Stephan Wetzels
Denken en Zijn

De moordenaar die de gevangenis ontliep: een juridisch raadsel op zoek naar antwoord

Print Friendly, PDF & Email

De moordenaar die de gevangenis ontliep: een juridisch raadsel op zoek naar een antwoord

Af en toe loop ik tegen een intrigerende puzzel aan, waarbij het antwoord indringender is dan het raadsel zelf… Mijn ervaring is dat velen, indien men het raadsel juist vertelt, niet in staat blijken om op een sluitend antwoord te komen.

Laten we het raadsel eens bekijken om het vervolgens nader te bespreken.

We bevinden ons in een rechtsstaat met een jurysysteem voor strafzaken.
Twee volwassen mannen staan terecht voor moord. De jury vindt één van deze mannen schuldig. De andere man wordt geheel onschuldig bevonden. De rechter spreekt de als schuldig aangewezen man toe en zegt: “dit is de meest merkwaardige zaak die ik ooit heb meegemaakt. Ondanks het feit dat ik u schuldig acht aan moord boven iedere twijfel verheven, gebiedt de Wet me u vrij te laten”.
(Vrij vertaald uit: Smullyan, R.M. (1978). What’s the name of this book?. New York: Dover publications)

Hoe kan dit nu?

De antwoorden waarmee mensen vaak snel en intuïtief op de proppen komen zijn zeker vindingrijk, maar vrijwel nooit sluitend. Ik werk deze en enkele andere hier uit. Mocht iemand nog een spitsvondig antwoord missen, dan hou ik mij aanbevolen!

Ne bis in idem?
Het beste niet-juiste antwoord is wellicht dat er sprake is van een ne bis in idem case, de Latijnse uitdrukking in het strafrecht voor het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit kan terechtstaan en mag worden gestraft (art. 68 Sr.).

In dit geval zou het kunnen dat de schuldige persoon, laten we hem J. noemen, bijvoorbeeld 18 jaren geleden veroordeeld is voor moord, zonder dat er een lijk gevonden is. Wanneer J. vrijkomt en tot zijn verbazing de persoon die hij vermoord zou hebben levend aantreft, dan zou je verwachten dat hij deze man zou kunnen vermoorden, zonder dat hij daarvoor vervolgd kan worden. Men kan immers niet twee keer vervolgd worden voor hetzelfde feit, in dit geval een moord op één en dezelfde persoon.

Dat het heel goed mogelijk is dat iemand veroordeeld wordt voor moord, zonder dat er sprake is van een lijk bleek wel in maart 2014, toen de Hoge Raad een vonnis van het Hof bevestigde dat Arnhemmer Frans J. definitief tot bijna 18 jaar cel werd veroordeeld wegens de moord op de zwakbegaafde hobbyfotograaf Henk Peters.

In de praktijk is het echter onwaarschijnlijk dat de ne bis in idem regel ook werkelijk opgaat in dit geval en er toch niet gewoon sprake is van een nieuw opzichzelfstaand feit. Er zal dan weliswaar een gerechtelijke dwaling moeten worden toegegeven, maar deze moord zal gewoon leiden tot een nieuwe veroordeling. Het zou immers zeer vreemd zijn indien een gerechtelijke dwaling een vrijbrief voor een criminele activiteit zou betekenen.

Zie hier en hier en hier en hier en hier voor meer interessante kruimels omtrent Ne bis in idem.

Ontoerekeningsvatbaar

Ontoerekeningsvatbaar?
Een andere aardige oplossing, die ik reeds zelf buiten de context van dit raadsel als beginnend filosoof in allerlei varianten al lang geleden formuleerde, bestaat erin dat een van de mannen inderdaad de moord heeft gepleegd, maar dit niet is toe te rekenen, zonder dat er een maatregel nodig is (TBS bijvoorbeeld). Kort gezegd handelde de man vanuit een waan die laten we aannemen volledig veroorzaakt werd door een tumor in zijn brein, die kort na de daad succesvol werd verwijderd, waardoor hij weer de ‘oude’ werd: een vriendelijke gezinsman zonder strafblad of enige neiging tot het kwaad. Je kunt hem niet behandelen en je kunt hem niet opsluiten, maar er is wel iemand gruwelijk om het leven gebracht.

