voorliefde voor Ajax of een suggestief aangehaalde bron binnen het wereldje. Dit is écht persoonlijk en tussen die twee had ik dit ook niet aanzien komen. En ga dan met goed fatsoen iedere week bij iemand aan tafel zitten. Dat neigt heel erg naar hypocrisie – en daar is geen masker tegen bestand, zonder dat het publiek het merkt.

Of de mannen hier uiteindelijk over heen kunnen stappen, en weer de weg vinden naar gezonde ironie, gedoseerde zelfspot en zeker niet te vergeten aanstekelijke opmerkingen over de voetbalsport, is uiteindelijk helemaal niet relevant. Ieder programma kent zijn einde. En misschien aanschouwen we hier het begin van het einde, en zullen we dat achteraf allemaal zeggen: ‘ja, toen doofde het licht van dat concept een beetje.’ Het absolute succes houdt een keer op. Iedere dag wekenlang op de buis is ook wat teveel. Dat kan eens tegen gaan zitten. Wanneer het anderen slecht gaat, vergaat het analisten en columnisten goed. Dat is nu dus even wennen, omdat het Nederlands elftal tegen de verwachtingen zo goed presteert. Maar ik haak absoluut niet af: ze laten nog steeds iets bijzonders zien. Nog steeds kijk ik met veel plezier, al is dat met het verstand op nul en doof voor de herhaling. Gelukkig zal er zolang er voetbal is, over gesproken worden. Het is te hopen dat we nog een paar laatste mooie kunsten zien van deze mannen, zoals een voetballer op leeftijd toch net nog dat ene passje  uit zijn tenen weet te halen. Maar hoe het ook verder gaat, VI heeft het voetbalpraatprogramma nu al een ereplek in de geschiedenis meegegeven.