Ook deze oplossing is echter ontoereikend, want het klopt technisch gezien natuurlijk niet met het raadsel: er is immers werkelijk sprake van schuld, en dit is een schulduitsluitingsgrond. Psychische Overmacht (art. 40 Sr.) Noodweerexces (art. 41 lid 2 Sr.) of geestesziekten als schizofrenie komen daarom eveneens niet in aanmerking als oplossing. Het gaat hier om een menselijke gedraging van iemand die uit vrije wil en bij zijn volle verstand een onschuldige ander van het leven heeft beroofd, maar desondanks moet worden vrijgelaten. Er is geen afwezigheid van alle schuld, hij handelde niet naïef of op goed vertrouwen van een meerdere. Het gaat hier gewoon om een 100% bewezenverklaarde moord.

Zie hier voor strafuitsluiting.

Abortus?
Op een creatieve manier zou dit als een oplossing kunnen gelden (net als euthanasie). Men zou kunnen zeggen dat de rechter een persoonlijke opvatting ventileert, en het vanuit zijn eigen ethische oogpunt als een moord beschouwt, daar waar de wet abortus niet ziet als moord. De hele jury overigens in ons geval komt dan tot het morele oordeel dat abortus moord is, waaraan dus een van de mannen schuldig is bevonden. De man heeft echter dan klaarblijkelijk gehandeld onder geldende wetgeving, en kan door de rechter daarom niet juridisch schuldig worden bevonden (maar hooguit dus moreel schuldig).

Het is echter uitgesloten dat een openbare aanklager zich zou laten leiden door strikt morele opvattingen, terwijl de wet overduidelijk ruimte biedt voor de betreffende handeling. Dat zou onzinnig zijn: het juridisch systeem is niet bedoeld om mensen die handelen binnen bestaande wetgeving moreel te veroordelen.

Zie hier en hier voor onsmakelijke details over een voor moord veroordeelde abortusarts. Zie hier voor een filosofische verhandeling over abortus.

Dieren?
We hebben al vastgesteld dat het hier gaat om de moord op een menselijk individu. Is het raadsel echter toch ook zo uit te leggen dat er een dier zou zijn vermoord? Taalkundig zou het kunnen. Van Dale spreekt over vermoorden als ‘gewelddadig van het leven beroven’. ‘Hij vermoorde een plant met een bijl’, zou dus kunnen, evenals ‘hij vermoorde die mug in koelen bloede’,  maar juridisch werkt het natuurlijk anders.

Iemand zal niet voor het ‘gewelddadig beroven van het leven van een plant’ worden vervolgd (hoewel we ook daar vast een uitzondering voor zouden weten te bedenken). Moord, in strafrechtelijke zin is iemand die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft. ‘Ander’ is hier natuurlijk bedoeld als ander menselijke wezen. Dieren worden gedood, niet vermoord. Daarbij, als we naar de Nederlandse wet kijken is dat sowieso een schimmenspel waar het gaat over het doden van dieren. Het doden van huisdieren, anders dan door een dierenarts of slager, mag in Nederland. Een dier mag er uiteraard geen pijn van ondervinden, maar zolang het zonder mishandeling gebeurt, is het niet strafbaar je kat de nek om te draaien of je eigen hond de keel door te snijden (zie hier en hier).

Geldt dat dan ook voor de dieren van een ander? Nee, uiteraard zul je wanneer je een dier doodt (dus niet vermoordt, dat bestaat juridisch dus niet) dat aan een ander toebehoort schuldig bevonden worden aan een misdrijf. Artikel 350 Sr. schrijft: Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, doodt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt.

Dus ook dit brengt nog geen oplossing voor ons raadsel….

Hypnose?
Hypnose is mij al vaak ter oren gekomen wanneer het zou gaan om de ideale moord. De hypnotiseur instrueert zijn subject met de juiste instructies, en laat het de moord uitvoeren. Er is eigenlijk een vrij levendige cultuurgemeenschap die geloof hecht aan deze mogelijkheid (zie hier), maar het is sterk de vraag of het mogelijk is om iemand zodanig te hersenspoelen dat hij in staat is een moord te plegen.

Daarbij zou het mogelijk zijn, is het de vraag of er sprake kan zijn van schuld aangezien ook hier hypnose zal gelden als schulduitsluitingsgrond (men handelde immers niet uit vrije wil en bij bewustzijn). Een filosofische variant van deze oplossing vinden we terug bij Harry Frankfurt en zijn gedachte experiment aangaande mr. Black.

Slaapwandelen
Van slaapwandelen is bekend dat er een hoop narigheid uit kan voortkomen. De activiteiten tijdens slaapwandelen zijn meestal onschuldig, zoals rechtop in bed zitten of door de kamer lopen, eten of schoonmaken. Soms kan een slaapwandelaar echter in zijn slaap overgaan tot handelingen die gevaar kunnen opleveren zoals het huis verlaten, fietsen of autorijden. Zelfs mishandeling, verkrachting of moord zijn mogelijk. Daarbij herinner ik deze vrijspraak voor poging tot moord tijdens slaapwandelen.

In de vele gevallen die ik doornam meent een rechtbank echter altijd dat de gewelddadige handelingen weliswaar zijn bewezen, maar het vervolgens de vraag is of deze opzettelijk zijn gepleegd. En het antwoord moet daarop luiden: ’nee’. ‘Voor het bewijs van de ten laste gelegde poging tot moord, subsidiair poging tot doodslag, dan wel meer subsidiair zware mishandeling, is opzet vereist hetgeen impliceert de aanwezigheid van een wilselement en een kenniselement in één van de gradaties die in de rechtspraktijk worden erkend. (hier)’ Het ontbreken van bewezen opzet kan dus ook geen oplossing zijn voor ons raadsel.

Zie hier en hier en hier voor drie interessante kruimels over deze materie.

Onschendbaarheid koning
Een oplossing die mij nadat ik alles opgeschreven had nog te binnen schoot, is dat de schuldig bevonden moordenaar heeft gehandeld onder het principe van onschendbaarheid. Laten we zeggen dat een van de mannen koning is, en hij een onschendbaarheid geniet. Dit betekent dat de koning volgens de Grondwet onschendbaar is en dat houdt in dat de ministers en parlement verantwoordelijk voor hem zijn, voor wat hij zegt én doet. Onze parlementaire geschiedenis kent tal van affaires waarbij er sprake zou kunnen zijn van strafbaar gedrag, maar waarbij er niet overgegaan is tot vervolging (denk bijvoorbeeld aan prins Bernard en de Lockheed affaire).

Zou dit dan betekenen dat hij een moord kan begaan zonder dat hij daarvoor gestraft kan worden? Dat is een hele complexe vraag. Bij een ernstig vergrijp biedt de grondwet de ruimte om de Koning buiten het gezag te plaatsen. De Eerste en Tweede Kamer moeten daar dan wel mee in stemmen, maar dat is nogal paradoxaal. Het is waarschijnlijker dat wanneer de Koning verdacht wordt van een ernstig strafbaar feit als moord, allereerst de Hoge Raad een uitspraak zal doen hoe al die begrippen moeten worden uitgelegd, en wat dus de precieze betekenis is van zoiets als onschendbaarheid, ministeriële verantwoordelijkheid, immuniteit etc.. Op basis daarvan zal een beslissing worden genomen. Ik acht de mogelijkheid groot hij toch veroordeeld wordt, gelijk op basis van een redenering zoals we die na de Tweede Wereld oorlog zagen toen een burger zich beriep op een wet die de nazi’s hadden ingesteld vlak voor het einde van de oorlog die het doodschieten van burgers legitimeerde. De rechter was echter van mening dat burgers een plicht hebben om naar de redelijkheid van een wet te kijken, en in dit geval kon er geen sprake van zijn dat het binnen de redelijkheid lag deze wet op te volgen.

Ik moet zeggen dat deze oplossing alles in zich heeft om als acceptabel door te gaan, mits het OM besluit om wel te vervolgen om er zo een proefproces van te maken. De kans op een veroordeling met gevangenisstraf/ballingschap blijft echter aanzienlijk. Is er niet nog een betere oplossing?

Wat dan wel?
Niet een generaal pardon vanuit overheidswege. Ook niet een gedetailleerde schuldbekentenis met alle details over het motief en de toedracht onder de voorwaarde (deal met het OM) dat de straf niet hoger wordt dan de tijd gezeten in voorarrest. De schuldige pleegde ook niet vlak voor de uitspraak van de rechter zelfmoord (dan is er van vrijlaten uiteraard geen sprake).

Nee, de enige oplossing die voor dit juridische raadsel sluitend lijkt, is nogal een bizarre, maar daarmee niet onmogelijke. Hoewel je aanvankelijk het idee hebt dat je erin bent geluisd, zoals dat meestal met flauwe raadsels het geval is, is daar in deze casus bij nadere verkenning toch geen sprake van, en is het ook geen flauw raadsel. Waarom moest de rechter namelijk de schuldig bevonden man toch als een vrij man laten gaan?

Omdat de verdachte mannen namelijk een Siamese tweeling waren, waarvan de een volledig onschuldig, de ander volledig schuldig. Iemand zou nog snel te berde kunnen brengen dat de ander wel degelijk medeplichtig is omdat hij zijn broer niet zou hebben tegengehouden. Het vergt echter niet veel fantasie om je voor te stellen dat dit in veel gevallen onmogelijk is. Ook het argument dat de ander medeplichtig zou zijn, omdat hij er vanaf zou moeten weten, kan met weinig fantasie worden ontkracht. Daarbij zijn ook allerlei scenario’s mogelijk over de mobiele verhoudingen van de Siamese tweeling, waarbij de moordenaar bijvoorbeeld mobieler is (dominanter is in de mogelijkheden tot het voortbewegen van zijn lichaam) dan de onschuldige.

De interessante vraag die dan overigens opspeelt is of de mate van mobiliteit een rol speelt bij veroordeling. Stel dat “de tweede geest” aan het lichaam, weinig mogelijkheden heeft zich zelfstandig te bewegen, is dat dan een reden voor gevangenisstraf? In onze casus nemen we voor nu echter gelijke mobiliteit aan, die slechts door gebrek aan samenwerking niet functioneert.

De rechter moest de man dus wel vrijspreken. De wet stelt immers dat het onwettig is om een onschuldig persoon op te sluiten, immers, de moordenaar opsluiten zou wederrechtelijke vrijheidsberoving van de andere helft van de tweeling betekenen. Er zal ongetwijfeld een straf volgen (er is immers schuld!), maar die straf zal dan niet bestaan uit gevangenhouding, maar waarschijnlijk uit een forse geldboete (treft dat de onschuldige niet onevenredig?).

In Nederland geldt voor moord een geldboete van vijfde categorie (wat neerkomt op maximaal € 81.000 (Per 1 januari 2014)). Daarentegen kan de overheid echter de onschuldige helft van de tweeling moeilijk beschermen (“ik wil niks met deze moordenaar te maken hebben!”), tegen zijn moordende broer, anders dan te komen tot permanent toezicht.

Een wettelijk afgedwongen scheiding is ook nog een theoretische mogelijkheid (als de wet daar überhaupt in zou kunnen voorzien, wat ik betwijfel aangezien ik er niets over kan vinden), maar vaak levert dit allerlei bezwaren op voor de gezondheid en mobiliteit. Van gedwongen scheiding kan mijn inziens echter alleen sprake zijn in beginsel op medische gronden, wanneer dit het leven van de een of de ander zou redden in plaats van dat ze beide zullen sterven.

Tenslotte loopt dit raadsel vooral aan tegen gebrek aan jurisprudentie. Er is zover bekend geen enkele Siamese tweeling geweest waarvan de ene helft een moord heeft gepleegd. In Nederland is er zelfs ooit maar één Siamese tweeling geweest en volgens internationale schattingen (hier) is slechts 0,0005% van alle geboorten een Siamese tweeling, waarvan de kans op volwassenheid nog veel kleiner is.

Er zijn sowieso nauwelijks gedocumenteerde veroordelingen te vinden. Chang en Eng Bunker schijnen ooit een handgemeen gehad te hebben met een dokter, maar daarvoor volgde geen veroordeling. Lucio en Simplicio Godina waren ooit betrokken bij een auto-ongeluk omdat Lucio had leren autorijden zonder hulp van Simplicio. De rechter sprak beiden vrij. (Zie hier voor een prachtig stukje nadere toelichting omtrent deze casus).

Bonusvraag: Zou je naar analogie een zwangere vrouw om deze redenen niet mogen opsluiten?

Leave a comment



Abonneren


 

Verschenen

Copyright 2017 Stephan Wetzels © All Rights on texts Reserved